• Een dividenduitkering is veelal vandaag een interessante vorm om gelden aan de vennootschap te onttrekken is een feitMAAR … bijkomend is er sinds aanslagjaar 2019, m.a.w. dus ook wat de aangifte betreft waar u vandaag mee bezig bent, een mogelijkheid om een vrijstelling van de roerende voorheffing op het dividend te ontvangen.  Kortom bruto is netto … 

Dus niet vergeten … want veel cadeaus krijgt u niet !

En dit voor zowat alle aandelen : van uw eigen vennootschap, van beursgenoteerde aandelen, van buitenlandse aandelen enz … 

Dividenden uitgekeerd door juridische constructies of bij toepassing van art. 5/1 verkregen door tussenkomst van juridische constructies, dividenden afkomstig van instellingen voor collectieve beleggingen (ICB’s), dividenden die werden verkregen door tussenkomst van gemeenschappelijke beleggingsfondsen of interesten die werden geherkwalificeerd in dividenden komen NIET in aanmerking.

Een dividend is echter wel netto winst dus nadat er eerst reeds vennootschapsbelasting werd betaald.  

Tarief vennootschapsbelasting :

2019 (*)2020 (*)
Nominaal tarief29%25%
KMO-tarief (tot 100.000 euro)20%20%
Crisisbijdrage 2%0%

 

(*) respectievelijk : aanslagjaar 2019 / 2020 / 2021 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2018/2019/2020)

Om het KMO-tarief vennootschapsbelasting te genieten, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn én (dus cumulatief) moet het een zogenaamde KMO zijn.  Hierop gaan we verder niet in, maar voor het overgrote deel van vennootschappen is dit veelal geen probleem.

Wel is het zo dat er, zoals hierboven reeds vermeld, bij dividenduitkeringen een gecumuleerde fiscale druk is (vennootschapsbelasting én roerende voorheffing). Wat misschien doet denken dat een dividenduitkering toch niet erg voordelig is.  Maar dit is echter niet (altijd) het geval, temeer dat ondertussen de zogenaamde 13%-regel afgeschaft werd of anders gezegd voorheen was het zo dat wanneer de vennootschap een dividend uitkeert van meer dan 13% van het gestort kapitaal deze vennootschap het zogenaamde verlaagd tarief verliest.  Maar deze beperking behoort ondertussen tot het fiscaal verleden want werd afgeschaft …

Welk tarief roerende voorheffing is van toepassing op een dividenduitkering?

Het principe is dat op een dividenduitkering 30 % roerende voorheffing dient te worden ingehouden (zogenaamde bronheffing). Zoals reeds vermeld heeft het Zomerakkoord de beperking van een dividenduitkering om het KMO-tarief niet te verliezen, afgeschaft.  

Vandaag is het mogelijk dat wanneer de vennootschap aan een aantal voorwaarden voldoet uw een dividend maar belast werd in zijn totaliteit aan 32% !!

EN … bijkomend kan een dividend zelfs nog vrijgesteld worden van elke vorm van roerende voorheffing of anders gezegd een deel van de belaste winst kan aan de vennootschap onttrokken worden zonder dat er nog bijkomend een taxatie van toepassing is.  Dit is één van de maatregelen geweest in het kader van de zogenaamde ’taxshift’.

Concreet o.b.v. deze gewijzigde regelgeving is er een vrijstelling van roerende voorheffing voor een schijf van 800 euro aan dividenden (voor aanslagjaar 2020).  

Voor een gehuwd koppel kan dit ook een verdubbeling betekenen.   Het huwelijksstelsel (voor gehuwden) zal hier ook zijn belang hebben.  Denken we maar een gehuwd koppel (gemeenschappelijke aangifte/aanslag) onder het wettelijk stelsel en de aandelen behoren tot het gemeenschappelijk vermogen of het eigen vermogen van één van de partners.  De helft ervan is voor de andere partner (zie Circulaire (AOIF 15/2005) dd. 14.04.2005).  Voor gehuwden onder scheiding van goederen of wettelijk samenwonden speelt deze regel niet en zal de vrijstelling enkel kunnen genoten worden wie het dividend heeft ontvangen.   Hetzij maar één van de partners of ieder de helft indien in onverdeeldheid of men is beide aandeelhouder.

Let wel deze vrijstelling voor dividenden werd/wordt echter niet automatisch toegepast door de schuldenaar van het dividend (dit is de vennootschap) bij de inhouding van de roerende voorheffing. De dividenden blijven immers integraal onderworpen aan de roerende voorheffing.  De belastingplichtige zal de vrijstelling zelf moeten vragen in zijn aangifte personenbelasting.  Dit zal dienen te gebeuren  door uitdrukkelijk de verrekening en eventueel de terugbetaling van de roerende voorheffing, die werd ingehouden op de eerste schijf van 800 EUR aan dividenden, in de aangifte te vragen.  Bijkomend moeten de nodige bewijsstukken ter beschikking worden gehouden van de Administratie (zie Koninklijk besluit van 28 april 2019 tot wijziging van het KB/WIB 1992 met betrekking tot de aanvraag tot verrekening en de terugbetaling van de roerende voorheffing op de in artikel 21, eerste lid, 14°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde eerste schijf van dividenden, BS 9 mei 2019) :

  • de naam van de vennootschap die de dividenden heeft toegekend; 
  • het brutobedrag van de dividenden; 
  • voor de aan de PB onderworpen belastingplichtigen, desgevallend, het land van oorsprong van de dividenden en het bedrag van de buitenlandse belasting; 
  • het tarief van de RV, desgevallend, voor de belastingplichtigen onderworpen aan de BNI, rekening houdende met verminderingen op grond van een verdrag tot vermijden van dubbele belasting; 
  • het bedrag van de ingehouden RV, desgevallend opgesplitst per tarief; 
  • wat de inkomsten van Belgische oorsprong betreft, de datum waarop de dividenden door de vennootschap zijn betaald of toegekend; 
  • de datum waarop de dividenden door de belastingplichtige zijn geïnd. 

Om de ingehouden roerende voorheffing te recupereren moet u dit vragen in de aangifte personenbelasting. Dit doen we door in Vak VII de code 1437-18 en/of de code 2437-85 van de aangifte de ingehouden roerende voorheffing van de vrijgestelde dividenden te vermelden.   Dit betekent concreet dat voor de aangifte 2019 er maximaal 240 euro (= 800 euro x 30%) kan ingevuld worden.  De hoogte hangt dus af van o.a. het tarief roerende voorheffing, maar u mag de vrijstelling voor de dividenden met het hoogste tarief aan betaalde roerende voorheffing vermelden.   Deze roerende voorheffing zal verder verrekend worden met de verschuldigde personenbelasting en desgevallend terugbetaald worden. 

  • Zoals vermeld, bedraagt het tarief roerende voorheffing op een dividend in principe 30 %.
  • Daarnaast bestaat er, onder strikte voorwaarden, een verlaagd tarief roerende voorheffing van 15 %. 

Wat zijn zoal de belangrijkste voorwaarden om het gunstig tarief van de 15 % roerende voorheffing (of personenbelasting) te genieten (VVPRbis):

  • het tarief van 15 % roerende voorheffing is enkel van toepassing voor de zogenaamde KMO’s (éénmalig te toetsen nl. op moment van inbreng)
  • de inbreng in kapitaal (hetzij n.a.v.de oprichting hetzij n.a.v. een kapitaalsverhoging) dient in geld te gebeuren en niet in natura (vanaf 1 juli 2013). Maar nieuwe vennootschappen (vanaf 1 mei 2019) hoeven geen kapitaal meer te hebben maw gezien de wijziging van het vennootschapsrecht is er voortaan geen kapitaal(vereiste) meer van toepassing (bij de BV);
  • in ruil voor de inbreng moeten aandelen op naam (dus gedematerialiseerde aandelen bij de nv of comm.va komen niet in aanmerking) worden uitgegeven. Deze aandelen mogen op geen enkel wijze enig voordeel genieten. Dus het mogen geen preferente aandelen zijn;
  • de aandelen moeten ook ononderbroken in volle eigendom worden aangehouden tijdens de periode van de inbreng enerzijds en het moment van de dividendtoekenning. Wel werd er door de wetgever in een aantal uitzonderingen voorzien zoals bij neutrale herstructureringen (fusies en splitsingen). Ook sommige familiale planningen zijn mogelijk. De overdracht, in rechte lijn of tussen echtgenoten, van de aandelen wordt evenmin geacht te hebben plaatsgehad voor de toepassing van de voorwaarde van volle eigendom wanneer die overdracht het gevolg is van een wettelijke erfopvolging of een erfopvolging op een wijze die gelijkaardig is aan de wettelijke erfvolging of een ascendentenverdeling die geen afbreuk doet aan het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot;
  • Let wel dat om het verlaagd tarief van 15 % te kunnen genieten er in een wachtperiode werd voorzien nl. het tarief blijft 15 % voor de dividenden die werden verleend of toegekend vanaf het derde boekjaar na dat van de inbreng. Het tarief wordt 20 % wanneer het dividend verleend of toegekend wordt in het tweede boekjaar na dat van de inbreng;

Besluit 

Dividenduitkeringen ‘zitten in de lift’.  De combinatie van de verlaagde vennootschapsbelasting met de lage roerende voorheffing maakt dat een dividenduitkering vandaag een interessante vorm is om gelden aan de vennootschap te onttrekken.  De voorwaarden moeten in de gaten gehouden worden, maar dit is in de praktijk veelal geen probleem.  

Voor de aangifte van het inkomstenjaar 2019 is de kers op de taart dat er bijkomend een vrijstelling is op een eerste schijf van dividenden van 800 euro per belastingplichtige.  

Voor een koppel betekent dit 480 euro dat men aan RV terug krijgt.  U kan er dezer dagen beter de horeca mee stimuleren door met dit budget eens lekker te gaan eten !!

Niet vergeten dus …

Lees onze ficale boeken

Heb je een vraag?

Beste lezer,

Zoals u weet is fiscale wetgeving een snel veranderende materie. Als u daarom twijfelt of een ouder artikel nog volledig up to date is, twijfel dan niet ons te contacteren…

Als je een creatief maar legaal advies nodig hebt, of als je met een opmerking of een idee zit, of je wilt een achterpoortje dubbelchecken, je wenst een second opinion, je hebt een vennootschap nodig,..of je wilt even bijpraten…