Wat kan u nog doen met de notionele intrestaftrek?

De notionele intrestaftrek (de correcte benaming is ‘de aftrek voor risicokapitaal’) betekent een fictieve intrestaftrek berekend op het eigen vermogen die ervoor zorgt dat de vennootschapsbelastingfactuur verlaagt. Vennootschappen met een (aanzienlijk) eigen vermogen zullen hierdoor een fiscale stimulans kennen. Vennootschappen die kiezen voor het financieren via eigen vermogen worden fiscaal niet langer benadeeld in vergelijking met vennootschappen die via vreemd vermogen financieren.

Maar let op. Het is zo dat wanneer de KMO-vennootschap in een belastbaar tijdperk opteert voor de investeringsreserve, ze voor geen notionele intrestaftrek in aanmerking komt.  Dit voor dat belastbaar tijdperk evenals voor de twee daarop volgende belastbare tijdperken.

Ook deze werd door het Zomerakkoord (en daarna nogmaals) aangepast en het moet gezegd quasi volledig uitgehold …

De notionele intrestaftrek betekent een fictieve intrestaftrek berekend op het eigen vermogen van de vennootschap. Vennootschappen met een (aanzienlijk) eigen vermogen zullen hierdoor een fiscale stimulans kennen. Vennootschappen die kiezen voor het financieren via eigen vermogen, zullen fiscaal niet langer benadeeld worden in vergelijking met vennootschappen die via vreemd vermogen financieren.

Wel is het zo dat wanneer de vennootschap in een belastbaar tijdperk opteert voor deze investeringsreserve,  ze voor de notionele intrestaftrek niet in aanmerking komt. Die uitsluiting geldt voor dat belastbaar tijdperk en ook voor de twee daarop volgende belastbare tijdperken. Ook de gewone investeringsaftrek is niet cumuleerbaar is met de toepassing van de notionele interestaftrek. Kortom, er zal een keuze moeten gemaakt worden: de notionele intrestaftrek of gewone investeringsaftrek. Gezien het verschil aan percentages lijkt de gewone investeringsaftrek (8%) de voorkeur te genieten t.o.v. de notionele intrestaftrek, maar dit is niet altijd het geval.

Hoeveel bedraagt de notionele intrestaftrek?

De notionele interestaftrek bedraagt voor aanslagjaar 2021: – 0,092%. Dit percentage weerspiegelt de OLO-rentevoeten. Voor de kmo’s wordt dit percentage met 0,5% verhoogd tot 0,408%. De definitie van een kmo-vennootschap vinden we terug in art. 15 W.Venn (zie verder).

Het valt op dat de aftrek alsmaar lager wordt (ook voor volgend jaar is dat het geval, zie verder).  Weliswaar niet te verwonderen gezien deze aftrek gekoppeld is aan de OLO-rente die ook historisch laag staat.  Zelfs is hij voor 2020 negatief, tenzij het een kmo betreft.

Een aftrek van het gehele eigen vermogen?

Neen, het eigen vermogen zal mogelijk met een aantal zaken gecorrigeerd worden. Dit zijn o.a. financieel vaste activa, een onroerend goed waar de bedrijfsleider in woont, kapitalisatie-sicav’s, DBI-beveks, aandelen waar de DBI-aftrek van toepassing voor is, enz …

Let op een vennootschap die over een onvoldoende belastbare basis beschikt om deze notionele intrestaftrek te kunnen genieten, mag het verschil niet langer overdragen naar het volgende belastbare tijdperk (vroeger zelfs gedurende maximaal zeven jaren volgend op het jaar van de aftrek).   Enkel voor vennootschappen met een zogenaamde stock aan notionele intrestaftrek bestaat er een overgangsregeling, doch hierop gaan we verder niet in.

De notionele intrestaftrek is volgens de nieuwe wetgeving, gelijk aan één vijfde van het positieve verschil tussen het jaarlijks bedrag van het risicokapitaal aan het begin (aanvankelijk einde, cfr Wet van 30 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake inkomstenbelastingen,  BS 10 augustus 2018) van het belastbaar tijdperk  en het jaarlijks bedrag van het risicokapitaal aan het begin van het vijfde voorgaande belastbare tijdperk. Zoals vermeld wordt hierdoor in een spreiding over 5 jaar voorzien.

Ook werd er in de wet opgenomen dat wanneer de notionele intrestaftrek moet berekend worden, maar de vennootschap bestaat nog geen vijf jaar dat het jaarlijks bedrag aan notionele intrestaftrek voor dat belastbaar tijdperk gelijk is aan nul.

Kortom voor een vennootschap die nieuw is , zal bij de berekening van de notionele intrestaftrek de eerste vier belastbare tijdperken één vijfde zal bedragen van de notionele intrestaftrek van dat tijdperk.

Wat met de KMO’s?

Het tarief van de aftrek voor kmo’s bedraagt ook 0,5% hoger dan voor andere vennootschappen. Een kmo is volgens (nieuwe) art. 15 W.Venn. samengevat een vennootschap die  al dan niet meer dan één van de, verder vermelde, criteria,  overschrijdt gedurende twee achtereenvolgende boekjaren.  Het mogelijke gevolg (al dan niet KMO) heeft dan pas een effect vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werd overschreden of niet meer werd overschreden.

jaargemiddelde van het personeelsbestand: 50

jaaromzet (excl. btw): 9.000 000 EUR

balanstotaal: 4.500.000 EUR

Lees onze ficale boeken

Heb je een vraag?

Beste lezer,

Zoals u weet is fiscale wetgeving een snel veranderende materie. Als u daarom twijfelt of een ouder artikel nog volledig up to date is, twijfel dan niet ons te contacteren…

Als je een creatief maar legaal advies nodig hebt, of als je met een opmerking of een idee zit, of je wilt een achterpoortje dubbelchecken, je wenst een second opinion, je hebt een vennootschap nodig,..of je wilt even bijpraten…