U heeft (enkel) uw gezinswoning en u wenst een aantal zaken te veranderen. Een aantal investeringen dringen zich op. Hierbij denken we aan een aantal

energiebesparende maatregelen (bv dubbele beglazing, …) maar ook een wenst u de zolder in te richten tot twee slaapkamers. Kortom behoorlijk wat kosten.

U vraagt zich echter af of het zinvol is hiervoor te lenen, want de oorspronkelijke hypothecaire lening is gelukkig al enkele jaren afbetaald.

Oplossing

Het aangaan van een hypothecaire lening biedt een aantal voordelen. Deze worden wel eens benoemd als de „woonbonus‟.  We bekijken hier de Vlaamse regelgeving en enkel leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016.

Werkwijze en voorwaarden

De kenmerken van deze aftrek enige eigen woning zijn kort samengevat :

–           de aftrek mag niet hoger zijn dan 1.520 EUR (Aj 2021) per belastingplichtige.

–           dit bedrag wordt nog verhoogd met 760 EUR (Aj 2021) voor de eerste tien jaar op voorwaarde dat de eigen woning de enige woning blijft (zoniet is de verhoging definitief verloren).

o          voor gezinnen met drie kinderen of meer ten laste op datum van 1 januari volgend op het jaar van de afsluiting van de lening, wordt het bedrag nogmaals verhoogd met 80 EUR (Aj 2021), eveneens enkel voor de eerste tien jaar.

De aftrek omvat zowel de intresten, kapitaalaflossingen als de verzekeringspremies en bedraagt 40% (+ gemeentebelasting).

Vermits de woonbonus, het langetermijnsparen en de gewone interestvermindering vanaf 2016 verdwenen zijn, waarna er dan ook nog maar één enkele belastingvermindering nl de woonbonus overblijft, wordt deze woonbonus omgedoopt tot de ‘geïntegreerde woonbonus’ (zie verder).

Achterliggend motivatie van de wijzigingen …

Het was reeds vroeger duidelijk dat in een aantal gevallen de tweede woning (vanaf 2015) fiscaal meer aangemoedigd wordt/werd dan de ‘enige eigen woning’.  De Vlaamse regering heeft hieraan nu willen verhelpen.

Wat is er gewijzigd?

Belangrijk te vermelden is dat de wijzigingen enkel van belang zullen zijn voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016.

Voor kredieten, afgesloten vanaf 1 januari 2016 wordt er in Vlaanderen niet langer een onderscheid gemaakt tussen de eerste en de tweede, enz … (eigen) woning.  Opgelet herfinancieringsleningen blijven de fiscale gevolgen ondergaan van de oorspronkelijke lening.  Of anders gezegd een hypothecaire lening van 2015 herfinancieren in 2016 zal de fiscale kenmerken blijven ondergaan van de regelgeving van 2015.  Dit is niet nieuw.

De regel is vooralsnog dat wie reeds een woning bezit (behoudens enkele uitzonderingen) niet bijkomend voor de Vlaamse woonbonus in aanmerking komt.  De zogenaamde gewone intrestvermindering en het Vlaams langetermijnsparen zijn echter wel mogelijk.  En hiermee komen we nu net aan het probleem waarbij de eigen woning mogelijk minder fiscaal voordeel geniet door de woonbonus.

De woonbonus geniet een fiscale besparing van 40% (+ gemeentebelasting) op 1.520 euro ofwel 608 euro.  Het Vlaams langetermijnsparen daarentegen levert een voordeel op van 30% (+ gemeentebelasting) op (maximaal) 2.290 euro ofwel 687 euro.  Bijkomend geven de intresten nog een besparing van 40%.   Maar dit zal tot het verleden gaan behoren want voor leningen, die worden afgesloten vanaf 1 januari 2016, zal het niet langer een verschil uitmaken of men al dan niet reeds eigenaar is van een tweede (of meerdere) woning.  De lening, die werd afgesloten, voor de eigen woning zal enkel de woonbonus kunnen genieten.

Bijkomend zullen de Vlaamse belastingverminderingen voor het langetermijnsparen en voor de ‘gewone’ interesten verdwijnen. 

M.a.w. voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016 is de voorwaarde van ‘enige’ woning niet langer aan de orde.

Maar opgelet, want de hoogte van het bedrag dat voor de woonbonus in aanmerking kan komen, zal echter wel nog bepaald worden door het begrip ‘enige’ (woning).

Het basisbedrag van de woonbonus (1.520 euro) wordt voor de eerste tien jaar verhoogd met 760 euro en/of 80 euro (voor wie drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin de lening werd afgesloten).  Deze twee verhogingen, beperkt in de tijd nl tien jaar, vervallen definitief wanneer de eigen woning niet langer de enige woning is en blijft op 31 december van het jaar waarin de lening werd afgesloten (behoudens uitzonderingen). Of anders verwoord de verhoging van zowel de 760 euro als de 80 euro zijn niet aan de orde of vervallen definitief vanaf het jaar waarin men volle eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning.  Later een blote eigendom verwerven is echter dan weer geen probleem.

Het moment van beoordeling of de woning de ‘eigen’ woning is, wijzigt ook. 

Voor kredieten tot eind 2015 is het immers zo dat het beoordelingsmoment éénmalig dient te gebeuren, nl op 31 december van het leningsjaar (behoudens enkele uitzonderingen waarna het beoordelingsmoment uitgesteld kon worden nl tot 31 december van het tweede jaar volgend op het leningsjaar).

En ook dit wijzigt nu …  Voor kredieten, afgesloten vanaf 1 januari 2016, zal onderzocht dienen te worden of de woning voldoet aan het karakter van ‘eigen’ woning telkens op datum van de gemaakte uitgaven (dit zijn de intresten, het kapitaal en de schuldsaldoverzekering). M.a.w. het éénmalige beoordelingsmoment wordt geschrapt.

Ook wordt er verder voorzien in twee nieuwe fiscale ficties. 

De eerste fictie betreft een niet-onbelangrijke wijziging wat de hypotheekoverdracht betreft.

Wie een oude lening via de techniek van hypotheekoverdracht (pandwissel) overzet van de verkochte woning naar een andere woning, die wordt aangekocht, blijft de alle fiscale gevolgen van de oude lening ondergaan.  De lening wordt immers behouden , enkel de waarborg wijzigt.  Maar hier was wel een probleem.  Alle gemaakte uitgaven van deze oude lening hebben immers niet langer betrekking hebben op deze eerste eigen woning.  De woning waarvoor die lening oorspronkelijk werd afgesloten is immers verkocht.  Het gevolg is dan ook dat de voortaan gemaakte uitgaven dan ook niet langer in aanmerking komen voor (oa) de Vlaamse woonbonus maar wel voor de federale fiscale voordelen. Dit werd immers reeds langer geleden bevestigd in een parlementaire vraag en werd opgenomen in de desbetreffende administratieve circulaires.

Op zich hoeft/hoefde dit geen probleem te zijn, maar dit wijzigt wel voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016.  Want dan zal het niet langer mogelijk zijn het verlies van de Vlaamse woonbonus (kredieten van voor 1 januari 2014) te wijzigen in de federale woonbonus.  Eén van de voorwaarden is immers dat de oude lening betrekking heeft op een woning die vóór 31 december januari 2015 (!) verkocht wordt.  Het jammerlijke gevolg is dan ook dat de federale woonbonus niet in de plaats zal komen, maar wel het federaal langetermijnsparen  (bijkomend komt de aftrek van de betaalde interesten ook te vervallen). Financieel is dit niet te onderschatten want dit kan, per belastingplichtige, een daling betekenen van 50% (excl. gemeentebelastingen) x 2.280 euro (1.140 euro ) naar 30% (excl. gemeentebelastingen) x 2.260 euro (678 euro).  Voor een koppel al vrij snel meer dan 900 euro per jaar !

Dit euvel zal aangepakt worden.  Voortaan zal er gewerkt worden met een vorm van fiscale fictie.  De oude lening, die overgezet wordt d.m.v. de techniek van de hypotheekoverdracht, zal fiscaal geacht worden te zijn afgesloten voor de nieuwe woning. Het gevolg is dan ook dat de oorspronkelijke lening in aanmerking zal blijven komen voor de Vlaamse woonbonus.

De tweede fiscale fictie dient een zekerheid te bieden wat de zogenaamde zorgwoningen betreft.

Wie zijn/haar woning omvormt tot een zogenaamde zorgwoning (het begrip ‘zorgwoning’ heeft dezelfde invulling als de definitie die aan zorgwonen wordt gegeven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening , cfr ontwerp pagina 30) dan worden de personen die zich in die zorgwoning vestigen geacht deel uit te maken van zijn/haar gezin.  Dit geeft dan weer het gevolg dat de betaalde uitgaven (intresten, kapitaal en schuldsaldoverzekering) niet dienen opgesplitst te worden in een Vlaams en federaal gedeelte (wat nu wel het geval is).  Voor kredieten afgesloten vanaf 1 januari 2016 zal de totaliteit van de gemaakte uitgaven in aanmerking komen voor de Vlaamse woonbonus. Maar opgelet, deze tweede fiscale fictie zal evenzeer gelden voor de leningen die eerder reeds werden afgesloten nl dus ook voor de leningen afgesloten van vóór 1 januari 2016.  Een verschil dus met de eerste fiscale fictie.

Ook wat de combinatiemogelijkheden betreft, wijzigde er bijkomend iets.

Wie vanaf 1 januari 2016 een lening afsluit voor zijn eigen woning en deze lening komt in aanmerking komt voor de nieuwe Vlaamse (geïntegreerde) woonbonus terwijl voor deze woning nog een lening, afgesloten vóór 1 januari 2016, loopt die fiscaal  in aanmerking komt voor de Vlaamse woonbonus, de gewone intrestvermindering, de bijkomende intrestvermindering, het langetermijnsparen of het bouwsparen, zal een definitieve, onherroepelijke en bindende keuze moeten maken tussen hetzij de fiscale regeling van vóór 1 januari 2016 hetzij de nieuwe fiscale regeling van vanaf 2016.  Let wel wie in het jaar van de nieuwe lening de keuze maakt de ‘oude’ fiscale voordelen te willen blijven genieten,  behoudt wel de mogelijkheid later alsnog over te stappen naar de ‘nieuwe’ woonbonus.  Maar het jaar van de overstap zijn wel enkel de verminderingen van het ‘nieuwe’ stelsel van toepassing.

Deze combinatiemogelijkheid mag u wel niet verwarren met de reeds eerdere afschaffing van een combinatiemogelijkheid.  Sloot men een lening af vanaf 1 januari 2015 (!) dan was het in Vlaanderen reeds niet langer mogelijk voor deze lening de fiscale voordelen van de oude fiscale belastingverminderingen (nl het bouwsparen en de bijkomende intrestaftrek) te genieten wanneer er nog een lening liep die daar wel recht op gaf (leningen afgesloten vóór 1 januari 2005).  De praktijk leert echter dat dit zelden gebeurde, want de woonbonus was immers fiscaal veel lucratiever.

Tip : de Vlaamse geïntegreerde woonbonus is WEL cumuleerbaar met het federaal lange termijnsparen.  M.a.w. een levensverzekering in mindering brengen SAMEN met deze woonbonus is wel mogelijk !!

NIEUW vanaf 2020 :

De nieuwe Vlaamse regering heeft ervoor gekozen de zogenaamde ‘woonbonus’ af te schaffen.  Als compensatie verlaagt men de registratiebelasting van 7% naar 6% of 5% (vanaf 2020).  Of m.a.w. vanaf 1 januari 2020 kan u bij de aankoop van de enige gezinswoning genieten van een verlaagd tarief van 6% binnen het verkooprecht (of 5% en dit bij een ingrijpende energetische renovatie).

Maar … u zal merken dat deze verlaging het verlies van de woonbonus absoluut niet zal compenseren, tenzij u een zeer dure eigen woning wenst aan te schaffen. Trouwens wie zijn eigen woning verbouwt , geniet helemaal geen compensatie (ook niet op de bouwgrond).  Wie een woning bouwt geniet ook geen compensatie.  Op een nieuwbouw is immers geen registratiebelasting verschuldigd maar wel BTW.

Wat verliezen we door het afschaffen van de woonbonus ?

Wie een hypothecaire lening vanaf 1 januari 2016 afsluit voor de aankoop (of het verbouwen) van zijn of haar eigen woning geniet de zogenaamde geïntegreerde woonbonus.  Weliswaar mits het respecteren van de nodige voorwaarden (o.a. minimaal 10 jaar en mét hypothecaire inschrijving).

De belastingbesparing (deze bedraagt 40% + gemeentebelasting) wordt berekend op:

–           De eerste 10 jaar op een jaarbedrag van : 1.520 euro + een verhoging van 760 euro + 80 euro (indien minimaal drie kinderen ten laste op 1 januari volgend op het leningsjaar) per belastingplichtige.  De vermelde verhogingen geniet men enkel de eerste 10 jaar en dit bijkomend indien het de enige woning is en blijft tijdens deze 10 jaar.

–           De volgende jaren van het krediet : 40% (+ gemeentebelasting) nl jaar 11 en volgende : 1.520 euro per jaar en per belastingplichtige.

Concreet betekent dit dat een echtpaar dat een woning aankoopt met een hypothecair krediet over 20 jaar, zij samen maximaal 33.212 euro (stel 7% gemeentebelasting) voordeel genieten over deze ganse looptijd.  Eer dit aan registratiebelasting kan gecompenseerd worden dient het een behoorlijke woning te zijn van minimaal 3.321.200 euro.

Wel is het zo dat de besparing aan registratiebelasting onmiddellijk bij de aankoop genoten wordt , maar het verschil blijft toch groot.  Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de laatste weken van 2019 notarissen en bankiers overstelpt werden met kredietaanvragen.  Want wie er nog in lukte de akte uiterlijk 31 december 2019 te laten verlijden, kon de geïntegreerde woonbonus wel nog genieten …

Sommige kopers liepen ook het risico in zijn geheel geen enkel voordeel te genieten.  Vandaar heeft de Vlaamse regering gesteld dat de datum van de notariële akte bepalend is of men hetzij nog de woonbonus kan genieten hetzij de korting op de registratiebelasting en niet de datum van het compromis is bepalend.

Kortom de aktedatum van 2020 is bepalend.  Dit betekent dat wie vanaf volgend jaar (2020) een eigen woning koopt de geïntegreerde woonbonus niet langer kan genieten.  Eventueel wel de verlaagde registratiebelasting van 6% (mits alle voorwaarden voldaan zijn) i.p.v 7%.

Verder vindt u een aantal vaak gestelde vragen terug met telkens het antwoord op de vraag (bron Vlaamse Overheid – departement Financiën) :

Verandert er iets voor mijn huidige woonbonus?

De voorgestelde uitdoving van de woonbonus heeft geen impact voor lopende hypothecaire leningen. De geldende Vlaamse belastingverminderingen blijven onverminderd van toepassing. Er wordt echter wel geen geïntegreerde woonbonus meer toegekend voor nieuwe hypothecaire leningsaktes die worden verleden na 31 december 2019.

Komt mijn nieuwe hypothecaire lening nog in aanmerking voor de geïntegreerde woonbonus?

De geïntegreerde woonbonus wordt niet langer toegekend voor nieuwe hypothecaire leningen die zijn aangegaan na 31 december 2019. De datum van de koopovereenkomst (compromis) is hierbij niet relevant.

Concreet is vereist dat de hypothecaire leningsakte dateert van vóór 2020 om nog onder het toepassingsgebied van de geïntegreerde woonbonus te kunnen vallen. De datum van de authentieke (bij de notaris getekende) hypothecaire leningsakte bepaalt wanneer de lening werd aangegaan. Als de hypothecaire leningsakte dateert van na 31 december 2019, zullen de uitgaven in het kader van uw hypothecaire lening dus niet langer in aanmerking komen voor de geïntegreerde woonbonus.

Als er geen authentieke hypothecaire leningsakte verleden wordt (hetgeen bv. mogelijk is bij een wederopname), geldt de datum van aanvaarding van het kredietaanbod als datum van de lening.

Wat gebeurt er als mijn lening tijdig is afgesloten, maar ik de woning niet zelf kan betrekken vóór 2020?

Om voor de geïntegreerde woonbonus in aanmerking te komen, is het niet vereist dat u de woning zelf betrekt uiterlijk op 31 december van het jaar van het aangaan van de lening. U kan evenwel pas uitgaven in uw korf opnemen zodra u voldoet aan de voorwaarde van “eigen woning”. De eigen woning is de woning die u als eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zelf betrekt.

Het hebben van een domicilie in die woning is geen formele vereiste, maar creëert wel een weerlegbaar vermoeden. U moet enkel kunnen aantonen dat u de woning zelf bewoont (met bv. facturen van gas, elektriciteit, water, internet- of telefoonaansluiting, enz.).

Op de voorwaarde dat u de woning zelf moet betrekken, bestaan een aantal uitzonderingen, met name wanneer u de betreffende woning niet zelf bewoont omwille van:

1.beroepsredenen;

2.redenen van sociale aard;

3.wettelijke of contractuele belemmeringen;

4.de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het u niet toelaten de woning daadwerkelijk te betrekken.

Valt u onder een van deze uitzonderingen, dan wordt de woning toch als eigen woning beschouwd, ook al betrekt u de woning niet. De beoordeling van de voorwaarde van het eigen karakter van de woning en de uitzonderingen hierop, gebeurt door de FOD Financiën op basis van de feitelijke omstandigheden.

Wat als ik meerdere leningen heb lopen?

De uitdoving van de geïntegreerde woonbonus verandert niets aan de huidige regeling voor de bestaande leningen.

Als u meerdere leningen hebt die onder een verschillend fiscaal stelsel (Vlaamse woonbonus en geïntegreerde woonbonus) vallen, is er sprake van samenloop. In dit geval zal u een keuze moeten maken, want u kan niet gelijktijdig van meerdere stelsels genieten.

Als u gekozen heeft voor de Vlaamse woonbonus, dan geeft u enkel de uitgaven aan van de lening die onder dat stelsel valt. Zodra u kiest voor de geïntegreerde woonbonus, is uw keuze definitief. Eens de keuze voor de geïntegreerde woonbonus is gevallen, kan er dus niet teruggekeerd worden naar de Vlaamse woonbonus.

Wat is de impact bij wederopname?

Een wederopname waarbij u een deel van het afgeloste kapitaal opnieuw ontleent, wordt (in tegenstelling tot een herfinanciering) altijd als een nieuwe, bijkomende lening beschouwd. Wanneer u een wederopname doet, zal op het deel van de lening dat u wederopneemt, het systeem van de geïntegreerde woonbonus van toepassing zijn op voorwaarde dat die bijkomende lening is aangegaan vóór 1 januari 2020. Bij een wederopname met authentieke (bij de notaris getekende) hypothecaire leningsakte is die datum bepalend. Als geen authentieke hypothecaire leningsakte verleden wordt (wat meestal voorkomt), geldt de datum van aanvaarding van het kredietaanbod als datum van de lening.

Voor uw initiële lening verandert in principe niets.

De looptijd van mijn lening wordt langer. Wat is de impact?

Om te vermijden dat de looptijd van hypothecaire leningen vanuit louter fiscale overwegingen wordt verlengd, worden looptijdwijzigingen vanaf 1 januari 2020 geneutraliseerd. De resterende looptijd van de hypothecaire lening zoals die geldt op 31 december 2019 wordt als het ware bevroren. Betalingen buiten de initiële looptijd komen niet meer in aanmerking voor de belastingverminderingen (o.a. Vlaams bouwsparen, Vlaamse of geïntegreerde woonbonus, ….).

Wat is de impact van een herfinanciering?

Bij een loutere herfinanciering van een bestaande hypothecaire lening geldt in principe de datum van de oorspronkelijke lening. De herfinancieringslening (ook al gebeurt die bij een andere bank) wordt niet als een nieuwe lening beschouwd, maar wel als een verderzetting van de oorspronkelijke lening. Dit heeft tot gevolg dat als een Vlaamse belastingvermindering (bv. Vlaams bouwsparen, Vlaamse of geïntegreerde woonbonus, ….) van toepassing was op de oorspronkelijke lening, dezelfde belastingvermindering ook van toepassing blijft na de herfinanciering.

Als het ontleende bedrag van de herfinancieringslening hoger is dan het openstaande saldo van de oorspronkelijke (geherfinancierde) lening, wordt enkel het deel dat dient voor het aflossen van het openstaande saldo van de eerder gesloten lening geacht de oorspronkelijke lening verder te zetten.

Een eventueel bijkomend ontleend bedrag wordt beschouwd als een nieuwe lening.

Voor uw oorspronkelijke (geherfinancierde) lening verandert in principe niets. Als u evenwel de looptijd van uw lening verandert, geldt de regeling zoals uiteengezet bij De looptijd van mijn lening wordt langer.

Wat is de impact van een hypotheekoverdracht (pandwissel)?

Voor mensen die reeds van de Vlaamse of geïntegreerde woonbonus genieten en een hypotheekoverdracht (ook wel ‘pandwissel’ of ‘hypotheekruil’ genoemd) doorvoeren, verandert er niets. De hypotheekoverdracht is een techniek waarbij de woning, waarvoor een hypothecaire lening werd aangegaan, wordt vervreemd (vb. verkocht) en de lening verder blijft bestaan. De oorspronkelijke hypothecaire inschrijving op het verkochte onroerend goed wordt daarbij normaal gezien overgebracht naar een ander onroerend goed (vb. de nieuwe gezinswoning).

We verwijzen naar de antwoorden inzake een wederopname, herfinanciering of looptijdwijziging als u de hypotheekoverdracht hiermee combineert.”

Tip. Deze laatste Vlaamse fictie van de zogenaamde pandwissel of hypotheekoverdracht (beide benamingen worden gebruikt) blijft dus van toepassing.  Ook wanneer u een andere woning (Y) aankoopt NA 1 januari 2020 en uw bestaande woning (X) verkoopt.  Zo kan u beide stelsels zelfs cumuleren nl én aan 6% registratiebelasting de woning Y aankopen én voor de woning Y alsnog de geïntegreerde woonbonus genieten !

De techniek van de pandwissel is samengevat de volgende.  U hebt een woning X waarvoor u de woonbonus geniet.  Maar u verkoopt deze woning X en wenst een andere woning Y aan te kopen.  Hierbij behoudt u de huidige bestaande hypothecaire lening van uw huidige gezinswoning X en deze zet u over naar uw nieuwe gezinswoning Y.  Of anders gesteld uw huidige lening wordt niet vervroegd terugbetaald, maar blijft verder lopen.  Let wel : wanneer men bijkomend een krediet moet afsluiten (omdat het openstaande krediet onvoldoende is) moet er wel rekening mee houden dat deze extra lening een nieuwe lening betreft waarvoor de woonbonus niet van toepassing is.  Op de website van de Vlaamse overheid wordt het zo verwoord : “Voor mensen die reeds van de Vlaamse of geïntegreerde woonbonus genieten en een hypotheekoverdracht (ook wel ‘pandwissel’ of ‘hypotheekruil’ genoemd) doorvoeren, verandert er niets. De hypotheekoverdracht is een techniek waarbij de woning, waarvoor een hypothecaire lening werd aangegaan, wordt vervreemd (vb. verkocht) en de lening verder blijft bestaan. De oorspronkelijke hypothecaire inschrijving op het verkochte onroerend goed wordt daarbij normaal gezien overgebracht naar een ander onroerend goed (vb. de nieuwe gezinswoning).”

De voorwaarden van de verlaagde registratiebelasting

Kort samengevat vermelden we de belangrijkste kenmerken wat de verlaagde registratiebelasting betreft :

–           Het dient te gaan over een ‘woning’ en deze woning moet in het Vlaams Gewest gelegen zijn.

–           De (zuivere) aankoop moet een geheelheid in volle eigendom uitmaken.

–           Aankoop door natuurlijke persoon

–           Geen eigenaar zijn van een andere woning of bouwgrond tenzij die binnen het jaar wordt verkocht

–           Verplichte inschrijving in het bevolkingsregister

–           Woning met energetische renovatie : registratiebelasting van 5 %

–           Woning bestemd voor verhuur aan een sociaal verhuurkantoor …

–           Bijkomende vermindering : bovenop het verlaagde tarief van 6 % kan de koper van een woning een bijkomende rechtenvermindering verkrijgen. Deze vermindering bedraagt nu 4.800 euro (bij toepassing van het 6%-tarief) of 5.600 euro (bij toepassing van het 7%-tarief).  Weliswaar  enkel wanneer de koopprijs (of verkoopwaarde) lager is dan 200.000 euro.  Wanneer de woning gelegen is in één van de ‘kernsteden’ of gemeenten uit de Vlaamse Rand rond Brussel geldt een verhoogde bovengrens van 220.000 euro.

Vermoedelijk zal deze verlaging 4.800 euro (bij 6%) bedragen of 4.000 euro (bij 5%).

–           De koper(s) moet(en) binnen 2 jaar hun inschrijving nemen in het bevolkingsregister op het adres van de gekochte woning.

Conclusie

Wie een bestaand krediet heeft lopen, dat geniet van de woonbonus, dient zich geen zorgen te maken.  Een looptijdverlening is echter vanaf 2020 wel niet meer mogelijk.

Nieuwe leningen afgesloten vanaf 2020 genieten geen woonbonus meer , maar de aankoop kan mogelijk in aanmerking komen voor de verlaagde registratiebelasting (6% of 5%).

Wie een aankoop doet in 2020 en een bestaande woning verkoopt (waar nog een krediet op liep dat in aanmerking komt voor de woonbonus) kan misschien zelfs beide cumuleren nl én 6% registratiebelasting én de woonbonus.  Dit door te werken met een pandwissel.

 

Leesonze boeken!

Heb je een vraag?

Beste lezer,

Zoals u weet is fiscale wetgeving een snel veranderende materie. Als u daarom twijfelt of een ouder artikel nog volledig up to date is, twijfel dan niet ons te contacteren…

Als je een creatief maar legaal advies nodig hebt, of als je met een opmerking of een idee zit, of je wilt een achterpoortje dubbelchecken, je wenst een second opinion, je hebt een vennootschap nodig,..of je wilt even bijpraten…