Vandaag leeft de gedachte bij velen om een groot dividend uit te keren. Dit wordt wel eens een superdividend genoemd. Waar komt plots deze gedachte vandaan ?  Waarmee zoal rekening houden ?

Het waarom …
De vrees bestaat immers dat de roerende voorheffing op dividenden op termijn (al dan niet korte termijn) wel eens zou opgetrokken worden.  Het dichtrijden van het gat in de begroting, weet u wel …  Of dit zo zal zijn is vandaag niet geweten.

Veel dividenden van vennootschappen genieten een tarief van 15% roerende voorheffing ipv 25% roerende voorheffing.  Let wel dat wanneer de vennootschap ontbonden wordt er een tarief van 10% roerende voorheffing verschuldigd is.  De vraag ook hier is of dit nog een lang leven zal kennen… 
De voorwaarden om het tarief van 15% roerende voorheffing te genieten zijn samengevat de volgende :
Dit verlaagd tarief is enkel van toepassing op de dividenden van aandelen die vanaf 1 januari 1994 werden uitgegeven.

Maar er zijn nog bijkomende voorwaarden  :

– de aandelen zijn uitgegeven ter vergoeding van een inbreng in geld;
– de aandelen mogen geen enkel toegekend voorrecht genieten;
– de aandelen moeten vanaf hun uitgifte op naam staan of de aandelen moeten vanaf hun uitgifte gedeponeerd zijn in een dossier open bewaargeving bij een bank. 
– De vennootschap mag geen overname doen van vermelde zaken van sommige personen.  Deze zaken zijn goederen die vóór 1 januari 1994 voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid werden gebruikt door de aandeelhouder, bestuurder, zaakvoerder of vennoot van de vennootschap die de overdracht verkrijgt of aandelen die deel hebben uitgemaakt van het privaat vermogen (opgelet hier werd geen periode bepaald) van de aandeelhouder, bestuurder, zaakvoerder of vennoot van de vennootschap die de overdracht verkrijgt of goederen die voor 1 januari 1994 hebben toebehoord aan een vennootschap waar de overdrager aandeelhouder, bestuurder, zaakvoerder of vennoot was.
– (…)

15% roerende voorheffing of 25% roerende voorheffing maakt wel degelijk een verschil.  Na vennootschapsbelasting (33,99%) en 15% roerende voorheffing is de globale fiscaledruk 43,89%.  Indien 25% roerende voorheffing is dit globaal 50,49%.

Waarmee zoal rekening houden ?

Vennootschapswetgeving

De vennootschapswetgeving legt een aantal limieten op.  Er mag geen dividend uitgekeerd worden wanneer op de datum van het afsluiten van het laatste boekjaar het netto-actief  gedaald is of zou dalen (door oa de dividenduitkering) beneden het gestort kapitaal, vermeerderd met de wettelijke of statutaire reserves.  Het netto-actief is het totaal bedrag van de activa zoals dat blijkt uit de balans, verminderd met de voorzieningen en de schulden.

Voor de uitkering van dividenden (en tantièmes) mag dit netto-actief niet omvatten het nog niet afgeschreven bedrag van de kosten van oprichting en uitbreiding

Tarief vennootschapsbelasting
Algemeen tarief VenB 33% 33,99% (*)
Verlaagd opklimmend tarief  
0 – 25.000 24,25% 24,98% (*)
25.000 – 90.000 31% 31,93% (*)
90.000 – 322.500 34,5% 35,54% (*)
(*) incl crisisbijdrage van 3% (weliswaar afgeschaft in de personenbelasting, doch niet in de vennootschapsbelasting)

Om het verlaagd tarief vennootschapsbelasting te genieten, moet aan de voorwaarden voldaan zijn :

“De volgende vennootschappen zijn uitgesloten van het verlaagd tarief :

• Vennootschappen die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50%, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld. Om te bepalen of de grens van 50% is overschreden, worden de aandelen die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen.
• Vennootschappen waarvan de aandelen die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meer andere vennootschappen en die geen door de Nationale Raad van de Coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen zijn.
• Vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13% van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk.
• Vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de Coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen, die ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk niet aan ten minste één van hun bedrijfsleiders een bezoldiging hebben toegekend die gelijk is aan of hoger is dan het belastbare inkomen van de vennootschap, wanneer die bezoldiging minder bedraagt dan 36.000 EUR. 
• (…)”
Kortom wanneer de vennootschap de 13%-grens overschrijdt dan verliest ze dat jaar het verlaagd tarief.  Het kan interessant zijn dit te doen in het jaar dat de winst lager is.  Ook is het vaak beter in één keer een groot dividend uit te keren.

Notionele intrestaftrek
De notionele interestaftrek bedraagt dit jaar voor de zogenaamde kmo’s 4,30% (3,8% + 0,5%). Wanneer de vennootschap een grote dividenduitkering plant, dan heeft de vennootschap vanaf het jaar nadien een kleiner eigen vermogen en dus een verlaging van de notionele interestaftrek.  De notionele intrestaftrek wordt immers berekend op het eigen vermogen (met een aantal correcties).

Ook niet te vergeten !
Een verlaging van het eigen vermogen betekent ook dat mogelijk twee andere zaken moeten aangepast worden nl de beleggingen en de rekening courant (RC).
– de beleggingen
“Vennootschappen die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50%, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld. Om te bepalen of de grens van 50% is overschreden, worden de aandelen die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen.”

Voorbeeld :
Vennootschap X heeft eigen vermogen van 100.000 euro.  Anderzijds heeft zij aandelen in bezit ter waarde van 40.000 euro.  De vennootschap plant een dividenduitkering van 50.000 euro.
Het eigen vermogen daalt tot 50.000 euro.  Wanneer de aandelen behouden blijven dan geniet de vennootschap het verlaagd tarief niet zolang deze grens overschreden blijft.  De aandelen verkopen kan een oplossing zijn, maar misschien niet gewenst omwille van bv verliezen die hierdoor moeten genomen worden.

– rekening courant
Wie geld in de vennootschap stopt dmv een rekening courant moet rekening houden met de volgende wettelijke bepaling :

“interest van voorschotten wanneer één van volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding :
– ofwel de in artikel 55 gestelde grens,
– ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.
Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefent, alsmede in voorkomend geval, elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van (…)”

Wanneer de RC deze grenzen niet respecteert dan wordt de intrest plots een dividend.

Een concreet voorbeeld maakt dit principe duidelijk.  X richtte de vennootschap op met een startkapitaal van 20.000 euro.  De reserves zijn ondertussen gegroeid tot 100.000 euro.   Het eigen vermogen bedraagt dus 120.000 euro. 

Hij heeft een RC aan de vennootschap verleend ten bedrage van 100.000 euro waarop een marktrente aangerekend wordt.  Op zich vandaag geen enkel probleem.  Maar wanneer het eigen vermogen daalt omwille van een dividenduitkering van bv 40.000 euro dan zal de RC ook moeten verlaagd worden.  Zoniet zal de rente op 20.000 euro (verschil tussen 100.000 euro en 80.000 euro (120.000 – 40.000)) fiscaal aanzien worden als dividend. 

En dit met alle gevolgen vandien : verlies verlaagd tarief en 25% roerende voorheffing ipv 15%.
Wie had er nu weer gezegd dat alles zou vereenvoudigd worden …

Lees onze ficale boeken

Heb je een vraag?

Beste lezer,

Zoals u weet is fiscale wetgeving een snel veranderende materie. Als u daarom twijfelt of een ouder artikel nog volledig up to date is, twijfel dan niet ons te contacteren…

Als je een creatief maar legaal advies nodig hebt, of als je met een opmerking of een idee zit, of je wilt een achterpoortje dubbelchecken, je wenst een second opinion, je hebt een vennootschap nodig,..of je wilt even bijpraten…