De BTW Sectie van een AOIF controlecentrum zijn niet bevoegd een vraag te stellen over een bestelwagen die op een bepaald tijdstip voor de bedrijfszetel werd geparkeerd. Een loutere vraagstelling in een onderzoek naar zwartwerk volstaat terzake niet. De opgelegde boete wegens het niet-antwoorden is ten onrechte opgelegd.

Een jaar na een AOIF controle vraagt de (BTW)administratie informatie over een bestelwagen die voor de bedrijfszetel was geparkeerd. De vennootschap weigert de informatie te verstrekken, ook na een rappel terzake. De administratie legt op grond van artikel 70, § 4  BTW  W. een administratieve boete van 2.500 euro op.  De belastingplichtige beweerde hierop te hebben geantwoord, doch legt hiervan niet het minste bewijs voor.  Na een nieuw betalingsverzoek dient de belastingplichtige een bezwaarschrift in waarin hij stelde via een gewone brief reeds de vereiste info te hebben overgemaakt. Tevens werpt hij op dat de AOIF, sector BTW niet gerechtigd was deze vraag te stellen. Ingevolge het niet betalen  van de boete wordt een dwangbevel betekend, waartegen de vennootschap verzet aantekent bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

Voor de rechter betwistte de administratie dat zij niet bevoegd zou zijn deze vraag te stellen die gemotiveerd was in het kader van een onderzoek naar zwartwerk. De gevraagde informatie kaderde aldus de administratie in het onderzoek naar de juiste heffing in hoofde van de huurder van de wagen. Met deze vage motivering neemt de rechter geen genoegen. Zo wordt geenszins gepreciseerd wat men bedoelt met “de juiste heffing” in hoofde van de huurder van de wagen”, meer bepaald welke btw-heffing wordt bedoeld. 

Hieruit leidt de rechter af dat de vraag om informatie noch in het algemeen, noch in concreto kadert binnen de uitoefening van de wettelijke bevoegdheden tot nazicht op de toepassing van de BTW. Kortom, de sector BTW van de AOIF controle waren niet bevoegd deze vraag te stellen. Aangezien de vraagstelling buiten dit kader plaatsvond, kan dit volgens de rechtbank gelijk gesteld worden met machtsafwending. De opgelegde boete is dan ook volkomen ten onrechte opgelegd, en wordt integraal ontheven.

(Rb. Antwerpen, 31 maart 2008).

Met Mr G Poppe