//Wie erft wat?

Wie erft wat?

Voor we hierop een antwoord kunnen geven moet er eerst een opdeling gemaakt worden tussen de erfgenamen. Ons wettelijk erfrecht heeft ook hier weinig aan het toeval over gelaten.  Die personen worden immers nauwgezet gedefineerd. Enerzijds hebben we de familie van de overledene.  Dit zijn zijn afstammelingen, zijn ascendenten, zijn bevoorrechte zijverwanten en uiteindelijk de gewone zijverwanten.  Deze opdeling gebeurt via orden en binnen elke orde volgens graad. De langstlevende echtgeno(o)t(e) mogen we in deze natuurlijk ook niet vergeten. Het is belangrijk onmiddellijk te vermelden dat samenwonenden die een verklaring hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijks stand of die zelfs een wettelijk samenlevingscontract aangegaan zijn wettelijk (nog) niet van mekaar erven.  We zullen verder zien dat in Vlaanderen samenwonenden onder voorwaarden fiscaal gelijk behandeld worden maar civielrechtelijk erven ze niet automatisch van mekaar.  Technieken zoals testament , beding van aanwas, … zullen dan nog steeds aan de orde zijn wil men hieraan verhelpen. 

2.1 De orden en de graden.

De orde is een groep van erfgenamen die alle andere erfgenamen uitsluiten of door een andere groep van erfgenamen uitgesloten worden.  Binnen elke orde speelt de graad een rol.

Er zijn vier orden :

  • de eerste orde:  dit zijn de descendenten (afstammelingen : kinderen, kleinkinderen, …)
  • de tweede orde : de bevoorrechte zijverwanten (de broers en zusters en/of hun afstammelingen) samen met de bevoorrechte ascendenten (de ouders);
  • derde orde: de ascendenten (ouders, grootouders, …) wanneer er geen bevoorrechte zijverwanten zijn.
  • vierde orde: de gewone zijverwanten (ooms, tantes, neven, nichten , …)

Binnen elke orde is de graad van belang.  De graad is niet meer dan de afstand tussen de overledene en de erfgenaam.

Er bestaat enerzijds –

de rechte lijn  : zoveel graden als er generaties zijn tussen de personenbv. vader – zoon = 1ste graad ;  zoon – grootmoeder = 2de graad-                    de zijlijn : hier rekent men vanaf een bloedverwant tot aan de gemene stamvader.  Deze telt men wel niet mee. Men rekent verder tot de andere bloedverwant.bv. broer – zuster = 2de graad ; oom – neef = 3de graad

2.2 De kloving

Dit grijpt plaats wanneer er erfgenamen zijn binnen de derde of vierde orde. De nalatenschap wordt netjes verdeeld in twee gelijke delen tussen enerzijds de bloedverwanten langs vaderskant en de anderzijds de bloedverwanten langs moederskant.  Elke helft van de nalatenschap wordt dan uiteindelijk afzonderlijk verdeeld en verder hebben de principes van de orden en graad hun belang.Bv.  X sterft en laat na zijn grootmoeder langs vaderskant en een tante langs moederskant.  Elk van beide zullen een helft erven door middel van de techniek van de kloving. Noot : in sommige gevallen wordt deze techniek afgezwakt of een bijzondere kloving vindt plaats.  Hierop gaan we verder niet in.

2.3 De plaatsvervulling

Plaatsvervulling betekent dat sommige bloedverwanten in de plaats zullen treden van de vooroverleden bloedverwant die mocht hij nog in leven geweest zijn zou geërfd hebben.  Deze techniek is enkel mogelijk bij overlijden. De techniek van plaatsvervulling  is mogelijk voor de afstammelingen van: –                    de kinderen van de overledene;-                    de broers en zusters van de overledene;-                    de ooms en tantes van de overledene. Wanneer er meerdere kinderen van een vooroverleden erfgenaam dan erven zijn ‘bij staak’.  Dit betekent dat zij gezamenlijk als één persoon de plaats van de vooroverledene innemen.Bv. X sterft en laat na kind 1 en de kinderen van kind 2 (kleinkinderen).  Kind 2 is reeds vooroverleden.Kind 1 erft de helft en de beide kleinkinderen erven (de staak van kind 2) ieder ¼.

2.4 Wie erft nu uiteindelijk wat ?

De eerste orde sluit de tweede orde uit, de tweede orde sluit de derde orde uit, enz…Binnen elke orde komt de eerste in graad voor de tweede in graad, enz … Eerste orde : Zoals reeds vermeld zijn dit de kinderen, kleinkinderen, …   Zij erven van hun ouders, grootouders, … ieder een gelijk deel wanneer ze uit eigen hoofde opkomen en per staak wanneer een of meerdere, d.m.v. de techniek van plaatsvervulling, opkomen.   Kinderen die ten volle geadopteerd zijn verliezen hun erfrechten in hun oorspronkelijke familie.  Kinderen daarentegen die gewoon geadopteerd zijn hebben een erfrecht ten opzichte van de familie van de adoptant (niet van de familieleden) en behouden hun erfrecht in de nalatenschap van de oorspronkelijke familie.

Tweede orde: Zijn er geen afstammelingen, dan komt de erfenis toe aan de broer(s) en/of zuster(s) en/of hun afstammelingen samen met de bevoorrechte ascendenten (ouders)   De ouders hebben elke recht op ¼  van de nalatenschap.  Het saldo is voor de broer(s) en/of zuster(s). Bv X sterft en laat na vader en twee zusters.  Vader erft ¼ en de zusters elk 3/8.

Derde orde: Als de overledene enkel zijn ouders nalaat dan vindt de techniek van de kloving plaats: elke linie bekomt één helft.

Vierde orde: Ook hier vindt de kloving plaats.

2.5 De langslevende echtgeno(o)t(e)

Tot heden hebben we de langslevende echtgeno(ot(e) nog niet ter sprake gebracht. Sinds 1981 echter is zij (of hij) een volwaardige wettige erfgenaam. Bij het overlijden van de echtgenoot erft de langslevende echtgeno(o)t(e) veelal het vruchtgebruik van de nalatenschap.

In het tweede deel zullen we echter zien dat dit niet altijd het geval hoeft te zijn. Het vruchtgebruik is het recht op de vruchten of het recht op het gebruik van het desbetreffende activum.  Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de intrest op de spaarrekeningen, de huuropbrengsten van het verhuurd pand, de dividenden op de aandelenportefeuille, …

De langslevende echtgeno(ot(e) erft het vruchtgebruik van de nalatenschap wanneer er ook nog afstammelingen zijn.  De afstammelingen op hun beurt erven de blote eigendom van de nalatenschap.Wanneer er geen afstammelingen maar wel andere familieleden zijn dan erft de langslevende echtgeno(o)t(e) het vruchtgebruik op de eigen goederen van de overledene en de volle eigendom van de huwelijksgemeenschap. Wanneer er  geen familieleden als erfgenaam meer zijn dan erft de langslevende echtgeno(o)t(e) de ganse nalatenschap in volle eigendom. Het erfrechtelijk vruchtgebruik, waarvan sprake, kan ook omgezet worden in volle eigendom, in geld of in een geïndexeerde rente.Het spreekt voor zich dat dit in onderling overleg kan plaats vinden doch het kan ook via gerechterlijk weg afgedwongen worden. Behoort de blote eigendom toe aan de afstammelingen dan kunnen zowel de afstammelingen als de langslevende echtgeno(o)t(e) de omzetting vragen.  Dit kan te allen tijde gevraagd worden. Behoort de blote eigendom echter toe aan anderen dan de afstammelingen dan kan de langslevende echtgeno(o)t(e) de omzetting vragen binnen een termijn van vijf jaar.  In uitzonderlijke gevallen kan zowel de blote eigenaar(s) de omzetting vragen als ook de termijn van vijf jaar kan verlengd worden. Noot de omzetting van de gezinswoning en de huisraad kan enkel mits de toestemming van de langslevende echtgeno(o)t(e) gevraagd worden.

Over de omzetting van het vruchtgerbuik zijn er nog twee zaken van belang.

Ten eerste wat is de waarde van het vruchtgebruik ? Er zal rekening moeten gehouden worden met een aantal factoren zoals de opbrengst van het desbetreffende activum, de levensverwachting van de vruchtgebruiker en de lasten die aan het activum kleven.  De waarde van het vruchtgebruik zoals we dit berekenen om de successierechten te berekenen kan hier een indicatie zijn doch niet meer dan dat.  Om tot een billijke verdeling te komen bestaan er tabellen binnen het notariaat. Ten tweede is er een bescherming ingebouwd voor de stiefkinderen.De waardebepaling volgens de vermoedelijke levensduur van de langstlevende echtgenoot zou zeer nadelige gevolgen kunnen hebben voor kinderen uit een vorig huwelijk wanneer de stiefouder zeer jong is (denken we maar aan de oude bok met het jonge blaadje).  De stiefouder is misschien zelfs jonger dan het oudste kind. In dat geval zouden deze kinderen bij omzetting de waarde van hun naakte eigendom zien wegsmelten als sneeuw voor de zon.  Om hieraan te verhelpen wordt aan de stiefouder een fictieve leeftijd toegemeten: nl. minstens 20 jaar ouder dan het oudste stiefkind. Noot echtgenoten uit een tweede huwelijk kunnen sinds 1 juni 2003 door middel van een huwelijkscontract of latere wijzigingsakte een regeling treffen waarbij de langstlevende echtgenote een deel of het geheel van de nalatenschap kan bekomen of kan afzien van zijn/haar rechten.  Dit is de zogenaamde Wet Valkeniers.  Op deze manier zal een tweede huwelijk in sommige gevallen door toedoen niet langer belet worden door erfrechtelijke belangen; Er dienen wel een aantal voorwaarden vervuld te worden : –                    Een van de echtgenoten moet afstammelingen of geadopteerde kinderen of hun afstammelingen hebben van voor dit huwelijk-                    De regeling moet worden opgenomen in de huwelijksakte of in een later wijzigingsakte-                    De ene echtgenoot kan deze regeling treffen zonder de ander te verplichten dit ook te doen-                    (…)

Deze regeling geldt is echter niet mogelijk voor de gezinswoning en de huisraad uit het eerste huwelijk, m.a.w. dit vruchtgebruik kan niet zonder het akkoord van de langstlevende echtgeno(o)t(e) omgezet worden. Er zijn in ons erfrecht erfgenamen aan wie de wet een gedeelte van de erfenis toekent dat hen door de erflater niet kan ontnomen worden.  Deze erfgenamen kunnen door de erflater onterfd worden doch maximaal ten belope van het beschikbaar gedeelte. Deze erfgenamen noemt men ook wel eens reservataire erfgenamen. Het gedeelte van de nalatenschap dat hen niet kan ontnomen worden noemt men de reserve of het voorbehouden gedeelte.

Deze reservataire erfgenamen zijn : –                    De afstammelingen-                    De langstelevende echtgeno(o)t(e)-                    De ascendenten Tabel :-                    Reserve kinderen :Aantal kinderen               Voorbehouden deel                       Beschikbaar deel                                               1                             1/2                                                         1/2                                               2                             2/3 (elk 1/3)                                        1/3                                               3 en meer           3/4 (elk 1/4 of minder)                    1/4 –                    Reserve ascendenten :¼ in elke linie indien geen kinderen en geen langstlevende echtgeno(o)t(e) (doch reserve kan worden uitgehold).-                    Reserve langstlevende echtgeno(ot(e) :½ van de nalatenschap in vruchtgebruik.  De langstlevende echtgeno(o)t(e) kan niet onterfd worden (behoudens uitzondering). Let op er bestaat een (kwantitatieve) reserve nl. het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad De overlevende echtgeno(o)t(e) kan zelfs haar reserve ontnomen worden mits naleving van de volgende voorwaarden 😮               feitelijke scheiding sedert meer dan 6 maanden;o               ontneming van de reserve bij testament;o               de erflater zelf moet voor zijn overlijden een afzonderlijke woonplaats gevorderd hebben via verzoekschrift bij het vredegerecht of de rechtbank.  De aanrekening van giften en legaten op het beschikbaar deel Het vermelden van de reserve is niet onbelangrijk.  Zoals reeds vermeld kennen we bepaalde erfgenamen die niet onterfd kunnen worden, de zogenaamde reservataire erfgenamen.  Om de gelijkheid tussen de erfgenamen te respecteren bestaan er bepaalde regels.   Schenkingen van vroeger moeten ingebracht worden in de nalatenschap (indien men erfgenaam is).  Mocht hieruit  duidelijk worden dat sommige erfgenamen te weinig hebben gekregen (lees hun reserve niet ontvangen) dan kunnen de schenkingen ingekort worden.  Er zal m.a.w. door de begiftigde een gedeelte moeten terug gegeven worden. Inzake schenkingen is er wel een verschil tussen de schenking buiten erfdeel of de schenking als voorschot op het erfdeel.  Ten belope van het beschikbaar deel kan de erflater immers een bepaalde erfgenaam toch iets extra toebedelen. De inbreng van de schenking van roerende goederen, met als waarde de waarde van de roerende goederen op moment van de schenking,  gebeurt door minderontvangst.   De inbreng van onroerende goederen gebeurt in principe in natura (weliswaar volgens de staat op het ogenblik van de schenking) met als gevolg dat het de waarde van het onroerend goed is op moment van het overlijden en niet de waarde ten tijde van de schenking.  Tenzij het onroerend goed ondertussen reeds verkocht werd of indien in de nalatenschap nog onroerende goederen aanwezig zijn die een gelijke aard en waarde kennen.

Ebook: De Vlaamse Successierechten

Laat je dit e-book aan jouw voorbijgaan dan is dit een doodzonde. Doe alstublieft aan intelligente en creatieve successieplanning en vermijd dat uw teerbeminde erfgenamen verder de bodemloze staatskas spijzen met uw zuurverdiende centen.

Gratis Inkijkexemplaar
vlaamse successierechten
2017-05-01T13:47:30+00:00
Donderdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

Erfrecht: wie erft wat? Editie 2017

Alle vragen rond erfenis en testament, kort en begrijpelijk uitgelegd in dit boek van 71 pagina's. Lees nu dit boek voor het te laat is!
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me