Men wil de bestaande vennootschap omvormen naar een patrimoniumvennootschap of er één oprichten. Maar welke vennootschapsvrom te kiezen? Vroeger dachten we spontaan aan de NV. Maar een NV heeft vandaag aan heel wat glans verloren. Dit omwille het afschaffen van de effecten aan toonder. In de mate dat dit al dan niet de beslissende factor kon zijn.  Vandaag  kennen de BVBA of CommVA een opmars bij de patromoniumvennootschappen.

De commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA)

Het voordeel van een Comm.VA zit hem in het feit dat schenkers zich een verregaande controle kunnen voorbehouden.  De aandelen kunnen, uitgezonderd enkele, immers geschonken worden aan de kinderen.  Dit met de nodige clausules (voorbehoud vruchtgebruik, last, onvervreembaarheidsclausule, enz …).  De ouders, tevens zaakvoerder en beherende vennoot van de comm.va, genieten een vetorecht.  Hier tegenover staat wel dat zij als beherende vennoot van de comm.va onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn.  Dit moet echter gerelativeerd worden in het kader van een patrimoniumvennootschap.

De besloten vennootschap met beperke aansprakelijkheid (BVBA)

Een BVBA echter is ook een optie.  Niettegenstaande de BVBA vennootschapsrechtelijk een aantal karakteristieken geniet, beperken we ons enkel tot het wetboek registratierechten. Want hier zijn een aantal duidelijke verschilpunten in kostprijs wat de registratierechten betreft wanneer het onroerend goed later aan de vennootschap moet onttrokken worden.  Hier kan de BVBA een voordeel opleveren.

Het principe is dat bij de onttrekking van een onroerend goed voor Vlaanderen 10% registratierechten moet betaald worden.
Maar hierop bestaan een aantal uitzonderingen.

Art. 129 W.Reg is hierbij van belang :
Het verkrijgen, anderszins dan bij inbreng in vennootschap, door één of meer vennoten, van in België gelegen onroerende goederen, voortkomende van een vennootschap onder firma of van een gewone commanditaire vennootschap, van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van een landbouwvennootschap geeft, welke ook de wijze zij waarop het geschiedt, aanleiding tot het heffen van het voor verkopingen gesteld recht.

In geval van afgifte van de maatschappelijke goederen door de vereffenaar van de invereffening gestelde vennootschap aan al de vennoten, is voorgaand lid van toepassing op de latere toebedeling van de goederen aan één of meer vennoten.

Lid 1 is niet toepasselijk zo het gaat om:
1° onroerende goederen welke in de vennootschap werden ingebracht, wanneer zij verkregen worden door de persoon die de inbreng gedaan heeft;
2° onroerende goederen welke door de vennootschap met betaling van het voor de verkopingen bepaald registratierecht verkregen werden, wanneer het vaststaat dat de vennoot die eigenaar van die onroerende goederen wordt deel uitmaakte van de vennootschap toen laatstgenoemde de goederen verkreeg.

Dit betekent dat onder de voorwaarden van art.129 W.Reg er geen 10% registratierechten moeten betaald worden.  In eerste instantie zal dit het algemeen vast recht zijn van € 25.  Ofwel houdt het hiermee op (vb EBVBA) ofwel zal er nog 1% registratierechten moeten betaald worden wanneer de vennoten later uit onverdeeldheid treden.

Voorwaarden :
Enkel de VOF, de Comm.V, de BVBA en de landbouwvennootschap komen in aanmerking.
In drie gevallen zal er geen 10% registratierechten moeten betaald worden :
– de verkrijging door alle vennoten samen
– de verkrijging door de vennoot die het onroerend goed heeft ingebracht
– de verkrijging door de vennoot van door de vennootschap tegen betaling van 10% verworven onroerend goed
Let wel: de andere fiscale regels (zoals de vennootschapsbelasting op de meerwaarde) zijn gelijk voor alle vennootschappen.

Gelden Onttrekken Aan De Vennootschap – Editie 2017

15 praktische mogelijkheden om gelden te onttrekken aan de vennootschap begrijpelijk uitgelegd in dit boek van 78 pagina’s.

Gratis Inkijkexemplaar

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Estate Planning Tip.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Vastgoedrecht.