U kunt uw vennootschap bepaalde investeringen laten verrichten (aankoop woning, personenwagen, enz.) of kosten laten dragen (verwarming, elek¬triciteit, telefoon, onderhoud en herstelling personenwagen, ver¬zeke¬rin¬gen, verkeersbelasting, enz.) die voor u een privévoordeel uitmaken. Die voordelen van alle aard zijn in uw hoofde belastbare be¬roeps¬in-kom¬sten.

Dat zal voor u meestal voordelig zijn omdat de voordelen van alle aard for¬faitair worden gewaardeerd, waarbij de forfaitaire fiscale waardering meestal lager ligt dan de werkelijke waarde van het voordeel. U hoeft alleen in uw situatie te berekenen of u al dan niet voordeel haalt uit de ¬forfaits, met andere woorden of uw werkelijke privékosten al dan niet ¬hoger liggen dan het forfait. Liggen ze hoger, dan kiest u voor de forfaitaire voordelen. Als ze lager liggen, dan kiest u om die kosten zelf te betalen.

Ook privékosten door uw vennootschap laten betalen i.p.v. privé en ze fiscaal door uw vennootschap als verworpen uitgave behandelen ?

Wanneer een bedrijfsleider (of een werknemer) een voordeel geniet uit de vennootschap dat m.a.w. gerelateerd is aan zijn beroepsactiviteit dan is dit voordeel in principe steeds aftrekbaar in de vennootschap omdat dit dient belast te worden bij de genieter (bedrijfsleider) als bezoldiging.  Dit is toch alleszins het principe.  Hierbij denken we aan kosten die normaliter niet thuishoren in de vennootschap maar door de bedrijfsleider zouden moeten worden betaald. 

Men heeft hier m.a.w. geen keuze te opteren voor het ene (te verwerpen uitgave in de vennootschap) of het andere (belastbaar voordeel van alle aard bij de bedrijfsleider). 

Dit werd vroeger reeds bevestigd in een aantal parlementaire vragen (Vraag nr. 68 van de heer Hatry dd. 22.03.1996 – Bull. nr. 764, pag. 2020 en Vraag nr. 948 van de heer Ghesquière dd. 08.03.1994 – Bull. nr. 740, pag. 1618). 

Hierover werd de minister recent nogmaals bevraagd. De vraag betrof het voorbeeld van kledij maar kan evengoed uitgebreid worden tot andere zaken.  De minister stelt ook nu weer dat vennootschappen die kledingkosten ten laste nemen, die niet voor fiscale aftrek in aanmerking, komen, hierdoor een voordeel verlenen aan wie deze kleding draagt (Vraag nr 102, I. Claes, 29 april 2008, V&A Kamer 2007-08, nr 31, dd 18 augustus 2008, p. 7923).
Recent heeft ook het Hof van Beroep te Luik dit principe gehanteerd  (Luik 15 februari 2006). 
Maar er is echter in deze een bijkomend gevaar. 

Elk voordeel dat de bedrijfsleider geniet waarvoor door de vennootschap geen fiche werd opgesteld dan riskeert de vennootschap een taxatie geheime commissielonen (309 % !) Let wel enkel uitgaven die in hoofde van de genieter als beroepsinkomsten belastbaar zijn worden met deze draconische maatregel geviseerd. Worden de uitgaven echter in hoofde van de genieter niet gekwalificeerd als een beroepsinkomen doch als een divers inkomen, dan kan deze aanslag niet worden toegepast.  Veelal zal het echter wel een beroepsinkomen uitmaken.  Trouwens bij bedrijfsleiders kennen we het zogenaamde attractiebeginsel dat stelt dat alle beroepsinkomsten die een bedrijfsleider ontvangt van de vennootschap waarvoor hij zijn mandaat uitoefent, beschouwd worden als bezoldigingen van bedrijfsleiders.

Let op de aanslag geheime commissielonen wordt niet toegepast indien de vennootschap kan aantonen dat de inkomsten door de genieter in een regelmatige aangifte werden opgenomen (art. 219, 4e lid WIB 92). Ook zal de Administratie hiervoor haar medewerking verlenen aan de vennootschap indien deze te goeder trouw is.
 
Wil men echter ‘ontsnappen’ aan deze aanslag van 309% dan kan de vennootschap de Administratie hierom verzoeken. De correctie kan dan gebeuren door ofwel het voordeel bij de bedrijfsleider te belasten als een beroepsinkomen ofwel de boekhouding te regulariseren door het voordeel als een opbrengst uit te drukken door het debiteren van de rekening courant van de bedrijfsleider. 

Veelal zal de tweede mogelijkheid de voorkeur wegdragen. Hierdoor is er van een voordeel van alle aard dan ook geen sprake meer en dus ook niet van een taxatie als beroepsinkomen in de personenbelasting (anders mogelijk ook bijkomend sociale zekerheidsbijdragen).

Let wel dat hierdoor de vennootschapswinst toeneemt (dus ook de vennootschapsbelasting) en dat de toename van de rekening courant ook betekent dat er hierop rente verschuldigd is zolang deze rekening courant niet afgelost wordt. Wie de rente niet betaalt ziet ook nu weer het beroepsinkomen toenemen of de rekening courant. Het rentetarief bedraagt echter 10,40% !