De gemeente waar u woont op 1 januari van het aanslagjaar, is hierbij bepalend. Met ‘woonst’ bedoelen we ‘effectief woont’ en niet louter een postbusadres.

In de commentaar op het wetboek inkomstenbelasting komt uitvoerig aan bod wat de spelregels zijn.
ComIB 3/101.

De fiscale woonplaats van een rijksinwoner (natuurlijke persoon die in België zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin heeft gevestigd) is gelegen in een welbepaalde Belgische gemeente. De juiste situering van de fiscale woonplaats van een belastingplichtige is belangrijk, vermits die fiscale woonplaats :

° de plaats van aangifte en van aanslag in de PB bepaalt;
° bepalend is voor het toepasselijk tarief van de aanvullende belasting op de PB (PB/gem. en PB/agg.);
° een weerslag kan hebben op de eventuele aftrek van bepaalde uitgaven als beroepskosten (b.v. de huur van een verblijf in de nabijheid van de plaats van tewerkstelling). ComIB 3/102

In de meeste gevallen zal de Belgische gemeente die als fiscale woonplaats van een belastingplichtige moet worden aangemerkt dezelfde zijn als de gemeente waar hij ingeschreven is in de bevolkingsregisters. 

De criteria die de inschrijving in de bevolkingsregisters regelen (zie 3/43), sluiten immers nauw aan bij de criteria voor het vaststellen van de fiscale woonplaats (zie 3/3 tot 15.14).

De inschrijving in de bevolkingsregisters van een bepaalde gemeente vormt evenwel niet het absolute bewijs van de fiscale woonplaats. 
Het kan immers voorkomen dat een belastingplichtige om redenen van belastingontwijking (b.v. hoge aanvullende belasting op de PB in de werkelijke woonplaats, simulatie van feitelijke scheiding, enz.) slechts voorwendt zijn fiscale woonplaats te hebben in een bepaalde gemeente waar hij zijn burgerlijke woonplaats heeft gevestigd of waarnaar hij ze verplaatst heeft, zonder dat hij aldaar werkelijk woont. 

Bij ernstige twijfel omtrent de echtheid van de door een belastingplichtige opgegeven fiscale woonplaats, moet de taxatieambtenaar in elk geval aan de hand van een geheel van feitelijke omstandigheden en gegevens onderzoeken in welke gemeente de werkelijke fiscale woonplaats van de betrokkene is gevestigd. Er moet alleszins vermeden worden aanslagen in de twee gemeenten te vestigen.

Wat de aangifteverplichting en de vestiging van de belasting betreft, behoren de rijksinwoners tot de bevoegdheid van de aanslagdiensten waarvan de gemeente van hun fiscale woonplaats afhangt (zie 305/1). In de regel is de plaats van aangifte en van aanslag de gemeente waar de fiscale woonplaats is gelegen op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

De door de gemeente gevestigde PB/gem. en door de agglomeratie waarvan de gemeente eventueel deel uitmaakt, gevestigde PB/agg. is verschuldigd door alle inwoners van de gemeente die belastingplichtigen zijn in de PB, m.a.w. alle natuurlijke personen die hun fiscale woonplaats in de gemeente hebben op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd en er tevens een aanslag in de PB verschuldigd zijn voor datzelfde aanslagjaar (zie ook 465/4 tot 6).

I.v.m. de Belgische gemeente die als fiscale woonplaats van een rijksinwoner moet worden aangemerkt, is gevonnist dat : 
de fiscale woonplaats kan worden gedefinieerd als die welke, in het licht van de feiten en omstandigheden die eigen zijn aan elk afzonderlijk geval, samenvalt met de zoniet bestendige dan wel voornaamste woning en met het centrum van de vitale belangen. 

In tegenstelling tot de bewering van de belastingplichtige (gedomicilieerd in Villance-Libin) dat hij slechts bijkomstig en om beroepsredenen in Sint-Jans-Molenbeek verblijft, kan uit de feitelijke omstandigheden (uitoefening van de beroepswerkzaamheid als bediende te Brussel, verblijf in Sint-Jans-Molenbeek in een appartement dat hij verworven heeft d.m.v. een lening en dat hij daadwerkelijk gedurende het grootste deel van de week betrekt samen met zijn echtgenote die er haar eigen huishoudelijke werkzaamheden uitoefent, het feit dat het gezin geen andere personen ten laste telt) worden afgeleid dat de verblijfplaats in Sint-Jans-Molenbeek zijn voornaamste woning en het centrum van zijn vitale beroeps- en gezinsbelangen is. 

Het betrekken van het huis in Villance-Libin tijdens de weekends en de vakanties, doet daaraan geen afbreuk (Brussel, 4.5.1982, Collin Paul, Fiscale Jurisprudentie, 82/112);

°  de fiscale woonplaats is, in de zin van de fiscale wet, een feitelijke woonplaats, gekenmerkt door een zekere standvastigheid, terwijl de zetel van het fortuin de plaats is die van nature gekenmerkt wordt door een zekere eenheid van waaruit deze wordt beheerd. 
In onderhavig geval bevindt het centrum van de economische belangen van rekwirant zich te Brussel, waar hij werkt, van waaruit hij zijn goederen beheert en waar het grootste gedeelte van zijn onroerende goederen gelegen is.

° Daar de fiscale woonplaats en de burgerlijke woonplaats niet noodzakelijk samenvallen, zijn de administratieve gronden die de wijziging van inschrijving van rekwirant in de bevolkingsregisters hebben mogelijk gemaakt, niet bepalend (Brussel, 24.5.1988, J.D., Bull. 681, blz. 633); 
het begrip fiscale woonplaats in de zin van art. 3, WIB (92) valt niet samen met dit van het burgerlijk recht. Daaruit volgt dat een inschrijving in de bevolkingsregisters niet dezelfde draagwijdte heeft in fiscale zaken als in burgerlijk of gerechtelijk recht. 

Het centrum van eisers economische belangen ligt in het Brusselse waar hij zijn beroep uitoefent, van waaruit hij zijn goederen beheert en waar zich het grootste deel van zijn onroerend en roerend bezit bevindt. Slechts deze omstandigheden dienen in aanmerking te worden genomen en alles wat tot het louter sentimentele behoort zoals het feit dat hij in Knokke met sport of cultuur bezig is, kan niet doorwegen (Brussel, 7.6.1988, Golstein Max, Bull. 685, blz. 1523);

° de fiscale woonplaats wordt gekenmerkt door het daadwerkelijk wonen op een welbepaalde plaats met de bedoeling er zijn hoofdverblijf te hebben. 
Omdat de verblijfplaats van eiseres onderscheiden is van haar "wettelijk" domicilie, dat slechts beantwoordde aan louter persoonlijke noodwendigheden, is die verblijfplaats, vanuit de feitelijke omstandigheden bekeken haar werkelijke fiscale woonplaats. Het is derhalve niet nodig een onderzoek in te stellen naar het argument nopens de aftrek als beroepskosten van de huur en de daarmee verband houdende lasten van een studio, waaromtrent de langdurige verplaatsing tussen de "wettelijke" woonplaats en de plaats van tewerkstelling als rechtvaardiging werd ingeroepen (Luik, 29.6.1988, Rochet Maryse, Bull. 684, blz. 1253);

° de vraag waar de fiscale woonplaats van een belastingplichtige is gevestigd, kan slechts worden beantwoord aan de hand van een geheel van feitelijke omstandigheden en gegevens. De feitelijke woonplaats wordt noodzakelijkerwijze gekenmerkt door een zekere permanentie of continuteit, en de zetel van het fortuin door een zekere eenheid van waaruit het wordt beheerd. 

Zo reveleert het Hof dat de fabriek van wijlen A.M. te X. en de villa te W. zijn permanent en vast operatiegebied was. Verder, dat de inschrijving in de bevolkingsregisters te Y. daaraan weinig wijzigde nu daarenboven bleek dat de nutsvoorzieningen van zijn villa aldaar nauwelijks gebruikt werden, dat de briefwisseling er vaak onbestelbaar was, er geen dienstpersoneel verbleef en een politiebrigadier getuigde van de geringe aanwezigheid van het echtpaar M.. De feitelijke woonplaats was dus te Z. gevestigd (Antwerpen, 29.11.1988, Erfgenamen A.M., Bull. 688, blz. 2391; in dezelfde zin : Antwerpen, 22.4.1993, Verheyen L., niet gepubliceerd); 
een gevangenis is een huis van bewaring en kan niet worden gelijkgesteld met een woonplaats waar men zijn voornaamste verblijfplaats heeft (Brussel, 16.5.1989, M.L., Bull. 708, blz. 2043);

Alhoewel de belastingplichtige (eerste assistent van de faculteit diergeneeskunde van de universtiteit te Luik waarvan de "tijdelijke" zetel zich te Kuregem bevindt) zijn officiële woonplaats heef behouden bij zijn ouders (Luik), bevindt zijn voornaamste verblijfplaats zich in Anderlecht, vermits die gemeente : 
 

° het centrum is van zijn beroepswerkzaamheden; 
° de plaats is waar hij vijf en een halve dag op zeven doorbrengt, a rato van 48 weken op 52; 
°  het centrum is van zijn financiële activiteiten. 

Bovendien bevindt het enige onroerend goed dat hij als eigenaar bezit en dat hij zelf betreft zich in Anderlecht. De aankoop van een appartement in Anderlecht vertolkte de wens van de betrokkene zijn onafhankelijkheid te verkrijgen door de stichting van een volledig afzonderlijk tehuis (Luik, 6.3.1991, Coignoul F., Bull. 721, blz. 2952).

OPGELET
Door van woonplaats te veranderen , moet u ook opletten met de forfaitaire berekening wat het voordeel van alle aard m.b.t.  de personenwagen betreft. 

Indien deze afstand meer bedraagt dan 25 km, dan wordt dit berekend op 7500 km zoniet 5000 km.  Onafgezien hoeveel kilometers privé er nog verder mee gereden wordt. 

In de berekening wordt ook rekening gehouden met de CO²-uitstoot die afhangt van het feit of het een benzine- of dieselmoter betreft.

Concreet betekent dit dat sinds 1 januari 2010 het belastbaar voordeel van de wagen bepaald wordt in functie van de CO2-uitstoot.

De volgende formule moet dan worden toegepast :
Aantal privé-km x Uitstoot vanCO2/km x coëfficiënt

Deze coëfficiënt bedraagt:
• 0,00210 eur/gr CO2 voor voertuigen op benzine, LPG of natuurlijk gas
• 0,00230 eur/gr CO2 voor dieselvoertuigen
Het bedrag van het voordeel per kilometer mag echter niet lager zijn dan 0,10 eur. Of m.a.w. het belastbare voordeel zal minstens 500 euro bedragen. 

Kortom door te verhuizen kan dit een hogere of lagere factuur opleveren …

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Estate planning.