Twee belangrijke fiscale voordelen zijn afhankelijk van het feit of het gebruik van het actiefbestanddeel afgestaan wordt aan een derde : het gaat om de investeringsaftrek en de degressieve afschrijving. In beide gevallen ligt de weigering onder vuur.

INZAKE DEGRESSIEVE AFSCHRIJVING

Principe

Het degressief afschrijvingsstelsel laat toe telkens een dubbele afschrijving te nemen op de restwaarde van het actiefbestanddeel.

Dit stelsel mag niet worden toegepast op vaste activa waarvan het gebruik wordt afgestaan aan derden  (art. 43, 2°, KB/WIB 92).

Dit houdt in dat niet degressief kan worden afgeschreven op bv. verhuurde onroerende goederen.

Bij leasing kan wel degressief worden afgeschreven, maar dan wel in hoofde van de leasingnemer, die gerechtigd is het actief te activeren en dus af te schrijven.

Ratio legis

Het verbod op degressieve afschrijving op voormelde activa, dat begin jaren negentig werd ingevoerd, moest een einde stellen aan de zogenaamde ‘tax-lease-operaties’, die werden aangeboden aan bedrijven om hun winsten te drukken. Het bedrijf in kwestie werd voorgesteld activa aan te schaffen en door te verhuren. De kosten verbonden aan het  door middel van een financiering verkregen en degressief afgeschreven actief overschreden de huuropbrengsten, waardoor een aftrekbaar verlies werd gecreëerd. Door de degressieve afschrijving te beletten, werd aan deze tax-lease operaties het nut ontnomen.

Onevenredige maatregel

De rechtbank van eerste aanleg te Leuven (Rb. Leuven 11.09.2009) ziet in het voormelde verbod op degressieve afschrijving een miskenning van het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel. De aangewende middelen (belemmering van misbruik) staan volgens deze rechtbank niet in redelijke verhouding tot het beoogde doel. Een degressieve afschrijving wordt dus wel toegestaan.

Dat deze rechtbank deze mening is toegedaan, verwondert niet echt vermits elders in het vonnis blijkt dat de rechtbank niet goed begrijpt waaruit het eventuele misbruik zou kunnen bestaan. De vraag is dan ook of dit vonnis veel navolging zal krijgen voor andere rechtbanken. Op te volgen …

INZAKE INVESTERINGSAFTREK

In een zaak met betrekking tot de investeringsaftrek ging het over de investeringsaftrek voor een gebouw (woning) waarvan de bedrijfsleider het genot heeft ? De fiscus gaat ervan uit dat geen investeringsaftrek kan worden toegekend omdat het gebuik van het actiefbestanddeel afgestaan is aan een derde.

Is bedrijfsleider een derde ?

De vraag stelt zich of een bedrijfsleider een derde is ten opzicht van zijn eigen vennootschap.

In de rechtsleer zijn er die menen dat de bedrijfsleider geen derde is, omdat hij een orgaan is van de vennootschap.

Ook de rechtbank van Brussel (Rb. Brussel 18.05.2005) is dezelfde mening toegedaan. De rechtbank ziet bijgevolg geen reden om de investeringsaftrek te weigeren.