Vennootschappen die tot dezelfde groep behoren zullen moeilijker onderling aan mekaar leningen fiscaal vriendelijk kunnen  toestaan.  Het is gebruikelijk dat bij KMO’s onderling leningen aan mekaar worden toegestaan. Een voorbeeld hiervan is een patrimoniumvennootschap die leent bij de exploitatievennootschap. 

Maar dit wordt voortaan bemoeilijkt door deze thin cap-regeling. De ene vennootschap zal de betaalde intrest aan de andere vennootschap niet langer onbeperkt in aftrek mogen nemen.

Let wel deze thin cap-regeling is echter wel niet volledig nieuw.  Er bestaat al langer een beperkte aftrekbaarheid wat de intrestaftrek betreft. Interest op een lening die verleend werd door een kredietverstrekker gelegen in één of ander belastingparadijs of betaald werd aan een  genieter die hierop niet of laag belast werd, waren vroeger ook reeds bij de Belgische vennootschap niet aftrekbaar. Dit in de mate dat het totaalbedrag van de leningen groter was dan zeven maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal op het einde van het belastbaar tijdperk (verhouding 7 op 1).  De intresten die deze grens overschreden waren reeds langer dan vandaag niet aftrekbaar.Deze bestaande regeling wordt voortaan aangepast en uitgebreid.

Voortaan is de intrest nog maar aftrekbaar tot een bepaalde verhouding van het totaalbedrag aan afgesloten leningen t.o.v. de som van de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestorte kapitaal op het einde van het boekjaar. Deze verhouding bedraagt 5 op 1. Let wel dat de reeds vermelde bestaande verhouding van 7 op 1 ook verlaagd wordt naar 5 op 1.  Kortom intresten van zowel leningen die afgesloten worden tussen verbonden ondernemingen (nieuw) als kredieten toegestaan door kredietverstrekkers gelegen in belastingparadijzen zijn voortaan maar aftrekbaar volgens een verhouding van 5 op 1.

Dit neemt niet weg dat de ontvangende vennootschap de intresten volledig in haar belastbaar inkomen zal moeten blijven opnemen.

Niet alle leningen worden door de nieuwe regel aangepakt. Enkel die leningen die verstrekt worden tussen zogenaamde verbonden vennootschappen (of kredietverstrekkers gevestigd in een belastingparadijs of een genieter die op de ontvangen interesten niet of zeer laag worden belast (waarop we verder niet ingaan)).

Dus een lening afgesloten bij de financiële instelling geeft geen enkel probleem.  Wat met verbonden vennootschappen bedoeld wordt moeten we ons richten tot art 11 Wvenn.

Weet echter dat het verder gaat dan enkel de moeder-dochtervennootschappen. 

Vennootschappen die onder dezelfde centrale leiding staan, vormen immers een consortium zonder dat er een verwevenheid op niveau van het aandeelhoudersschap hoeft te zijn tussen deze vennootschappen. Deze nieuwe aftrekbeperking geldt wel niet voor leningen die zijn aangegaan door : vennootschappen voor roerende leasing; vennootschappen waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit factoring of onroerende leasing, en dit binnen de financiële sector en voor zover de ontleende kapitalen effectief dienen voor leasing- en factoringactiviteiten, en vennootschappen met als voornaamste activiteit het uitvoeren van een project van publiek-private samenwerking, gegund na inmededingingstelling conform de reglementering inzake overheidsopdrachten.

Voorbeeld

Een expolitatievennootschap bestaat al verschillende jaren en heeft een mooie balans.  De patrimoniumvennootschap heeft enige tijd geleden een onroerend goed aangekocht.  I.p.v. alles te ontlenen bij de bankier opteerden de aandeelhouders/vennoten ervoor dat de exploitatievennootschap 500.000 euro zou uitlenen aan de patrimoniumvennootschap.

Jaarlijks wordt hiervoor een intrest aangerekend. Het eigen vermogen van de patrimoniumvennootschap bestaat uit een geplaatst kapitaal van 20.000 euro (einde van het jaar) en een overgedragen winst van 10.000 euro (begin van het jaar).  Vermits beide vennootschappen verbonden vennootschappen zijn (onder dezelfde centrale leiding) moeten we rekening houden met de thin cap-regeling..

Het gevolg hiervan is dat de intrest die de patrimoniumvennootschap betaalt aan de exploitatievennootschap nog maar aftrekbaar is op een bedrag van 150.000 euro nl  5 x  (20.000 euro + 10.000 euro).  Dus niet langer op de andere 350.000 euro.  Of anders gezegd tot een bedrag van 150.000 euro zijn de interesten bij de patrimoniumvennootschap aftrekbaar en de interesten op het andere gedeelte van de lening zullen dan ook worden opgenomen in de verworpen uitgaven.

Hoe dit probleem verhelpen ?

Een eerste optie

is dat de patrimoniumvennootschap een herfinanciering afsluit bij haar bankier.  Deze intrest is aftrekbaar, zonder discussie.

Een andere optie

is dat het eigen vermogen van de patrimonumvennootschap verhoogd wordt met 70.000 euro.  Zodoende wordt het eigen vermogen 100.000 (x 5 = 500.000 euro).  Dit zal moeten gebeuren via een kapitaalsverhoging, maar dit hoeft niet onmiddellijk te gebeuren.  Zolang het maar voor het einde van het belastbaar tijdperk heeft plaats gevonden.

Een derde optie

is dat privé een rekening courant wordt toegestaan aan de patrimoniumvennootschap.  Maar dat zal hier weinig soelaas brengen.  Deze mogelijkheid wordt immers wettelijk beperkt.  Enerzijds mag de rentevoet niet meer bedragen dan de marktrente en anderzijds mag het leningsbedrag van de rekening courant niet meer bedragen dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk. Vermits het eigen vermogen van de patrimonumvennootschap beperkt is, zal dit weinig oplossen.