Hiervoor kijken we naar art. 49 WIB 1992.  Dit artikel stelt : “Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.”  Krachtens art. 49 WIB 1992, en de erop betrekking hebbende vaste rechtspraak, mogen de bruto beroepsinkomsten slechts worden verminderd met de kosten die terzelfder tijd aan de volgende vier voorwaarden voldoen :  

1. ze moeten noodzakelijk met het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid verband houden;

2. ze moeten tijdens het belastbare tijdperk gedaan of gedragen zijn;

3. ze moeten gedaan of gedragen zijn om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden;

4. ze moeten door de belastingplichtige verantwoord zijn wat de echtheid en het bedrag ervan betreft. 

De vraag die in de praktijk meermaals gesteld wordt, is of alle kosten die een vennootschap betaalt ook aftrekbaar zijn (behoudens enkele specifieke uitzonderingen)..  Alle inkomsten die een vennootschap geniet zijn immers in principe belastbare inkomsten (behoudens enkele specifieke uitzonderingen). Het antwoord is echter dat dit niet het geval is.  Reeds vroeger heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat niet alle kosten die een vennootschap maakt beroepsmatig zijn en daardoor ook aftrekbaar zouden zijn.  Ondertussen heeft het Hof van Cassatie de gelegenheid gehad dit te herhalen.  Volgens het Hof van Cassatie zijn de uitgaven die een vennootschap maakt enkel aftrekbare  beroepskosten wanneer ze inherent zijn aan de uitoefening van haar beroepsactiviteit.  Dit betekent concreet dat de beroepskost aftrekbaar is wanneer deze kost gemaakt wordt tot de realisatie van haar maatschappelijk doel van deze vennootschap. 

M.a.w. over de bepaling of definiëring van het maatschappelijk doel van een vennootschap mag niet te lichtzinnig omgesprongen worden.  Het mag dus niet als een administratieve futiliteit aanzien worden.  Integendeel een grondige definiëring ervan is de boodschap.  Mogelijk zal het maatschappelijk doel op termijn moeten gewijzigd worden of uitgebreid worden.Dat dit geen academische discussie is bewijst immers de recente rechtspraak terzake.  U begrijpt dat het de Administratie is die meestal optreedt.  De Adminsitratie heeft niet zelden moeilijk met bepaalde fiscaal geïnspireerde constructies.  Constructies die veelal fiscaal geïnspireerd zijn (bv. vruchtgebruik).   In dit boek zullen we een aantal beroepskosten overlopen.  Maar het mag een rode draad zijn in dit boek dat de beroepskost enkel aftrekbaar is indien het maatschappelijk doel dit toelaat.  Is dit niet het geval dan is het wenselijk uw statuten (waarin het maatschappelijk doel opgenomen wordt) aan te passen.  Zoniet riskeert u een levendige discussie met de Adminsitratie.   

Maar opgelet enkel een aanpassing van de statuten geeft alsnog geen absolute zekerheid.  Getuige hiervan een vennootschap die actief is in de bouwsector en intresten betaald op leningen die de aankoop van aandelen moest mogelijk maken.  Zij mocht de intresten niet in aftrek nemen.  Niettegenstaande stond er in de statuten vermeld  dat roerende financiële handeligen kunnen worden nagestreefd maar dit moet rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het maatschappelijk doel van de vennootschap.  Dit was hier blijkbaar niet het geval met als resultaat geen aftrek van de kosten (Gent 24 oktober 2006). U bent gewaarschuwd …