WAT IS DE TE VOLGEN PROCEDURE : MOGELIJKHEID 1 ?

ANTWOORD

Een eerste mogelijkheid bestaat er in dat er een renovatieovereenkomst wordt afgesloten voor een pand dat wél beantwoordt aan de minimumnormen inzake veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid. Maar de huurder neemt de verplichting op zich het pand verder te verfraaien. Wat is dan de te volgen procedure ?

De renovatie-overeenkomst moet uiteraard schriftelijk afgesloten worden. Bovendien moet er een termijn worden bepaald waarbinnen de huurder de werkzaamheden moet uitvoeren. Tenslotte moet er voorzien worden in een “oplevering”. In de praktijk betekent dit dat verhuurder en huurder na het beëindigen van de werken, “samen” vaststellen dat de werken tijdig en correct volgens de regels van de kunst werden uitgevoerd.

ADVIES

U bent verhuurder
. Vermeldt duidelijk in de huurovereenkomst dat het om een “renovatie-overeenkomst” gaat. Omschrijf zo duidelijk mogelijk wat de verplichtingen zijn van de huurder. Op deze manier vermijdt u latere betwistingen.

U bent huurder. Zoals hiervoor gezegd zal nadat de werken uitgevoerd zijn, er een proces-verbaal worden opgemaakt. Maak hier een document voor op. Zet op dit document “proces-verbaal van oplevering”. Verder zet u er een datum op en de eventuele op- en aanmerkingen over de uitgevoerde werken. Zorg er voor dat de verhuurder en uzelf dit tekenen.

WETTEKST

Artikel 8 Woninghuurwet
De partijen kunnen te allen tijde schriftelijk overeenkomen dat de huurder zich ertoe verbindt op zijn kosten in het gehuurde goed bepaalde werken uit te voeren die door de verhuurder moeten worden verricht. Zij moeten de termijn bepalen waarbinnen de werken moeten worden uitgevoerd.
In dat geval kan van artikel 2 (van de Woninghuurwet) worden afgeweken op voorwaarde dat de voorgenomen werken er toe strekken het gehuurde goed in overeenstemming te brengen met de vereisten van dat artikel, dat deze werken precies omschreven worden, dat de aanvang voor de werken binnen een redelijk tijdstip is bepaald en dat geen huurgelden verschuldigd zijn tijdens de overeengekomen duur ervan, met dien verstande dat deze duur niet korter mag zijn dan degene die redelijkerwijze noodzakelijk is om ze uit te voeren.