De restschenking is in feite een variant op het zogenaamde restlegaat.

De techniek is de volgende. De schenker schenkt één of meerder roerende goederen aan een begiftigde. Maar hetgeen van de schenking nog overblijft (de rest) zal bij het overlijden van deze (eerste) begiftigde toekomen aan een andere, tweede begiftigde (onder de opschortende voorwaarde dat de tweede begiftigde de eerste begiftigde overleeft).

De eerste begiftigde kan de geschonken goederen verkopen doch niet schenken of legateren.

Maar hoe zit het nu met de schenkings- of successierechten ?

De Administratie stelt dat er sprake is van een dubbele schenking: een eerste schenking door de schenker aan de eerste begiftigde en een tweede schenking door de schenker aan de tweede begiftigde onder de opschortende voorwaarde dat de tweede begiftigde de eerste begiftigde overleeft. Wanneer men de eerste schenking notarieel laat doorgaan dan zullen de lage schenkingsrechten van toepassing zijn (3% of 7%).

Later bij het overlijden van de eerste begiftigde zullen opnieuw de schenkingsrechten (op het saldo) verschuldigd zijn en niet de successierechten. Dit kan een mooie besparing opleveren. Temeer dat de schenkingsrechten worden dan berekend volgens de band van verwantschap tussen de schenker en de tweede begiftigde. Vooral bij kinderloze koppels kan dit een mooi voordeel opleveren.