U heeft de fiscale amnestie ‘gemist’ of u beschikt nu over een belangrijke som geld die u wilt officialiseren. Wat nu? Ja, zoals u weet is er een nieuwe amnestieregeling. Deze is anders als de vorige amnestieregeling. De vraag is, of deze nieuwe amnestieregeling een aanrader is. Hoe werkt het? Wat is het fiscale kostenplaatje voor zij die ervoor kiezen…?  In 2005 werd er een nieuwe amnestieregeling ingevoerd ( de artikelen 121 tot en met 127 van de Programmawet van 27 december 2005 ). Men spreekt ook wel over de de éénmalige bevrijdende aangifte-bis" genoemd, verder geciteerd als de ‘EBA-bis’.  Het behelst een manier om de belastingplichtige de ontdoken belastingen alsnog te doen betalen zonder dat er onmiddellijk boetes of nalatigheidsintresten worden aangerekend. De regeling is te vergelijken met de regularisatiemogelijkheid (ComIB 444/8) die reeds bestond voor de EBA-wet (Wet van 31 december 2003). 

Wie kan regulariseren?

De volgende belastingplichtigen komen in aanmerking : binnenlandse en buitenlandse natuurlijke personen en rechtspersonen. Zij moeten wel onderworpen zijn aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting of de belasting der niet-inwoners. De rechtspersonen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn, zoals VZW's, vallen echter niet onder de wet. Tenzij de VZW in feite een verkapte vennootschap is. De belastingplichtige mag zich (enkel) laten vertegenwoordigen door die personen die verplicht zijn verdachte transacties te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (advocaten, revisoren, externe accountants, …). 

Welke belastingen kunnen geregulariseerd worden ?

Drie categorieën moeten hier onderscheiden worden :- te regulariseren BTW-handelingen – te regulariseren beroepsinkomsten- te regulariseren overige inkomsten (roerende, onroerende en diverse inkomsten). Het valt op dat sociale zekerheidsbijdragen uit de boot vallen. Dit in tegenstelling tot de EBA-wet. Ondertussen weten we wel dat de successierechten ook kunnen geregulariseerd worden . 

Wat is de kostprijs van de regularisatie ?

De te regularisen BTW-handelingen worden onderworpen aan dat BTW-tarief dat toen van toepassing zou geweest zijn. Ook de te regulariseren beroepsinkomsten worden onderworpen aan het normaal belastingstarief dat van toepassing zou geweest zijn (dus te verhogen met de aanvullende gemeentebelasting en crisisbelasting) mocht de belastingplichtige zijn belastingen toen correct betaald hebben.       

Voor de te regulariseren overige inkomsten is er vandaag echter nog onduidelijkheid of er al dan niet teruggegrepen wordt naar het vroegere tarief en of er aanvullende gemeente- en crisisbelasting moet betaald worden.  Belangrijk hierbij is dat er echter in tegenstelling tot de twee eerste categorieën, voor de derde categorie een boetesysteem ingevoerd werd voor diegenen die niet snel geneigd zijn te reageren. In de eerste zes maanden van 2006 hoefde er niets meer dan de verschuldigde belasting betaald te worden.  

Vanaf 1 juli 2006 kwam er echter een boete bij van 5 % van het verschuldigde bedrag en vanaf 1 januari 2007 werd deze boete nog verhoogd tot 10 %. 
Ook krijgt de belastingplichtige de garantie dat de geregulariseerde inkomsten (bijkomend) niet meer onderworpen kunnen worden aan de inkomstenbelastingen. In art. 122 §3 van de Programmawet van 27 december 2005 wordt ook bepaald dat de belastingverhoging van 100% die voorzien werd in de EBA-wet niet kan worden toegepast.  

De regularisatie-aanvraag

Een regularisatie-aanvraag kan worden ingediend door zich te richten tot het Contactpunt Regularisaties bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Dit contactpunt maakt deel uit van de Dienst Voorafgaande Beslissingen. In tegenstelling tot de eerste amnestieregeling – die langs de banken liep – moet u nu langs de fiscus passeren. Aangezien niet zoveel mensen van deze regeling gebruik maken, loopt u natuurlijk wel min of meer in de kijker. Zeker als u nog zakelijk actief bent. Dus toch ook iets om nog over na te denken… Het model van zulk een regularisatie-aanvraag werd vastgesteld bij KB van 9 maart 2006 . De nodige bewijsstukken maken deel uit van de regularisatie-aanvraag (toe te voegen in afzonderlijke bijlagen). Binnen een tijdsspanne van 30 dagen wordt de belastingplichtige schriftelijk in kennis gesteld van de ontvankelijkheid van de regularisatie-aanvraag. Bijkomend zal het bedrag van de verschuldigde belasting, te betalen binnen de 15 dagen, meegedeeld worden. Na de betaling ontvangt de belastingplichtige het regularisatie-attest. 

Hoe dikwijls kan men de procedure toepassen ?

De belastingplichtige zal hier echter slechts éénmalig een regularisatie kunnen aanvragen.  Uitgesloten regularisaties Ook nu is het niet mogelijk een regularisatie aan te vragen als er reeds een specifiek onderzoek aangekondigd is. Ook is het duidelijk dat geen regularisatie kan gevraagd worden voor inbreuken opgesomd in de preventieve anti-witwaswetgeving (BTW-carrousels, misbruik van vennootschapsgoederen, misbruik van vertrouwen, …). 

Wat krijgt de belastingplichtige in ruil voor zijn fiscale biecht ?

De belastingplichtige krijgt in ruil fiscale en strafrechtelijke immuniteit. Wat dit laatste betreft, wordt er meer zekerheid geboden dan bij de spontane regularisaties ‘oude stijl’.  

Garandeert de procedure de nodige anonimiteit ?

Hier hangt het antwoord af van de aard van de geregulariseerde belastingen. Wat de geregulariseerde beroepsinkomsten en BTW-handelingen betreft, is het antwoord duidelijk negatief. Er wordt immers een afschrift van het regularisatie-attest bezorgd aan de plaatselijke taxatiedienst. Dit betekent echter nog niet dat het attest mag aangewend worden om fiscale onderzoeks- of controleverrichtingen uit te voeren. Wat de overige geregulariseerde inkomsten (o.a. roerende inkomsten) betreft, is er wel anonimiteit. Het Contactpunt Regularisaties mag immers de verkregen inlichtingen niet bekendmaken aan de andere diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën. Het Contactpunt Regularisaties moet wel elke zes maanden verplicht een afschrift bezorgen van de lijst van de afgeleverde regularisatie-attesten aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking. In de praktijk kan altijd ook een onafhankelijk tussenpersoon, zoals wij, eerst anoniem gaan ‘polsen’ bij de administratie. Natuurlijk moet u ook beseffen dat u zelf uw erfgenamen enerzijds wel met officieel geld bedenkt als een van u zou overlijden, anderzijds ook met hoge tarieven in de successierechte van 27% en meer. Natuurlijk is ook een gedeeltelijke regularisatie mogelijk! 

Wat kost het? Het is duidelijk dat ook een buitenlandse rekening, tegoeden , … moet aangegeven worden. Zoniet spreken we duidelijk over fraude. Ook is het belangrijk te vermelden dat fiscale fraude inzake successierechten fiscaal een verjaringstermijn kent van 10 jaar en 5 maanden ! Ook bedraagt de boete 2 x het ontdoken successierecht wat voor Vlaanderen max 3 x 27% betekent !  Te verhogen met nalatigheidsintresten en correctionele straffen kan dit oplopen tot meer dan het ganse vererfde vermogen. En dan zwijgen we nog maar over de anti-witwaswetgeving (verbeurdverklaring) In principe is de te regulariseren belasting die belasting (RV, personenbelasting, …) die ten onrechte niet werd betaald onafgezien de fiscale verjarigstermijnen wil men strafrechtelijke immuniteit genieten !De praktijk leert ook dat de successierechten niet zelden 'overdreven' worden.  

In cijfers. Stel er werd 500.000 EUR officieel ontvangen en dit werd geparkeerd in Luxemburg. Dan gaat men nu vijf jaar terug. Zoals dat vaak gebeurt Er wordt dan gezegd : er werd bv. per jaar 25.000 EUR (5%) niet aangegeven of 125.000 EUR op vijf jaar tijd. Hierop moest 15% betaald worden of 18.750 EUR. Hierop komt dan 10% boete of 1870 EUR. Dus u betaalt dan bv. in dit voorbeeld 20.625 EUR en afgelopen. Is het geld van bv. korte tijd geleden en kan de fiscus er nog aan, dan zijn er mogelijk nog andere fiscale implicaties in België. Natuurlijk u maakt het geld ook officieel naar de kinderen toe bv. Dit betekent dat zij er ook later successierechten zullen op betalen bv. 

Verjaringstermijnen in België 

In België zit u nog met echte verjaringstermijnen; Dit betekent dat u eigenlijk na 8 jaar met niet aangegeven geld officieel naar buiten kunt komen zonder dat er moet geregulariseerd worden bijvoorbeeld. Het gaat dan wel om het geld dat 7 jaar geleden of langer daar werd geparkeerd. 

Voor de belastingen: als de fiscus vaststelt dat inkomsten niet aangegeven werden in de vijf vorige jaren, kan hij de bijkomende aanslagtermijn toepassen. Die termijn begint dan te lopen op het moment dat de fiscus ‘kennis krijgt’ van de feiten. De fiscus mag dan een bijkomende aanslag vestigen, maar hij mag geen verdere onderzoeken doen (bv. u vragen stellen), dit is m.a.w. geen ‘onderzoekstermijn’. 

Voorbeeld. Op 11 november 2006 deelde de buitenlandse fiscus aan uw controleur mee dat u in 2001 (één van de vijf vorige jaren dus) vergeten bent om de inkomsten van 2000 van een buitenlandse rekening aan te geven in België. Vanaf het moment dat de controleur hier ‘kennis van krijgt’ (de mededeling van de buitenlandse fiscus), had hij tot voor kort dus een jaar om nog een aanslag te vestigen of m.a.w. tot 11 november 2007. Pas daarna kon u dus echt gerust zijn…Maar sinds een aantal jaren heeft de fiscus dus nog een jaar extra de tijd om die aanslag te vestigen als het tenminste gaat om niet-aangegeven buitenlandse inkomsten. In ons voorbeeld zou de fiscus nog de tijd hebben tot 11 november 2008 om de aanslag te vestigen. Betekent dit dan dat het nu een jaar langer duurt vooraleer u gerust bent? Van belang blijft nog steeds het moment waarop de fiscus kennis krijgt van de buitenlandse inkomsten. Dat is immers het moment waarop de bijkomende aanslagtermijn begint te lopen. Als de fiscus in ons voorbeeld m.a.w. eind 2006 niet op de hoogte werd gebracht van uw buitenlandse inkomsten, dan bent u er altijd definitief van af. De bijkomende termijn kan dan niet meer ingeroepen worden, ongeacht of die nu 12 of 24 maanden bedraagt… Eigenlijk kan de fiscus dus geen jaar verder teruggaan, maar als hij tijdig kennis krijgt van niet-aangegeven buitenlandse inkomsten, dan heeft hij voortaan wel een jaar meer de tijd. 

Voor de successierechten: In bepaalde gevallen heeft de fiscus zelfs tien jaar de tijd om u nog te komen lastig vallen. Deze termijn wordt dan gerekend vanaf het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte normaal gezien moest gebeuren (meestal vijf maanden na het overlijden). Het gaat hier meer bepaald om de gevallen waar u bepaalde roerende goederen (bv. effecten, kunstvoorwerpen, juwelen) niet (of niet helemaal) heeft aangegeven. Hetzelfde geldt als u gewoon geen aangifte van nalatenschap heeft ingediend. Dus na 10 jaar en vijf maanden bent u hier gerust.