WANNEER KAN DE VERHUURDER NU JUIST OPZEGGEN VOOR EIGEN GEBRUIK ?

ANTWOORD

Een verhuurder kan dus op ieder ogenblik voor “eigen gebruik” opzeggen (bv. na 15 maanden of na 6 jaar, het maakt allemaal niet uit). De opzeggingstermijn bedraagt zes maanden. Deze termijn begint te lopen op de eerste dag van de maand volgend op die waarin de opzegging wordt gegeven. Als de verhuurder opzegt op  bv. 15 augustus, dan begint de termijn van zes maanden te lopen vanaf 1 september.

ADVIES

U bent verhuurder. De woninghuurwet schrijft voor dat de verhuurder (of iemand van zijn familie) het goed binnen een termijn van een jaar zelf moet “betrekken”, en dit gedurende minstens twee jaar (doorlopend). Dit is ruimer dan “bewonen”, m.a.w. de verhuurder of zijn familie moet er niet effectief gaan wonen of zich er domiciliëren. Het is perfect mogelijk dat men er bv. zijn tweede verblijfplaats heeft (bv. als vakantiehuisje). Ook het uitoefenen van handel of een vrij beroep wordt als “betrekken” beschouwd. Er is zelf een vonnis waarin iemand het pand gebruikte als opslagplaats voor een videotheek. De rechter beschouwde dit ook als een “werkelijk betrekken”. Bij discussie zal de rechter kijken naar de feitelijke omstandigheden om uit te maken of er werkelijk sprake is van een “eigen gebruik”. Het komt er op neer dat de familie van de verhuurder het goed op een redelijke manier zelf zal moeten gebruiken. Dus het gaat niet op om er gewoon wat “rommel” te zetten zonder dat er verder iets met het pand gebeurt. Stel dat het pand vier verdiepingen heeft en een familielid van de verhuurder betrekt enkel het gelijkvloers. Is dat in orde ? Ja, in principe wel. Niemand zegt dat het volledige pand moet betrokken worden. Maar u kan als verhuurder niet iemand opzeggen die enkel de eerste verdieping huurt om daarna enkel het gelijkvloers te gebruiken.

U bent huurder. De verhuurder zal zijn voornemen moeten uitvoeren en binnen het jaar nadat de opzegtermijn is verstreken de woning zelf (of zijn naaste familie) moeten “betrekken” en dit ononderbroken gedurende tenminste 2 jaar. Als er geen persoonlijk gebruik wordt gemaakt van het pand, dan kan de huurder een schadevergoeding eisen van 18 maanden huur. Bij discussie draagt de verhuurder de bewijslast. Hij kan dit bv. aantonen met gas-, water- en elektriciteitsfacturen, telefoonrekeningen, de aanwezigheid van meubilair e.d., en zelfs met getuigen. Ook kan men de hier besproken opzeggingsmogelijkheid voor “eigen gebruik” contractueel uitsluiten. De verhuurder moet hier uiteraard mee instemmen.

WETTEKST

Artikel 3 § 2 Woninghuurwet
“De verhuurder kan de huurovereenkomst evenwel te allen tijde beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden, indien hij voornemens is het goed persoonlijk en werkelijk te betrekken of het op dezelfde wijze te laten betrekken door zijn afstammelingen, zijn aangenomen kinderen, zijn bloedverwanten in opgaande lijn, zijn echtgenoot, door diens afstammelingen, bloedverwanten in opgaande lijn en aangenomen kinderen, door zijn bloedverwanten in de zijlijn en de bloedverwanten in de zijlijn van zijn echtgenoot tot in de derde graad.
Wordt de opzegging gegeven opdat bloedverwanten in de derde graad het goed kunnen betrekken, dan kan de opzeggingtermijn niet verstrijken vóór het einde van de eerste driejarige periode vanaf de inwerkingtreding van de huurovereenkomst”.