/, Belastingen Tip/Voortaan voor iedereen een elektrische bedrijfswagen?

Voortaan voor iedereen een elektrische bedrijfswagen?

Het is u misschien ook al opgevallen, maar vandaag is het geen uitzondering meer een elektrische wagen in het straatbeeld tegen te komen. Zonder reclame te willen maken zijn dit vaak wagens van het merk ‘Tesla’. Deze wagens rijden enkel op elektriciteit … (dus geen zogenaamde hybride wagens).

Niettegenstaande de hoge kostprijs (om en bij 100.000 euro) komen we ze vandaag regelmatig tegen. Zou de fiscaliteit hier voor een stuk mee verantwoordelijk zijn ?

Die kans is zeer groot. We bekijken dit even voor u.

De forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard van een firmawagen is sinds enige tijd (1 januari 2012) gevoelig gewijzigd (lees verhoogd). Kort samengevat is het de volgende regel.  Er wordt voortaan naast de CO²-uitstoot van de wagen bijkomend rekening gehouden met de kostprijs van de wagen. Deze nieuwe regeling is trouwens al meermaals aangepast. De voordelen van alle aard voor de gratis terbeschikkingstelling van bedrijfsvoertuigen worden berekend op de cataloguswaarde en de CO²-uitstoot van de voertuigen, volgens de volgende formule:

Voordeel alle aard = cataloguswaarde x % (CO²-coëfficiënt) x 6/7 x ouderdomscoëfficiënt

Onder cataloguswaarde wordt begrepen: de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier, inclusief betaalde BTW en opties, zonder rekening te houden met de kortingen, verminderingen, afslagen en restorno’s.

De basis CO²-coëfficiënt bedraagt 5,5% voor een CO²-uitstoot van:

–      93 g/km voor de dieselvoertuigen

–      112 g/km voor de benzinevoertuigen

Wanneer de uitstoot hoger ligt dan deze referentie-uitstoot wordt de CO²-coëfficiënt met 0,1% per CO²-gram verhoogd, met een maximum van 18%.  Wanneer de uitstoot lager ligt dan de referentie wordt dat percentage met 0,1% per CO²-gram verminderd, met een minimumpercentage van 4%. Het bepaalde voordeel mag nooit lager liggen dan de te indexeren 1.250 euro (waarde 2014) per jaar. Dit mechanisme om het voordeel te bepalen zal automatisch worden aangepast om rekening te houden met de jaarlijkse evolutie van de CO²-uitstoot van het wagenpark.

Bijkomend wordt er nog een ouderdomscoëfficiënt aan toegevoegd. Na 12 maanden daalt het voordeel jaarlijks met 6% per jaar tot een limiet van 70%.

Of in een tabel opgenomen, dient het berekende voordeel zoals hierboven vermeld nog te worden vermenigvuldigd met het volgende percentage:

Van 0 tot12 maanden:         100%

Van 13 tot 24 maanden:        94%

Van 25 tot 36 maanden:        88%

Van 37 tot 48 maanden:        82%

Van 49 tot 60 maanden:        76%

Vanaf 61 maanden :              70%

Een begonnen maand wordt voor een volle maand geteld.

Nemen we even het voorbeeld van zo’n een Tesla-wagen. De kostprijs is 100.000 euro (stel) dan is het voordeel van alle aard: 4% x 100.000 euro x 6/7 = 3.428 euro op jaarbasis.

Dit vindt u terug in het antwoord op vraag 27 (Faq bedrijfswagens).

“27. Hoe moet het voordeel van alle aard worden berekend voor een bedrijfswagen die uitsluitend wordt aangedreven met een elektrische motor?

Voor een bedrijfswagen die uitsluitend wordt aangedreven met een elektrische motor en met bijgevolg een uitstoot van 0 gram CO2 per kilometer moet voor de bepaling van het belastbaar voordeel van alle aard een CO2-percentage van 4 pct. worden toegepast, namelijk het minimum van toepassing zijnde basispercentage.”

Niet slecht voor zulk een dure wagen …

En wat te denken van de fiscale aftrekbaarheid van de kosten?

De afschrijvingen zijn mogelijk ten bedrage van 120% ervan en dus niet in de personenbelasting aan 75% of in de vennootschapsbelasting in functie van de CO²-uitstoot.  De latere meerwaarde op de wagen wordt wel niet beïnvloed door de 120%-aftrek.

Ook de andere kosten zijn voor 120% aftrekbaar met uitzondering van de brandstofkost (hier de elektriciteit). De brandstofkost is aftrekbaar voor 75% wat hier de elektriciteitsfactuur betreft. De aftrekbaarheidsregel van de zogenaamde kost eigen aan de werkgever ‘ondergaat’ voor 70% de 20% verhoging (zie verder).

Voor vennootschappen is het de volgende tabel die van belang is inzake de CO²-uitstoot

CO²-uitstoot (per km) CO²-uitstoot (per km) Aftrekpercentage
Diesel Benzine
Minder dan 60 gr Minder dan 60 gr 100 %
61 gr – 105 gr 61 gr – 105 g 90 %
106 gr – 115 gr 106 gr – 115 gr 80 %
116 gr – 145 gr 126 gr – 155 gr 75 %
146 gr – 170 gr 155 gr – 180 gr 70 %
171 gr – 195 gr 181 gr – 205 gr 60 %
Meer dan 195 gr Meer dan 205 gr 50 % (*)

(*) ook indien CO² niet gekend is

Zoals vermeld, is het voor elektrische wagens (uitstoot 0 gram CO² /km) 120%.

Voor de volledigheid vermelden we nog de volgende parlementaire vraag (PV 818, Luk Van Biesen dd. 20 maart 2014) :

“De kosten verbonden aan het elektrisch voertuig zijn in de vennootschapsbelasting niet onderworpen aan een aftrekbeperking, maar zijn in tegendeel aftrekbaar ten belope van 120% (artikel 198bis, WIB 1992). 1. Zijn de kosten van de elektriciteit waarmee het voertuig wordt opgeladen aan te merken als brandstofkosten, en dus onderworpen aan de aftrekbeperking van 75% (cf. aanhef artikel 198bis, WIB 1992)? 2. Hoe zal het elektriciteitsverbruik van de wagen worden vastgesteld, gelet op het feit dat de elektriciteitsfactuur op dat vlak geen onderscheid zal maken? 3. Kan u bevestigen dat, wat betreft de aftrekbaarheid van de kosten, de bezoldigingstheorie moet worden toegepast, waardoor de verhoogde aftrekbaarheid niet zal spelen ten belope van 70% van het voordeel van alle aard (VAA) dat werd belast in de personenbelasting (PB) omdat deze kost in toepassing van voormelde theorie als een bezoldiging moet worden aangemerkt en dus slechts voor 100% aftrekbaar is? 4. Komen de kosten van een oplaadpunt in aanmerking voor 120% aftrekbaarheid? 5. a) Komen de kosten van een oplaadpunt in aanmerking voor de verhoogde investeringsaftrek? b) Zo neen, komen de kosten van een oplaadpunt in aanmerking voor de gewone investeringsaftrek voor kmo’s, zoals deze sinds 1 januari 2014 van kracht is? 6. Wanneer een werkgever aan de werknemer of bedrijfsleider een kilometervergoeding uitbetaalt voor kosten eigen aan de werkgever wordt er van uitgegaan dat deze vergoeding voor 30% betrekking heeft op brandstofkosten en voor 70% op andere kosten (cf. Com.IB., nr. 66/51). Wanneer deze vergoeding betrekking heeft op een elektrisch voertuig, is het dan zo dat de voormelde 70% voor 120% aftrekbaar is, en voormelde 30% voor 75%? 7. Is de opdeling 70/30 nog wel opportuun, gelet op het feit dat de elektriciteitskosten in werkelijkheid veel minder zullen bedragen dan 30% van de totale autokosten? 8. In het geval van een bedrijfsleider die een elektrische wagen ter beschikking heeft en van wie de elektriciteitsfactuur wordt gedragen door zijn vennootschap, maakt het “VAA elektriciteit” geen dubbel gebruik uit met het “VAA bedrijfswagen”, gelet op het feit dat er reeds een voordeel voor elektriciteit weerhouden werd en in het VAA bedrijfswagen een gedeelte van het voordeel betrekking heeft op de elektriciteit die dient als brandstof voor de bedrijfswagen?
Gepubliceerd antwoord
1. De kosten van elektriciteit kunnen worden beschouwd als brandstofkosten waarop de aftrekbeperking van 75 % van toepassing is. 2. Algemeen geldt als basisprincipe dat de beroepskosten slechts mogen worden afgetrokken door de belastingplichtige indien hij de echtheid en het bedrag ervan verantwoord door bewijsstukken. Alleen wanneer het praktisch niet mogelijk is die stukken voor te leggen kunnen andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen (met uitzondering van de eed) worden aanvaard of kan een individueel of een collectief akkoord afgesloten worden. 3. De totale brandstofkosten zijn in de vennootschapsbelasting aftrekbaar tot beloop van 75 %. De totale overige kosten zijn in de vennootschapsbelasting – wat voertuigen betreft die een uitstoot hebben van 0 gram CO2 per kilometer – aftrekbaar tot beloop van 120 %. Er wordt aan herinnerd dat de aftrek van 20 % die wordt aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten en het behoud ervan onderworpen zijn aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde. Gelet op de bijzondere berekeningswijze van het voordeel van alle aard die enkele jaren geleden ten aanzien van bedrijfswagens werd doorgevoerd, wordt de door het geachte lid genoemde ‘bezoldigingstheorie’ door de administratie niet meer gevolgd (zie het antwoord op parlementaire vraag nr. 138 van Kamerlid Dirk Van der Maelen, Vragen en Antwoorden Kamer, 2013/2014, nr. 158). 4. Onder de voormelde tot 120 % aftrekbare ‘overige’ kosten voor het gebruik van een elektrische wagen (cfr. een voertuig met een uitstoot van 0 gram C02 per kilometer) mogen ook de kosten van een oplaadpunt worden gerekend. 5. De investeringen in oplaadstations voor elektrische voertuigen die werden gedaan in de jaren 2010 tot 2012 kwamen in aanmerking voor een verhoogde investeringsaftrek. Voor de vaste activa die nieuw zijn verkregen of tot stand gebracht in de jaren 2014 en 2015 kunnen KMO’s de gewone investeringsaftrek verkrijgen voor zover die vaste activa rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die door de vennootschap werkelijk wordt uitgeoefend. 6. In verband met de vergoeding die wordt uitbetaald als kosten eigen aan de werkgever in verband met het gebruik van een elektrische wagen (cf. een voertuig met een uitstoot van 0 gram CO2 per kilometer), is 70 % van de bedoelde vergoeding inderdaad voor 120 % aftrekbaar, en de overige 30 % voor 75 %. 7. De opdeling 70/30 lijkt nog altijd opportuun. 8. Wanneer de door de vennootschap verstrekte elektriciteit uitsluitend heeft gediend voor het opladen van de elektrische bedrijfswagen, moet er slechts één voordeel ten name van de bedrijfsleider worden belast, namelijk het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig. Wanneer de door de vennootschap verstrekte elektriciteit daarentegen ook wordt aangewend voor andere privédoeleinden, moet er ten name van de bedrijfsleider zowel een voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig als een voordeel van alle aard voor de kosteloze verstrekking van elektriciteit worden belast. In dit geval maakt het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gesteld voertuig geen dubbel gebruik uit met het voordeel van alle aard voor de kosteloze verstrekking van elektriciteit, aangezien bij de vaststelling van het eerste voordeel van alle aard geen rekening wordt gehouden met het feit of de brandstof, in dit geval elektriciteit, al dan niet ter beschikking wordt gesteld en het tweede voordeel van alle aard forfaitair wordt vastgesteld op een vast bedrag ongeacht de hoogte van het elektriciteitsverbruik. “

Noot: wat vraag en antwoord op nr. 3 betreft, is ondertussen terug duidelijk dat de bezoldigingstheorie wel degelijk nog van toepassing is. Dit vindt u terug op de website van de heer Geens (www.koengeens.be). Dit maakt dat de vraag van de vraagsteller zeker relevant is. O.i. dient omwille van de bezoldigingstheorie toepassing gemaakt te worden van 100% en niet van 120% in de beperking van de verworpen uitgaven.

Let echter wel op dat in de vennootschapsbelasting (dit in tegenstelling tot de personenbelasting) de 120% aftrekbaarheid onderhevig is aan de zogenaamde onaantastbaarheidsvoorwaarde. Dit maakt dat de belastingvrije reserve (die ontstaat door de onaantastbaarheidsvoorwaarde) maar tijdelijk van aard is. Bij een latere ontbinding en vereffening van de vennootschap zal deze belastingvrije reserve belast worden.

Voor wat de boekhoudkundige verwerking betreft, verwijzen we graag naar een advies van de CBN (2013/15 dd. 27 november 2013).

Graag vermelden we ook dat een volledig elektrische wagen vrijgesteld is van BIV en de verkeerbelasting bedraagt 76,69 euro.

Besluit

Het rijden met een elektrische bedrijfswagen is fiscaal niet oninteressant, integendeel. De kostprijs maakt echter dat het vooral bij de bedrijfsleiders van toepassing zal zijn en niet bij de werknemers.

 

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen Tip.

2014-06-24T20:00:24+00:00

Gratis Ebook: Bulgarije, ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
DOWNLOAD NU

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me