//Verwante vennootschappen letten best op…

Verwante vennootschappen letten best op…

Wanneer een Belgische vennootschap aan een verwante vennootschap een abnormaal of goedgunstig voordeel verleent, kunnen deze voordelen niet afgezet worden tegen overgedragen verliezen. Dit is met name het geval wanneer een vennootschap onroerende goederen verhuurt aan een verwante vennootschap, die ze op haar beurt door verhuurde aan een derde (Rb. Antwerpen, 23 september 2008).

Een immobiliënvennootschap A verhuurt drie onroerende goederen aan een verwante vennootschap B die ze op haar beurt verhuurde aan een derde onafhankelijke huurders.  B, die geen andere activiteiten had ontving van de uiteindelijke huurders aanzienlijk meer huurgelden dan zij zelf betaalde aan de patrimoniumvennootschap.  Beide vennootschappen werden geleid door dezelfde gedelegeerd bestuurder.  Bovendien had de vennootschap B aanzienlijke fiscale verliezen, die (ten dele) gecompenseerd werden door de ontvangen huurgelden. In 1997 kondigde de administratie in een bericht van wijziging aan dat zij het verschil tussen de doorverhuurprijs en de huurprijs die aan de uiteindelijke huurder werd aangerekend voor zowel de aanslagjaren 1996 als 1997 als een abnormaal en goedgunstig voordeel zou belasten zoals bedoeld in artikel 79 WIB 92. Krachtens de artikelen 79 en 207 WIB 92 zijn beroepsverliezen niet aftrekbaar van het gedeelte van de winst of baten die voortkomen uit abnormale en goedgunstige voordelen, die een belastingplichtige rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan zij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt. 

De gewestelijke directeur bevestigde de aanslagen. Ook de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen oordeelde in haar vonnis van 28 maart 2007 het administratief standpunt (Rb. Antwerpen, 28 maart 2007, onuitgeg.). Hiertegen stelde de vennootschap hoger beroep in.   Het hof te Antwerpen onderzoekt de toepassingssfeer van de artikelen 79 en 207 WIB 92.  Zij zijn toepasselijk wanneer de voordelen abnormaal of goedgunstig zijn; de voordelen worden rechtstreeks of onrechtstreeks verkregen van een onderneming waarmee rechtstreeks of onrechtstreeks een band van wederzijdse afhankelijkheid bestaat.

Uit het feit dat beide vennootschappen geleid worden door dezelfde gedelegeerd bestuurder heeft de administratie aangetoond dat er wel degelijk sprake was van een band van wederzijdse afhankelijkheid, hetgeen trouwens door eiseres in hoger beroep op geen enkel ogenblik betwist werd. Het hof benadrukte dat de wetgever met deze wet een einde wenste te maken aan de ontwijking die het gevolg was van de overdracht van winstgevende resultaten naar een vennootschap met aanzienlijke fiscale verliezen.  De rechter zal dus moeten toetsen of de gerealiseerde voordelen inderdaad onder abnormale voorwaarden werden verkregen die niet op grond van economische maar op grond van fiscale oogmerken kunnen worden verklaard.  De rechter moet zich bij zijn onderzoek niet beperken tot het onderzoek van evenwaardige prestaties, maar hij mag ook rekening houden met de economische verantwoording van de onderliggende verrichtingen in het kader waarin de voordelen zijn verwezenlijkt (in die zin: Cass., 29 april 2005, F.J.F., 2005/260).  

De belastingplichtige ontkende geenszins dat de doorverhuur aan een aanzienlijk hogere prijs (respectievelijk ruim 14.600 euro en 23.000 euro in de ajr.1996 en 1997). Het verder verhuren van deze drie panden kan aldus het hof op grond van economische doelstellingen verklaard worden, maar is duidelijk ingegeven door fiscale oogmerken, namelijk het recupereren van haar vroeger geleden fiscale verliezen.  Dit blijkt op voldoende wijze uit het feit dat precies de immobiliënvennootschap A gespecialiseerd is in het beheer van onroerende goederen. Deze vennootschap had perfect deze onroerende goederen rechtstreeks kunnen doorverhuren. Ook uit het feit dat vennootschap B geen personeel had, dat zij geen enkel financieel risico of kosten heeft gedragen, dat zij geen huurwaarborg heeft gesteld door vennootschap B in de huurrelatie ten aanzien van de immobiliënvennootschap, terwijl de onderhuurders dat wel dienden te doen tonen aan dat de verrichtingen niet op economische gronden steunt.     Het hof bevestigde dan ook het bestreden vonnis. De eerste rechter had op voldoende wijze aangetoond dat er sprake was van een abnormaal en goedgunstig voordeel én dat de doorverhuur uitsluitend ingegeven is door fiscale oogmerken, en niet op grond van economische doelstellingen. 

 

Met dank aan Mr G Poppe

2009-03-12T12:46:16+00:00
Donderdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me