De terbeschikkingstelling door een vennootschap van een woning aan haar bedrijfsleider blijft voor beroering zorgen.  Een overzicht …

De berekening van het voordeel van alle aard gebeurt op een forfaitaire wijze.

Vorig jaar was dit voor kadastrale inkomens van meer dan 745 euro :  het kadastraal inkomen x 1,6349 (index Aj 2013) x 2 x 100/60. Maar dit voordeel van alle aard werd verhoogd.  Waarbij voortaan de vraag kan gesteld worden of dit nog wel een ‘voordeel’ is.

Voor een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen (hoger dan 745 euro) werd dit : het kadastraal inkomen (K.I.) x 1,6349 (index Aj 2013) x 3,8 x 100/60.  M.a.w. een verhoging met 90% tegenover vorig jaar of quasi een verdubbeling!

Maar opgelet, weet dat de grens van 745 euro niet enkel voor het ganse onroerend goed van belang is, maar ook voor een gedeelte ervan. Het voordeel van alle aard voor een onroerend goed met een niet-geïndexeerd K.I. van 900 euro dat maar voor 60% privé gebruikt wordt, wordt berekend op de volgende manier : K.I. geïndexeerd (gedeelte) x 1,25 x 5/3 = (900 x 60%) x 1,6349 x 1,25 x 5/3 = 1 839,26 euro. In art. 18 K.B.W.I.B. 1992 staat immers telkens : ” … indien het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed  …” (+ ComIB 32/25).

Daarnaast is er in de praktijk naast dit voordeel vaak nog een bijkomend voordeel meerbepaald wat de elektriciteit en de verwarming betreft.

Vandaag zijn het de volgende forfaitaire bedragen :

Elektriciteit :

Voor bedrijfsleiders  : 910 EUR

Verwarming :

Voor bedrijfsleiders  : 1.820 EUR

Deze bedragen worden voortaan jaarlijks ook geïndexeerd.

Gezien deze aanzienlijke verhogingen, wordt dan ook vandaag vaak de vraag gesteld of het niet beter is de woning uit de vennootschap te halen.  Dit kan interessant zijn, maar hou wel rekening met een aantal zaken die zeker in de overweging mee dienen opgenomen te worden.

Maar kan het ook anders ?

Deze vraag wordt nog belangrijker wanneer u ‘onbezoldigd’ bedrijfsleider bent van de vennootschap (waar het onroerend goed in ondergebracht werd) maar gepensioneerd bent.  De kans bestaat immers dat u, gezien deze verhoging en de verhoging van het voordeel van alle aard wat de wagens betreft, uw pensioen zal zien verminderen of  nog erger zal verliezen.  Let wel wie een voordeel van alle aard geniet is niet onbezoldigd.

Het bedrag aan voordeel alle aard betalen waardoor er geen voordeel meer over blijft is een oplossing , maar is al bij al duur.

Daarom kan eraan gedacht worden ontslag te nemen als bedrijfsleider.

Let wel dit moet met de werkelijkheid stroken, zoniet is het simulatie en brengt het niets op, integendeel. Dit neemt niet weg dat men wel vennoot van de vennootschap kan blijven.

Wanneer een vennootschap immers een onroerend goed kosteloos ter beschikking stelt aan haar vennoot dan is een taxatie van het voordeel van alle aard als beroepsinkomen niet (langer) mogelijk.  Een vennoot  heeft immers geen professionele band met de vennootschap.

Dit kunnen we afleiden uit een uitspraak van het Hof van Cassatie m.b.t. een geval van het lichten van een leasingoptie (wagen) door de partner  De optie op het einde van het leasingcontract werd niet gelicht door de vennootschap, maar wel door de levenspartner van de bedrijfsleider van de vennootschap. De fiscus stelde dat er hierdoor een voordeel van alle aard aanwezig was bij de bedrijfsleider en kreeg gelijk bij het Hof van Beroep te Luik.  Het Hof van Cassatie (Cassatie 17 maart 2011) echter verbrak dit arrest van het Hof van Beroep van Luik (Luik 4 januari 2006).  Luik stelde dat ‘het feit dat men zijn levenspartner kan laten genieten van een optie aan het eind van een leasingcontract, zodat deze op die manier het voertuig kan aankopen tegen een belachelijk lage prijs, vergeleken met de reële waarde ervan, een voordeel van alle aard dat werd toegekend aan eiser zelf, wat slechts mogelijk was wegens of naar aanleiding van de uitoefening van diens beroepsactiviteit als bestuurder van de betrokken vennootschap’   en dat ‘alleen deze hoedanigheid van bestuurder het mogelijk maakt om te verklaren dat de vennootschap geweigerd heeft zelf de economische winst van het lichten van de optie op te nemen, en eiser gevraagd heeft deze te laten opnemen door een van zijn naasten’.

Het Hof van Cassatie daarentegen is evenwel van oordeel dat het niet duidelijk blijkt dat eiser persoonlijk voordeel heeft gehaald uit het lichten van de optie, en dat het arrest  bijgevolg niet wettelijk zijn beslissing rechtvaardigt dat de administratie terecht een aanvullende aanslag heeft gevestigd in hoofde van eiser op basis van het verschil tussen de reële waarde van het voertuig en de aankoopprijs ervan door zijn levenspartner (bron fiscalnet).

Ontsnapt men zo aan elke vorm van taxatie ? 

Neen, de administratie kan/zal echter een beroep doen op artikel 26 WIB 1992 en dit in hoofde van de vennootschap. Art 26 stelt dat wanneer een in België gevestigde onderneming abnormale of goedgunstige voordelen verleent (wat hier het geval is) die voordelen bij haar eigen winst gevoegd worden, tenzij die voordelen in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijger (wat hier niet het geval is). Let wel deze abnormale of goedgunstige voordelen worden niet forfaitair berekend (zoals hierboven vermeld) maar wel o.b.v. de werkelijke huurwaarde.  Vroeger was dit vaak nadelig omdat het voordeel van alle aard overwegend lager was dan de werkelijke reële huurwaarde, maar dat is vandaag mogelijk niet meer het geval.  Dus dat kan hier een bijkomend voordeel opleveren.

Het gevolg van art 26 is dat de belastingdruk hierdoor bij de vennootschap zal komen te liggen en niet langer bij de privé-persoon, wat uiteindelijk minder duur zal uitvallen.

Is het oprichten van een zogenaamde managementvennootschap een oplossing ?

Men kan erover nadenken, voortaan het mandaat niet langer privé op te nemen maar wel via een opgerichte vennootschap die het mandaat als bedrijfsleider zal opnemen.  Let wel het sop moet wel de kool waard zijn, want een vennootschap heeft haar rechten doch ook haar plichten …

Maar is dit ook wel een oplossing ?

Een bedrijfsleider is iemand die aan de volgende criteria van art 32 WIB 1992  voldoet :

Artikel 32 WIB 1992

“   Bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn alle beloningen verleend of toegekend aan een natuurlijk persoon die :

    1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent;

   2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard, uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst.

(…)”

De Minister werd over deze problematiek eerder reeds bevraagd inzake de zogenaamde herkwalifcatieregel (van huur naar bezoldiging).  De Minister stelt dat wanneer de bedrijfsleider het mandaat opneemt via een (management)vennootschap de herkwalificatieregel wel degelijk van toepassing is (Vraag nr. 39 van mevrouw Lejeune dd. 14.01.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 046, blz. 28-30).

Bij de definitie van bedrijfsleider staat : ‘1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent’.

De redenering van de Minister is kort samengevat de volgende.  Wanneer een mandaat van bedrijfsleider wordt opgenomen d.m.v. een (management)vennootschap dan moet er een vaste vertegenwoordiger (dit is een natuurlijk persoon) aangeduid worden.  En de Minister stelt dat de ‘vaste vertegenwoordiger’ kan gecatalogeerd worden als een ‘gelijksoortige functie’.

Kortom dezelfde redenering kan gevolgd worden inzake het voordeel van alle aard wat maakt dat het oprichten van een (management)vennootschap hier geen soelaas zal brengen.