De gemeente waar u effectief woont op 1 januari van het aanslagjaar, is bepalend wat het tarief gemeentebelasting betreft. Met ‘woonst’ bedoelen we ‘effectief woont’ en niet louter een postbusadres hebben. In de commentaar op het wetboek inkomstenbelasting komt uitvoerig aan bod wat de spelregels zijn (ComIB 3/101 en verder).

Begrip fiscale woonplaats

De fiscale woonplaats van een rijksinwoner (natuurlijke persoon die in België zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin heeft gevestigd) is gelegen in een welbepaalde Belgische gemeente.

De juiste situering van de fiscale woonplaats van een belastingplichtige is belangrijk, vermits die fiscale woonplaats :
• de plaats van aangifte en van aanslag in de PB bepaalt;
• bepalend is voor het toepasselijk tarief van de aanvullende belasting op de PB (PB/gem. en PB/agg.);
• een weerslag kan hebben op de eventuele aftrek van bepaalde uitgaven als beroepskosten (b.v. de huur van een verblijf in de nabijheid van de plaats van tewerkstelling).

In de meeste gevallen zal de Belgische gemeente die als fiscale woonplaats van een belastingplichtige moet worden aangemerkt dezelfde zijn als de gemeente waar hij ingeschreven is in de bevolkingsregisters.

(…)
De inschrijving in de bevolkingsregisters van een bepaalde gemeente vormt evenwel niet het absolute bewijs van de fiscale woonplaats. Het kan immers voorkomen dat een belastingplichtige om redenen van belastingontwijking (b.v. hoge aanvullende belasting op de PB in de werkelijke woonplaats, simulatie van feitelijke scheiding, enz.) slechts voorwendt zijn fiscale woonplaats te hebben in een bepaalde gemeente waar hij zijn burgerlijke woonplaats heeft gevestigd of waarnaar hij ze verplaatst heeft, zonder dat hij aldaar werkelijk woont.

Bij ernstige twijfel omtrent de echtheid van de door een belastingplichtige opgegeven fiscale woonplaats, moet de taxatieambtenaar in elk geval aan de hand van een geheel van feitelijke omstandigheden en gegevens onderzoeken in welke gemeente de werkelijke fiscale woonplaats van de betrokkene is gevestigd. Er moet alleszins vermeden worden aanslagen in de twee gemeenten te vestigen.

I.v.m. de Belgische gemeente die als fiscale woonplaats van een rijksinwoner moet worden aangemerkt, is gevonnist dat :
• de fiscale woonplaats kan worden gedefinieerd als die welke, in het licht van de feiten en omstandigheden die eigen zijn aan elk afzonderlijk geval, samenvalt met de zoniet bestendige dan wel voornaamste woning en met het centrum van de vitale belangen.
• de fiscale woonplaats is, in de zin van de fiscale wet, een feitelijke woonplaats, gekenmerkt door een zekere standvastigheid, terwijl de zetel van het fortuin de plaats is die van nature gekenmerkt wordt door een zekere eenheid van waaruit deze wordt beheerd.
Dat achter een verhuis een manier van belastingontwijking schuil kan gaan is duidelijk.  Denken we maar aan iemand die vóór het uitkeren van zijn groepsverzekering naar Knokke ‘verhuist’.  Op die manier ontloopt hij immers de gemeentebelasting die hij anders mogelijk wel zou moeten betalen.  Dit scheelt al vlug enkele duizenden euro’s.
Maar let op.  Zelfs wanneer de fiscus dit aanvaardt (zie echter boven) dan moeten we alsnog rekening houden met een aantal ‘randfenomenen’ die maken dat het finaal wel eens minder gunstig is dan gedacht.

1. Auto en voordeel van alle aard

Door van woonplaats te veranderen, moet u ook opletten met de forfaitaire berekening wat het voordeel van alle aard m.b.t.  de personenwagen betreft. 

Indien deafstand tussen woonplaats en werkplaats meer bedraagt dan 25 km, dan wordt het voordeel berekend op 7.500 km zoniet 5.000 km.  Onafgezien hoeveel kilometers privé er nog verder mee gereden wordt. 

Wie natuurlijk niet meer beroepsactief is, moet zich hierover weinig zorgen maken.

2. Successierechten

Vanaf 1 januari 2007 is de gezinswoning in het Vlaams gewest vrijgesteld van successierechten. Dit weliswaar onder voorwaarden en enkel voor de langstlevende echtgenoot, de wettelijke samenwonenden en de feitelijke samenwonenden. Opgelet voor feitelijk samenwonenden moet de feitelijke samenwonenden op de dag van het overlijden minstens drie jaar samenwonen. Dit in tegenstelling wat de berekening is van de successierechten want daar is één jaar voldoende. Met gezinswoning bedoelen we de woning waar de overledene of de samenwonende partner op de dag van het overlijden hun gezamenlijke hoofdverblijfplaats hebben. 

En hier knelt al wel eens het schoentje.

3. Uit de praktijk

Getuige hiervan het volgende geval. Iemand die verhuisde naar Knokke-Heist naar een huurwoning en dan komt te sterven.  De gezinswoning die hij had (gelegen te Damme) wordt nu echter wel belast aan de tarieven successierechten, want de voorwaarde om de vrijstelling te genieten, is immers niet meer voldaan. De rechtbank van eerste aanleg te Brugge (Rb Brugge 30 maart 2009) heeft in zulk een dossier de administratie (terecht) dan ook gelijk gegeven.

Kortom speel het spel correct.  En dan nog moet u opletten dat het voordeel aan de ene kant niet wegsmelt als sneeuw voor de zon wanneer we rekening houden met enkele ‘randfenomenen’.
 

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Estate planning.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Nederbelgen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Successierechten.