In de maand juli van dit jaar liepen blijkbaar heel wat Belgen rond met het idee een zwembad in de tuin te laten installeren.  Het goede weer zal hiervoor wel iets tussen zitten.  Maar uiteindelijk komt hierbij de fiscaliteit ook om de hoek kijken. 

Hoe zit dit in mekaar en kan dit fiscaal in de personenbelasting wel geoptimaliseerd worden  ?
Stel dat u geen hypothecaire lening meer hebt lopen op uw woning.

In de fiscaliteit kennen we een aantal manieren van onroerend goed fiscaliteit.:
– de aftrek enige eigen woning
– het bouwsparen
– het lange termijnsparen
– de gewone intrestaftrek
– de bijkomende intrestaftrek

We overlopen een aantal mogelijkheden.

1. De aftrek enige eigen woning

Het fiscaal voordeel is hier beparkt qua bedrag maar ook qua toepassing.   De aftrek enige eigen woning is ook mogelijk voor (oa) het verbouwen van de woning (men bedoelt het ‘behouden’ van de woning). 
Maar hier worden die werkzaamheden bedoeld die in aanmerking komen voor het verlaagde btw-tarief van 6%.   En het aanleggen van een zwembad geniet niet het 6% btw-taruef. 

Kortom de aftrek enige eigen woning moeten we hier van onze lijst schrappen.

2. Het bouwsparen

Het bouwsparen zal hier niet mogelijk zijn gezien de bouwsparen in 2005 vervangen werd door de aftrek enige eigen woning en hiervoor komen we gezien het zwembad, niet voor in aanmerking.  Er bestaat weliswaar een overgangsregeling maar deze is hier niet van belang.

3. Het lange termijnsparen

Het lange termijnsparen komt hier ook niet in aanmerking vermits deze vermindering niet in aanmerking komt voor het verbouwen van de enige eigen woning, wat hier het geval is.

4. De gewone intrestaftrek

Deze aftrek komt in principe in aanmerking.  Maar vermits het hier de enige woning betreft zal de aftrek hier uiteindelijk ook verloren gaan. 
Vandaag is het immers zo dat enkel nog intresten van kredieten aangegaan van voor 1 januari 2005 in aanmerking komen om het kadastraal inkomen van de eigen woning te neutraliseren.  Vermits we ondertussen al 2010 zijn, moeten we deze aftrekmogelijkheid ook hier vergeten.  Trouwens vergis u niet.  De aftrek van weleer (voor 2005) was ook vrij ‘mager’.  Het voordeel zat hem enkel in de verrekening van de onroerende voorheffing tbv 12,5% van het geïndexeerd kadastraal inkomen.  En ook niet meer dan dat.

De gewone intrestaftrek kan wel een mooi voordeel opleveren wanneer er nog andere onroerende goederen in het spel zijn maar dat is hier in ons voorbeeld niet het geval.

5. De bijkomende intrestaftrek

Ook deze aftrek moeten we vergeten omwille van twee redenen.  Ten eerste is er geen lening meer van voor 1 januari 2005 waarvan intresten in aftrek genomen worden.  Of m.a.w. de overgangsregeling is  niet van toepassing .  Ten tweede door de aard van de werkzaamheden nl het laten installeren van een zwembad.  Wat maakt dat de bijkomende intrestaftrek uitgesloten is.

Wat valt op ?

Weinig fiscale steun via de personenbelasting om het krediet van het zwembad in mindering te brengen.

Is er dan geen fiscaal alternatief ?

Toch wel.  Ten minste voor diegene die een extra pensioen hebben aangelegd of doen aanleggen. 
Het is immers zo dat de reserves die werden gevormd d.m.v. een groepsverzekering of een externe (dus niet inter via reservering)  individuele pensioentoezegging (= IPT) vandaag reeds kunnen aangewend worden voor de één of andere vastgoedfinanciering.   Dit gebeurt praktisch door het opnemen van een voorschot van de opgebouwde reserves.

Vroeger was dit enkel mogelijk om een in België gelegen onroerend goed dat onroerende inkomsten (dus geen blote eigendom) genereert te (ver)bouwen, te verwerven, te verbeteren of te herstellen.  Vandaag hoeft dit zelfs niet beperkt te blijven tot België maar kan het evenzeer voor een vastgoed gelegen in het buitenland.  Zolang het maar gelegen is in de E.E.R. (Europese Economische Ruimte = EU + Noorwegen + IJsland + Liechtenstein). 
Kortom een zwembad is mogelijk.

Wel moet u opletten met het feit dat elke verzekeraar zijn eigen regels hiervoor heeft.  De grootte van het voorschot, de aangerekende intrestvoet en de aangerekende beheerskost varieert van verzekeraar tot verzekeraar. 

Op het einde van de rit (lees het moment van uitkering) moeten we wel nog rekening houden met de eindtaxatie.  Het opgenomen voorschot (ook het geval bij het in pand geven) wordt belast tegen een fictieve rente.  Hiermee bedoelen we dat (mits het respecteren van alle voorwaarden) het kapitaal tot een bedrag van 69.220 euro (voor Aj 2011) wordt omgezet in een fictieve rente.  Dit is weliswaar beperkt tot maximaal 69.220 euro (Aj 2011).
Deze fictieve rente moet vervolgens 10 of 13 jaar worden aangegeven afhankelijk van de leeftijd van de begunstigde.  Deze fictieve rente wordt echter bij de andere belastbare inkomsten van de begunstigde gevoegd (pensioenen) en wordt progressief belast.  Maar dit laatste moet vaak gerelativeerd worden.  De pensioenen stellen in België overwegend niet veel voor wat maakt dat de rente uiteindelijk helemaal niet belast wordt. 
Het saldo van het kapitaal wordt/blijft afzonderlijk belast tegen 16,5% of 10%.

In de praktijk zijn veel zelfstandigen (in hoofdberoep) terecht bezig een extralegaal pensioen op te bouwen door middel van het zogenaamde VAPZ (vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen).  Ook deze reserve mag worden aangewend voor zulk een vastgoedfinanciering.  De voorwaarden zijn vergelijkbaar met diegene die we reeds vernoemd hebben. 

Wat de eindtaxatie betreft is het immers bij het VAPZ wel zo dat het uitgekeerd kapitaal steeds omgezet wordt in een fictieve rente.  Deze fictieven rente wordt ook hier belast tegen de progressieve aanslagvoet.  Weliswaar met dezelfde opmerking als hierboven.  Bij wie wel tot zijn 65 jaar ‘effectief actief’ blijft wordt er maar 80% belast.   Het generatiepact heeft ook hier de eindbelasting beperkt door de berekeningsbasis voor de fictieve rente te verlagen tot 80 % van het basiskapitaal.

Besluit
Voor de financiering van het zwembad van uw Belgische woning zal u een oplossing moeten zoeken via de ‘extra pensioenopbouw’ die u zelf doet d.m.v. een VAPZ , IPT via uw eigen vennootschap of uw werkgever.  Andere opties zijn er via de personenbelasting hier niet te vinden.  Weet ook dat een zwembad voor het 6% btw-tarief niet in aanmerking komt, onafgezien de ouderdom van uw woning.

 

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Vastgoedrecht.