U heeft in de jaren ’80 een flink onroerend goed patrimonium opgebouwd maar dit wel via een patrimoniumvennootschap. U vraagt zich nu af hoe het eigenlijk in de toekomst verder moet met deze vennootschap. Wat als deze patrimoniumvennootschap in de toekomst niet meer ‘gevoed’ wordt vanuit uw werkvennootschap. Wat als u overlijdt?
 
Wat was de bedoeling? U heeft/had een goed draaiend bedrijf. Dit bedrijf baat u uit in een vennootschap, fiscalisten spreken over de werkvennootschap. U wou investeren in vastgoed maar het niet onderwerpen aan uw bedrijfsrisico. Om deze reden – en ook soms met het oog op het vermijden van successierechten – richtte u een tweede vennootschap op. Deze vennootschap zou het vastgoed aankopen en beheren. Om de aankopen en het onderhoud van het vastgoed te financieren zou deze patrimoniumvennootschap bv. bepaalde activiteiten factureren aan de werkvennootschap of er bestuurder van zijn. Ondertussen heeft u een ‘rijk’ gevulde patrimoniumvennootschap maar maakt u zich toch zorgen over hoe het nu verder moet met die patrimoniumvennootschap, nu u het wat rustiger aan wil doen.

Gee inkomen meer. U wenst de activiteiten in uw werkvennootschap af te bouwen en er zullen dus in de toekomst minder inkomsten zijn in deze vennootschap. Of u verkoopt uw zaak aan een derde partij, of laat ze over aan de kinderen. Allemaal mogelijkheden die als gevolg kunnen hebben, dat er geen of minder inkomsten beschikbaar zijn voor de patrimoniumvennootschap. Wat moet of zal er dan gebeuren? Het is mogelijk dat de patrimoniumvennootschap ‘zelfbedruipend’ is geworden, door bv. de huurinkomsten die zij ontvangt. Is dit niet zo, dan heeft u een probleem. U kan dan zelf privé geld lenen aan uw vennootschap of bv. een of meerdere panden verkopen, en zo de zaak draaiende te houden. Dit zijn uiteindelijk maar tijdelijke lapmiddelen. Heeft de patrimoniumvennootschap nog steeds een constante geldstroom nodig en is of gaat die opdrogen, dan moet u op zoek naar een structurele oplossing…

En nu?  Wat kunt u doen? U kan trachten de aandelen te verkopen. Dit zou natuurlijk fiscaal erg interessant zijn, omdat u op de verkoop van aandelen niet belast wordt. Een verkoop van de aandelen van een patrimoniumvennootschap is niet evident maar niet onmogelijk. Hou er rekening mee dat u steeds  een pak minder voor de aandelen krijgt, dan de marktwaarde van de panden op zich. De koper weet ook dat u een fiscaal voordeel geniet door de verkoop van de aandelen en calculeert dit mee in de verkoopprijs. Meestal zal u in de praktijk, zo tussen de 65 en 75% krijgen van de marktwaarde van het vastgoed. Vindt u geen koper voor uw aandelen, dan zou u er ook voor kunnen kiezen om de vennootschap te ‘ontmantelen’. Dit betekent dat u via de notaris uw vennootschap gaat vereffenen en ontbinden. De panden worden dan toebedeeld aan de aandeelhouder(s). Vervelend is dan wel dat de vennootschap vennootschapsbelasting (bv. 34%) gaat betalen over de meerwaarde van de panden. Dit betekent dus op het verschil tussen de boekwaarde en de marktwaarde. Is de vennootschap de panden al geruime tijd aan het afschrijven, dan zou er wel eens sprake kunnen zijn van een aanzienlijke meerwaarde. Dit is de fiscale prijs die u betaalt voor de ontbinding. Maar er is meer, er is ook nog een liquidatiebonus van 10% verschuldigd. Tot slot moeten er nog registratierechten betaald worden omdat de panden van de vennootschap naar uw privé verhuizen. Maar dit registratierecht van 10% (12,5% in Brussel en Wallonië) kan beperkt worden in een aantal gevallen tot 1% of zelfs tot het algemeen vast recht van 25 EUR (zie Vermogen..).

Begin er tijdig aan. Zoals u ziet is de ontbinding en vereffening van een patrimoniumvennootschap een dure grap. Er zijn heel wat creatieve oplossingen mogelijk om als u er vroeg genoeg bij bent, een dure ontbinding van uw patrimoniumvennootschap te vermijden. Door bv. panden te verkopen en de verkoopsom te herbeleggen in een nieuw pand waarvan u dan zelf de blote eigendom koopt en uw vennootschap het vruchtgebruik (zie Vermogen …). Doet u niets dan zal bij uw overlijden uw echtgenote, het vruchtgebruik van de aandelen bezitten en dus in principe (tenzij de statuten dit anders voorzien) het genot (inkomsten) genieten van de aandelen en het stemrecht hiervan bezitten. Overlijdt zij, dan verschuift het probleem zich naar uw kinderen. Zij moeten dan met meerdere samen de patrimoniumvennootschap besturen. Dit zal ook de nodige problemen en spanningen met zich kunnen meebrengen. Willen zij een inkomen uit de vennootschap genieten dan zal dit geld kosten. Ofwel nemen zij een dividend of loon op. Hebben zij de panden daarentegen privé, dan kunnen zij in principe de panden verkopen zonder belast te worden op de winst. Vervolgens kunnen zij vrij beschikken over de gelden.