Als de controleur niet akkoord is met uw aangegeven inkomsten, dan kan hij die gelukkig niet zomaar verhogen en moet hij bepaalde procedureregels in acht nemen. Zo is hij bv. verplicht u eerst een bericht van wijziging te sturen als u niet akkoord bent met de aanpassing van uw aangifte. Daarnaast moet hij ook bepaalde regels naleven om te bewijzen dat u niet al uw inkomsten correct aangegeven zou hebben. Heel wat van die regels zijn echter voor interpretatie vatbaar en het gebeurt dan ook geregeld dat een bepaalde regel niet helemaal gerespecteerd werd. Gebeurt de verhoging van uw inkomsten niet volledig volgens de voorgeschreven regels, dan kan u die aanslag laten vernietigen. In heel wat zaken die voor de rechter komen wordt daarop gespeeld en vaak ook met succes. Wie er in slaagt om een aanslag te laten vernietigen is er echter nog niet van af…

Wordt er een aanslag vernietigd omwille van procedurefouten, dan krijgt de fiscus in principe immers nog een kans om een nieuwe aanslag te vestigen waarbij de regels wél nauwgezet gevolgd worden. Die ‘herkansing’ geldt echter niet als het gaat om een fout tegen de regels van de verjaring. Anders zou de fiscus bewust een procedurefout kunnen maken om nog een nieuwe aanslag te kunnen vestigen als ze merken dat ze bv. te laat zijn om nog tijdig een (bijkomende) aanslag te vestigen. In het verleden werd ook al geoordeeld dat een hertaxatie niet meer mogelijk is als de oorspronkelijke aanslag vernietigd werd omwille van willekeur (Cassatie, 12.02.2004). Bij het vestigen van een nieuwe aanslag moet de fiscus zich immers baseren op dezelfde belastingelementen of een gedeelte ervan. Als deze belastingelementen echter willekeurig werden bepaald omdat ze op onjuiste gegevens steunen, dan is vestigen van een vervangende aanslag meteen ook uitgesloten. Wanneer de administratie geen belastbaar inkomen heeft kunnen aantonen in hoofde van de belastingplichtige omdat zij gefaald heeft in het bewijs, mag zij niet opnieuw in de gelegenheid worden gesteld om te trachten opnieuw het bewijs te leveren naar aanleiding van een nieuwe aanslag (Gent, 17.05.2005).Toch is er niet altijd reden tot juichen als er sprake is van willekeur…

Zo kwam er onlang een zaak voor het hof van beroep van een belastingplichtige die belast werd op een indiciair tekort omdat hij volgens de fiscus méér uitgaven dan inkomsten had. De aanslag werd echter vernietigd omdat de fiscus de uitgaven voor "reizen, ontspanning, verteer, geschenken, huishoudtoestellen, meubelen en herstellingen…" forfaitair geraamd had op 100.000 BEF. Het hof stelde immers vast dat deze raming gebeurde zonder verwijzing naar de concrete levensomstandigheden van het gezin die wijzen op het bestaan van dergelijke uitgaven. Volgens het hof betrof het een willekeurige indicie die aan het resultaat van de vermogensafrekening een willekeurig karakter gaf (Antwerpen, 11.04.2000).

De fiscus vestigde vervolgens een nieuwe aanslag, hoewel dat volgens de belastingplichtige niet meer mogelijk was omdat de eerste aanslag vernietigd werd wegens willekeur en onlangs kwam de zaak opnieuw voor. Het hof is het deze keer echter niet eens met de belastingplichtige (Antwerpen, 22.09.2009). Het hof stelt vast dat dit forfaitaire bedrag van 100.000,-BEF niet wordt hernomen in de vermogensafrekening en in de nieuwe aanslag overeenkomstig artikel 355 WIB92. Aldus werd de nieuwe aanslag gevestigd op de belastbare bestanddelen die niet willekeurig werden bevonden. Vermits een nieuwe aanslag gevestigd kan worden op dezelfde belastingelementen of op een gedeelte ervan, is het dus mogelijk om een nieuwe aanslag overeenkomstig artikel 355 WIB92 te vestingen, voor zover die nieuwe aanslag beperkt blijft tot de niet willekeurig vastgestelde belastingelementen (zie in deze zin Gent, 18 november 2008, T.F.R., 2009, nr.359, p.304 met noot H.SYMOENS).