//Twee recente rulings over vrijgestelde sociale voordelen

Twee recente rulings over vrijgestelde sociale voordelen

 Recent werden op de website van de FOD Financiën twee interessante rulings gepubliceerd over de vraag of bepaalde door een werkgever aan zijn personeel verstrekte diensten al of niet kwalificeren als een belastingvrij sociaal voordeel (artikel 38, § 1, 11° WIB 92)..  

Een eerste aanvraag betreft een bedrijf die haar x- jarig bestaan vierde en haar werknemers op originele wijze wenst te belonen, namelijk door elk van hen een fiets ter beschikking te stellen. De onderneming onderstreepte dat het een éénmalig actie betrof. 

Met de producent van de fietsen werd voorafgaandelijk een duidelijke afspraak gemaakt over de prijs. De fiets zal tevens de kleuren van het logo van de onderneming hebben, terwijl tevens de benaming van de onderneming zal worden vermeld op de fiets.

Aan de Dienst Voorafgaande Beslissingen werd de vraag voorgelegd of die overhandiging als een vrijgesteld sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1,11° c WIB92 kan worden aangemerkt, m.a.w. als een gering voordeel of een gelegenheidsgeschenk verkregen uit hoofde of naar aanleiding van een gebeurtenis die niet rechtstreeks in verband staat met de beroepswerkzaamheid. De Rulingcommissie ziet hierin geen bezwaar voor de werknemers, maar wel voor de zelfstandige medewerkers van dat bedrijf (Voorafgaande Beslissing nr.  700.072 van 15 mei 2007, www.fisocnet.fgov.be). De geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken verkregen uit hoofde of naar aanleiding van gebeurtenissen die niet rechtstreeks in verband staan met de beroepswerkzaamheid. 

De administratieve commentaar (COM IB (1992), nr.38/24 bevestigt dat sociale voordelen  “onbelangrijke” voordele zijn die met een uitgesproken sociaal oogmerk door de werkgever worden verstrekt, en dit ongeacht of de verstrekking door de werkgever verplicht of vrijwillig is en al dan niet door bemiddeling van een sociale kas geschiedt met de bedoeling de betrekkingen tussen het personeel te verbeteren en om de binding van het personeel aan de onderneming te bevorderen.De fiets die aan de werknemers wordt overhandigd naar aanleiding van x-jaar bestaan van de onderneming voldoet aan deze voorwaarde. 

Terzake is het wel jammer dat in de ruling de prijs van de fiets weggelaten werd.  Dit is echter niet het geval voor de fietsen die worden overhandigd aan zelfstandige medewerkers van diezelfde onderneming.  

De Dienst Voorafgaande Beslissingen verwijst hiervoor naar de tekst van artikel 38 WIB 92 die uitdrukkelijk stelt dat de regeling van de sociale voordelen uitsluitend geldt voor degenen die bezoldigingen in de zin van artikel 30 WIB 92 genieten. Dit is met name het geval voor (i) werknemers, (ii) bedrijfsleiders en (iii) meewerkende echtgenoten, maar met uitsluiting van zelfstandigen. In een ander dossier werd de vraag voorgelegd of het gebruik van het aanbod van thuisoppas voor zieke kinderen van een werknemers als een sociaal voordeel in de zin van artikel 38, §1, 11°, b WIB 92 wordt aangemerkt.  Dit artikel viseert de voordelen die, alhoewel ze individualiseerbaar zijn niet de aard van een werkelijke bezoldiging hebben (Voorafgaande Beslissing nr. 700.096 van 4 september 2007, www.fisconet.fgov.be).Een werkgever was op het gedacht gekomen een thuisoppas te organiseren voor zieke kinderen van de werknemers en bedrijfsleiders van zijn onderneming. 

Hij vroeg zich af of het voordeel in hoofde van de werknemer of bedrijfsleider die  gebruikt maakt van deze mogelijkheid hierop zou belast worden. Hierbij werd een akkoord gesloten met een derde partij, die zich verbindt om thuis bij het kind een gekwalificeerde oppas ter beschikking te stellen binnen 24 uur volgend op de registratie van de aanvraag van de werknemer of de bedrijfsleider, die de ouder is van het zieke kind. 

De thuisoppas is beperkt tot werkdagen, van maandag tot en met vrijdag tussen 7 uur en 20 uur, met een maximum van 10 uur per dag. Elke prestatie bevat ten minste 5 opeenvolgende uren. Elke werknemer heeft recht op ten hoogste 10 dagen thuisoppas per kalenderjaar per kind, met een maximum van drie dagen voor een zelfde ziekte. 

Het plan wordt beperkt tot kinderen van of kinderen gedomicilieerd bij medewerkers van de onderneming, die minstens drie maand  en ten hoogste 12 jaar min één dag oud zijn. 

De vennootschap die zal instaan voor de kinderoppas zal haar diensten factureren aan de werkgever, en dit op maandbasis per gekwalificeerde verzorger per opdracht. 

Hiervoor zal zij een uurtarief, een Dimona-vergoeding, een maaltijdvergoeding en een verplaatsingsvergoeding aan de werkgever factureren.  Deze service wordt aangeboden met de intentie om aan alle medewerkers eenzelfde thuisoppas van zieke kinderen aan te bieden en met de uiteindelijke beslissing om de binding met de werkgever te vergroten. Het aanbod gaat volledig uit van de werkgever. De regels inzake het aanbod van thuisoppas kan via het internet worden geraadpleegd.  Deze regeling wijkt dus af van de betalende service die een aantal mutualiteiten verlenen aan hun aangesloten leden.  

Tevens werd de vraag voorgelegd naar het fiscaal regime in hoofde van de vennootschap, m.a.w. of de daarmee verband houdende kosten aftrekbare beroepskosten waren.  De Dienst Voorafgaande Beslissingen bevestigt dat een regeling van kinderoppas voor zieke kinderen van de werknemers, ongeacht het ziekenfonds waar ze bij aangesloten zijn, en waardoor de werknemers en bedrijfsleiders hun verplichtingen kunnen nakomen terwijl ze er op kunnen vertrouwen dat hun ziek kind op passende wijze wordt verzorgd een sociaal voordeel in de zin van artikel 38, § 1,1 , c WIB 92 uitmaakt.. 

De vrijstelling als sociaal voordeel geldt zowel voor de werknemers als voor de bedrijfsleiders. Vervolgens onderzoek de Dienst Voorafgaande Beslissingen of de door werkgever betaalde vergoeding aan de kinderoppasfirma een aftrekbare beroepskost uitmaakt.  

Op grond van artikel 53,14° WIB 92 zijn de sociale voordelen die zijn toegekend aan werknemers, gewezen werknemers en bedrijfsleiders in principe niet als beroepskosten aftrekbaar zijn. 

Bij sommige sociale voordelen, zoals ondermeer bij het verstrekken van sociale maaltijden is nog een deel van de kostprijs aftrekbaar. Deze lijn wordt ook aangehouden door de Dienst Voorafgaande Beslissingen. De administratie preciseert in haar commentaar dat in artikel 53,14° WIB 92  uitsluitend sprake is van het sociaal voordeel, m.a.w. de verwerping als beroepskost moet worden beperkt tot het deel van de kosten dat overeenstemt met het in geld gewaardeerde bedrag van het voordeel dat bij de verkrijger in beginsel belastbaar is krachtens artikel 36 WIB 92, doch op grond van artikel 38,11° WIB 92 wordt vrijgesteld (COM IB (1992), nr. 53/206). Indien de werkelijke kosten dan het “fictief voordeel” dan blijft het verschil aftrekbaar als beroepskost. 

Deze lijn wordt ook doorgetrokken in de voorliggende casus.  Het verschil tussen de door de kinderoppas gefactureerde kosten en een door de Dienst Voorafgaande Beslissingen weerhouden (doch niet gespecificeerd bedrag) bedrag per gepresteerd uur blijft een aftrekbare beroepskost voor de werkgever, mits uiteraard de voorwaarden van artikel 49 WIB 92 toepasselijk zijn.  Hierbij baseert de Dienst Voorafgaande Akkoorden zich op de tarieven die de mutualiteiten hanteren voor soortgelijke diensten.

2008-03-07T23:58:29+00:00
Donderdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me