Een nieuw forfait?

Eind vorig jaar besliste de ministerraad dat het voordeel van alle aard voor werknemers voor het privégebruik van een gsm van de werkgever forfaitair bepaald zou worden op € 12,5 per maand. Dit forfait, dat enkel zou gelden voor de berekening van de sociale bijdragen en in principe dus niet voor de belastingen, zou in 2010 worden ingevoerd. Onlangs besliste de ministerraad echter om terug te komen op deze beslissing en het forfait dus niet in te voeren. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er geen voordeel van alle aard meer zou moeten worden aangegeven voor het privégebruik van een gsm van de werkgever of de vennootschap. Hoe wordt dit dan bepaald?

Hoe wordt het voordeel dan berekend?
Voor heel wat voordelen is er wettelijk voorzien dat het belastbaar bedrag forfaitair vastgesteld wordt. Dit is bv. het geval als u ook privé rijdt met een auto van uw werkgever of vennootschap. Het voordeel wordt dan berekend op basis van 5.000 of 7.500 kilometer en een coëfficiënt die afhangt van de CO2-uitstoot van de auto. Andere voordelen, zoals het gratis ter beschikking stellen van verwarming en elektriciteit worden op een vast bedrag geraamd, ongeacht het werkelijke verbruik.

Zo’n forfaitaire regeling bestaat er echter niet voor een gsm en voorlopig zal die er dus ook niet komen. In dat geval is het bedrag van het voordeel, zowel voor de berekening van de belastingen als voor de sociale bijdragen, gelijk aan de ‘werkelijke waarde’ ervan. Dit is “het bedrag dat de verkrijger in normale omstandigheden zou moeten besteden om een dergelijk voordeel te verkrijgen” of m.a.w. het bedrag dat hij anders zelf zou moeten spenderen als hij zijn privégesprekken met de gsm zelf zou moeten betalen.

In de praktijk is het in heel wat gevallen niet haalbaar om uit te maken welk deel van de gesprekken privé is en welk deel beroepsmatig. Daarom wordt het privédeel vaak toch forfaitair bepaald, bv. € 10 per maand of 20% van de kosten van de gsm, afhankelijk natuurlijk van hoeveel u werkelijk privé belt. De fiscus schrijft immers zelf voor dat “wanneer de gsm wel voor privégebruik mag worden gebruikt, moet men de waarde van het ontvangen voordeel schatten. Het fiscaal voordeel zal worden bepaald door rekening te houden met de aankoopprijs van de gsm, de waarde van het abonnement, de facturen van de operator en het akkoord tussen de werknemer en de werkgever wat het gebruik van de gsm betreft.”

Toch geen voordeel?
Als de gsm echter niet privé gebruikt (mag) worden, dan moet er uiteraard ook geen voordeel van alle aard worden aangegeven. In de praktijk zal dat uiteraard al wel eens aanleiding geven tot discussie met de fiscus, tenzij de werkgever bv. een policy gesloten heeft waarin duidelijk vermeld wordt dat de gsm enkel beroepsmatig gebruikt mag worden.

Als er een vergoeding betaald wordt aan de vennootschap of de werkgever voor het privégebruik van de gsm, dan mag die wel van het voordeel van alle aard worden afgetrokken. Als er bv. een systeem bestaat waarin de privégesprekken duidelijk kunnen worden bepaald (als de werknemer bv. eerst een bepaalde code moet intikken voor hij een privénummer belt) en de werknemer die gesprekken terugbetaalt aan de werkgever, dan wordt hij niet belast op een voordeel en zijn er dus ook geen sociale bijdragen verschuldigd.