De fiscale aftrekbaarheid c.q. vrijstelling van premies of voorzieningen voor aanvullende pensioenen wordt beoordeeld op basis van de welbekende 80 %-grens.  Deze 80%-grens houdt in dat het totaal van het wettelijk en aanvullend pensioen van de tweede pijler (uitgedrukt als rente) samen niet meer dan 80% van de laatste brutojaarbezoldiging mag bedragen. 

Daarbij wordt elk jaar opnieuw  uitgegaan van de 'laatste normale brutojaarbezoldiging'.  

Effect van teruggeschroefde bezoldiging Stel dat een vennootschap, omwille van de crisis, de bezoldiging van de bedrijfsleider tijdelijk verlaagt of zelfs op nul brengt, in het belang van de vennootschap.  Hoe zit het dan met de 80 %-grens ? De ‘laatste brutojaarbezoldiging’ is immers gelijk aan nul. Is het aftrekbaar bedrag aan premies dan ook nihil (80% x 0 EUR bezoldiging = 0 EUR pensioen)? Ons inziens is dit niet het geval.  

Een eerste argument hiervoor is louter tekstueel. Immers, de ‘uitzonderlijke’ (verlaagde) bezoldiging kan niet worden weerhouden als de ‘laatste normale brutojaarbezoldiging’. Net omwille van het feit dat ze ‘uitzonderlijk’ is, is ze niet ‘normaal.  Een tweede argument voor onze stellingname is een administratieve ruling, waar hetzelfde idee wordt onderschreven door de Dienst Voorafgaande Beslissingen in dezelfde context (pensioenopbouw in de tweede pijler), maar dat met betrekking tot werknemers (ruling nr. 900.290 van 13 oktober 2009)..

Voormelde dienst heeft in een ruling onderschreven dat een tijdelijke reductie, bijvoorbeeld in het kader van arbeidsduurvermindering, arbeidsongeschiktheid, …) van de bezoldiging als abnormaal kan worden beschouwd, waardoor met dit gereduceerd loon geen rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de 80 %-grens in het kader van de pensioenopbouw in de tweede peiler. 

Ons lijkt het niet meer dan normaal dat, wanneer de adminstratie dergelijke verminderingen van bezoldigingen aanziet als ‘abnormaal’ waardoor ze niet in aanmerking komen als 'laatste normale brutojaarbezoldiging', dit a fortiori geldt voor een omwille van de crisis in het belang van de vennootschap gereduceerde bezoldiging van een bedrijfsleider.