Een principiële belastingheffing volstaat voor de rulingdienst als belastingheffing.
In een opmerkelijke ruling beslist de Dienst Voorafgaande Beslissingen dat inkomsten in de Verenigde Arabische Emiraten "zijn belast" (en dus in België moeten worden vrijgesteld), niettegenstaande aldaar momenteel geen inkomstenbelasting wordt geheven bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten (Voorafgaande Beslissing nr. 800.465 d.d. 17 februari 2009).

Vaste inrichting in de Verenigde Arabische Emiraten

Een Belgische vennootschap richt een vaste inrichting op in de Verenigde Arabische Emiraten ('VAE').

België moet de winsten behaald in deze vaste inrichting vrijstellen, op voorwaarden dat ze in de VAE ‘werden belast’ (artikel 23, § 2, a) van het dubbelbelastingverdrag tussen België en de VAE).

Belastingheffing in de VAE

Personenbelasting is in de VAE onbekend, maar vennootschapsbelasting wel. De vennootschapsbelasting in de VAE is progressief en de tarieven lopen op tot 55 %.

Maar dat is theorie. Om tot een effectieve belastingheffing over te gaan ontbreken de nodige uitvoeringsbesluiten. Daardoor worden momenteel enkel belastingen geïnd op buitenlandse bank- en petroleumbedrijven.

De facto vrijstelling is gelijk aan belasting

In de praktijk rijst de vraag of de louter principiële onderworpenheid aan de inkomstenbelasting volstaat om de winsten behaald via de vaste inrichting als ‘belast’ te beschouwen voor doeleinden van artikel 23, § 2, a) van het verdrag tussen België en de VAE.
Indien ja, dan moet België die (onbelaste) winsten vrijstellen. Indien niet, dan worden zij in België aan belasting onderworpen.

Dienst Voorafgaande Beslissingen is coöperatief

De Dienst Voorafgaande Beslissingen ('DVB') heeft een positieve ruling afgeleverd !!!

De DVB past het "exemption vaut impôt"-principe toe. Krachtens dit principe moet een inkomen als "belast" worden aangemerkt als het de normale aanslagregeling heeft ondergaan die in de bronstaat op dat inkomen van toepassing is, zelfs indien die aanslagregeling bestaat uit een (uitdrukkelijke) vrijstelling (Com. IB 92, nr. 155/20). Artikel 23, § 2, a) van de overeenkomst houdt enkel een onderworpenheidsvereiste en geen vereiste van effectieve taxatie in.

Drie soorten verdragen

In de praktijk blijken er drie soorten verdragen te bestaan : (1) diegenen die in een vrijstelling voorzien wanneer er sprake is van een vaste inrichting in het andere land, (2) diegene die eisen dat de winsten van een vaste inrichting ‘belast zijn’ opdat ze in de woonstaat van belasting zouden zijn vrijgesteld. Tot deze categorie behoort het verdrag met de VAE. En tot slot (3) diegene die niet alleen eisen dat de winsten van de vaste inrichting ‘belast zijn’, maar ook dat ze van geen enkele belastingvermindering of –vrijstelling hebben genoten.

In sommige verdragen effectieve taxatie vereist

Wanneer verdragen zonder meer spreken over het ‘belast zijn’ van inkomsten in de bronstaat zodat ze in de woonstaat zouden worden vrijgesteld, dan past de Administratie de "exemption vaut impôt"-theorie toe. Deze theorie houdt in dat een inkomen als "belast" moet worden beschouwd, indien het de normale aanslagregeling heeft ondergaan die in de bronstaat op dat inkomen van toepassing is, zelfs indien die aanslagregeling bestaat uit een (uitdrukkelijke) vrijstelling (Com. IB 92, nr. 155/20).

In sommige verdragen is echter een specifieke definitie van de term "belast" opgenomen. Zo bijvoorbeeld in het Protocol bij het verdrag met San Marino. Daar staat te lezen dat inkomsten in San Marino zijn "belast", wanneer ze daadwerkelijk zijn begrepen in de belastbare grondslag waarop de belasting is berekend. Zij zijn niet "belast" wanneer ze, na het gewone belastingstelsel te hebben ondergaan dat op die inkomsten van toepassing is, ofwel niet belastbaar zijn, ofwel vrijgesteld zijn van belasting.

Maar niet in het verdrag met de VAE

Vermits België en de VAE geen specifieke definitie van de term ‘belast zijn’, zijn overeengekomen, is het logisch dat de DVB in casu toepassing maakt van de "exemption vaut impôt"-theorie.

Tegen recente rechtspraak in

De DVB gaat met haar uitspraak in tegen recente rechtspraak van het hof van beroep te Brussel. Dat hof heeft op 17 januari 2008 beslist dat de term 'belast'"op verdragsniveau impliceert dat de inkomsten ook effectief belast moeten zijn" (M. VAN KEIRSBILCK, "Komt 'exemption vaut impôt' op de helling te staan ?", Fisc.Int., nr. 294, 1).

In de rechtsleer wordt betreurd dat ‘de DVB de notie "belast" dermate heeft uitgehold dat men zich kan afvragen of deze term nog enige betekenis heeft : het lijkt te volstaan dat een (quasi)belastingparadijs een belasting invoert die "bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten" eigenlijk geen belasting is, opdat België vrijstelling van belasting zou verlenen op basis van een "subject to tax"-clausule in een verdrag ter voorkoming van "dubbele" belasting’.