Tantièmes of dividenden?

Bij de oprichting van een holding als houdstermaatschappij van de werkvennootschap komt het erop aan financiële middelen over te hevelen van de werkvennootschap naar de holding. Dikwijls wordt er een managementvergoeding of dividenden betaald.  De druk op de managementvergoeding is ietwat toegenomen. Tot voor kort kon ervan worden uitgegaan dat een managementvergoeding die niet echt “normaal” te noemen was, toch aftrekbaar was op basis van artikel 26 WIB 92 : een abnormaal voordeel dat terug te vinden is in de belastbare grondslag van de genieter van het voordeel, blijft aftrekbaar. Door de invoeging van de bewoordingen “onverminderd de toepassing van artikel 49” in artikel 26 WIB 92, is een managementvergoeding niet langer automatisch aftrekbaar.

De “abnormale” vergoeding kan worden getoetst aan artikel 49 WIB 92, en er moeten dus reële prestaties tegenover staan. Deze wijziging treedt in werking met ingang van aanslagjaar 2008, maar de fiscus gaat ervan uit dat het interpretatieve wetgeving is, en acht dit standpunt dan ook reeds van toepassing op voorgaande jaren. Een alternatief, en altijd veilig, zijn natuurlijk de dividenduitkeringen. Een dividend is weliswaar niet aftrekbaar bij diegene die het betaalt, maar is in principe ook niet belastbaar bij de genieter in toepassing van de DBI-aftrek. Tantièmes zijn een aantrekkelijk alternatief voor dividenden omdat het moment van aftrekbaarheid en van belastbaarheid niet samenvallen.  Zo is een tantième toegekend op de jaarvergadering in 2007 nog aftrekbaar in 2006, terwijl de tantième voor de genieter pas belastbaar is in 2007. En als de genieter een vennootschap is, kan zij deze tantième nog eens doorgeven aan haar bedrijfsleider, waardoor het moment van belastbaarheid nog eens een jaar wordt opgeschoven … 

Door ons werd en wordt verdedigd dat een tantième de aard heeft van een winstverdeling. Dus een verdeling van het resultaat waar geen specifieke prestaties tegenover hoeven te staan. Sommige controleurs zien dit niet zo zitten en beschouwen een tantième als een alternatieve bezoldiging voor geleverde prestaties. Ons inziens met miskenning van de vennootschapsrechtelijke omschrijving van het begrip tantième.

Toetsing aan artikel 49 WIB 92 op die manier bekeken is een tantième een aftrekbare besteding, wat fundamenteel verschillend is van een winstverdeling. Een aftrekbare besteding moet immers voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92. Nu zijn bezoldigingen van bedrijfsleiders in beginsel sowieso aftrekbaar (artikel 195 WIB 92), maar wel alleen wanneer de bedrijfsleiders natuurlijke personen zijn. Dus, als de bedrijfsleider een vennootschap is, en er wordt een tantième toegekend, dan moet deze worden getoetst aan de aftrekvoorwaarden van artikel 49 WIB 92. Dat wil zeggen dat zal worden onderzocht of er werkelijke prestaties tegenover staan.

 Als de tantième niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 49, zal deze niet aftrekbaar zijn, zelfs wanneer de tantième onder de belastbare inkomsten van de genieter is terug te vinden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>