Het stond recent nogmaals in de krant. Belgische vennootschappen hebben vaak aanzienlijke fondsen ter beschikking. Zij keren deze niet uit maar behouden ze in de vennootschap.

Waarom doen ze dit ?

De economische onzekere tijden zullen daar wel voor iets tussen zitten, maar ook de fiscaliteit mag niet vergeten worden.
Het is opmerkelijk dat vennootschappen fondsen aanhouden zonder dat deze onmiddellijk een bestemming krijgen of m.a.w. de vennootschap belegt bewust de gelden.

Is dit fiscaal zinvol ? Zoja waarin dan beleggen ?

Of het zinvol is of niet hangt af van veel factoren.  De kostprijs om de gelden aan de vennootschap te onttrekken zijn vaak (te) duur.  Klassiek is hierbij de roerende voorheffing van 25%. Nadat er reeds vennootschapsbelasting op werd ingehouden van maximaal 33,99% worden we toch geconfronteerd met een globale belastingdruk van meer dan 50%. Ook niet fiscale argumenten zijn hierbij van belang, maar daarop gaan we niet.

Wie belegt in de vennootschap moet wel met behoorlijk veel factoren rekening houden, zoals :

– het rendement is belangrijk (waarbij de looptijd ongetwijfeld ook zijn impact op heeft).
– wordt de opbrengst fiscaal al dan niet belast
– de weerslag op de notionele intrestaftrek
– of de gelden op (korte of lange) termijn sowieso de vennootschap zullen verlaten n.a.v. de vereffening van de vennootschap
– de impact naar het tarief vennootschapsbelasting
– (…)

Wat merken we echter vandaag ?

Veel vennootschappen beleggen vandaag overtollige gelden in een zogenaamde Tak 26.  We kennen al langer een Tak 21 en een Tak 23.  Niettegenstaande een Tak 26 ook al even bestaat, is deze manier van beleggen minder gekend. Hierbij overlopen we een aantal kenmerken ervan.

Een Tak 26 komt veelal bij vennootschappen voor, nochtans kunnen ook particulieren voor zulke belegging kiezen.  Er is echter wel roerende voorheffing op verschuldigd.
Bij een Tak 26 wordt er niet gewerkt met een verzekerde of een begunstigde bij afloop van het contract.  M.a.w. met een verzekering heeft het niets te maken.  Het betreft in feite een beleggingsprodukt dat gedurende de gekozen looptijd haar opbrengsten kapitaliseert.

Qua opbrengst, brengt het in de regel meer op dan een klassieke termijnrekening.  Naast een gegarandeerd rendement wordt er gewerkt met een winstdeelname.  Het is zelfs mogelijk voor het einde van het contract vervroegd een opname te doen.  Hier zal de verzekeraar wel een vergoeding (zogenaamde uitstapkost) voor aanrekenen. 

In vergelijking met een termijnrekening moeten we bij een Tak 26 rekening houden met een aantal bijkomende kosten. Hierbij denken we aan instapkosten, bij vervroegde opname zijn er vaak nog uitstapkosten en/of een beheerskost;  Dit varieert sterk van verzekeraar tot verzekeraar. De boodschap is dan ook goed te vergelijken. Een kost die een Tak 26 niet moet ondergaan is de zogenaamde verzekeringstaks van 1,1%.  Een Tak 26 moet hiermee (in tegenstelling tot oa een Tak 21) dus geen rekening houden. 

Fiscaal zijn de volgende spelregels van belang

Wat het rendement betreft kunnen we kort zijn.  Dit maakt deel uit van de belastbare winst van de vennootschap. Trouwens enkel dividenden, DBI-BEVEKS en meerwaarde op individuele aandelen kunnen genieten van een (al dan niet volledige) vrijstelling. Mits het respecteren van de nodige voorwaarden. Op de opbrengst van een Tak 26 zal er roerende voorheffing ingehouden worden. Bij een vennootschap is dit niet anders dan bij een natuurlijk persoon.  Wel wordt de roerende voorheffing verrekend met de vennootschapsbelasting (eventueel zelfs terugbetaald).

Wel hoeven we met een Tak 26 ons geen zorgen te maken naar enerzijds het tarief vennootschapsbelastingen en anderzijds de notionele intrestaftrek.

– Een Tak 26 is geen aandeel wat maakt dat de volgende voorwaarde m.b.t. het verlaagd tarief geen invloed heeft :

‘Vennootschappen die aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50%, hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal, hetzij van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld. Om te bepalen of de grens van 50% is overschreden, worden de aandelen die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen.’

– De notionele intrestaftrek wordt ook niet negatief beïnvloed door een Tak 26 belegging.  Vermits de vennootschap jaarlijks een inkomen zal moeten aangeven in haar belastbare winst is de uitzondering op de notionele intrestaftrek van belang (art. 362 bis WIB 1992 stelt ‘Ten name van belastingplichtigen die kapitalen niet zijnde
aandelen, gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid worden de op een bepaald belastbaar tijdperk betrekking hebbende verlopen interestgedeelten van die kapitalen, beschouwd als een inkomen van dat tijdperk, zelfs wanneer die interest gedurende een later tijdperk wordt geïnd of verkregen.’).  Enkel wanneer er geen periodiek inkomen jaarlijks belastbaar wordt dient het in mindering van het eigen vermogen genomen te worden.  Dit werd eerder al bevestigd door de Minister van Financiën (Vraag 1428, Carl Devlies, 16 oktober 2006 (QRVA 51 150, dd 22-01-2007)). 

– Wat de roerende voorheffing op de verlopen intrest betreft stelt de Administratie dat de roerende voorheffing jaarlijks wordt verrekend. 

Wel moet de vennootschap bewijzen dat nooit van de inning van roerende voorheffing kan worden afgezien (zie hiervoor de volgende circulaire Ci.RH. 421/470.197 van 2 februari 1996, randnummer 19 en 20).

Kortom de fiscaliteit bij een tak 26 is in lijn wanneer de vennootschap in een termijnrekening zou beleggen. Er is geen verschil. Het verschil zal dus moeten komen uit het rendement. Vaak speelt het rendement in het voordeel van een Tak 26 – belegging. Een vennootschap die zou willen beleggen in een Tak 21 moet wel rekening houden met de volgende bijkomende elementen : 4,4% verzekeringstaks en een roerende voorheffing op minimaal 4,75% rendement.

 

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Estate planning.