De voorbije jaren zijn er aanzienlijk wat zaken gewijzigd voor de samenwonenden.  Het gaat zelfs zo ver dat men zich de vraag kan stellen of er nog verschillen zijn tussen samenwonenden of gehuwden.  In dit artikel belichten we hiervan een aantal zaken.

Samenwonenden.

Samenwonenden zijn die personen die onder één dak wonen.  Maar er bestaan in deze categorie twee types van samenwonenden.  Enerzijds diegene die enkel samenwonen (kunnen meer dan twee personen zijn) en verder niets geregeld hebben.  Deze categorie wordt gemeenzaam de ‘feitelijk samenwonenden’ genoemd.  Anderzijds kennen we nog de zogenaamde ‘wettelijk samenwonenden’.  Dit zijn de samenwonenden (enkel bij twee personen) die samen een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van die gemeente waarin ze samen hun gemeenschappelijke woonplaats hebben.  Het beeindigen van de wettelijk samenwoning kan op initiatief van één van de partijen.

Verschillen fiscaal ? 

We belichten enkele verschillen en gelijkenissen tussen gehuwden en samenwonenden m.b.t. de personenbelasting, de registratierechten en de successierechten.

Personenbelasting

Inzake de personenbelasting worden gehuwden en wettelijk samenwonenden veelal gelijk behandeld (decumul, één aangifte, …).  Daar waar er over gehuwden gepraat wordt kunnen we in één adem de wettelijk samenwonenden mee vernoemen.  Let op : voor feitelijk samenwonenden is dit niet het geval.  Zij zullen ook nog beide een aangifte moeten invullen.

De belastingvrije som is gelijk (dit is ook het geval voor feitelijk samenwonenden omdat het verschil tussen gehuwden en ongehuwden reeds vroeger werd geschrapt).

Ook kennen we voor de wettelijk samenwonenden het zogenaamde huwelijksquotiënt of misschien beter ‘samenwoningsquotiënt’.

Wie als gehuwde partner zijn echtgeno(o)t(e) helpt in het uitbouwen van de onderneming of vrij beroep kan genieten van een toekenning meewerkende echtgeno(o)t(e).  Maar ook deze toekenning kan voor de wettelijk samenwonende partner.

Successierechten.

Wat de successierechten betreft beperken we ons tot Vlaanderen.  Hier mag toch wel gezegd worden dat er de laatste jaren een aantal zaken ingrijpend veranderd zijn.  Gehuwden en wettelijk samenwonenden worden fiscaal gelijk behandeld.  Feitelijk samenwonden ook, maar zij moeten reeds tenminste één jaar samenwonen.  Een termijn die voor gehuwden en wettelijk samenwonenden niet telt.

In Vlaanderen is er ook een vrijstelling successierchten op het vererven van de gezinswoning tussen de gehuwden en de wettelijk samenwonenden. De vrijstelling is van toepassing voor de langstlevende echtgenoot, de wettelijke samenwonenden en de feitelijke samenwonenden.  Feitelijk samenwonenden komen ook in aanmerking maar dan wel enkel die feitelijke samenwonenden die op de dag van het overlijden tenminste drie jaar (dus niet één jaar wat voldoende is voor de successierechten) samenwonen.

De vrijstelling geldt echter niet voor het aandeel van de kinderen, kleinkinderen, ouders en grootouders in de gezinswoning.

Maar het is belangrijk te vermelden dat de vrijstelling inzake successierechten voor de samenwonenden nog niet betekent dat zij de gezinswoning ook van mekaar erven !  Erfrecht en successierechten mogen hier niet met mekaar verward worden.

Ook kennen we een vrijstelling van successie (artl 8 , 6de lid, 3° W.Succ) op renten en kapitalen in uitvoering van een groepsverzekering die werd aangegaan door tussenkomst van een werkgever van de overledene in het voordeel van de andere echtgeno(o)t(e) of bij ontstentenis hiervan in het voordeel van de kinderen beneden de 21 jaar.  Maar van een vrijstelling voor samenwonenden is er hier geen sprake.

Schenkingsrechten 

Het organiseren van een schenking is een courante vorm van successieplanning.  Gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden (na één jaar samenwonen) worden hier fiscaal gelijk behandeld.

Bij een successieplanning kennen we echter het stelsel van de schenking tussen echtgenoten .  Een schenking tussen gehuwden is immers herroepbaar wat voordelen kan bieden.  Dit is niet het geval wanneer er een schenking wordt gerealiseerd tussen wettelijke samenwonenden.

Registratierechten

Bij de aankoop van een bestaande woning zijn er registratierechten verschuldigd.  Wanneer zowel de woning als de kopers aan een aantal criteria voldoen dan bestaat er een verminderd registratierecht van 5% (klein beschrijf) i.p.v. het klassieke tarief van 10%.  Om het klein beschrijf te genieten wordt er bij gehuwden gekeken of zij samen al onroerend goed bezitten.  Zoja, dan wordt dit in principe o.a. mee in rekening genomen of de het grensbedrag van 745 euro (te verhogen indien kinderen ten laste) al dan niet wordt overschreden.

Bij samenwonenden daarentegen is dit niet het geval.  M.a.w. wanneer één van beide reeds een woning bezit en de andere niet dan kan het fiscaal wenselijk zijn dat enkel diegene, die nog geen onroerend goed bezit, de woning aankoopt en zo wel het klein beschrijf kan genieten.  Bij een later huwelijk kan de woning nog altijd in het gemeenschappelijk vermogen ingebracht worden wat een kostprijs van 25 euro betekent.

Aftrek voor de enige en eigen woning

Ook wat de aftrek van de hypothecaire lening voor de enige eigen woning betreft is er een verschil tussen samenwonenden en gehuwden.  Het moet wel gezegd dat er een wetvoorstel werd ingediend om deze ongelijkheid weg te werken.

Wat is het probleem ?  Gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen deze aftrek vrij tussen hun beide verdelen.  Maar er geldt wel een beperking van 85% nl elke partner dient minimaal 15% van de aftrek aan te geven.  Dit maakt dat, wanneer één van beide de aftrek niet geniet omdat hij of zij reeds een woning bezit, 15% van het voordeel verloren gaat.  Dit is echter niet het geval wanneer het feitelijk samenwonenden zijn !  Het verschil bedraagt snel enkele honderden euro’s.

Voorbeeld:

Luk en Marie zijn gehuwd (scheiding van goederen) en hebben geen kinderen ten laste.  Zij wensen niet langer te huren maar een woning aan te kopen.  Marie heeft echter al een appartement dat zij  verhuurt.

Luk daarentegen heeft n.a.v. het overlijden van zijn vader enkel de naakte eigendom van de helft van de ouderlijke woning in zijn bezit.

Voor de aankoop van de woning sluiten Luk en Marie een hypothecaire lening af voor een bedrag van 90.000 euro op 15 jaar.

In jaar één betalen zij 8.700 euro af (2.700 euro intresten en 6.000 euro kapitaal).

De aftrek enige eigen woning bedraagt voor dit jaar 2.600 euro (enkel voor Luk).

Luk heeft in 2007 een bedrag van 4.350 euro betaald. Ruim meer dan het grensbedrag van 2.600 euro.  Maar gezien de beperking van 85% komt Luk enkel in aanmerking voor een aftrek van 2.210 euro (85% van 2.600 euro).

Marie daarentegen kan mogelijk genieten van de zogenaamde gewone intrestaftrek (2.700 euro / 2 = 1.350 euro) en de kapitaalaftrek lange termijnsparen (6.000 euro x (50% x 65.060) / 90.000) = 2.168 euro).

Wanneer Luk en Marie zouden feitelijk samenwonen dan blijft de aftrek voor Marie dezelfde, maar niet voor Luk.  Hij dient de beperking van 85% niet toe te passen, m.a.w. zijn aftrek bedraagt 2.600 euro i.p.v. 2.210 euro.  Dit kan een verschil geven van ongeveer 208 euro aan personenbelasting.

Ebook: De Vlaamse Successierechten

Laat je dit e-book aan jouw voorbijgaan dan is dit een doodzonde. Doe alstublieft aan intelligente en creatieve successieplanning en vermijd dat uw teerbeminde erfgenamen verder de bodemloze staatskas spijzen met uw zuurverdiende centen.

Lees Meer…
vlaamse successierechten