Hiemee bedoelen we dat de vennootschap, die investeringen plant, leent bij haar aandeelhouder/vennoot aanklopt en niet bij de bank.  Dit is immers voor de aandeelhouder/vennoot (vaak ook de bedrijfsleider) een fiscaalvriendelijke manier om een inkomen uit de vennootschap te halen vermits deze laatste intresten zal moeten betalen over het opgenomen bedrag. Deze intresten zijn fiscaal aftrekbaar voor de vennootschap en worden voordelig belast bij de natuurlijke persoon (roerende voorheffing). De aangerekende intrestvoet die de natuurlijke persoon mag vragen aan de vennootschap voor de voorgeschoten sommen wordt echter wettelijk beperkt.  De rentevoet mag niet meer bedragen dan de marktrente  Ook het bedrag van de rekening courant wordt door de wetgever beperkt, het mag niet meer bedragen dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

 Hiemee bedoelen we dat de vennootschap, die investeringen plant, leent bij haar aandeelhouder/vennoot aanklopt en niet bij de bank.  Dit is immers voor de aandeelhouder/vennoot (vaak ook de bedrijfsleider) een fiscaalvriendelijke manier om een inkomen uit de vennootschap te halen vermits deze laatste intresten zal moeten betalen over het opgenomen bedrag. Deze intresten zijn fiscaal aftrekbaar voor de vennootschap en worden voordelig belast bij de natuurlijke persoon (roerende voorheffing). De aangerekende intrestvoet die de natuurlijke persoon mag vragen aan de vennootschap voor de voorgeschoten sommen wordt echter wettelijk beperkt.  De rentevoet mag niet meer bedragen dan de marktrente  Ook het bedrag van de rekening courant wordt door de wetgever beperkt, het mag niet meer bedragen dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

Wanneer met deze limieten geen rekening gehouden wordt is het gedeelte van de intresten dat één van (of) beide grenzen te boven gaat wordt geherkwalificeerd als dividend.  Het gevolg is niet te verwaarlozen :

:-          een gedeelte van de rente wordt geherkwalificeerd als dividend en een dividend is fiscaal niet aftrekbaar in de vennootschap;

–          mogelijk het verlies van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting

;-          25% roerende voorheffing i.p.v. 15% roerende voorheffing;

–          gezien het verlies van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting, heeft de vennootschap te weinig (mogelijk zelfs niets) voorafbetaald met een  penalisatie tot gevolg.   Wie de oprichting van een vennootschap overweegt werkt vaak ook met de rekening courant.  Maar hier bestaat er onduidelijkheid en onzekerheid over.  We verduidelijk diet even …Men richt een vennootschap op en verkoopt de éénmanszaak aan de vennootschap.  I.p.v. dat de vennootschap hiervoor onmiddellijk betaalt dmv een krediet afgesloten bij een bank , verleent de vennoot de vennootschap een uitstel van betaling.Zoals vermeld  verkoopt de overdrager de éénmanszaak aan de vennootschap en deze vennootschap betaalt al dan niet gespreid terug.  De overdrager zal de vennootschap hiervoor een intrest aanrekenen.  En hierover bestaat discussie.

We moeten even technisch worden …

Artikel 18, 4° WIB 1992 vertelt het volgende :“interest van voorschotten wanneer één van volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding : – ofwel de in artikel 55 gestelde grens, – ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk. Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefent, alsmede in voorkomend geval, elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van (…)”

Een concreet voorbeeld maakt dit principe duidelijk.  De overdrager richtte de vennootschap op met een startkapitaal van 20.000 euro.  Daarnaast verkoopt hij zijn éénmanszaak aan deze vennootschap voor 100.000 euro.  Mag hij nu rente aanrekenen van bv 8% op 100.000 euro ?  Of mag dit op niet meer zijn dan 20.000 euro ?En dit is de ‘one million question’.  We zouden antwoorden dat omdat hier geen geldlening werd toegestaan (conform burgerlijk wetboek) dat het op 100.000 euro moet kunnen   Maar de administratie gaat hiermee niet akkoord. Ook de rechtspraak is verdeeld. Ondertussen heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken en gesteld dat dit als een geldlening ‘kan’ aanzien worden (Cassatie 16 november 2006).  Maar nu is er een recente nieuw arrest dat stelt dat een geldlening een materiële overdracht is van een geldsom.  M.a.w. de verkoop van de éénmanszaak via een rekening courant is geen geldlening wat maakt dat er van een herkwalificatie geen sprake kan zijn (Cassatie 4 september 2009).

Recent bevestigde het Hof van Cassatie deze rechtspraak nogmaals. Het verlenen van uitstel van de 'volledige betaling' van de prijs bij een koop-verkoop van een goed vormt in de regel geen lening in het kader van de herkwalificatieregeling van rentegevende voorschotten (Cassatie 20 mei 2010).  Ook het Hof van Beroep te Antwerpen sluit zich hierbij ondertussen aan (Antwerpen 9 februari 2010).De vraag is wat de houding zal zijn van de fiscus.  Nochtans is deze recente rechtspraak duidelijk en kan het moeilijk anders dat de administratie haar standpunt wijzigt.Een niet onbelangrijk vraag  is ook of een rente van 8% wel marktconform is.  Dikwijls wordt de vergelijking gemaakt met het kaskrediet, maar hier zal een vergelijking moeten gemaakt worden met de basisintrestvoet van een bankkrediet, weliswaar rekening houdende met een hogere risicopremie.Noot het is gebruikelijk dat bv een vrije beroeper, die een vennootschap wenst op te richten, naast de overdracht van het noodzakelijke materieel, onroerend goed (al dan niet in volle eigendeom) ook de goodwill overdraagt.   Maar meer en meer stelt men hieromtrent vragen. Een impressie … Wanneer de goodwill n.a.v. de stopzetting van de ‘éénmanszaak’ wordt verkocht aan de nieuw opgerichte vennootschap dan valt de privé-persoon onder het regime van de stopzettingsmeerwaarden.  Deze meerwaarde is in principe belastbaar aan 33% (+ gemeentebelasting).  Dit enkel ten belope van de belastbare netto winsten of baten van de 4 jaar voor stopzetting (de zogenaamde 4×4 regel). Het eventuele surplus zal belast worden tegen het progressief tarief.  Mogelijk moeten er ook sociale bijdragen betaald worden tenzij men reeds aan het plafond zit.

Meerwaarde op materieel wordt belast aan 16,5% (+ gemeentebelasting).   Maar heeft de overdracht van de goodwill fiscaal nog wel zin want gedurende de voorbije jaren zijn de alternatieven om gelden aan de vennootschap te onttrekken imers gedaal.Het maximale tarief vennootschapsbelasting daalde van 40,17% naar 33,99%. Het tarief roerende voorheffing is vandaag voor nieuwe vennootschappen veelal 15% i.p.v. 25% (weliswaar voorwaarden te vervullen). De notionele intrestaftrek die ondertussen erbij is gekomen wat maakt dat de vennootschapsbelasting nog verder daalde.De uitkering van de groepsverzekering is in sommige gevallen gedaald van 16,5% naar 10%. Het tarief van 55% en 52,5% in de personenbelasting werd afgeschaft.(…) Daarnaast stellen we vast dat het tarief van 33% (+ gemeentebelasting) dat we kennen in de personenbelasting ongewijzigd is gebleven. Niettegenstaande kan de goodwill alsnog zinvol zijn. Dit wanneer men met de netto opbrengst van de goodwill privé een aantal projecten wenst te realiseren.  Hierbij denken we het aflossen van een aantal privékredieten of privé een bijkomend onroerend goed aan te kopen of de kinderen helpen , …

Hou er wel rekening mee dat wie geen goodwill overdraagt aan zijn vennootschap, later bij de verkoop van deze goodwill uit de vennootschap, deze verkopende vennootschap niet kan genieten van de taxatie die kenmerkend is m.b.t. de gespreide meerwaardebelasting (art 47 WIB 92).De verkoop van de goodwill door de vennootschap kan immers gespreid belast worden door tijdig en voldoende in afschrijfbare activa te herinvesteren. Dit kan interessant zijn om de ‘oude’ vennootschap als element van successieplanning te gebruiken door een onroerend goed hierin onder te brengen.  De meerwaarde op de goodwill wordt gespreid belast a rato van de afschrijvingstermijn van de herinvestering (bv onroerend goed = 33 jaar) en de nieuwe vennootschap schrijft de goodwill af.  Maar let op wie geen goodwill heeft overgedragen kan dit systeem dan ook niet toepassen.  Een minimale overdracht van de goodwill is dan ook alsnog te overwegen. Wie alsnog het stelsel van de rekening courant wenst toe te passen (de vennootschap betaalt de goodwill niet onmiddellijk) houdt er best rekening mee dat deze rekening courant kleiner zal zijn wanneer er geen goodwill overgedragen wordt.  Maar let hiermee op (zie boven).