Private stichting of burgerlijke maatschap?

Burgerlijke maatschap

Dat is een vennootschap, maar veel eenvoudiger dan bv. een BVBA. Er moeten wel statuten worden opgemaakt en in principe moet er ook een aandeelhoudersregister zijn, maar verder gelden er weinig formaliteiten. Zo hoeft u niet naar de notaris voor de oprichting, u hoeft de oprichtingsakte en de statutenwijzigingen niet te laten publiceren in het Belgisch Staatsblad, u hoeft geen jaarrekening op te maken, enz., wat voor een grote anonimiteit zorgt.

Het principe is simpel. U schenkt vooraf uw roerend vermogen aan uw kinderen (voor de notaris of via een bankgift), al dan niet met voorbehoud van vruchtgebruik, met de verplichting om dat vermogen in te brengen in een maatschap waarvan u en uw vrouw ook aandeelhouder zijn (weze het met een beperkt aantal aandelen). U wordt statutair benoemd tot zaakvoerder, waardoor u het beheer van het vermogen van de maatschap zelf kunt blijven bepalen. U kunt ook de opbrengsten van uw vermogen blijven genieten doordat u deelt in de winst van de maatschap, die bestaat uit de opbrengsten van uw vermogen. Uw partner kan bv. tot uw opvolger als zaakvoerder benoemd worden, waardoor hij of zij na uw overlijden de zeggenschap krijgt. Omdat u uw vermogen aan uw kinderen heeft geschonken, hoeven zij er bij uw overlijden ook geen successierechten meer op te betalen.

Speel op veilig! Om nu te vermijden dat u als statutair zaakvoerder afgezet kunt worden door uw kinderen (u weet nooit met wie ze naar huis komen…), moet u om te beginnen in de statuten vermelden dat er over de zaakvoerder enkel met unanimiteit van stemmen beslist kan worden. Als u dan zelf één aandeel houdt, kunt u uw afzetting als zaakvoerder dus in principe altijd tegenhouden. Sinds kort bestaat er daarover echter enige discussie. Volgens sommigen is één aandeel nl. niet genoeg als u helemaal zeker wilt zijn. Aandeelhouders die minder dan 5% van de aandelen bezitten, zouden nl. mogelijk ‘uitgerookt’ kunnen worden door de meerderheidsaandeelhouders (versta: u kunt verplicht worden om uw aandelen aan hen te verkopen). Om helemaal op veilig te spelen, is het dan ook beter dat u minstens 5% van de aandelen van de maatschap in volle eigendom houdt. Heeft u al een maatschap en blijkt dat u geen 5% van de aandelen ‘in volle eigendom’ heeft, dan kunt u dit nog ‘regulariseren’ door een bijkomende inbreng van vermogen in volle eigendom te doen.

Speel op veilig! Om nu te vermijden dat u als statutair zaakvoerder afgezet kunt worden door uw kinderen (u weet nooit met wie ze naar huis komen…), moet u om te beginnen in de statuten vermelden dat er over de zaakvoerder enkel met unanimiteit van stemmen beslist kan worden. Als u dan zelf één aandeel houdt, kunt u uw afzetting als zaakvoerder dus in principe altijd tegenhouden. Sinds kort bestaat er daarover echter enige discussie. Volgens sommigen is één aandeel nl. niet genoeg als u helemaal zeker wilt zijn. Aandeelhouders die minder dan 5% van de aandelen bezitten, zouden nl. mogelijk ‘uitgerookt’ kunnen worden door de meerderheidsaandeelhouders (versta: u kunt verplicht worden om uw aandelen aan hen te verkopen). Om helemaal op veilig te spelen, is het dan ook beter dat u minstens 5% van de aandelen van de maatschap in volle eigendom houdt. Heeft u al een maatschap en blijkt dat u geen 5% van de aandelen ‘in volle eigendom’ heeft, dan kunt u dit nog ‘regulariseren’ door een bijkomende inbreng van vermogen in volle eigendom te doen.

Hoe regelt u het best uw inkomen uit de maatschap? Zet in de statuten dat de zaakvoerder (u dus) jaarlijks op de algemene vergadering beslist over de uitkering van de winst en dat het voorstel tot uitkering enkel met unanimiteit van stemmen verworpen kan worden. U kunt daardoor aan uzelf zoveel winst uitkeren als u wilt. Let wel, u moet daarin redelijk blijven. Een zgn. leeuwenbeding (waardoor alle winst naar één aandeelhouder gaat) is nl. verboden. Wilt u méér inkomsten incasseren dan u in principe zou kunnen met uw aandeel in het vermogen van de vennootschap (bv. wanneer u uw vermogen grotendeels aan uw kinderen schenkt zonder voorbehoud van vruchtgebruik), koppel dan een last aan de voorafgaande schenking die uw kinderen verplicht om een stuk van hun opbrengsten aan u af te staan. Om te voorkomen dat de opbrengsten vanuit de maatschap eerst aan de kinderen uitgekeerd moeten worden waarna u die moet terugvorderen van uw kinderen – met alle rompslomp en risico’s van dien – kunt u in de statuten opnemen dat u de opbrengsten rechtstreeks uitkeert aan uzelf.

Vermijd nodeloze successierechten! Tot slot is het ook belangrijk om te weten dat de opbrengsten die niet worden uitgekeerd aan de aandeelhouders en de zaakvoerder gewoon aanwassen bij het vermogen van de maatschap zonder dat er hierop in principe nog successierechten verschuldigd zijn later. Keert u zich echter de opbrengsten uit zonder ze nodig te hebben, dan vallen ze later alsnog in uw nalatenschap en dan betalen uw kinderen er successierechten op, terwijl het net uw bedoeling was om die te vermijden…

Private stichting

 Deze rechtsfiguur kan het beste omschreven worden als een afzonderlijk vermogen dat door de oprichter van de stichting ter beschikking wordt gesteld van een bepaald doel zoals omschreven in de statuten. Het doel waarvoor een stichting in het leven wordt geroepen kan velerlei zijn, maar moet steeds een belangeloos karakter hebben. Zo kan een private stichting bv. dienen voor het bijhouden van een kunstcollectie of een collectie antieke meubelen, voor het ondersteunen van een cultureel project… Een stichting kan evenwel ook gebruikt worden om een bepaald patrimonium te beheren, meestal de aandelen van een familiale vennootschap. Hierover zullen we het verder hebben.

Hoe gaat u te werk ? Om de continuïteit van een familiale vennootschap te behouden gaat u als volgt te werk. De eigenaar van de aandelen (u dus als bedrijfsleider) draagt de eigendom van de aandelen over aan een hiertoe opgerichte stichting. In ruil daarvoor geeft de stichting zgn. certificaten uit. Die vertegenwoordigen de economische eigendom, zeg maar de vermogenswaarde van de aandelen (o.a. het recht op dividend). De stichting zelf wordt de juridische eigenaar van de aandelen.

In de statuten van de stichting kunt u zichzelf, samen met nog twee andere personen, laten benoemen tot bestuurder en op die manier de touwtjes in handen blijven houden. De certificaten, uitgegeven door de stichting, worden door u geschonken aan de andere aandeelhouders (bv. uw kinderen) die hierdoor eigenlijk het bedrijf overnemen, maar nog steeds moeten luisteren naar de bestuurders van de stichting. Een bijkomende troef is dat de kinderen geen successierechten moeten betalen op de schenking als u nog drie jaar blijft leven.

 Praktische aspecten. Voor de oprichting van een stichting moet u een beroep doen op een notaris. Deze kan samen met uw fiscaal adviseur de statuten opstellen. Hou er ook rekening mee dat een stichting een boekhouding moet voeren en een jaarrekening moet neerleggen. De kosten die u heeft zijn dus een (eenmalig) notarieel ereloon (vanaf ±  750) en het ereloon van uw fiscaal adviseur en/of boekhouder. Meteen wordt er ook publiciteit gegeven aan het bestaan van een stichting. Uw aandelen aan toonder die worden ondergebracht in een stichting verliezen op die manier dus hun anonieme karakter.

Het bestuur van een stichting moet bestaan uit drie bestuurders, bv. u als bedrijfsleider, uw echtgeno(o)t(e) en een derde vertrouwenspersoon.

Fiscaal transparant. Een stichting werkt fiscaal compleet neutraal. Dit betekent dat de fiscus eigenlijk als het ware geen rekening houdt met het bestaan van de stichting. De fiscus zal direct kijken naar de houders van de certificaten en ze belasten op de ontvangen dividenden. Als belangrijkste voorwaarde voor dit fiscaal transparante karakter kan worden aangestipt dat de stichting de opbrengsten van de aandelen (de dividenden) onmiddellijk moet doorstorten aan de achterliggende certificaathouders.

Recente wetswijziging. Tot voor kort had de private stichting weinig succes omdat er toch nog enige onzekerheid bestond. Stel immers, u richt een stichting op waarvan het bestuur wordt samengesteld op de wijze die u bepaalt. De stichting geeft certificaten uit die u nadien allemaal aan uw kinderen schenkt. Tot voor kort bestond de mogelijkheid dat uw kinderen na enige tijd de omwisseling van hun certificaten in aandelen zelf konden eisen. Dit kwam er eigenlijk op neer dat zij de stichting eenzijdig herriepen. De stichting moest dus ontbonden worden en uw kinderen werden hoofdaandeelhouder in uw familiale vennootschap en u had niets meer te zeggen. De wet van 28 januari 2003 (in werking getreden op 3 maart 2003, nl. 10 dagen na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2003) brengt een einde aan deze onzekerheid en zegt dat niemand zomaar de stichting eenzijdig kan herroepen.

Private stichting versus burgerlijke maatschap

De private stichting en de burgerlijke maatschap hebben een gemeenschappelijk raakvlak. Beide rechtsfiguren mikken op de continuïteit van uw vermogen. Ze kunnen er immers voor zorgen dat een vermogen onder een duidelijk vooraf bepaalde controle valt terwijl de successierechten beperkt blijven. Bij een private stichting gebeurt dit door de aandelen te certificeren. Bij een burgerlijke maatschap gebeurt dit door een schenking.

Waarin verschillen ze ? Er zijn evenwel meer verschilpunten dan gelijkenissen tussen een private stichting en een burgerlijke maatschap. We zetten de belangrijkste verschilpunten op een rij.

Grotere discretie bij een burgerlijke maatschap. Een burgerlijke maatschap is niets meer dan een overeenkomst tussen partijen die overeenkomen iets in onverdeeldheid in te brengen met als ultieme doel te delen in winst en verlies. Een dergelijke rechtsfiguur kan worden opgericht via een onderhandse akte (geen kosten). Een private stichting daarentegen is een afzonderlijk vermogen dat door de oprichter van de stichting ter beschikking wordt gesteld van een bepaald doel (bv. voortzetting van de familiale vennootschap) zoals omschreven in de statuten. Voor een private stichting heeft u een authentieke (notariële) akte nodig (wel kosten). Bovendien passeert een private stichting zowel bij haar oprichting als bij haar ontbinding via de rechtbank van eerste aanleg. De oprichting van een private stichting verschijnt eveneens in het Staatsblad en haar jaarrekening moet neergelegd worden bij de Nationale Bank van België. We kunnen dus zeggen dat een burgerlijke maatschap veel discreter is dan een private stichting. Een burgerlijke maatschap heeft immers geen enkele publicatieverplichting.

 Verschillend aandeel in winst en verlies. Elke vennoot van een burgerlijke maatschap heeft in beginsel een evenredig aandeel in winst en verlies. Dit is niet noodzakelijk het geval bij een private stichting. Het aandeel van elke vennoot in winst en verlies kan vrij worden bepaald, maar het moet wel vastgelegd worden in de statuten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>