Opgelet voor de nieuwe schoondochter!

  

Uw zoon heeft een echtscheiding achter de rug, en staat op het punt om opnieuw in het huwelijk te treden met een beeldschone, maar veel jongere dame. Hij heeft gedurende zijn beroepsloopbaan hard gewerkt, en heeft al een redelijk vermogen bijeen gespaard. Bovendien bent uzelf ook niet onbemiddeld, zodat hij in de toekomst nog het een en ander mag verwachten. U bent zelfs bereid om nu al iets van dat vermogen aan hem te geven. Maar u wilt wel de zekerheid dat hij de enige eigenaar van die goederen wordt, en als het even kan ook enig eigenaar blijft.  Hoe kan dit best geregeld worden?

 Het huwelijksstelsel.

Het eenvoudigste is dat uw zoon en de partner voor hun huwelijk naar de notaris gaan om een huwelijkscontract te sluiten, waarbij zij kiezen voor het stelsel van de zuivere scheiding van goederen. In dat stelsel behoren zowel de roerende goederen als de onroerende goederen steeds  toe aan een echtgenoot. Dat geldt ook voor de beroepsinkomsten. Maar dat wil niet zeggen dat beide echtgenoten niet tezamen iets kunnen kopen. Dikwijls worden belangrijke eigendommen zoals de gezinswoning in onverdeeldheid door de beide echtgenoten gekocht. Deze situatie is duidelijk, maar misschien wel te drastisch.

 

Scheiding van goederen werd in het verleden vaak gebruikt om het beroepsrisico van één van de partners tot diens vermogen te beperken. Vandaag de dag wordt die beperkte aansprakelijkheid meestal gerealiseerd door het gebruik van een vennootschap. Bovendien is het stelsel van zuivere scheiding van goederen nadelig als één van de echtgenoten weinig of geen inkomsten heeft, of over geen vermogen beschikt. Deze echtgenoot kan in dit geval weinig aanvangen, en is eigenlijk aan handen en voeten gebonden aan goodwill van de partner.

 Dus toch een gemeenschapsstelsel.

Daarom wordt toch gekozen voor een gemeenschapsstelsel. Dit wil zeggen dat tijdens het huwelijk de beroepsinkomsten, alsook de interesten van beleggingen toevallen aan beide echtgenoten. De goederen die de echtgenoten tijdens het huwelijk aangekocht hebben bv. een villa, een tweede verblijf aan de kust, een onderneming, een effectenportefeuille behoren normaal ook tot dat vermogen. U kunt opteren voor dat stelsel in een notarieel huwelijkscontract, maar ook alle gehuwden zonder huwelijkcontract vallen automatisch -ingevolge een wettelijk vermoeden- onder dat stelsel. Het heeft dan ook maar zin om langs de notaris te gaan, indien de echtgenoten concrete afspraken willen maken die van de normale situatie afwijken. Dit kan onder meer zijn dat zij bepaalde goederen in het gemeenschappelijk vermogen willen inbrengen.

 

Denk aan de situatie dat het nieuwe gezin een woning zal bouwen op een grond, waarvan enkel uw zoon eigenaar is. Het is best mogelijk dat het jonge koppel elkaar wil beschermen indien het huwelijk ontbonden wordt door een overlijden. Zij kunnen ervoor kiezen dat de langstlevende partner meer krijgt dan dat de wet normaal aan de langstlevende partner toekent. Indien er kinderen zijn erft de langstlevende partner wettelijk alleen het vruchtgebruik op de goederen van de nalatenschap. Zijn er geen afstammelingen, dan erft de langstlevende veel meer nl. de volle eigendom van de gemeenschapsgoederen, en het vruchtgebruik van de eigen goederen.

 Het  bewijs van de eigen goederen.

Maar dat is nu niet meteen wat u wenst; toch kunt u gerust gesteld worden. Alle goederen die uw zoon bezit op het ogenblik van zijn huwelijk, alsook alle goederen die hij tijdens zijn huwelijk  krijgt ingevolge een schenking of een erfenis blijven zijn uitsluitende eigendom. Die goederen behoren immers tot zijn eigen vermogen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen roerende en onroerende goederen. Hij moet wel zorgen dat hij het eigen karakter kan aantonen. Maar dat is niet zo moeilijk! De bewijsregeling tussen echtgenoten is immers veel soepeler dan tegenover derden, zowel schriftelijke bewijzen, getuigenissen, vermoedens als algemene bekendheid zijn mogelijk. De eigendom van een onroerend goed zal blijken uit een notariële akte of uit een erfenis.

 

Maar ook van een onderneming, een handelszaak of andere roerende beleggingen zijn er meestal schriftelijke bewijzen. Het komt er wel op aan deze goed te bewaren, zeker als het gaat om rekeninguittreksel van een spaarrekening, een termijnrekening of een beleggingsrekening. Want na tien jaar is het niet meer mogelijk om die gegevens van een financiële instelling te krijgen. Die bewijsstukken zal uw zoon vooral nodig hebben als het huwelijk toch zou eindigen door een echtscheiding, en dat kan best na meer dan tien jaar huwelijk zijn.

Indien uw zoon absolute zekerheid wenst, dan kan hij zijn persoonlijk roerend vermogen laten opnemen in het huwelijkscontract of in een boedelbeschrijving. In de praktijk wordt dit meestal beperkt tot bepaalde belangrijke goederen bv. een handelszaak, speciale roerende goederen als muziekinstrumenten, soms effecten of een geldbedrag.

 Aankoop in eigen naam.

Ook tijdens het huwelijk kan uw zoon nog goederen kopen in eigen naam m.a.w. die behoren tot zijn eigen vermogen. Maar ook hier zal hij moeten aantonen dat hij die gekocht heeft met eigen gelden. Soms zal hij gebruik moeten maken van verschillende stukken bv. de effectenrekening op datum van zijn huwelijk, het bewijs van de verkoop van aandelen Fortis, de storting op zijn spaarrekening, de aankoop van nieuwe effecten Dexia. Het komt erop aan de keten van de opeenvolgende verrichtingen terug samen te stellen.

 

Wilt uw zoon dat een onroerende aankoop tijdens het huwelijk behoort tot zijn eigen vermogen, dan moet in de notariële akte een beding van (onroerende) wederbelegging opgenomen zijn. Daar zal ook de herkomst van de gelden vermeld worden. Het is noodzakelijk dat minstens de helft van de aankoopprijs en de kosten met eigen gelden wordt betaald. In de meeste gevallen zal de andere echtgenoot in die akte tussen komen om het eigen karakter te bevestigen. Deze techniek wordt aangewend bij de gesplitste aankoop, waarbij de ouders het vruchtgebruik van bv. een tweede verblijf (appartement) aan de kust kopen, en het kind de blote eigendom. Die blote eigendom wordt gefinancierd met gelden die door de ouders geschonken werden.

 

Door de clausule van onroerende wederbelegging zal die blote eigendom tot het eigen vermogen van het kind behoren. Na het overlijden van beide ouders verkrijgt het kind de volle eigendom, zonder dat hij hierop successierechten moet betalen. Het is wel vereist dat de regels stipt nageleefd worden. De notaris zal u hierover inlichten en bijstaan. De roerende schenkingsrechten kunnen ook vermeden worden als de ouders in de akte aankoop vertegenwoordigd worden door een volmachtdrager. U moet in deze situatie rekening houden met de leeftijd en de gezondheidstoestand van beide ouders -want bij een overlijden binnen de termijn van drie jaar moeten er op die geschonken gelden successierechten betaald worden, die kunnen vermeden worden door de betaling van de goedkopen 3% schenkingsrechten- en het bedrag van de roerende schenkingsrechten.

 

“Doordachte” inbreng in de gemeenschap.

Een huwelijk vergt hoe dan ook minimale gemeenschappelijke afspraken. Het kan best zijn dat uw zoon daarvoor eigen goederen wil gebruiken, en niet vatbaar is voor uw goede raad. Hij wil met zijn jonge echtgenote een villa bouwen op een eigen grond, maar de partner wenst toch of beter eist dat die eigendom (gebouw en grond) aan hen beiden toebehoort. Welnu dat kan gerealiseerd worden door een inbreng van die bouwgrond in het gemeenschappelijk vermogen. De echtgenoten kunnen dat enkel bij huwelijkscontract, of tijdens het huwelijk met een akte wijziging van  huwelijksstelsel.

 

In beide gevallen moet er een notariële akte verleden worden. Maar het is mogelijk om in die akte duidelijke regels vast te leggen, indien het huwelijk zou ontbonden worden door een echtscheiding. Er kan in die akte opgenomen worden dat in dat geval uw zoon, die de bouwgrond heeft ingebracht, de onroerende eigendom (zowel de grond als het gebouw) zal terug nemen in volle eigendom. Het is zelfs aangewezen dat ook dan al bepaald wordt hoe de vergoeding voor het gebouw zal berekend worden, aangezien dat gebouw betaald wordt met gemeenschapsgelden.

 

De echtgenoten zijn vrij om dit te doen. Zij kunnen de nominale waarde volgens de gefactureerde bedragen nemen, of  een afgesproken bedrag. Zij kunnen die bedragen al dan niet koppelen aan een index, of zij kunnen de waarde op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijk (laten) vast stellen. In dit laatste geval geniet de gemeenschap ook van de waardevermeerdering van het onroerend goed. Leuk meegenomen is dat die terugname fiscaalvriendelijk kan opgesteld worden. Uw zoon kan dat goed terug nemen zonder dat hierop registratierechten verschuldigd zijn. Het moet wel gaan om een retroactieve terugname.

 

Hierover was en is de rechtsleer verdeeld, maar de overwegende visie acht dit wel degelijk mogelijk. De administratie doet hierover niet moeilijk voor zover de akte duidelijk is.

Indien uw zoon die eigendom om een of andere reden bij eventuele echtscheiding niet wenst te verwerven, is het ook mogelijk dat een vergoeding afgesproken wordt die bij de vereffening door het gemeenschappelijk vermogen aan zijn eigen vermogen zal betaald worden.

 

Het voorbeeld van de inbreng van een bouwgrond komt in de praktijk dikwijls voor, maar dezelfde techniek kan even goed voor andere goederen toegepast worden. Dit is mogelijk bij een inbreng van een gebouwd onroerend goed, maar even zeer bij de inbreng van roerende goederen ttz. geld, effecten, meubels, een handelszaak of een onderneming. Het grote voordeel van een clausule van terugname of ander vereffeningbeding is juist dat bij een echtscheiding de inbrengende vermogende echtgenoot zijn eigen goederen, of de tegenwaarde, terug krijgt.

 Belang van “vergoedingsrekeningen”.

Indien één van de echtgenoten vermogend is, gebeurt het dat de echtgenoten samen iets kopen, maar dat de betaling effectief geschiedt met gelden die behoren tot het eigen vermogen van een echtgenoot. Die goederen behoren dan tot het gemeenschappelijk vermogen, en dus aan beide echtgenoten. Dit blijft zo ook als het huwelijk ontbonden wordt door echtscheiding.

 

Maar ook hier is er een belangrijk correctiemechanisme nl. indien door een echtgenoot bewezen wordt dat hij eigen gelden heeft gebruikt in voordeel van het gemeenschappelijk vermogen, dan heeft deze recht bij de ontbinding van het huwelijk op een vergoeding. Het kan ook omgekeerd als gemeenschappelijke gelden worden gebruikt voor eigen goederen van een echtgenoot, dan heeft dat gemeenschappelijk vermogen bij de ontbinding recht op een vergoeding. Zorg er wel voor dat uw zoon kan bewijzen dat hij eigen gelden heeft, en deze aangewend heeft voor die gemeenschappelijke schuld. Hij dient daartoe het bewijs te leveren zoals hiervoor beschreven, en meestal zal hij de betaling doen door een overschrijving.

De vergoeding kan nooit lager zijn dan het betaalde bedrag, dat is al een geruststelling. Maar dat is niet alles! In sommige gevallen zal dat bedrag geherwaardeerd worden, en meer bepaald indien die gelden gediend hebben tot de verwerving, de instandhouding of de verbetering van een goed. Dan zal uw zoon ook profiteren van de waardevermeerdering. Dit is bijzonder interessant indien eigen gelden gebruikt worden voor belangrijke uitgaven zoals de aankoop van een woning of tweede verblijf, de verbeteringswerken aan een woning, de verwerving van een vennootschap.

 

Nemen we een voorbeeld: uw zoon en zijn echtgenote kopen een villa aan voor € 500.000 en uw zoon financiert met eigen gelden ten belope van € 400.000. In de veronderstelling dat twintig jaar later een echtscheiding wordt uitgesproken en dat de waarde van de villa op dat ogenblik € 750.000 bedraagt, zal het gemeenschappelijk vermogen aan het eigen vermogen van uw zoon een vergoeding moeten betalen van € 600.000.

 

Opgelet: in theorie lijkt het mechanisme van de vergoedingsrekeningen eenvoudig, maar in de praktijk is dit lang niet altijd het geval. Maar het biedt wel de zekerheid aan de vermogende echtgenoot die eigen gelden besteed aan gemeenschappelijke goederen, dat bij de ontbinding van het stelsel de nodige correcties worden aangebracht. Het komt er vooral op aan de nodige bewijzen te hebben op het ogenblik van de uitgave, en deze te bewaren tot bij de ontbinding van het huwelijk. Soms wordt er in de praktijk hier bijzonder slordig mee omgegaan, want er wordt geen rekening gehouden met een toekomstige echtscheiding.

  

Nog een bijkomende tip: iedere forfaitaire regeling omtrent de vergoedingsrekeningen in een huwelijkscontract wordt het best vermeden.

  Schenking tijdens uw leven.

Aangezien uzelf niet onbemiddeld bent, wilt u uw zoon wel financieel bijspringen. Maar u wilt ook de zekerheid dat de geschonken goederen alleen maar zijn eigendom worden en blijven. In principe behoren zowel geschonken onroerende als roerende goederen tot het eigen vermogen. U kunt zelfs in een akte schenking of in een bewijsdocument bedingen dat die goederen moeten vallen en blijven in het eigen vermogen van de begiftigde. Dat is allemaal goed en wel, en zeker juridisch afdwingbaar, maar wat zal u doen als uw zoon die voorwaarde negeert? Alleen daarom een rechtsgeding beginnen is makkelijker gezegd dan gedaan.

 

Andere geruststellende factoren.

Onroerende goederen zullen altijd geschonken worden bij notariële akte, en zal voor weinig problemen zorgen. Hier kunt u wel overwegen om die clausule die de inbreng in het gemeenschappelijk vermogen verbiedt, in de akte op te nemen. Een notaris die later toch gevraagd zou worden om een inbreng in het gemeenschappelijk vermogen te doen, zal dit bij het onderzoek van de titel opmerken. Bovendien kunt u ook een schenking doen met voorbehoud van vruchtgebruik, dan moet de blote eigenaar (uw zoon) zolang u leeft, wel met u rekening houden.

 

Roerende goederen zoals geld of effecten kunt u op verschillende manieren schenken. Naast de notariële schenking, kunt u ook een schenking doen bij wijze van handgift of bankgift. De keuze zal bepaald worden door uw leeftijd, uw gezondheidstoestand, het aantal kinderen dat u hebt. De meeste financiële instellingen begeleiden deze schenkingen. Geld of effecten worden het best overgeschreven op een rekening van uw zoon, waarop geen gemeenschappelijke goederen aanwezig zijn. Dus geen rekening waar ook het loon gestort wordt. Eigenlijk moet de rekening bestaan van voor het huwelijk, en bij twijfel opent u het best een nieuwe rekening. U zorgt  best voor een bewijs van die roerende schenking.

 

Dit kunnen de klassieke aangetekende brieven zijn, maar even goed een bewijsdocument dat door uzelf en uw zoon ondertekend wordt. Dit is vooral belangrijk als u aan de schenking bijkomende voorwaarden wilt verbinden. Maak in geen geval een bewijs op waar de schenking aan beide echtgenoten gedaan wordt. Dit is alleen maar vragen om moeilijkheden bij een echtscheiding.

 

Als uw zoon de geschonken gelden gebruikt om gemeenschappelijke goederen te verwerven, moet er rekening gehouden worden met de voormelde vergoedingsrekeningen. Bij ontbinding van het huwelijk door echtscheiding zal hij altijd recht hebben op het geïnvesteerde (geherwaardeerde) bedrag.

 Andere bedingen?

In uw geval is een bedongen terugkeer een aanrader. Indien uw zoon voor u komt te overlijden, dan moeten de geschonken goederen aan u terug gegeven worden door diens erfgenamen. Dit biedt absolute zekerheid zo u wilt vermijden dat uw schoondochter de geschonken goederen bij overlijden verwerft.

 

Want uw zoon kan zijn leuke jonge echtgenote bij testament aanstellen tot algemene legataris of maximaal begiftigden, zodat bij overlijden ook zijn eigen vermogen volledig aan zijn echtgenote toekomt.

Leuk meegenomen is dat op deze overdracht nooit successierechten moeten betaald worden, aangezien het hier gaat om een verwezenlijking van een ontbindende voorwaarde. U kunt dan in de toekomst opnieuw volledig vrij beschikken over die goederen.

 

Zo u meerdere kinderen hebt, die niet op hetzelfde ogenblik begiftigd worden, opteert u best voor een schenking als voorschot op erfenis. Is er een kind dat bij uw overlijden nog niets zou gekregen hebben, dan zal dat kind voor de andere kinderen goederen uit de nalatenschap ontvangen. Dit wordt dan bij de verdeling van de nalatenschap geregeld. Deze technische zaak wordt “inbreng” genoemd, en wordt bij discussie dikwijls door een notaris berekend.

Het kan zijn dat er een lange periode is tussen de verschillende schenkingen, en u van oordeel bent dat het verlies aan koopkracht moet gecompenseerd worden. Dit kan eenvoudig opgelost worden door dat gedeelte “verlies aan koopkracht” vooruit en buiten dele te schenken. Dat gedeelte kunt u berekenen aan de hand van de index van de consumptieprijzen bv. bedrag schenking x index van de maand voor huidige schenking : index van de maand voor de oude schenking. Indien u dit meerdere keren moet toepassen, dan verschilt enkel de index van de maand voor huidige schenking.

 

Gunstige fiscale regeling.

Een roerende schenking wordt in alle gewesten fiscaalvriendelijk belast. In rechte lijn bedraagt het tarief slechts 3%, ongeacht het bedrag van de schenking. Dit is bijzonder voordelig in vergelijking met een schenking van onroerende goederen. Maar een roerende schenking is uit zichzelf niet verplicht te registreren. Het enig gevolg is dat indien de schenker komt te overlijden binnen de drie jaar na de schenking, op het bedrag van die schenking nog (hoge) successierechten moeten betaald worden. Dit kan slechts vermeden worden door de registratie van de roerende schenking voor het overlijden.

 

Een (Belgische) notariële schenking wordt altijd onmiddellijk geregistreerd, omdat alle notariële akten binnen de vijftien dagen verplichtend te registreren zijn. Het (onderhands) bewijsdocument van een handgift of bankgift, of het afschrift van een buitenlands verleden notariële akte kan vrijwillig aangeboden worden ter registratie. U zorgt er best voor dat de fiscale gegevens zoals de fiscale woonplaats en de waardering van het geschonken goed in te vullen op datum van de aanbieding, op het document zoveel als mogelijk reeds ingevuld is.

 

Het bewijsdocument van een bankgift moet zowel door de schenker als door de begiftigde ondertekend zijn, anders worden geen evenredige schenkingsrechten geheven. Met gevolg dat dan toch successierechten verschuldigd zijn.

 

Het heeft geen enkele zin een roerende schenking ouder dan drie jaar te registreren, want in dat geval zijn er nooit successierechten verschuldigd. De vererving van een familiale onderneming of vennootschap is ook voordeliger (0% tarief!) dan de registratie van een schenking, indien u voldoet aan de voorwaarden van het wetboek successierechten. Indien deze onderneming of vennootschap binnen de drie jaar voor het overlijden geschonken werd, kan uw zoon beter opteren voor de (kosteloze) aangifte in de successie.