//Nog over de interne meerwaarden

Nog over de interne meerwaarden

 Het huidige artikel 90, 9° Wetboek Inkomstenbelasting (hierna «WIB92») bepaalt dat de overdracht van een «aanmerkelijk belang» in een Belgische vennootschap aan een buitenlandse vennootschap of rechtspersoon belastbaar is. Om in overeenstemming te zijn met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie wordt deze aanmerkelijk belang-heffing beperkt tot de gevallen waar de overdracht gebeurt aan een overnemer die gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte. De fiscale Administratie handelde vóór deze wetswijziging ook al in overeenstemming met deze Europese rechtspraak.

De interne meerwaarden

De meerwaarde op aandelen kan tevens belastbaar zijn als divers inkomen op grond van artikel 90, 1° WIB92. In dat geval is de meerwaarde belastbaar aan een tarief van 33 %, te vermeerderen met de gemeentelijke opcentiemen.Op grond van het huidige artikel 90, 1° WIB92 worden winsten of baten, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie, belast als diverse inkomsten, tenzij deze inkomsten voortkomen uit normale verrichtingen van beheer van het privépatrimonium bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen.De vraag naar de toepasselijkheid van artikel 90, 1° WIB92 werd tot voor enige tijd door de fiscale Administratie vooral beoordeeld in functie van het gegeven of er sprake was van speculatie bij de overdracht. Het al of niet aanwezig zijn van speculatie is een feitenkwestie en wordt uiteindelijk beoordeeld door de rechter. Sinds enige tijd lijkt de fiscale Administratie echter nog maar weinig aandacht te besteden aan de al dan niet aanwezigheid van speculatie, maar gaat ze na of de verrichting valt binnen het normaal beheer van het privévermogen.

De fiscale Administratie heeft zich daarbij in het bijzonder gericht op zogenaamde «intern gerealiseerde meerwaarden». Hiermee worden de meerwaarden bedoeld die worden gerealiseerd naar aanleiding van de overdracht (verkoop of inbreng) van aandelen aan een vennootschap (holding) waarvan de aandelen direct of indirect in handen zijn van de overdrager-privépersoon. Dat wordt nogal eens gedaan om een eenheid van beleid tot stand te brengen. Het past soms ook in de successie en/of vermogensplanning van de aandeelhouder. De fiscale Administratie was immers de mening toegedaan dat een dergelijke overdracht automatisch een daad was van nietnormaal beheer van privévermogen.Daarom werden heel wat aandeelhouders geconfronteerd met een taxatie, terwijl er in tal van gevallen geen enkele uitkering was gebeurd aan de aandeelhouder waarmee hij/zij die aanslag zou kunnen betalen. Volgens de fiscale Administratie is de belastbare meerwaarde gelijk aan het verschil tussen de verkoopprijs/inbrengwaarde en de aankoopprijs/ inbrengkapitaal.

De Minister van Financiën leek deze taxaties te ondersteunen en het zeer betwistbare standpunt van de fiscale Administratie te bevestigen. Toch heeft de Minister een opening gelaten door te bepalen dat – voor wat betreft de inbreng in een eigen holding van één of meer meerderheidsparticipaties – dergelijke meerwaarden niet als divers inkomen zullen worden beschouwd indien de verrichting ook gesteund wordt op andere dan fiscale redenen én mits bepaalde voorwaarden worden vervuld door de natuurlijke persoon die direct of indirect de aandelen van de holding aanhoudt. Met deze voorwaarden wil men in hoofdzaak voorkomen dat gedurende drie jaar na de inbreng er gelden uit de vennootschap kunnen doorvloeien naar de aandeelhouders-privépersonen. Ook de rulingcommissie heeft deze vier voorwaarden opgenomen in haar officieel standpunt over interne meerwaarden.Het voorgaande betekent uiteraard niet dat er geen argumenten voorhanden zouden zijn, die de niet-belastbaarheid van de meerwaarde verdedigen, ook wanneer voormelde voorwaarden niet worden nageleefd op voorwaarde dat er sprake is van normaal beheer van privévermogen.De hoven en rechtbanken hebben de afgelopen jaren al verschillende malen hun oordeel geveld over de belastbaarheid van meerwaarden, gerealiseerd naar aanleiding van de overdracht aan een eigen holding.

Of er al dan niet sprake is van normaal beheer hangt af van de concrete feiten die door de rechters dienen te worden beoordeeld. Er is dan ook niet onmiddellijk één duidelijke lijn in de rechtspraak waar te nemen.In een opmerkelijk arrest van 30 november 2006 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over de wijze waarop de belastbare meerwaarde op grond van artikel 90,1° WIB92 dient te worden vastgesteld. Het Hof van Cassatie houdt er een andere mening op na dan de fiscale Administratie wat betreft de bepaling van de belastbare meerwaarde. Het Hof bevestigt weliswaar dat in dat geval de verkoop van de aandelen niet kaderde binnen een normaal beheer van privévermogen, maar voegt er aan toe dat niet het volledige bedrag van de gerealiseerde meerwaarde belastbaar is als divers inkomen, maar enkel dat deel van de winst dat voorkomt uit de verrichting die de grenzen van het normaal beheer van het privévermogen overschrijdt. Toegepast op de problematiek van de interne meerwaarden, zou dit betekenen dat de belastbare grondslag in geval van interne meerwaarden nihil is, op voorwaarde dat de verkoopprijs/inbrengwaarde gelijk is aan de intrinsieke waarde.Deze stelling van het Hof van Cassatie werd recent al gevolgd door het Hof van Beroep te Brussel. De fiscus en de rechtbank van Luik volgen deze interpretatie echter niet.

Nu is er een nieuwe wet

Wanneer de privépersoon een meerwaarde op aandelen realiseert die kadert binnen een normaal beheer van zijn privévermogen, dan blijft de huidige vrijstelling van belasting als divers inkomen behouden. Bij een inbreng van aandelen in een holding wordt in hoofde van de holding – net zoals onder de huidige wetgeving – een fiscaal gestort kapitaal gevormd ten belope van de werkelijke waarde van de ingebrachte aandelen.Wanneer de privépersoon een meerwaarde op aandelen realiseert die niet kadert binnen een normaal beheer van zijn privévermogen, dan wordt de meerwaarde in principe belastbaar als divers inkomen. Wel wordt onder deze omstandigheden bij een inbreng van aandelen in hoofde van de holding eveneens een hoog fiscaal gestort kapitaal gevormd.Op deze belastbaarheid voorziet de wet wel een uitzondering wanneer de meerwaarde gerealiseerd wordt in het kader van o.a. een aandelenruil én wanneer de transactie niet als hoofddoel of als één van de hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft. Onder aandelenruil wordt hier begrepen de inbreng van aandelen, in ruil voor de uitgifte van nieuwe aandelen in een vennootschap die daardoor in het totaal meer dan 50 % van de stemmen verwerft of, indien ze al over de meerderheid van de stemrechten beschikt, haar deelneming vergroot. Er mag een gedeeltelijke vergoeding in geld zijn, zij het met een maximum van 10 % van de nominale of fractiewaarde van de nieuw uitgegeven aandelen.

De voormelde uitzondering bestaat echter enkel in een tijdelijke vrijstelling van belasting. De vrijstelling wordt enkel behouden op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting het bewijs levert dat hij de betrokken aandelen nog in zijn bezit heeft en dat ze niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een gehele of gedeeltelijke terugbetaling (lees: kapitaalvermindering).De nieuwe wet voert deze nieuwe regelgeving niet in door aanpassing van artikel 90, 1° WIB92, maar brengt deze onder in artikel 90, 9° WIB92. Dit heeft onrechtstreeks – maar naar alle waarschijnlijkheid duidelijk bedoeld door de wetgever – tot gevolg dat voortaan de volledige meerwaarde belastbaar wordt en niet louter het «abnormale deel», zoals het Hof van Cassatie eerder geoordeeld had. Bovendien is er ook geen aftrek van kosten meer mogelijk.De implementatie van de Fusierichtlijn heeft een lange tijd op zich laten wachten, onder meer omdat op politiek niveau geen eensgezindheid gevonden werd over de interne meerwaardeproblematiek. Zo werd bijvoorbeeld in een vorig wetsvoorstel voorzien dat naar aanleiding van de inbreng van aandelen er bij de holding geen fiscaal gestort kapitaal gelijk aan de inbrengwaarde gevormd werd. Deze bepaling heeft dan uiteindelijk toch geen doorgang gevonden. De bepaling dat meerwaarden, gerealiseerd binnen een normaal beheer van privévermogen, niet belastbaar zijn als divers inkomen, blijft eveneens behouden.Dit impliceert dat de vraag naar wat een «normaal beheer van privévermogen» is, onverminderd relevant blijft. De onduidelijkheid over dit sleutelbegrip van de nieuwe regelgeving komt in ieder geval de rechtszekerheid niet ten goede.Daarenboven strekken enkele bewoordingen van de nieuwe bepalingen evenmin tot duidelijkheid. Zo blijft de tijdelijke vrijstelling enkel behouden wanneer men in het «bezit» blijft van de aandelen. De «bezitter» van een aandeel is echter niet noodzakelijk de «eigenaar» van een aandeel. Ook blijkt uit de tekst niet duidelijk hoe het bewijs van dit bezit geleverd moet worden.

2009-02-10T21:21:41+00:00
Dinsdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me