Stel u bent alleenstaand en hebt een lening lopen voor een appartement of een woning. Na verloop van tijd leert u iemand kennen en u besluit te gaan samenwonen of te huwen. De nieuwe partner betaalt mee uw lening af. In de praktijk stelt zich de vraag of deze nieuwe partner recht heeft op de woonbonus voor de betalingen die hij doet in het kader van uw lening.

De wet staat het niet toe

In principe kunnen alleen de belastingplichtigen die een hypothecaire lening hebben aangegaan om hun eigen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen, aanspraak maken op de woonbonus. De echtgenoot of wettelijk samenwonende partner kan dus op basis van voormelde wettelijke bepalingen geen aanspraak maken op de aftrek voor enige en eigen woning, aangezien hij op 31 december van het jaar waarin de lening werd gesloten geen eigenaar, noch kredietnemer was van de lening.

… maar onze ‘minister van de belastingvermindering’ is inschikkelijk

Onze minister van Financiën, die zich graag ‘minister van de belastingvermindering’ laat noemen, wordt gevraagd of beide gehuwde of samenlevende partners nà het huwelijk of nà de ondertekening van het samenlevingscontract elk voor hun eigen aandeel in de betaling aanspraak kunnen maken op de voor deze woning beoogde belastingvoordelen waarvan sprake in de wettelijke bepalingen van het WIB 92.

De minister laat zich van zijn beste kant zien, en stelt dat wanneer een echtgenoot of een wettelijk samenwonende partner vóór het huwelijk of vóór de verklaring van wettelijke samenwoning een hypothecaire lening heeft aangegaan voor het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een woning waarvan hij alleen de eigenaar was, wordt aanvaard dat de kapitaalaflossingen en intresten van die lening na het huwelijk of na de verklaring van wettelijke samenwoning voor beide echtgenoten of wettelijk samenwonenden recht geven op de woonbonus ( PV nr. 291 van 11 januari 2010, Claes, QRVA 52/97, blz. 84).

Voorwaarden

Daartoe moet wel aan de volgende voorwaarden voldaan zijn :

– de woning waarvoor de lening werd gesloten, moet in de huwelijksgemeenschap worden ingebracht of in onverdeeldheid toebehoren aan beide echtgenoten of wettelijk samenwonende partners (vb. door aankoop of schenking);
– het leningcontract is aangepast zodat de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner ten opzichte van de kredietverstrekkende instelling dezelfde plichten heeft als de oorspronkelijke kredietnemer;
– aan alle overige in de wet gestelde voorwaarden met betrekking tot de woonbonus is voldaan.

In het kader van de verhoogde woonbonus gedurende de eerste tien jaar, geldt als begindatum van het krediet voor beide partners de datum van het aangaan van de lening.

Ook voor het bouw- of lange termijnsparen

De minister bevestigt ook dat dezelfde principes, mutatis mutandis, van toepassing zijn wanneer het gaat om leningen van vóór 2005, waarvoor een belastingvermindering voor het bouw- of het lange termijnsparen wordt genoten.