Een belastingambtenaar mag niet persoonlijk ter plaatse in het buitenland informatie gaan inwinnen omtrent de huurwaarde van een onroerend goed.
Door deze onregelmatige verkrijging van informatie is de aanslag nietig (Rb. Hasselt, 5 december 2007). Een vermogende belastingplichtige, die in maart 1996 was overleden had zijn roerend vermogen bij testament overgemaakt aan zijn erfgenamen, waartoe ondermeer een aantal saldi op in Luxemburg aangehouden rekeningen.  Uit zijn testament bleek dat 2/3 van zijn roerend vermogen werd overgemaakt aan het echtpaar. Zij hadden tevens zijn appartement in Nice gekocht voor zijn overlijden, waarvan nooit enig inkomen werd aangegeven.

Net zoals de decujus, hebben de erfgenamen de opbrengsten van de buitenlandse rekeningen nooit aangegeven. In 2001 ontvingen zij een bericht van wijzigingen, waaruit bleek dat de fiscus kennis had van het bestaan van rekeningen van de overleden persoon bij KB Lux in 1994, alsmede van het bestaan van het appartement in  Nice dat zij van de decujus hadden gekocht. De administratie stelde dat deze inkomsten redelijkerwijze nog aanwezig waren en ten onrechte niet werden aangegeven in de aangifte in de personenbelasting voor het aanslagjaar 1998. De administratie deelde mee dat zij de onderzoekstermijn wenste uit te breiden van drie tot vijf jaar. Kort nadien ontving de erfgenamen een vraag om inlichtingen voor de aanslagjaren 1996 tot en met 1999, waarin gevraagd werd naar het bestaan van buitenlandse rekeningen en welke inkomsten deze rekeningen hadden opgeleverd in die periode, alsmede de rekeningstanden op 1 januari en 31 december van de respectieve jaren.  Inzake het onroerend goed vroeg de administratie een grondplan en de brutohuurwaarde. 

De belastingplichtige antwoordde dat de gevraagde documenten niet konden opgeleverd worden aangezien zij vernietigd waren. In november 2001 ontving zij een bericht dat aanvullende aanslagen voor de aanslagjaren 1998 en 1999 zouden worden gevestigd. In het bericht van wijziging op grond van de informatie verkregen uit het KB –Lux dossier, meer bepaald de rekeningstanden 1994. 

Hierop werd een hypothetische berekening gemaakt voor de latere jaren. Wat het onroerend goed in Frankrijk betreft bleek dat de administratie ter plaatse was gegaan, en navraag had gedaan over de huurwaarde van het appartement.  Gelet op de ligging (in de belangrijkste commerciële straat van Nice) werd deze volgens andere bewoners in hetzelfde gebouw geraamd op 4.000 Franse Franken per maand.  De administratie bepaalde op grond van deze ter plaatse ingewonnen inlichtingen de  huurwaarde op 288.000 bef per jaar, en dit voor beide aanslagjaren.  

Tevens werd een belastingverhoging van 50 % toegepast. De raadsman van de belastingplichtigen verklaarde zich niet akkoord met het bericht van wijziging. Desalniettemin werden de aanvullende bezwaren gevestigd. 

De gewestelijke directeur liet na om binnen zes maanden een uitspraak te doen. De belastingplichtigen hebben kort na het verstrijken van deze termijn de zaak ingeleid bij de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt.  

Voor de rechtbank bevestigde de administratie de nietigheid van de aanslag voor ajr.1997. Het betrof immers een hertaxatie op grond van artikel 355 WIB 92, die gevestigd was met miskenning van een regel betreffende de verjaring van de aanslagtermijnen. 

Wat aanslagjaar 1998 betrof oordeelde de rechtbank dat de administratie nagelaten had om de ernstige vermoedens van fraude, die krachtens artikel 333 WIB 92 aanwezig moeten zijn om de onderzoekstermijn uit te breiden van drie naar vijf jaar. 

Dergelijke kennisgeving moet immers op nauwkeurige wijze melding geven van alle aanwijzingen van belastingontduiking, zonder dat evenwel de bewijzen ervan moeten worden voorgelegd. 

Nauwkeurigheid vereist dat melding wordt gemaakt van alle specifieke gegevens, feiten en aanwijzingen waarover de taxatiediensten beschikken, teneinde de belastingplichtige toe te laten daarvan rekenschap te geven. Het louter vermelden dat de belastingplichtigen in 1996 mede-eigenaar zijn geworden van een in 1994 op naam van een andere belastingplichtige “ontdekte” Luxemburgse rekening voldoet niet aan deze definitie van nauwkeurigheid. Ook de aanvullende aanslag voor ajr.1999, die wél binnen de driejarige termijn werd gevestigd, werd nietig verklaard. 

Uit het bericht van wijziging blijkt op zeer duidelijke wijze dat de taxatieambtenaar bij een plaatsbezoek in Nice inlichtingen heeft ingewonnen bij andere bewoners in het appartementsgebouw. 

De rechtbank stelde dat de taxatiediensten zijn wettelijke onderzoeksbevoegdheden heeft overschreden door in personam inlichtingen in te winnen in het buitenland met het oog op het vestigen van de Belgische inkomstenbelastingen.  De in Nice ingewonnen inlichtingen zijn op onrechtmatige wijze  verkregen, waardoor de daarop gesteunde aanslagen nietig zijn.