Tijdens een controle van een tandarts vragen de taxatiedienst bijkomende informatie over de patiënten.  Zij nemen in december 2006 een copij van het geïntegreerd tandartsenprogramma Baltes op zijn computer. De tandarts meent dat het verstrekken van de informatie mogelijkerwijze een inbreuk op het medisch beroepsgeheim uitmaakt.  Hij roept de bijzondere procedure, zoals voorgeschreven in artikel 334 WIB 92 in. Indien een belastingplichtige een mogelijke schending van het beroepsgeheim verzoekt de administratie om tussenkomst van de bevoegde territoriale tuchtoverheid om te oordelen of de vraag om inlichtingen of het voorleggen van boeken en bescheiden verzoenbaar is met de regels van het beroepsgeheim.

In aanwezigheid van ondermeer een lid van de medische commissie, zijnde de bevoegde tuchtoverheid van de tandartsen, stelden de taxatiediensten en de belastingplichtige op in februari 2007 vast dat de gecopieerde bestanden geen gegevens bevatten die zouden kunnen leiden tot de identificatie van de patiënten.  De vertegenwoordiger van de provinciale medische commissie stelde dan ook vast dat er geen sprake was van de schending van het medisch beroepsgeheim.   Op diezelfde dag wordt, nog steeds in aanwezigheid van de vertegenwoordiger van de tuchtrechtelijke overheid een nieuwe CD Rom gebrand met de gegevens van 2004 en een deel van 2005.  Desalniettemin weigerde de tandarts deze CD Rom te overhandigen. 

De fiscus dagvaardt de tandarts voor de fiscale rechtbank te Antwerpen in onmiddellijke afgifte van de CD Rom, en dit onder verbeurte van een dwangsom bij niet-uitvoering.  Voor de rechtbank steunt de belastingplichtige zich op twee grieven, namelijk (a) de schending van de privacywet en (b) het verbod om een CD Rom mee te nemen (inbreuk op artikel 315 WIB 92).   De rechter oordeelde dat, aangezien de CD Rom geen persoonsgegevens van patiënten bevat, er ook geen sprake kan zijn van enige schending van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer noch van enige schending van het recht op privacy.

 

Op grond van artikel 315 WIB 92 is een belastingplichtige verplicht, op verzoek van de administratie, zonder verplaatsing, met het oog op verificatie ervan, alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen.  De taxatieambtenaar kan dus niet eisen dat de boeken en bescheiden worden verplaatst. Hij kan evenmin eisen dat de belastingplichtige er copies van maakt. Dit wetsartikel belet echter geenszins dar de taxatieambtenaar zelf de boeken en bescheiden registreert op het even welke manier, om vervolgens deze registratie mee te nemen naar zijn kantoor. 

Tevens bevestigt de rechter dat wanneer een belastingplichtige gebruik maakt van een computersysteem de boeken en bescheiden te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren de administratie gemachtigd is te eisen dat er copies gemaakt worden van de op de informatiedragers geplaatste gegevens.  Gelet op het feit dat de ambtenaar zelf mag registreren, en de aldus geregistreerde gegevens mag meenemen mag hij aldus de rechter beschikken over de op zijn verzoek gemaakte copies van een bestand op een CD Rom, zeker nu vaststaat dat deze CD Rom geen persoonlijke gegevens van patiënten bevat. 

Kortom, de tandarts heeft volkomen ten onrechte geweigerd de gebrande CD Rom ter beschikking te stellen.  Er is evenmin sprake van enige vorm van discriminatie aangezien hij zowel de persoonlijke registratie van de papieren boeken en bescheiden mag meenemen als de geïnformatiseerde versie ervan.  De rechter veroordeelt de tandarts tot afgifte van de CD Rom binnen één maand na betekening van het vonnis, en dit onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging (Rb; Antwerpen, 30 mei 2008).

Met dank aan Mr G Poppe, advocaat te Antwerpen.

  

Bron: Rb. Antwerpen, 30 mei 2008