De intresten die betrekking hebben op het beroepsgedeelte van een onroerend goed zijn beroepskosten en kunnen dan ook in aftrek genomen worden (art. 49 WIB 1992). 
Maar hoe zit het met de aftrek van de financieringslasten (intresten) van een lening op een gebouw dat gemengd gebruikt wordt en dat niet volledig beleend  wordt ? 

Men heeft er belang bij om de privé-gelden te gebruiken voor het privé-gedeelte en voor het beroepsgedeelte te ontlenen.  Dit gezien de fiscale aftrekmogelijkheid van de intresten als beroepskost en bijkomend de besparing inzake de sociale zekerheidsbijdragen. Maar de administratie paste echter de evenredigheidsregel toe. Zij stelt m.a.w. dat een gedeelte van de privé-gelden ook betrekking hebben op het beroepsgedeelte. Tenzij de belastingplichtige kan bewijzen dat voor het beroepsgedeelte ontleend werd.

De belastingplichtige is m.a.w. vrij in zijn keuze zolang hij het bewijs ervan kan leveren. Bij een nieuwbouw kan dit bv. door het beroepsgedeelte apart te laten factureren en dit door de kredietinstelling te laten betalen.  Bij een bestaand onroerend goed is deze bewijsvoering al heel wat moeilijker.

Een aankoop van een bestaande woning kan men niet opgesplitst aankopen. Het vermoeden dat het privé-gedeelte met eigen middelen werd aangeschaft werd door de administratie aanvankelijk als onvoldoende geacht. Ook het opnemen van de nodige clausules in de kredietdocumenten kon niet altijd op succes rekenen.

Vandaag is het echter zo dat, wanneer de belastingplichtige onmogelijk het bewijs kan leveren dat het geleende bedrag gediend heeft ter financiering van het beroepsgedeelte, dat er mag van worden uit gegaan dat het geleende kapitaal bij voorrang heeft gediend voor de aankoop van het beroepsmatige gedeelte.  
Dit werd vroeger reeds door de administratie opgenomen in de volgende circulaire : Ci.RH.243/546.426 (AOIF 12/2002) dd. 29.04.2002.

Toch bleven er in de praktijk nog enkele vragen bestaan.  Daarom werd hierover recent een parlementaire vraag gesteld (Kamercommissie Financiën, Integraal Verslag nr. 53 COM 029, Thiery, p. 10).

Verder vindt u deze vragen met antwoord terug.

– Is deze administratieve werkwijze van toepassing voor alle belastingplichtigen ?

Het antwoord is ‘ja’.

– Is deze werkwijze van toepassing voor een ruimte die gemengd gebruikt wordt ?

Het antwoord is ‘ja’.

Op het gebied van de intrestaftrek kan vandaag vrij kort en bondig geantwoord worden wat het beroepsgedeelte betreft.  De intresten behoren tot de beroepskosten wat betekent dat ze fiscaal kunnen worden afgetrokken.  De opdeling van de lening is voortaan geen enkel probleem.  De keuze is aan de belastingplichtige …