Krijgt u controle van de belastingen, dan bent u verplicht om de controleur toegang te geven tot uw beroepslokalen. Meestal stelt dat weinig problemen omdat een belastingcontrole gewoonlijk op voorhand aangekondigd wordt. Maar ook als er onverwacht een controleur voor uw deur zou staan, moet u hem dus ontvangen. In dat geval kan u hem best wel om zijn ‘aanstellingsbewijs’ vragen, zodat u zeker bent dat het wel degelijk om een bevoegde controleur gaat. Het is echter niet omdat u de controleur toegang moet verlenen tot uw beroepsmatige lokalen dat hij meteen ook het recht heeft om alles te beginnen onderzoeken. De controleur mag tijdens een controle m.a.w. geen kasten openen, in lades kijken, enz.

Als hij bepaalde documenten wil inkijken, dan moet hij dus vragen om die hem voor te leggen. In de wet is nu eenmaal voorzien dat de belastingplichtigen verplicht zijn om zonder verplaatsing aan de Administratie alle boeken en bescheiden voor te leggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van hun belastbare inkomsten te bepalen (art. 315 WIB92).

Belangrijk daarbij is dat u de controleur wél inzage moet geven, maar dat u zich daar niet voor hoeft te verplaatsen. De controleur mag m.a.w. tot bij u komen, maar u bent niet verplicht om tot bij hem te gaan. In de praktijk gebeurt het echter vaak dat de controleur u of uw boekhouder toch een uitnodiging stuurt om uw aangifte bij hem op kantoor na te kijken. Op zich is dat natuurlijk niet verboden, maar u bent dus niet verplicht om daarop in te gaan. Of het een goed idee is om te eisen dat de controleur tot bij u komt, is natuurlijk weer een andere vraag… Op veel begrip van de controleur zal u dan wellicht niet meer hoeven te rekenen, maar hij kan u daar dus in geen geval voor sanctioneren.

Dit werd reeds bevestigd door de rechter (Rb. Hasselt, 25.03.2009) in de zaak van een zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit uitoefende in Nederland, maar volgens de fiscus toch in België belast diende te worden. De Belgische fiscus wou zijn inkomsten controleren en stuurde hem een vraag om inlichtingen waarbij bepaalde documenten werden opgevraagd, maar de zelfstandige ging daar niet op in. Omdat dit volgens de fiscus gelijk stond met een weigering om de in de wet vermelde boeken, bescheiden en registers te overleggen werd er een aanslag van ambtswege gevestigd.

De rechter is het daar echter niet mee eens. Hij verwijst naar art. 315 WIB92 waarin uitdrukkelijk bepaald is dat “de belastingplichtige alleen kan worden verzocht om zijn boeken en bescheiden ‘zonder verplaatsing’ voor te leggen. De administratie heeft niet het recht om te eisen dat de belastingplichtige zijn stukken naar het belastingkantoor zou brengen of, dat hij zijn stukken met het oog op een latere controle zou afgeven. Wanneer de belastingplichtige weigert om in te gaan op het verzoek van de administratie, kan hij daarvoor niet gesanctioneerd worden met een aanslag van ambtswege. Het feit dat de onderzoeksbevoegheid van de taxatieambtenaar territoriaal beperkt is en hij zich dus niet kon begeven naar Nederland, doet hieraan geen afbreuk. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ten onrechte de procedure van aanslag van ambtswege werd toegepast en dat de bestreden aanslag voor het aanslagjaar 2005 derhalve nietig is.”

In een andere zaak (Rb. Brussel, 18.04.2007) werd zelfs geoordeeld dat de aanslag diende te worden vernietigd enkel en alleen omdat de inlichtingen waarop de aanslag steunde verkregen waren op stukken die de belastingplichtige vrijwillig naar de controleur gebracht had, weliswaar op zijn verzoek. De rechter nam er daarbij vooral aanstoot aan dat de controleur de belastingplichtige geen keuze gelaten had. De uitnodiging voor de controle wekte immers de indruk dat de belastingplichtige bijna verplicht was om met al zijn documenten naar de controleur te gaan.