Fiscus eist dat kosten oorzaak vinden in beroepswerkzaamheid

Kosten van medische ingrepen balanceren op de grens van beroepskosten (artikel 49 WIB 92) en kosten van ‘persoonlijke aard’ (artikel 53, 1°, WIB 92).
Zo zal een advocaat geneigd zijn de kosten van bv. een hoorapparaat als beroepskost in rekening te brengen, omdat hij zonder dit apparaat zijn beroep niet verder kan uitoefenen. Opdat kosten van persoonlijke aard aftrekbaar zouden zijn als beroepskosten, acht de fiscus een louter verband met de beroepswerkzaamheid onvoldoende. De persoonlijke kosten moeten niet alleen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid, maar ze moeten er ook hun oorzaak in vinden.

Rechtspraak nuanceert

In eerste instantie haalt de fiscus hierin gelijk. De rechtbank van eerste aanleg ten Gent (Rb. Gent 07.05.2008) is van oordeel dat de kosten voor de inplanting van een neurostimulator bij een lerares moeten worden aanzien als niet aftrekbare kosten van persoonlijke aard, tenzij zou worden aangetoond dat de inplanting noodzakelijk is voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid én de beroepswerkzaamheid de oorzaak van de ingreep vormt. De voorgelegde medische attesten tonen aan dat de implantatie van de neurostimulator noodzakelijk was voor het kunnen uitoefenen van haar professionele activiteiten, doch niet aan dat deze medische kosten hun oorsprong vinden in de beroepswerkzaamheid van tweede eiseres. Maar in beroep wordt dit vonnis hervormd.

Het Gentse Hof van Beroep is veel genuanceerder en oordeelt dat een gedeelte van de kosten wel degelijk voor aftrek in aanmerking komt (Gent 01.12.2009). Gelet op het feit dat rechtstaan onvermijdelijk is, en dus de neurostimulator noodzakelijk is voor de lerares om haar beroep uit te oefenen, moet worden aangenomen dat de kosten voor de batterij noodzakelijkerwijs doch slechts gedeeltelijk (1/3) betrekking hebben op de uitoefening van het beroep. Het hof stelt vast dat de wet niet vereist dat de medische kosten hun oorsprong vinden in de beroepswerkzaamheid. Een gelijkaardig vonnis werd geveld door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (Rb. Antwerpen 17.02.2010). Door deze rechtbank worden de kosten van een hoorapparaat en van een operatie aan het oor in hoofde van een BVBA waarin een advocaat zijn activiteit uitoefent, aanvaard ten belope van 50 %.

Wat kunnen we hieruit leren ?

De boodschap is : hebt u medische kosten, overweeg dan op welke manier u deze kan linken aan uw beroepsactiviteit. Er zijn toch wel wat mogelijkheden. We hebben al gehad de kosten van een neurostimulator van een lerares en van een hoorapparaat en dito operatie van een advocaat. Maar ook het dragen van een bril is noodzakelijk voor de uitoefening van vele beroepen, en een pijnloze rug bevordert ook het rendement van de arbeidsprestaties, en een tenniselleboog is echt onleefbaar voor een lerares… Zo was er destijds een vonnis waarbij een Deense prostituee haar schoonheidsoperaties kon inbrengen.