Het (fiscaal) ondersteunen van de zogenaamde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten (hierna O&O) kadert onder meer in de Lissabon-strategie waarbij als streefdoel naar voren werd geschoven dat Europa de meest competitieve en dynamische kennisgedreven economie in de wereld moest worden. Tal van Europese lidstaten waaronder Spanje, Nederland, Ierland, België en ook Luxemburg hebben fiscale stimuli ingevoerd ter bevordering van investeringen die aanzetten tot technische innovatie via O&O-activiteiten.

De meeste lidstaten koppelen deze fiscale stimuli aan octrooien, zijnde de intellectuele rechten die betrekking hebben op uitvindingen die nieuw zijn en vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van nijverheid en industrie.

In België werd medio 2007 de zogenaamde octrooiaftrek ingevoerd. Deze belastingaftrek laat ondernemingen toe om 80,00% van hun bruto-inkomsten die gerelateerd zijn aan de geoctrooieerde uitvindingen, van hun belastbare basis af te trekken. Voorwaarde is evenwel dat deze octrooien ontwikkeld worden in een onderzoekscentrum ‘die een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid vermeld in artikel 46 § 1, eerste lid, 2° van het WIB 92’ uitmaakt. Hoewel deze voorwaarde ruim wordt geïnterpreteerd dient er in ieder geval een O&O-tussenkomst door een Belgische vennootschap te gebeuren die tevens een toegevoegde waarde biedt.

Toepassingsgebied

Het fiscaal gunstregime in Luxemburg is van toepassing op inkomsten uit de volgende intellectuele rechten (intellectual property, hierna IP genoemd):

– octrooien;
– handels- of fabrieksmerken;
– tekeningen en modellen;
– auteursrechten, zij het enkel deze die betrekking hebben op informaticasoftware;
– domeinnamen.

Het toepassingsgebied van de Luxemburgse IP-aftrek is dan ook een stuk ruimer dan de Belgische octrooiaftrek en de andere Europese fiscale gunstregimes. Vooral het feit dat ook inkomsten of royalty's uit merken kunnen genieten van de IP-aftrek lijkt een aantrekkelijk gegeven. In hetgeen volgt zullen we dan ook de nadruk leggen op de allocatie van de merknaam in Luxemburg, doch de principes zijn mutatis mutandis van toepassing op alle andere voormelde intellectuele eigendomsrechten.

Om onder het gunstregime te vallen is overigens enkel vereist dat het fabrieks- of handelsmerk – en bijvoorbeeld niet de productie of eigenlijke commercialisatie van het achterliggende product – in de Luxemburgse vennootschap wordt ondergebracht.

De fiscale principes

De Luxemburgse wet voorziet in een vrijstelling ten belope van 80,00% van de netto inkomsten – na aftrek van de gerelateerde kosten – van de ontvangen royalty's (of fictieve vergoeding bij zelf aangewende intellectuele rechten) die betrekking hebben op het gebruik van één van de voornoemde intellectuele rechten. Eventuele andere inkomsten van de Luxemburgse vennootschap zullen in principe aan het normale tarief van de vennootschapsbelasting worden onderworpen.

Het gemeenrechtelijke tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 21,00%. De solidariteitsbelasting en de gemeentelijke belasting in acht genomen resulteert dit op vandaag in een belastingdruk van om en bij de 28,00%, weliswaar afhankelijk van de vestigingsplaats van de vennootschap. De inkomsten die betrekking hebben op de voornoemde intellectuele rechten zouden in Luxemburg dan ook de facto worden belast tussen de 5 en de 6 %.

De toepassingsvoorwaarden

Inzake merken treedt de Luxemburgse IP-aftrek eerst in werking op het ogenblik dat het merk effectief gedeponeerd wordt. Algemeen is het overigens zo dat de IP-aftrek slechts van toepassing is indien het intellectueel recht pas tot stand gekomen of verworven is na 31 december 2007.

In de mate dat het merk niet zelf is ontwikkeld maar verkregen wordt van een andere partij, gelden specifieke regels. Het merk mag meer in het bijzonder niet verkregen zijn van:

– een moeder- of dochtervennootschap die een rechtstreekse participatie van minstens 10% aanhoudt;
– een zustervennootschap waarvan een gemeenschappelijke moedervennootschap in beide vennootschappen een rechtstreekse deelneming van minstens 10,00% bezit.

Er lijkt aldus geen obstakel te bestaan voor de toepassing van de IP-aftrek indien de intellectuele rechten worden verkregen van natuurlijke personen of van vennootschappen waarmee een onrechtstreekse band van participatie bestaat.

Kosten die met betrekking tot het merk werden gemaakt vóór dat het merk gedeponeerd werd, moeten worden geactiveerd in het jaar dat het merk wordt gedeponeerd en dat het gunstregime met andere woorden in werking treedt. De ratio legis hiervan is dat men wil vermijden dat deze kosten zouden in aftrek worden gebracht van de winsten die tegen het normale tarief in de vennootschapsbelasting zouden worden belast, dit terwijl de inkomsten die met deze kosten gerelateerd zijn zouden worden belast tegen 5 à 6 %.

De Luxemburgse IP-aftrek is uiterst aantrekkelijk rekening houdend met het ruime toepassingsgebied in vergelijking met haar Europese concurrenten. Bovendien geven de inkomsten die gerelateerd zijn aan deze intellectuele rechten slechts aanleiding tot een belastingdruk tussen de 5 à 6 %.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Internationale fiscaliteit.