Wanneer de vennootschap de goodwill financiert dmv een bankkrediet dan ontvangt de verkoper onmiddellijk zijn gelden. Hij doet ermee wat hij wenst. De vennootschap betaalt het afgesloten krediet aan de bank gespreid terug. De intresten die betrekking hebben op het krediet zijn aftrekbaar in de vennootschap.
 
De overdrager kan ook de goodwill overdragen maar de vordering die hij heeft op de vennootschap wordt niet onmiddellijk gedelgd. De overdrager zal hiervoor aan de vennootschap een intrest aanrekenen. Op deze manier wordt er een zogenaamde rekening courant gecreëerd.  Maar hierover bestaan problemen. 

Artikel 18, 4° WIB 1992, cruciaal in deze discussie, stelt het volgende :

“interest van voorschotten wanneer één van volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding :

– ofwel de in artikel 55 gestelde grens (nvdr hiermee bedoelt men een marktrente);
– ofwel wanneer het totaal bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefent, alsmede in voorkomend geval, elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van (…)”

Wat een marktrente is, is een feitenkwestie. Vandaag merken we echter dat een rentevoet van 7% à 8% courant is.

Maar de tweede grens is een ander paar mouwen. Mogen we rente aanrekenen op de ganse rekening courant (ontstaan na de verkoop van de goodwill) in de wetenschap dat het eigen vermogen lager is? Bv de verkkop van de goodwill bedraagt 200.000 euro en het eigen vermogen bedraagt 50.000 euro? We zouden geneigd zijn om positief te antwoorden. Er werd immers geen ‘geldlening’ hebben toegestaan. We hebben enkel een ‘vordering’ op de vennootschap. Niettegenstaande het eigen vermogen duidelijk minder is dan de rekening courant. Maar de administratie gaat hiermee niet akkoord. De circulaire terzake stelt dit (Ci.RH.231/543.949 (AOIF 2/2005) dd. 11.01.2005). Nochtans is er een recente uitspraak van het Hof van Cassatie waar de fiscus terug gefloten wordt (Cassatie 4 september 2009). Maar de onzekerheid blijft wel bestaan.

Wie dan ook de denkpiste van de rekening courant wenst te volgen moet zich goed realiseren of dit wel zonder problemen zal verlopen. Zowel het bedrag van de vordering als de hoogte van de marktrente zijn in deze zeer belangrijk.

Men mag ook niet vergeten dat de gevolgen van een aanvaring met de administratie zeer aanzienlijk kunnen zijn :

• een gedeelte van de rente (het bedrag de rente die de marktrente overschrijdt) wordt geherkwalificeerd als dividend (en een dividend is in tegenstelling tot een intrest niet fiscaal aftrekbaar);
• mogelijk ook verlies van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting;
• 25 % roerende voorheffing i.p.v. 15 % roerende voorheffing;
• gezien het verlies van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting, heeft de vennootschap ook te weinig voorafbetaald met een penalisatie tot gevolg;