//Inleiding tot het erfrecht; wie erft wat en wanneer!

Inleiding tot het erfrecht; wie erft wat en wanneer!

In bijlage vindt u een soort inleiding tot het erfrecht.

Een neerslag van een seminar dat wij twee jaar geleden presenteerden. 1. Wanneer iemand overlijdt, verkrijgen zijn erfgenamen zijn goederen. Alhoewel dit op het eerste gezicht vanzelfsprekend lijkt, is het in de praktijk niet altijd zo eenvoudig om ieders rechten juist te berekenen.

De gewone erfopvolging van een ouder met twee kinderen is eenvoudig: ieder kind erft de helft. Leeft de andere ouder nog, dan wordt het al iets ingewikkelder; want ook de langstlevende ouder heeft recht op een deel van de erfenis. Is er een testament waardoor het ene kind meer krijgt dan het andere, dan moet er een berekening gemaakt worden om te zien of dat andere kind wel zijn voorbehouden erfdeel krijgt. Want een kind kan nooit volledig onterfd worden.

De erfenis van een verre verwant of een niet verwante persoon kan heel ingewikkeld zijn. Omdat er heel wat wettelijke erfgenamen zijn bv. neven en nichten, of omdat de overledene een ingewikkeld testament nagelaten heeft.  2. Het is maatschappelijk noodzakelijk de erfopvolging te regelen. Het moet gekend zijn wie de goederen van een overledene zal verkrijgen, maar het is even noodzakelijk te weten wie de schulden van de overledene zal betalen.

Daarom heeft de wetgever een zeer gedetailleerde regeling uitgewerkt. Alle mogelijke gevallen zijn voorzien. De overledene wordt geacht “gekozen” te hebben voor deze wettelijke regeling, indien hij er niet van afgeweken heeft.

Afwijkingen zijn beperkt. Meestal gebeurt dit door een testament, waarbij de overledene zijn ganse vermogen of een deel ervan toebedeelt aan een bevriend persoon of instelling, al of niet verwant. Dit is een éénzijdige rechtshandeling.

De langstlevende echtgeno(o)t(e) kan op een bijzondere manier bevoordeeld worden door een contractuele erfstelling (een schenking van toekomstige goederen). Dit is een overeenkomst.Is er een testament of een schenking van toekomstige goederen, dan hebben deze voorrang op het wettelijk erfrecht.  3.

De erfopvolging gebeurt op het ogenblik van het overlijden. Vanaf dat moment is de erfgenaam eigenaar van de goederen, maar is hij ook verplicht om de schulden te betalen.     

Erfrecht: Wie erft wat? – Editie 2017

In onze praktijk worden we dagelijks geconfronteerd met heel wat onwetendheid en misverstanden rond erfrecht. Begrijpelijk want het is een kluwen. Nu er hoe langer hoe meer nieuwe samengestelde gezinnen zijn, wordt het meer dan ooit belangrijk om te weten wie van wie… wat erft.

Gratis Inkijkexemplaar…

Hoofdstuk 1. Wie kan erven?

I. In leven zijn.

4. Om te kunnen erven moet U op het ogenblik van een overlijden in leven zijn. Dit wil zeggen dat Uzelf (of Uw erfgenamen) moet kunnen aantonen dat U langer geleefd hebt. Dit is belangrijk in geval van verkeersongevallen. Wordt dit niet bewezen, dan worden beide personen geacht op hetzelfde ogenblik te zijn gestorven. Dit kan belangrijke gevolgen hebben.

Voorbeeld: echtgenoten zonder kinderen komen om in een ongeval

– eerste mogelijkheid: er kan niet aangetoond worden dat de ene langer geleefd heeft. De gemeenschapsgoederen d.w.z. de goederen die ze tijdens hun huwelijk verworven hebben, hun spaarcenten …  vervallen voor de helft aan de erfgenamen van de man, en voor de andere helft aan de erfgenamen van de vrouw.

– tweede mogelijkheid: er kan aangetoond worden dat de man een uur langer geleefd heeft.
De helft in de gemeenschapsgoederen (overlijden vrouw) vervallen aan de man volgens het wettelijk erfrecht, en bij diens overlijden (één uur later) vervallen alle (vroegere gemeenschaps)goederen aan de erfgenamen van de man. De erfgenamen van de vrouw blijven dus volledig in de kou staan.

5. Een schrijnend geval is de geboorte van een kind na het overlijden van de vader. Ook hier is een oplossing gevonden. Een verwekt kind, maar nog niet geboren, wordt meegerekend als erfgenaam voor zover het “levend en levensvatbaar” wordt geboren. Tenminste voor zover het overlijden gebeurd is in de periode van 180 tot 300 dagen voor de geboorte.

II. Niet onwaardig.

6. De genegenheid of vriendschap van een toekomstige erfgenaam tijdens het leven van de overledene is zonder invloed op het wettelijk erfrecht. U kunt deze personen enkel uitsluiten door een testament te maken. Wanneer dat niet mogelijk is bv. ingeval van een kind, dan kunt U diens aanspraken op de erfenis beperken, door het maximum dat de wet toelaat te beschikken, te legateren aan anderen. Deze anderen kunnen zowel andere kinderen, kleinkinderen of vreemden (bv. vriendin) zijn.

7. Bepaalde situaties zijn zo erg, dat de rechten op een erfenis verloren gaan. Dit noemt men “de onwaardigheid”. Het meest tot de verbeelding sprekend geval is de moord of moordpoging op de overledene.

Deze uitsluiting is beperkt tot het wettelijk erfrecht. En er moet noodzakelijk een veroordeling zijn geweest. Overlijdt de dader voor een veroordeling bv. in een familiedrama, dan is er geen sprake van onwaardigheid, en behoudt hij zijn erfrechten.

Onvrijwillige doodslag bv. naar aanleiding van een verkeersongeval is geen grond tot uitsluiting van enig wettelijk erfrecht.  III. Keuzerecht van de erfgenaam.

8. Een erfgenaam heeft drie mogelijkheden: de zuivere aanvaarding, de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en de verwerping.
In feite heeft een erfgenaam een termijn van dertig jaar om zijn keuze te doen. Dit is eerder theorie, want in de praktijk is dit moeilijk haalbaar.

De erfgenaam kan maar een keuze doen vanaf het openvallen van de nalatenschap, dus het overlijden. Iedere eerdere aanvaarding of verwerping is een beding over een niet opengevallen erfenis en is volstrekt nietig. Ook als de erfenis na enige tijd wordt aanvaard of verworpen, toch wordt dit geacht vanaf het overlijden te zijn gebeurd.

9. De keuze moet volledig zijn. Een erfgenaam kan zelf geen onderscheid maken tussen hetgeen hij wil houden, en hetgeen hij niet wil hebben. Het zou te gemakkelijk zijn om de schulden uit zijn deel te weren.

Die keuze is normaal gezien definitief. Iemand die een erfenis aanvaard heeft onder voorrecht van boedelbeschrijving, kan daarna niet meer verwerpen.

10. – De zuivere aanvaarding.

In de praktijk komt dit het meeste voor. Een erfgenaam die zuiver aanvaardt, verkrijgt alle goederen, maar moet ook alle schulden betalen. Dit is dus een aanvaarding zonder voorbehoud. Indien blijkt dat de schulden belangrijker zijn dan de activa, dan moet hij die schulden met gelden uit zijn eigen vermogen betalen.

Deze aanvaarding gebeurt dikwijls “stilzwijgend” omdat een erfgenaam een bepaalde daad stelt, waaruit zijn bedoeling om de erfenis te aanvaarden, duidelijk blijkt. Voorbeelden zijn: opvragen van gelden bij een financiële instelling, te koop bieden van een woning of van meubilair, verhuren van een woning, betaling van (niet dringende) schulden met gelden van de nalatenschap …  .

11. Begrafeniskosten of vervallen verzekeringspremies betalen, het deponeren van effecten op een effectenrekening voor rekening van de nalatenschap, of het indienen van een aangifte van nalatenschap, zelfs de betaling van de successierechten met gelden van de nalatenschap zijn geen daden van aanvaarding.
De erfgenaam blijft zijn keuzerecht houden.

12. De zuivere aanvaarding is dus belangrijk. Indien U erft van iemand die U niet goed kent, of wiens vermogen U hoegenaamd niet in kan schatten, is het toch aangewezen om de vermogenstoestand te onderzoeken. Neemt dit enige tijd in beslag, dan volstaat het om geen “daden van aanvaarding” te stellen, en enig geduld te oefenen. U houdt dan tenminste Uw handen vrij!

13. – De verwerping.

Iemand die een erfenis verwerpt, wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest. Hij kan dus door de schuldeisers niet aangesproken worden om schulden van de overledene te betalen.

De verwerping kan enkel maar gebeuren zolang er geen zuivere (stilzwijgende) aanvaarding, noch aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving is gebeurd. U moet geen reden geven voor die verwerping.

14. Een verwerping is altijd uitdrukkelijk.

Een wettelijk erfgenaam kan dit enkel door een verklaring op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het arrondissement waar de nalatenschap is open gevallen. Een testamentair erfgenaam kan ook verwerpen door middel van een notariële of onderhandse akte.

15. Slechts uitzonderlijk kan er terug gekomen worden op een verwerping nl. in het geval dat nog geen enkele andere erfgenaam de nalatenschap heeft aanvaard.

16. Het kan best dat één of meerdere, maar niet alle erfgerechtigden de nalatenschap verwerpen. De erfdelen worden dan bepaald, zonder rekening te houden met deze die verworpen hebben. De erfenis wordt dus verdeeld onder de anderen nl. deze die niet verworpen hebben. Dit kunnen oorspronkelijke erfgerechtigden zijn, maar ook andere personen, die door de verwerping in nuttige rangorde komen.

Toch moeten alle gevolgen wel goed ingeschat worden.

Voorbeeld: Axel overlijdt en laat na als wettelijke erfgenamen drie broers en zusters. Twee van hen willen dat de erfenis rechtstreeks aan hun kinderen (neven en nichten van de overledene) toe komt, en verwerpen de erfenis.
Hun kinderen zullen niet erven, en alles zal gaan naar degene die niet verworpen heeft, om reden dat plaatsvervulling (zie verder) niet mogelijk is.

17. – De aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving.

Dit is speciaal in de zin dat de erfgenaam nooit meer schulden moet betalen dan dat er goederen aanwezig zijn in de nalatenschap. Een erfgenaam zal dus nooit met zijn eigen vermogen moeten instaan voor de betaling van schulden van de overledene. De keuze is individueel: de ene erfgenaam kan dit doen, en andere erfgenamen kunnen zuiver aanvaarden.

Het vermogen van de overledene enerzijds,  en het vermogen van de erfgenaam aanvaardend onder voorrecht van boedelbeschrijving anderzijds, zal nooit vermengd worden.

18. Het is wel een aanvaarding, dus achteraf verwerpen is uitgesloten. Een erfgenaam die eerst aanvaard heeft onder voorrecht van boedelbeschrijving kan hiervan afstand doen, tenminste als hij meerderjarig en bekwaam is om rechtshandelingen te stellen.

19. De pleegvormen zijn erg streng o.a. verklaring op de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg van het arrondissement waar de erfenis is opengevallen, bekendmaking in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad, (notariële) inventaris … .

Alhoewel dit voorgeschreven is voor minderjarigen en onbekwaam verklaarden, komt dit in de praktijk toch zelden voor.

Hoofdstuk 2. De omvang van de erfenis.

20. In principe maken alle goederen en schulden van de overledene deel uit van de nalatenschap.Nochtans zijn er een aantal rechten die door het overlijden vervallen. Deze maken dus geen deel uit van de nalatenschap. De erfgenamen krijgen ze niet.Het meest voor komende is “het vruchtgebruik”.

Bij het overlijden van een echtgenoot verkrijgt de langstlevende (meestal) het vruchtgebruik op diens nalatenschap. Dit houdt in dat hij/zij de woning kan blijven bewonen, zonder enige huur te moeten betalen, dat hij/zij de interesten van de beleggingen kan innen.

Door het overlijden van die langstlevende echtgeno(o)t(e) worden de blote eigenaars terug volle eigenaars, en vanaf dit overlijden zijn zij gerechtigd op de inkomsten. Die blote eigenaars zijn de oorspronkelijke erfgenamen bij het eerste overlijden.

Ingeval van echtgenoten met kinderen zullen dit meestal dezelfde personen zijn nl. de kinderen. Maar dit is niet zo bij echtgenoten zonder kinderen, of bij ongehuwde personen. Alhoewel vruchtgebruik in die laatste situatie veel minder voor komt.

21. Voorbeeld: Axel en Bea zijn gehuwd onder het stelsel van de zuivere scheiding van goederen. Axel is overleden op 10 juni 1995 en de erfenis (een villa en 10.000.000F effecten) zijn vervallen aan zijn echtgenote Bea voor het vruchtgebruik, en aan zijn twee broers Cedric en Dieter, ieder voor de helft in blote eigendom.

Op 20 maart 2001 overlijdt Bea, en zij heeft haar neef Julien aangesteld als algemene legataris. Haar ganse erfenis komt toe aan Julien, maar de villa en de effecten, thans een waarde van 15.000.000F, worden verdeeld tussen Cedric en Dieter.

22. Dit zou natuurlijk anders geweest zijn, indien Bea, Cedric en Dieter na het overlijden van Axel, geopteerd hebben om de effecten onmiddellijk te kapitaliseren.

Dan wordt het vruchtgebruik omgezet in een waarde volle eigendom bv. 3.000.000F. Bij het overlijden van Bea  -in de veronderstelling dat ze de effecten steeds gehouden heeft- zullen deze vererfd worden door Julien, en in ons voorbeeld een waarde hebben van 4.500.000F. I. De overledene is niet gehuwd.

23. Dit is het eenvoudigst: alle goederen en schulden vormen samen de nalatenschap. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen onroerende goederen bv. villa, herenhuis, appartement, hoeve, landerijen, bossen … of roerende goederen bv. meubels, auto maar ook geld, beleggingen … .

Het is zonder belang of die goederen in het binnen- of buitenland zijn. Alhoewel, de buitenlandse onroerende goederen dikwijls vererfd worden volgens de wetgeving van het land van ligging. Dit zal enkel een invloed hebben bij de wettelijke erfopvolging. Een testament wordt zowel in het binnen- als buitenland gevolgd.

24. De goederen zijn meestal voor de geheelheid in de erfenis, maar het kan ook een onverdeeld deel zijn. Dit is dikwijls het geval indien de overledene zelf gerechtigd was in een nog niet verdeelde nalatenschap, meestal van zijn ouders.

Voorbeeld: Axel, Cedric en Dieter zijn drie broers en hebben geërfd van hun ouders, in die nalatenschappen was een woning te Leuven. Op 10 juni 1995 was die woning niet verkocht, noch verdeeld. Op 10 juni 1995 overlijdt Axel, de woning te Leuven maakt voor 1/3 de deel uit van de nalatenschap van Axel.  II. De overledene is gehuwd.

25. Het wordt iets ingewikkelder omdat ook rekening moet gehouden worden met hetgeen de echtgenoten samen verworven hebben tijdens het huwelijk.
Dit wordt geregeld door het huwelijksvermogensrecht. Op het ogenblik van het overlijden wordt het huwelijk ontbonden, en zal dit vermogen vereffend en verdeeld worden. Pas na deze bewerkingen, kent men het aandeel van de overledene. Dit is dan een deel van de erfenis.

26. – het stelsel van de zuivere scheiding van goederen.

Dit is relatief eenvoudig: er zijn geen gemeenschapsgoederen. De goederen en de schulden zijn ofwel van de man of de vrouw. Deze goederen of schulden vallen dan volledig wel of niet in de erfenis.

De praktijk leert dat in veel gevallen die echtgenoten toch samen goederen aankopen bv. onroerende goederen, of  beleggingen doen. Idem dito voor de hypothecaire lening.

Toch gaat het hier niet om een gemeenschappelijke eigendom, maar om een gewone onverdeeldheid. Is er geen breukdeel bepaald, dan wordt er van uitgegaan dat ieder van de echtgenoten de helft in die goederen bezit. Dit breukgedeelte valt dan in de erfenis van de overleden echtgenoot.

Het stelsel van de zuivere scheiding van goederen komt niet veel meer voor.

27. – een gemeenschapstelsel.
De meeste echtgenoten zijn gehuwd onder het wettelijk stelsel van gemeenschap. Alle gehuwden zonder huwelijkscontract vallen automatisch onder dit stelsel. Ook in de meeste huwelijkscontracten wordt dit stelsel gekozen. Een huwelijkscontract wordt meestal opgemaakt voor de bijzondere bedingen bv. inbreng van een onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen, een huwelijksovereenkomst …

28. In feite bestaan er drie vermogens nl. het eigen vermogen van de man, het eigen vermogen van de vrouw en het gemeenschappelijk vermogen.
Het eigen vermogen bestaat hoofdzakelijk uit hetgeen de man of vrouw bezat op het ogenblik van het huwelijk, alsook hetgeen de man of vrouw tijdens het huwelijk verworven heeft ingevolge schenking of erfenis. Daarnaast zijn er nog eigen goederen, waar hier verder niet op ingegaan wordt.

Het gemeenschappelijk vermogen bestaat hoofdzakelijk uit hetgeen tijdens het huwelijk bijeen gespaard werd. In de eerste plaats de beroepsinkomsten en de vervangingsinkomsten, maar natuurlijk ook al de goederen die tijdens het huwelijk aangekocht werden met deze inkomsten bv. woning, auto, meubels, alsook alle beleggingen bv. spaarboekjes, aandelen, obligaties.

De inkomsten zijn steeds gemeenschappelijk, ook als er een groot verschil is tussen het inkomen van de man of de vrouw. Dit blijft zo zelfs als één van de gehuwden geen inkomen heeft.

De inkomsten of interesten van de eigen goederen zijn ook altijd gemeenschappelijk bv. de man heeft een huis geërfd van zijn ouders, dat hij verhuurt. De huursommen vallen in het gemeenschappelijk vermogen.

29. Bij het overlijden wordt eerst het gemeenschappelijk vermogen vereffend en verdeeld. Dit is tamelijk ingewikkeld. Het netto gedeelte van het gemeenschappelijk vermogen dat toe komt aan de overledene, maakt deel uit van zijn erfenis.

30. Het onderscheid tussen het gemeenschappelijk en het eigen vermogen is van belang voor het wettelijk erfrecht. Indien een echtgenoot overlijdt, zonder kinderen of kleinkinderen na te laten, dan verkrijgt de langstlevende echtgeno(o)t(e) in volle eigendom het deel van de overleden partner in het gemeenschappelijk vermogen. Dit wordt uitgebreid behandeld in hoofdstuk 3. III. Enkele bijzondere bedingen.

31. Het principe is dat bij een overlijden al de goederen en schulden deel uitmaken van de erfenis. Dit is niet altijd zo. Er bestaan situaties waarbij kan voorkomen worden dat bepaalde goederen in een erfenis vallen. In de praktijk wordt hiervan gretig gebruik gemaakt. Drie gevallen worden nader onderzocht.

32. – een beding van aanwas (tontine).
Sinds een tiental jaar is dit gemeen goed geworden bij gezamelijke aankoop van een onroerend goed door ongehuwd samenwonenden. Fiscale motieven lagen aan de basis van deze techniek. Immers bij het overlijden van de ongehuwde partner werden de successierechten berekend tegen het tarief “niet verwante personen”. Dit was zeer duur, daarom werd gezocht naar oplossingen. Sinds 1 januari 2001 geldt dit minder voor samenwonenden in het Vlaamse Gewest; de tarieven zijn thans identiek als deze “tussen echtgenoten”, en zijn dus meestal lager dan het hierna vermelde verkooprecht.

33. De samenwoners kopen een onroerend goed aan, ieder voor de helft in volle eigendom. Verder wordt er bepaald dat bij overlijden van de ene, diens aandeel zal toevallen (aan wassen – vandaar de naam) aan de langstlevende partner.Het is een wederkerig kanscontract, in de zin dat Axel bereid is om zijn deel af te staan aan Bea, op voorwaarde dat hij het deel van Bea verwerft indien zij voor hem komt te overlijden. Dit is dus een overeenkomst ten bezwarende titel, met gevolg dat hier registratierechten (6% of 12,5%) verschuldigd zijn, en geen schenkings- of successierechten.

34. Dit beding van aanwas (tontine) kan ook beperkt worden tot het vruchtgebruik d.w.z. dat de langstlevende absolute zekerheid heeft in de woning te mogen blijven wonen of deze kan verhuren, zolang hij/zij leeft.
Dit wordt dikwijls aangeraden indien de samenwoners kinderen hebben. In dit geval zal bij het overlijden enkel de blote eigendom in de erfenis vallen. Na het overlijden van de partner vervalt het vruchtgebruik, en worden de kinderen volle eigenaar van de helft.

35. – een beding ten behoeve van een derde (levensverzekering).
Iemand sluit een overeenkomst met een verzekeringsmaatschappij of een financiële instelling  waarbij bepaald wordt dat bij diens overlijden bv. 5.000.000F zal uitbetaald worden aan de begunstigde. De begunstigde kan een echtgenoot, een verwant of een niet verwante persoon zijn. Kenmerkend is dat deze begunstigde een eigen recht heeft, niettegenstaande hij geen partij is in de hoofdovereenkomst.
De uitbetaalde som maakt geen deel uit van de erfenis.

36. – een toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen (tussen echtgenoten).
Dit komt in de praktijk heel veel voor. Dit veronderstelt dat de echtgenoten gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel. Dus geldt dit niet voor goederen van het eigen vermogen.

Zij komen overeen dat bij het eerste overlijden het gemeenschappelijk vermogen niet in helften wordt verdeeld, maar integendeel voor een groter gedeelte of voor de totaliteit toebedeeld wordt aan de langstlevende. Dit beding is geen schenking maar een huwelijksvoorwaarde.
Er is wel een correctie ingebouwd indien die goederen oorspronkelijk “eigen goederen” waren, die door een uitdrukkelijk beding in een huwelijkscontract in de huwelijksgemeenschap zijn gebracht, en ook indien er kinderen zijn uit een vorige relatie.

37. Deze huwelijksovereenkomst kan enkel gesloten worden in een huwelijkscontract voor het huwelijk, of in een (kleine) wijziging van huwelijkstelsel tijdens het huwelijk. In beide gevallen is een notariële akte verplicht.

Thans worden veel “alternatieve huwelijksovereenkomsten” gemaakt. In deze akten somt men een aantal mogelijkheden van toebedelingen op bv.
– van het gemeenschappelijke vermogen in volle eigendom,
– van het gemeenschappelijk roerend vermogen in volle eigendom, en het gemeenschappelijk onroerend vermogen voor de helft in volle eigendom, en de helft in vruchtgebruik,
– van het gemeenschappelijk vermogen voor de helft in volle eigendom, en de helft in vruchtgebruik.

Het is pas op het ogenblik van het eerste overlijden dat de langstlevende (en hij/zij alleen !) een keuze moet doen, welke toebedeling zal gekozen worden.
Neem de nodige inlichtingen.

38. Het gevolg van deze toebedeling is dat de goederen van het gemeenschappelijk vermogen in de mate van die toebedeling, niet in de erfenis van de eerst overleden echtgenoot terug te vinden is. Dit is vanzelfsprekend een belangrijke beperking van de erfrechten, maar … wettelijk toegelaten.

Hoofdstuk 3. U erft en er is geen testament.

I. Het begrip “erfelijke roeping”.

39. Het vermogen van een overledene moet altijd aan iemand toevallen. Dit is een noodzaak, anders zou het rechtsverkeer stremmen.
De vraag wie de overledene als eigenaar of schuldenaar zal opvolgen, is in feite een politieke keuze, verbonden met de visie over het functioneren van de maatschappij.

Daarom kan een maatschappij niet zonder een wettelijke erfopvolging. Want lang niet iedereen heeft een testament.
De wettelijke erfopvolging is eigenlijk een maatschappelijk gedragen regeling, waar een rangorde bepaalt wie de goederen van een overledene zal krijgen. Dit wordt de “erfelijke roeping” genoemd.

40. Het erfrecht evolueert met de tijdsgeest. Oorspronkelijk was de bloedfamilie het belangrijkste uitgangspunt. Thans is er geen onderscheid meer tussen een wettig en een natuurlijk kind. De rechten van de langstlevende echtgeno(o)t(e) zijn spectaculair verbeterd. In de toekomst zal het erfrecht van een samenwonende wellicht aan bod komen, en wordt het voorbehouden erfrecht van de kinderen in vraag gesteld.

41. Deze wettelijke rangorde is veel ingewikkelder dan op het eerste gezicht lijkt. Vele begrippen als orden, graden, plaatsvervulling, kloving klinken wereldvreemd. Het zal dus een inspanning kosten die terminologie eigen te maken. De voorbeelden zullen echter de praktische kant belichten.

II. Categoriën van de wettelijke erfopvolging.

42. Grosso modo zijn er twee belangrijke soorten erfopvolgers: de bloedverwanten en de langstlevende echtgeno(o)t(e). Deze erven bovendien naast elkaar en ook nog van dezelfde goederen.

 Afdeling 1. De bloedverwanten.

43. Dit zijn de kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, broers en zusters, neven en nichten, en verre verwanten.. Zij gaan altijd terug op eenzelfde stamouder. Wie erft is afhankelijk van de orde en de graad. In feite is erfgenaam, degene die het dichtst verwant is met de overledene. Deze regels moeten strikt geïnterpreteerd worden.
Om het niet nodeloos ingewikkeld te maken wordt als uitgangspunt genomen dat de overledene bij zijn overlijden niet gehuwd was. Deze situatie wordt besproken onder afdeling 2.

44. Eerste regel : De orden.

Deze groep van bloedverwanten  wordt verder onverdeeld in “orden”. Dit is een echte voorkeursregeling m.a.w. iemand die behoort tot de eerste orde (kind), sluit de tweede orde (broer) uit.

Onderverdeling:

Eerste orde: de afstammelingen. Dit zijn de biologische kinderen en kleinkinderen van de overledene. Ook de door hem geadopteerde kinderen behoren tot de eerste orde, zonder onderscheid of het om een gewone of volle adoptie gaat, alsook de afstammelingen van die geadopteerde kinderen.
Alle afstammelingen komen tot de erfenis. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen kinderen uit een huwelijk of een andere relatie. Maar de kinderen van een partner, waarvan U niet de biologische ouder bent, komen niet aan bod. Ongeacht of U met die partner gehuwd bent of niet. Zo U wenst dat die kinderen ook van U erven, dan moet U ofwel deze adopteren, ofwel hen als legataris aanduiden. U moet dan wel een testament opmaken. Voorbeeld.
Axel overlijdt en laat na zijn vader, twee broers en een kind. Oplossing: het kind erft de volledige nalatenschap.

45. Zijn er verschillende kinderen dan erven zij een gelijk deel, dikwijls “bij hoofden” genoemd. Voorbeeld.Axel overlijdt en laat na zijn vader, twee broers en drie kinderen. Oplossing: de drie kinderen erven elk 1/3de van de nalatenschap.  Dit is logisch en vergt geen uitleg.

Tweede orde: de bevoorrechte zijverwanten met of zonder vader/moeder.

46. De bevoorrechte zijverwanten zijn de broers en zusters van de overledene, maar ook hun afstammelingen nl. neef of nicht.
Zij erven als er geen rechtstreekse afstammelingen (erfgenamen van de eerste orde) van de overledene zijn.
In deze orde is geen beperking in graad, in tegenstelling tot de vierde orde van de gewone zijverwanten, die de vererving beperkt tot de vierde graad.  Alhoewel de ouders behoren tot de derde orde, worden zij nooit door broers of zusters uitgesloten. De erfrechten van de broers en zusters worden dus beïnvloed door het al dan niet in leven zijn van één of beide ouders. Elke ouder erft onveranderlijk 1/4de  van de erfenis van een kind. Of dit nog aansluit bij de huidige maatschappij opvatting is zeer de vraag. Meestal is het gevoelen dat de ouders eigenlijk voor de broers en zusters moeten kunnen erven.

47. Drie situaties doen zich voor: a/ broers en zusters erven, vader en moeder zijn overleden: de broers en zusters erven elk een gelijk deel. Voorbeeld.Axel overlijdt en de erfenis vervalt aan broers Cedric en Dieter.

Oplossing: Cedric en Dieter erven ieder de helft.

  b/ broers en zusters erven, en de vader of de moeder is in leven: de in leven zijnde ouder erft steeds 1/4de van de nalatenschap; het overige wordt in gelijke delen onder de broers en zusters verdeeld. Voorbeeld.
Axel overlijdt en de erfenis vervalt aan zijn moeder, en verder aan zijn broers Cedric en Dieter. Oplossing: – de moeder erft 1/4de van de nalatenschap,                   – Cedric en Dieter erven samen 3/4de , of ieder 3/8ste.

c/ broers en zusters erven, de vader en de moeder is in leven: zowel de vader als de moeder erven ieder 1/4de van de nalatenschap; het overige wordt in gelijke delen onder de broers en zusters verdeeld.

Voorbeeld.
Axel overlijdt en de erfenis vervalt aan zijn vader, moeder, broers Cedric en Dieter.

 Oplossing: – zowel vader, als moeder erven ieder 1/4de van de nalatenschap,
– Cedric en Dieter erven samen de helft, of ieder 1/4de.

Derde orde: de ascendenten.

48. Dit zijn de ouders, grootouders van de overledene.
Merk op dat de vader en moeder tot de tweede orde komen, indien broers en zusters erven. Zijn er geen broers of zusters, dan behoren zij de derde orde.

Vierde orde: de gewone zijverwanten.

49. Dit zijn de ooms en tantes, neven en nichten … van de overledeneDe erfrechten zijn beperkt tot de vierde graad.

50. Tweede regel: De graad.  In feite is de graad de optelling van de generaties. Rechte lijn: grootvader, vader, kind, kleinkind: het kind staat in eerste graad tegenover zijn vader of kleinkind, en in tweede graad tegenover grootvader; het kleinkind staat in derde graad tegenover (over)grootwader. Zijlijn: ook hier worden de generaties geteld via de gemeenschappelijke stamouder.Voorbeeld.- Axel en zijn broer Cedric staan in tweede graad nl. Axel tot vader (1 graad) en vader tot Cedric (1 graad).
– Fons, zoon van Axel en Gella, dochter van Cedric staan in vierde graad nl. Fons tot Axel tot vader (2 graden) en vader tot Cedric tot Gella (2 graden).

51. Binnen dezelfde orde wordt er rekening gehouden met de graad, de dichtste in graad erft. Voorbeeld: kinderen en kleinkinderen behoren ieder tot de eerste orde, maar het kind erft van zijn vader, niet het kleinkind. Het kind is eerste graad, het kleinkind tweede graad. Dit is logisch.

Erven verschillende personen in dezelfde graad, dan krijgen zij elk een gelijk deel. Voorbeeld: twee kinderen erven van hun vader; zij erven elk de helft, zij zijn allebei eerste graad.

52. Derde regel: De plaatsvervulling.

Voorbeeld.
Axel overlijdt, en laat na twee kinderen Emma en Fons, en een kleinkind Griet, dochter van een vooroverleden kind Julie. Worden de gewone regels toegepast, dan zou Emma en Fons (erfgenamen in eerste graad), elk de helft erven, en kleindochter Griet niets, omdat zij tweede graad is.
Dit is onlogisch en onrechtvaardig. Daarom werd een wettelijke oplossing gezocht, dat is de plaatsvervulling.

53. Een erfgenaam zal dus in rang opschuiven. Hij zal de positie van zijn ouder innemen, waardoor hij kan erven, juist alsof zijn ouder nog in leven zou zijn.
De plaatsvervulling geldt zonder beperking van graad: een kleinkind kan zowel de plaats innemen van zijn vooroverleden vader en vooroverleden grootvader.

54. Plaatsvervulling is echter maar mogelijk voor de afstammelingen van:
– de kinderen van de overledene;
– de broers en zusters van de overledene;
– de ooms en tantes van de overledene. Gevolgen:
– ouders kunnen de plaats niet innemen van een zoon of dochter,
– een gewoon geadopteerd kind kan niet bij plaatsvervulling erven van de ouders, broer, zuster,  oom of tante van de adoptant; omdat bij gewone adoptie de afstamming beperkt blijft tot de adoptant (opgaande lijn).
Uiteraard kunnen de afstammelingen van een gewoon geadopteerd kind diens plaats wel innemen bij overlijden van de adoptant (neerdalende lijn).

55. Voorbeeld.
Axel overlijdt en laat na zijn kinderen Emma en Fons, en een kleinkind Griet, dochter van vooroverleden kind Julie.Oplossing: Emma, Fons en Griet erven elk 1/3de .

56. Wanneer de vooroverleden persoon verscheidene afstammelingen nalaat, dan treden zij allen in dienst plaats, maar krijgen zij uit de erfenis niet meer dan het deel dat de vooroverleden persoon zelf zou gehad hebben.
Met andere woorden: zij verdelen de erfenis “bij staken”  Voorbeeld.
Axel overlijdt en laat na zijn kinderen Emma en Fons, en twee kleinkinderen Griet en Helga, dochters van vooroverleden kind Julie.
Oplossing: – Emma en Fons erven elk 1/3de,
– Griet en Helga erven samen 1/3de, of ieder 1/6de.

57. Dit is ook maar mogelijk indien de persoon in wiens plaats U komt, niet langer geleefd heeft dan de overledene. U kunt nooit de plaats innemen van iemand die de erfenis verworpen heeft, of iemand die onwaardig is.
In dit geval is het toch mogelijk dat U erft, maar dan wel in eigen hoofde. Voorbeeld.
1/ Axel overlijdt en laat na zijn kinderen Emma en Fons, en twee kleinkinderen Griet en Helga, dochters van vooroverleden kind Julie.
Fons verwerpt de erfenis, maar heeft wel een zoon Karel.
Oplossing: – Emma erft de helft,
– Griet en Helga erven samen de helft, of ieder 1/4de.
–  Karel erft niets. 2/ Zelfde voorbeeld, maar Emma en Fons verwerpen de erfenis.
Oplossing: – Griet en Helga erven elk de helft,- Karel erft niets. 3/ Zelfde voorbeeld, maar Emma, Fons, Griet en Helga verwerpen de erfenis.
Oplossing: – Karel erft alles, en wel in eigen hoofde nl. erfgenaam van tweede orde, in tweede graad.

58. Het is niet noodzakelijk dat degene die de plaats vervuld erfgenaam is geweest van zijn ouder.
Voorbeeld.

Axel overlijdt, en laat na zijn kinderen Emma en Fons, en kleinkind Griet, dochter van vooroverleden kind Julie. Griet heeft de erfenis van haar moeder Julie verworpen.

Oplossing: – Emma, Fons en Griet erven elk 1/3de.

59. Vierde regel: De kloving.

Het uitgangspunt is de bloedverwantschap. Erfgenamen van de eerste en tweede orde hebben steeds gemeenschappelijke ouders. Het gaat om kinderen, broers, zusters, of hun afstammelingen.
Dit is niet het geval voor erfgenamen van de derde en vierde orde. Maar ook een halfbroer of een halfzus hebben slechts één gemeenschappelijke ouder.

60. De erfgenamen van de vaderlijke en moederlijke lijn worden gelijk behandeld. Daarom wordt de erfenis in twee gelijke delen verdeeld. Dit wordt koving genoemd.

Het is best mogelijk dat in die verdeling iemand zowel in de vaderlijke als in de moederlijke lijn wordt meegerekend  bv. een volle broer.
De erfenis vervalt in elke linie aan die erfgenamen die in nuttige orde en graad zijn.

61. 1e geval: broers en zusters (erfgenamen!) met verschillende ouders.  Opmerking: er is maar sprake van kloving als er broers en zusters zijn met verschillende ouders d.w.z. dat ofwel de vader, ofwel de moeder niet dezelfde biologische of adoptief ouder is.
De relatie tussen de erfgenamen is van belang, niet de relatie van de overledene tegenover die erfgenamen.  Voorbeeld.
Axel overlijdt en laat na als broer en zuster aan vaderszijde Luc en Maaike.

Oplossing: – er is geen kloving.- Luc en Maaike erven ieder de helft (zie 47 a). In de veronderstelling dat een van de ouders nog in leven was, zou de ouder 1/4de erven, en Luc en Maaike  samen 3/4de, of elk 3/8ste ( zie 47 b).

62. Dit wordt dikwijls “de kleine kloving” genoemd. Toch kan het om ingewikkelde situaties gaan. Deze zullen in de toekomst alleen maar toenemen omdat er meer dan vroeger kinderen uit verschillende relaties zijn, maar ook omdat de kinderen buiten het huwelijk geboren terecht (!) gelijke erfrechten hebben. Voorbeeld.
Axel overlijdt en laat na als volle broer Cedric en Dieter, als broer en zuster van vaderszijde Luc en Maaike, en als zuster van moederszijde Nora.
Oplossing: – er is kloving in een vaderlijke en moederlijke lijn.
– de helft van de nalatenschap in vaderlijke lijn wordt verdeeld tussen Cedric, Dieter, Luc en Maaike, of ieder 1/4de van de helft of 1/8ste;
– de andere helft in moederlijke lijn wordt verdeeld tussen Cedric, Dieter en Nora, of ieder 1/3de van de helft of 1/6de.
– Uiteindelijk erven – Cedric en Dieter 1/8ste + 1/6de of elk 7/24ste,
– Luc en Maaike 1/8ste of elk 3/24ste,
– Nora 1/6de of 4/24ste.

63. 2e  geval: de bloedverwanten behoren tot de derde of vierde orde, dit zijn dus de ouders, grootouders of gewone zijverwanten als oom, tante, neef, nicht . Ook hier wordt de erfenis in twee delen gesplitst, een vaderlijke lijn en een moederlijke lijn. In elke lijn zal diegene erven die in orde (bv. derde orde gaat altijd voor vierde orde), en graad het dichtst van de overledene staat.
Is er in een bepaalde lijn geen erfgenaam, dan komt de ganse nalatenschap toe aan de andere lijn.

64. Hier kunnen zeer ingewikkelde gevallen zijn. Voorbeelden.
1/ Axel overlijdt en laat na zijn vader en moeder, grootmoeder langs vaderszijde, alsook een oom aan moederszijde.
Oplossing: vader en moeder erven ieder de helft.
2/ Axel overlijdt en laat na zijn moeder, grootouders langs vaderszijde , alsook een oom aan moederszijde.
Oplossing: moeder erft de helft, en de grootvader en grootmoeder langs vaderszijde erven ieder 1/2de van de helft of elk 1/4de.
3/ Axel overlijdt en laat na zijn grootvader langs vaderszijde, een oom langs vaderszijde, alsook twee neven langs moederzijde, kinderen van een oom.
Oplossing: grootvader langs vaderszijde erft de helft, en de twee neven langs moederszijde erven de andere helft of elk 1/4de.
Merk op dat de neven wel de plaats vervullen van de oom, maar dat plaatsvervulling van een ascendent (grootmoeder) uitgesloten is (zie nr.54).
4/ Axel overlijdt en laat na – langs vaderszijde: tante Ria en neven Marc en Wim, kinderen van vooroverleden oom Piet,
– langs moederszijde: oom Tom en oudoom Charles.
Oplossing:
– vaderlijke lijn: Ria erft de helft of 1/4de Marc en Wim erven samen 1/4de  of elk 1/8ste (zij vervullen de plaats van vooroverleden oom Piet).
– moederlijke lijn: Tom erft de ganse moederlijke lijn of  de helft (Tom is derde graad en Charles vierde graad). 5/ Axel overlijdt en laat na – langs vaderszijde: grootvader André,
– langs moederzijde: Xavier, zoon van oudoom Charles.Oplossing: André erft de ganse erfenis, immers Xavier kan niet uit eigen hoofde erven, aangezien hij in vijfde graad is; bovendien is er ook geen plaatsvervulling mogelijk. Bij gebrek aan erfgenamen in de moederlijke lijn komt de erfenis volledig toe aan de vaderlijke lijn.

65. Wanneer de overledene zijn vader of moeder nalaat, en in de andere lijn slechts gewone zijverwanten nl. oom, tante, neef, nicht, dan erft de vader of moeder naast zijn helft ook nog 1/3de in vruchtgebruik op de andere helft.
Dit is totaal wereldvreemd.   Afdeling 2. De langstlevende echtgeno(o)t(e).

66. De erfrechten van de echtgenoot zijn in de loop der tijden fel verbeterd. Sinds de Wet van 14 mei 1981 (van kracht sinds 6 juni 1981) werd hij/zij een volwaardige erfgenaam.
Vooral de omvang van de erfrechten is toegenomen.

67. Het gaat hier om wettelijke erfaanspraken.  De langstlevende echtgeno(o)t(e) kan natuurlijk ook meer erfrechten genieten door een testament of een gifte tussen echtgenoten, daarover later.

Uitzonderlijk worden de erfrechten van de langstlevende echtgeno(o)t(e) door de partner beperkt. Maar in ieder geval heeft deze recht op een voorbehouden deel, dit is een deel van de erfenis dat nooit kan afgenomen worden.

68. Voorwaarden om te erven.Naast de gewone voorwaarden, die gelden voor alle erfgenamen nl. langer leven dan de overledene, en niet onwaardig zijn bv. de partner vermoord hebben en veroordeeld zijn hiervoor, zijn er ook bijzondere voorwaarden:- echtscheiding, of scheiding van tafel en bed (zie mogelijke gevallen hierna),
– ontzetting uit het ouderlijk gezag of de voogdij over de gemeenschappelijke kinderen met de overledene; de rechter doet uitspraak over een (gedeeltelijke) uitsluiting of vervallen verklaring (art. 745 septies B.W.).

69. Echtscheiding, scheiding van tafel en bed, feitelijke scheiding op het ogenblik van het overlijden: (na te zien).

70. De erfrechten van de langstlevende echtgeno(o)t(e) zijn afhankelijk van eventuele andere erfgenamen. Dit is niet alleen belangrijk voor het gedeelte dat de langstlevende erft, maar ook voor de soort rechten nl. vruchtgebruik of volle eigendom.
Uiteindelijk is dit een politieke keuze geweest.

71. 1e geval: de langstlevende erft, samen met afstammelingen van de overledene.  Bedoeling: enerzijds moest de langstlevende echtgeno(o)t(e) beschermd worden, maar anderzijds wou men de kinderen niet (te veel) benadelen. De kinderen moeten wachten tot het overlijden van de langstlevende ouder om de erfgoederen in volle eigendom te hebben. Zij verkrijgen een “uitgesteld”  volle eigendom.
Anderzijds kan de langstlevende die goederen verder gebruiken, en de inkomsten innen; maar hij kan deze niet verkopen. Ze blijven dus in de familie.
Voor de wetgeving van 14 mei 1981 kwam het geregeld voor dat de langstlevende ouder, door toedoen van een kind of diens schuldeisers verplicht werd de gezinswoning te verkopen. Dit waren uiteraard schrijnende toestanden, die als onrechtvaardig werden aangevoeld. Daarom was een wetswijzing noodzakelijk.  72. Afstammelingen.
Dit zijn kinderen, kleinkinderen van de overledene. Het zijn niet noodzakelijk kinderen van de overledene en de langstlevende echtgeno(o)t(e).
Alle kinderen komen in aanmerking, dus ook kinderen uit een vorige relatie (stiefkinderen), geadopteerde kinderen, buitenhuwelijkse kinderen, zelfs tijdens het huwelijk verwekt.  73. De rechten van de stiefouder zijn identiek aan deze van de biologische ouder.
Het stiefkind is echter geen wettelijke erfgenaam van de stiefouder, er is geen bloedverwantschap. Maar aangezien de langstlevende enkel rechten in vruchtgebruik krijgt, zullen de goederen na diens overlijden toch aan het stiefkind toevallen.
Althans dit is in theorie juist. In de praktijk is het niet zo eenvoudig om bij het overlijden van de biologische ouder de juiste samenstelling en waarde van de goederen te kennen. Zeker als er een gespannen relatie was.

74. Toch wordt het stiefkind enigszins beschermd. Men is vooral bevreesd voor een jonge stiefouder (meestal vrouw), nauwelijks ouder dan het oudste kind van de overledene.

Bij de omzetting van het vruchtgebruik wordt de stiefouder geacht minstens 20 jaar ouder te zijn dan het oudste stiefkind. Daardoor zal de waarde van het vruchtgebruik, die anders gebaseerd is op de vermoedelijke levensduur, minder hoog uit vallen. Zodanig dat de blote eigendom van de stiefkinderen in waarde toe neemt.

Is het oudste stiefkind voor overleden, dan wordt toch met die fictieve leeftijd rekening gehouden.

75. Erfrechten langstlevende echtgeno(o)t(e).
De wettelijke erfrechten zijn het volledig vruchtgebruik op alle goederen, die deel uit maken van de nalatenschap.

De vruchtgebruiker mag in een woning blijven wonen, zonder huur te moeten betalen, of hij heeft recht op de huur, hij int de inkomsten van de beleggingen.

 Dit is het wettelijk erfrecht! In de praktijk krijgt de langstlevende echtgenoot dikwijls meer:
– ingevolge een toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen (zie nr. 36),
– ingevolge een gifte tussen echtgenoten,
– ingevolge een testament.

76. De nalatenschap bestaat uit de goederen van het eigen vermogen van de overledene, alsook uit de helft van de netto gemeenschappelijke goederen. De andere helft van die gemeenschappelijke goederen valt automatisch toe aan de langstlevende.

De echtgenoten kunnen in een huwelijkscontract of in een wijziging tijdens het huwelijk echter afwijken van deze verdeling bij helften. Het gemeenschappelijk vermogen kan zelfs volledig toebedeeld worden aan de langstlevende. Dit wordt een huwelijksovereenkomst genoemd.

Deze goederen van het gemeenschappelijk vermogen vallen dan niet in de erfenis, en worden niet vererfd. De langstlevende krijgt deze wel, maar niet via erfrecht.

77. Erfrechten van de afstammelingen.
De kinderen, kleinkinderen … erven enkel de blote eigendom van de goederen, die deel uit maken van de erfenis.Is er een huwelijksovereenkomst waarbij de goederen van het gemeenschappelijk vermogen volledig toe komen aan de langstlevende, dan erven zij van die goederen niets.

Er is echter wel een speciale bescherming voor de stiefkinderen: de stiefouder kan nooit meer krijgen dan het beschikbaar gedeelte (art. 1465 B.W.).
Dit beschikbaar gedeelte zelf is afhankelijk van het aantal kinderen (zie verder).
Hetgeen de stiefouder meer krijgt door inbreng van goederen, of door een overbedeling bij de vereffening van het huwelijkstelsel wordt als een schenking beschouwd.  De reden is duidelijk: de kinderen uit een vorige relatie erven niet van de stiefouder; dus zijn deze goederen verloren. Het “familie” patrimonium wordt aangetast.

78. Voorbeeld.
1/ Axel overlijdt, de erfgenamen zijn echtgenote Bea en de kinderen Emma en Fons, alsook kleindochter Griet, kind van dochter Julie.
Oplossing:
– Bea erft het volledig vruchtgebruik,
–  Emma, Fons en Griet elk 1/3de in blote eigendom (Griet komt in de plaats van vooroverleden dochter Julie).
2/ Axel overlijdt, de erfgenamen zijn echtgenote Zoë in tweede huwelijk, een gewoon geadopteerd kind Stef, en Emma en Fons, alsook kleindochter Griet, kind van dochter Julie.
Oplossing:
– Zoë erft het volledig vruchtgebruik,
– Stef, Emma, Fons en Griet erven elk 1/4de in blote eigendom (Griet komt in de plaats van vooroverleden dochter Julie).

79. 2e geval: de langstlevende erft, met andere bloedverwanten van de overledene. Dit is redelijk ingewikkeld.
Die andere bloedverwanten zijn o.a. de ouders, grootouders, broers of zusters, ooms of tantes, neven en nichten. Dit zijn alle erfgenamen van de tweede, derde en vierde orde. Er moet vanzelfsprekend ook rekening gehouden worden met eventuele plaatsvervulling of kloving.

80. Het erfrecht van de langstlevende is afhankelijk van de soort goederen nl. goederen van het eigen vermogen van de overledene, of gemeenschappelijke goederen van de echtgenoten.
Dit onderscheid wordt bepaald door het huwelijksstelsel van de echtgenoten. Het gemeenschappelijk vermogen bestaat hoofdzakelijk uit de aankopen tijdens het huwelijk en de besparingen. Ook de inkomsten van eigen goederen zijn steeds gemeenschappelijk. Normaal vormt dit het grootste deel van het vermogen van de gehuwden.

Het zijn in hoofdzaak, zoniet uitsluitend de (beide) echtgenoten die dit vermogen opgebouwd hebben. Men vindt het dan ook normaal, dat deze goederen in eerste instantie bij gebrek aan kinderen, toe komen aan de langstlevende van hen beide. De eigen goederen daarentegen zijn wel meer familiaal verweven. Het zijn degene die de overledene bezat op het ogenblik van het huwelijk, alsook deze tijdens het huwelijk verworven door schenking of erfenis. Dus zonder dat de gemeenschap hier iets heeft moeten uitgeven.
Daarom vindt men dat de langstlevende hier minder aanspraak op kan maken.

81. Concreet zullen de rechten van de langstlevende afhankelijk zijn van het huwelijksstelsel:- zijn de echtgenoten gehuwd onder het stelsel van de zuivere scheiding van goederen, dan behoren alle goederen tot een eigen vermogen.

Zelfs als die echtgenoten dure of belangrijke goederen hebben aangekocht bv. villa elk voor de helft in onverdeeldheid.
– zijn de echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapstelsel, dan zijn de erfrechten van de langstlevende veel belangrijker. Alle gehuwden zonder huwelijkscontract hebben automatisch het wettelijk stelsel van gemeenschap; maar ook in de meeste huwelijkscontracten wordt dit stelsel gekozen.
U moet hier terdege rekening mee houden.

82. Een probleemgeval:
Axel en Bea zijn gehuwd zonder huwelijkscontract, dus onder het wettelijk stelsel van gemeenschap.
Na het overlijden van de ouders van Axel hebben zij de villa aangekocht. Het deel van de broers en zusters werd overgenomen.
Axel overlijdt en de villa behoort tot het eigen vermogen van Axel; Bea zal enkel het vruchtgebruik van die villa erven, de blote eigendom erven de andere bloedverwanten. Wil U dit voorkomen, dan kunt U Bea bevoordelen door een testament of een gifte tussen echtgenoten. De inbreng van de villa in het gemeenschappelijk vermogen is ook een oplossing. Recent werd deze vorm van inbreng in het gemeenschappelijk vermogen fel vereenvoudigd.  83. Erfrechten van de langstlevende echtgeno(o)t(e).
–         de volle eigendom van het deel van de gemeenschapsgoederen van de overledene,
–         het vruchtgebruik van de eigen goederen van de overledene. Na het overlijden behoren de gemeenschapsgoederen in volle eigendom toe aan de langstlevende. Immers hij/zij verkrijgt de ene helft van die goederen in het kader van de vereffening en verdeling van het huwelijkstelsel. De andere helft wordt geërfd.  Eigen goederen zijn in de praktijk beperkt. Dikwijls is het moeilijk om de herkomst van de roerende goederen bv. deze die de overledene bezat op het ogenblik van het huwelijk terug samen te stellen. Er mag niet uit het oog verloren worden dat tientallen jaren er over heen zijn gegaan. De bewijzen zijn moeilijk te vinden. Bovendien is er dikwijls weinig hulp of medewerking van de langstlevende te verwachten.

84. Sommige eigen goederen zijn toch gemakkelijk op te sporen:
– onroerende goederen: zowel een aankoop, schenking, verdeling of erfenis is makkelijk te vinden op het registratiekantoor van de ligging van die onroerende goederen, of op het hypotheekkantoor (niet voor erfenissen);
– beschrijving van eigen roerende goederen in het huwelijkscontract;
– vergoedingsregeling:
Dit is belangrijk en vergt een woordje uitleg.

Bent U gehuwd onder een gemeenschapstelsel, dan bestaan er drie vermogens: het eigen vermogen van de man, het eigen vermogen van de vrouw en het gemeenschappelijk vermogen.

Een vermogen kan zich tijdens het huwelijk verrijken ten koste van een ander. Het type voorbeeld is de verkoop van een onroerend goed, geërfd van Uw ouders.

Dit is een eigen goed. De verkoopprijs is echter vermengd in het gemeenschappelijk vermogen bv. verbeteringswerken aan gemeenschappelijke woning.Bij de ontbinding van het stelsel door het overlijden zal  het gemeenschappelijk vermogen het eigen vermogen moeten vergoeden. Deze schuldvordering van het eigen vermogen tegenover het gemeenschappelijk vermogen behoort tot het eigen vermogen.Gevolg: de langstlevende zal enkel vruchtgebruik hebben op die som, en de blote eigendom zal moeten uitbetaald worden aan de bloedverwanten van de overledene.

85. Dit betekent echter ook dat het huwelijkstelsel eerst zal moeten vereffend en verdeeld worden. Dan pas kan vastgesteld worden welke goederen behoren tot het gemeenschappelijk vermogen of het eigen vermogen.Komt het gemeenschappelijk vermogen volledig toe aan de langstlevende in volle eigendom (veelal verblijvingsbeding genoemd), dan verkrijgt deze laatste die goederen niet ingevolge erfrecht, maar als huwelijksovereenkomst.
De langstlevende zal in dit geval de geheelheid van die gemeenschappelijke goederen behouden.

86. Erfrechten van de bloedverwanten. – de blote eigendom van de eigen goederen van de overledene. Dit geldt voor alle bloedverwanten, zowel voor de ouders, broers of zusters, neven en nichten of de gewone zijverwanten.

Zij erven op dezelfde wijze als uiteen gezet onder afdeling

1. Dit kan dus ingewikkeld zijn. Het enige verschil is dat de omvang van de vererfde goederen heel beperkt is. Zijn er enkel gemeenschappelijke goederen: dan erven zij niets.
Zijn de echtgenoten gehuwd onder het stelsel van algemene gemeenschap, dan erven zij niets.
Van de eigen goederen d.w.z. degene die de overledene bezat op het ogenblik van het huwelijk, en deze tijdens het huwelijk verkregen ingevolge erfenis en schenking, erven zij de blote eigendom.

87. Voorbeelden:  A/ Echtgenoten gehuwd onder een gemeenschapstelsel. 1/ Axel overlijdt en laat als erfgenamen na: – echtgenote Bea (geen huwelijkscontract),
– vader Norbert,- broers Cedric en Dieter,
– nichten Griet en Helga, kinderen van vooroverleden zuster Julie.

De erfenis omvat:
– helft huis te Leuven, aangekocht tijdens huwelijk,
– helft beleggingen voor 10.000.000F

– een perceel grond te Lier, geschonken voor het huwelijk.  Oplossing:
– Bea: – volle eigendom van helft huis te Leuven en van beleggingsportefeuille;
(zij heeft de andere helft van die goederen verkregen bij de vereffening
van het gemeenschappelijk vermogen – bezit de totaliteit);
– vruchtgebruik van grond te Lier;
– vader Norbert: 1/4de blote eigendom grond te Lier;
– broers Cedric, Dieter: 1/3de van 3/4de of ieder 1/4de  blote eigendom grond te Lier;
– nichten Griet en Helga:  plaatsvervulling van vooroverleden zuster Julie of samen 1/3de van 3/4de is 1/4de, hetzij voor elke de helft van 1/4de is 1/8ste. 2/ Axel overlijdt en laat als erfgenamen na:- echtgenote Bea (geen huwelijkscontract),- broers Cedric en Dieter,
– nichten Griet en Helga, kinderen van vooroverleden zuster Julie.
De erfenis omvat:
– helft huis te Leuven, aangekocht tijdens huwelijk,
– helft beleggingen voor 10.000.000F,
– een perceel grond te Lier, geschonken voor het huwelijk.

Oplossing:
– Bea: – volle eigendom van helft huis te Leuven en van beleggingsportefeuille;
– vruchtgebruik van grond te Lier;
Is zelfde toestand als onder 1/ hiervoor.
– broers Cedric en Dieter: ieder 1/3de blote eigendom grond te Lier;
– nichten Griet en Helga: samen 1/3de of ieder 1/6de blote eigendom grond te Lier. 3/ Axel overlijdt en laat als erfgenamen na:
– echtgenote Bea (geen huwelijkscontract);
– oom Tom van moederzijde;
–  tante Ria en neven Marc en Wim, kinderen van vooroverleden oom Piet, allen van vaderszijde.

De erfenis omvat:
– helft huis te Leuven, aangekocht tijdens huwelijk,
– helft beleggingen voor 10.000.000F,
– een perceel grond te Lier, geschonken voor het huwelijk.

Oplossing:
– Bea: – volle eigendom van helft huis te Leuven en van beleggingsportefeuille;
– vruchtgebruik van grond te Lier;
Is zelfde toestand als onder 1/ en 2/ hiervoor.
– oom Tom:  de helft blote eigendom grond te Lier;
– tante Ria: 1/2de van de helft of 1/4de blote eigendom grond te Lier;-         neven Marc en Wim: samen 1/4de, of ieder 1/8ste blote eigendom grond te Lier.
Doordat er erfgenamen van de vierde orde tot de erfenis komen, moet er kloving in een vaderlijke en moederlijke linie worden toegepast. De neven Marc en Wim komen op in plaatsvervulling van hun vooroverleden vader Piet. 4/ Axel overlijdt en laat als erfgenamen na:
– echtgenote Bea (gehuwd onder het stelsel van de algemene gemeenschap),
– vader Norbert,
– broers Cedric en Dieter. De erfenis omvat:
– helft huis te Leuven, aangekocht tijdens het huwelijk, en helft van perceel grond te Lier, geschonken voor het huwelijk,
– helft beleggingen voor 10.000.000F.

Oplossing:
– Bea: erft alles, omdat het allemaal gemeenschappelijke goederen zijn;
– vader Norbert, en broers Cedric en Dieter erven niets.
B/ Echtgenoten gehuwd onder het stelsel van de zuivere scheiding van goederen.

1/ Axel overlijdt en laat als erfgenamen na:
– echtgenote Bea,
– vader Norbert,
– broers Cedric en Dieter,
– nichten Griet en Helga, kinderen van vooroverleden zuster Julie.

De erfenis omvat:
– helft huis te Leuven, aangekocht tijdens het huwelijk (ieder voor de onverdeelde helft),
– helft beleggingen voor 10.000.000F (beleggingsportefeuille op naam van beide echtenoten),
– een perceel grond te Lier, geschonken door moeder, voor het huwelijk.

Oplossing:
– Bea: vruchtgebruik op helft huis te Leuven, en op helft beleggingsportefeuille (zij bezit de andere helft volle eigendom van deze goederen, ingevolge de aankoop en de belegging op beider naam), en het volledig vruchtgebruik op het perceel grond te Lier;
– vader Norbert: 1/4de van helft, of 1/8ste  blote eigendom huis te Leuven, en beleggingsportefeuille, en 1/4de  blote eigendom grond te Lier;
– broers Cedric en Dieter: 1/3de van 3/4de van de helft, of 1/8ste blote eigendom huis te Leuven en beleggingsportefeuille, en 1/4de blote eigendom grond te Lier;
– nichten Griet en Helga: plaatsvervulling van vooroverleden zuster Julie of samen 1/3de van 3/4de van de helft, of ieder 1/16de blote eigendom huis te Leuven en beleggingsportefeuille, en 1/8ste blote eigendom grond te Lier.

88. De voorbeelden gaan telkens over een erfenis, zonder testament of een gifte tussen echtgenoten. Dit kan niet genoeg herhaald worden!

In veel gevallen zal de overledene hiervan afgeweken hebben. De langstlevende echtge(o)t(e) wordt dikwijls bevoordeeld, maar het kan ook een familielid bv. petekind of een vriend(in) zijn. Of een mengeling van deze personen.
Hoe verder de verwantschapsgraad, hoe groter de kans op een testament.
89. 3e geval: langstlevende echtgeno(o)t(e), als enige erfgenaam.

Indien de overledene geen enkele bloedverwant in erfelijke graad na laat, dan erft de langstlevende echtgeno(o)t(e) de ganse nalatenschap in volle eigendom.
Dit is logisch, anders zou de erfenis aan de Staat toe komen.

Afdeling 3. De Staat (als onregelmatige erfgenaam).

90. Al zijn er geen erfgenamen, toch moeten de goederen aan iemand toebehoren. Daarom is de Staat de laatste in de rij om te erven.
Het is evenwel een onregelmatige erfgenaam, dit wil zeggen dat de Staat niet automatisch de erfgoederen verkrijgt, maar wel de inbezitstelling moet vragen aan de rechtbank. De overheid is ook maar verplicht de schulden te betalen, in de mate dat er actief is.

Opmerkelijk is de situatie, waarbij de overledene in een testament “al zijn erfgenamen” heeft onterfd, maar ook niemand anders aangesteld heeft tot erfgenaam. In dit geval is de Staat erfgenaam.

91. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen een erfloze nalatenschap en een onbeheerde nalatenschap:

– erfloos: er zijn geen bloedverwanten in erfelijke graad, geen langstlevende echtgeno(o)t(e), en er is geen algemene legataris (testament) aangeduid.
De Administratie vraagt de inbezitstelling. De schulden zullen betaald worden, de goederen zullen verkocht worden, er zal een aangifte van nalatenschap ingediend worden.
Duikt er toch nog een erfgenaam op, dan kan hij zijn erfenis opeisen. Hij heeft daartoe een termijn van dertig jaar. Maar hij zal wel de successierechten op zijn erfenis moeten betalen. Deze worden dan verrekend met de erfenisrechten die de Staat (altijd als niet verwante persoon) destijds heeft betaald.

– onbeheerd: de Administratie zal de erfenis niet opeisen, indien de schulden hoger zijn dan de baten. In dit geval zal een schuldeiser, of de Procureur des Konings een curator (meestal een advocaat) laten aanstellen, om die “onbeheerde” nalatenschap te vereffenen.
Is de nalatenschap buiten verwachting, toch positief; dan moet de curator dit saldo storten in de Deposito- en Consignatiekas.

Een erfenis zonder erfgerechtigden komt niet zo dikwijls voor. Toch zijn het aantal erfloze, en meer nog onbeheerde nalatenschappen niet te onderschatten. Meestal is dit het gevolg van verwerpingen bv. gefailleerden, overledenen met belangrijke schulden of schadeclaimen … .                          III. De invloed van een gewone adoptie op het erfrecht.

92. Er bestaan twee vormen van adopties: de volle adoptie en de gewone adoptie. De gevolgen op het vlak van het erfrecht zijn echter totaal verschillend.
Het is dus belangrijk er even bij stil te staan.

De “volle adoptie”.

93. Dit is eenvoudig. Deze geadopteerde heeft precies dezelfde rechten en plichten als een biologisch kind.  Er is geen enkel onderscheid.
De band met de oorspronkelijke familie (zijn biologische ouders, grootouders, broers en zusters, tantes en ooms, neven en nichten) wordt volledig verbroken. Bij het overlijden van één van hen, zal hij niet erven. Maar zij zullen ook nooit van hem/haar erven.

94. In de adoptie-familie daarentegen wordt hij een volwaardige afstammeling. Bij de erfenis van zijn adoptieve vader of moeder wordt hij op gelijke voet behandeld als een biologisch kind. Maar dit is ook zo bij het overlijden van de ouders, oom of tantes van de adoptant. Bij vooroverlijden van de adoptant, zal hij diens plaats vervullen in de nalatenschap van zijn ouders of verdere verwanten.
Deze adoptieve familieleden kunnen op hun beurt erven bij het overlijden van de geadopteerde, alhoewel er strikt biologisch geen bloedverwantschap bestaat.

Voorbeeld.
1/ Norbert overlijdt en laat na:
– zijn kinderen Cedric en Dieter,
– zijn kleinkinderen Emma en Fons, kinderen van zijn vooroverleden zoon Axel,
– Stef, het “ten volle” geadopteerde kind van Axel,
– zijn achterkleinkinderen Griet en Helga, kinderen van vooroverleden kleindochter Julie, dochter van zijn zoon Axel.

Oplossing:
– Cedric en Dieter: elk 1/3de volle eigendom,
– Emma, Fons en Stef: elk 1/12de  volle eigendom nl. zij vervullen de plaats van Axel, en het ten volle geadopteerde kind erft zoals een biologisch kind,
– Griet en Helga: elk 1/24ste volle eigendom nl. zij vervullen de plaats van hun vooroverleden moeder Julie, dochter van Axel, die op haar beurt de plaats vervuld (voor een/vierde) van Axel, zelf vooroverleden.

2/ Stef is het ten volle geadopteerde kind van Axel. Hij overlijdt en laat na:
– zijn biologische ouders Willy en Vera,
– zijn adoptieve vader Axel,
– zijn broer en zuster Fons en Emma.

Oplossing:
– Axel: 1/4de volle eigendom,
– Fons en Emma: het overige 3/4de, of ieder 3/8ste volle eigendom,
– zijn biologische ouders Willy en Vera erven niets.

95. De volle adoptie is strikt aan bepaalde regels gebonden. Hier wordt niet verder op ingegaan. Er wordt enkel vermeld dat de adoptant in ieder geval minderjarig moet zijn, en de adoptie enkel kan gedaan worden door één persoon, of echtgenoten.

In feite is de toestand duidelijk: een ten volle geadopteerd kind is volledig gelijk aan een biologisch kind. Niet enkel ten opzichte van de adoptant, maar tegenover de ganse adoptieve familie. Het is dus normaal dat alle banden met de biologische familie verbroken worden.


De “gewone adoptie”.

96. Dit is veel ingewikkelder.
In tegenstelling tot “volle adoptie” worden de banden met de oorspronkelijke biologische familie niet verbroken. De geadopteerde zal erven in zijn biologische familie, juist alsof er geen adoptie gebeurd is.
Dit is natuurlijk belangrijk in de mate dat de geadopteerde (eerder uitzonderlijk) belangrijke financiële verwachtingen kan hebben in zijn oorspronkelijke familie.

Daarnaast komt hij ook in de familie van de adoptant.

De situatie wordt bijzonder ingewikkeld, indien de geadopteerde zelf overlijdt zonder nakomelingen, en hij geen testament of gifte tussen echtgenoten heeft gemaakt. Deze situatie wordt verder onderzocht.

97. In de praktijk komt een gewone adoptie regelmatig voor. Meestal gaat het om een man of vrouw die de kinderen van de partner-echtgeno(o)t(e) adopteert.

De eigen biologische kinderen en de kinderen van de partner worden op gelijke voet geplaatst. Dit is de enige mogelijkheid indien die kinderen reeds meerderjarig zijn.

Een gewone adoptie blijft mogelijk, indien de biologische ouder reeds overleden is. Door die adoptie verkrijgen zij identieke erfrechten tegenover de adoptant.

98. Het voordeel ligt vooral op het vlak van de fiscaliteit nl. het successierecht. Indien U het kind van Uw echtgeno(o)t(e) als erfgenaam wil, dan is een adoptie financieel veel interessanter dan een testament.
Immers wordt een gewoon geadopteerd kind soms (niet altijd!) belast als een erfgenaam in rechte lijn, en geniet deze dus van het voordeligste tarief.

De meest voorkomende situaties zijn:
– het adoptief kind is een kind van de echtgenoot van de adoptant (art. 52², 1° W. Succ.),
– het adoptief kind heeft voor de leeftijd van 21 jaar, gedurende 6 jaar onafgebroken, uitsluitend van de adoptant (eventueel en zijn echtgenoot), de hulp en verzorging gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen (art. 52², 3° W. Succ.).

99. In het Vlaamse Gewest bestaat sinds 1 januari 1997 een nieuwe regeling. Het tarief “rechte lijn” is van toepassing op een stiefkind (kind van de partner). Maar deze regeling is verre van perfect.

Het is normaal dat een stiefkind enkel bij testament kan bevoordeeld worden, het erfrecht is immers niet veranderd. Minder vanzelfsprekend is dat het voordeling tarief enkel kan wanneer de biologische ouder nog in leven is.
Is de biologische vader of moeder voor de stiefvader of -moeder overleden, dan moet het stiefkind toch het hoogste tarief (niet verwante personen) aan successierechten betalen. In dit geval is een “gewone adoptie” de financieel interessantste oplossing.

100. Wat erft het “gewoon geadopteerd” kind (in de adoptie-familie)?

De afstammelingen van het gewoon geadopteerd kind hebben dezelfde rechten. Zij vervullen dus de plaats van de geadopteerde.
Het gewoon geadopteerd kind heeft dezelfde erfrechten als een  biologisch kind. Zoals de eigen kinderen, en hun afstammelingen behoren de adoptieve kinderen tot de “eerste orde”. Zij krijgen dus ook een gelijk deel als een biologisch kind, en ingeval er een langstlevende echtgeno(o)t(e) is, krijgt deze laatste enkel het vruchtgebruik van de nalatenschap.

De geadopteerde zal dus het erfrecht, gebaseerd op bloedverwantschap doorbreken.

Maar de erfrechten zijn beperkt. De gewoon geadopteerde (en zijn afstammelingen!) erven enkel van de adoptant, niet van diens echtgeno(o)t(e), ouders, broers of zusters, of verdere familieleden. Dit is belangrijk, en wellicht niet altijd even … rechtvaardig.

101. Voorbeeld.

1ste situatie.
Norbert overlijdt en laat na zijn zoon Axel.

Oplossing:
Axel erft de volle eigendom.

Achteraf overlijdt Axel en laat na:
– zijn kinderen Emma, Fons,
– zijn gewoon geadopteerd kind Stef,
– zijn kleinkinderen Griet en Helga, kinderen van vooroverleden dochter Julie.

Oplossing:
– Emma, Fons en Stef: erven ieder 1/4e volle eigendom,
– Griet en Helga: erven samen 1/4e of elk 1/8ste in volle eigendom (plaatsvervulling van vooroverleden dochter Julie).

2e situatie.
Norbert overlijdt en laat na zijn kleinkinderen Emma en Fons, kinderen van zijn vooroverleden zoon Axel, Stef het gewoon geadopteerde kind van Axel , en de achterkleinkinderen Griet en Helga, kinderen van vooroverleden dochter Julie, zelf dochter van Axel.

Oplossing:
– Emma en Fons erven elk 1/3de in volle eigendom (plaatsvervulling van vooroverleden zoon Axel),
– Griet en Helga erven samen 1/3de of elk 1/6de in volle eigendom (plaatsvervulling van vooroverleden kleindochter Julie en vooroverleden zoonAxel),
– Stef: erft niets.

102. Het overlijden van een “gewoon geadopteerd kind”.

Heeft het geadopteerde kind zelf kinderen of kleinkinderen, dan erven die volgens de gewone regels. In dit geval is er geen probleem.

Sterft de geadopteerde zonder nakomelingen, dan ontstaat er een ingewikkelde situatie. De belangen van de oorspronkelijke en de adoptieve familie worden tegen elkaar afgewogen. Beide kunnen aanspraken laten gelden. Dit is de tegenpool van de erfrechten van de geadopteerde, want ook hij blijft erven in beide families.

De erfenis wordt verdeeld in twee helften:
– de ene voor de oorspronkelijke biologische familie, deze vererving gebeurt volgens de gewone regels;
– de andere voor de adoptieve familie, maar hier kunnen enkel de adoptant(en) of hun afstammelingen erven.

Zijn er geen erfgenamen in de oorspronkelijke of adoptieve familie, dan erven de andere alles.

103. Bovendien moet er nog een correctie toegepast worden.
De goederen die de geadopteerde kreeg ingevolge schenking of uit erfenis, en die nog in natura aanwezig zijn op het ogenblik van diens overlijden, worden terug genomen. Zij ontsnappen bijgevolg aan de opsplitsing in helften. Dit wordt uitgebreid behandeld onder nr. 113.

Zowel de biologische als adoptieve ouders hebben geen voorbehouden deel, maar deze wettelijke terugkeer komt hier enigszins aan tegemoet.

104. Deze regels moeten nog genuanceerd worden:

– dit veronderstelt dat de gewoon geadopteerde geen kinderen, noch kleinkinderen na laat, maar ook geen testament, noch gifte tussen echtgenoten heeft gemaakt,
– bovendien zal dit erfrecht fel beperkt worden, indien de geadopteerde gehuwd is; immers de langstlevende echtgeno(o)t(e) erft de geheelheid in volle eigendom van de gemeenschapsgoederen, en bovendien het vruchtgebruik van de eigen goederen.

IV. Curiosum: de wettelijke terugkeer (anomale nalatenschap).

105. Dit is iets speciaals.
Bepaalde goederen komen niet toe aan de wettelijke erfgenamen, maar aan bepaalde personen. Het criterium is de herkomst van deze goederen.

106. Deze wettelijke terugkeer is een erfrecht! Dus moet de erfgenaam waardig zijn om te erven, kan hij de erfenis zuiver aanvaarden, aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving of verwerpen, moet hij het aandeel in de schulden betalen.

Dit sluit automatisch in dat de overledene niet beschikt heeft over deze goederen bij  testament of gifte tussen echtgenoten.
Hij mag tijdens zijn leven deze goederen niet verkocht of weggeschonken hebben. Bovendien zijn er ook geen afstammelingen (kinderen, kleinkinderen) die erven.

De langstlevende echtgeno(o)t(e) erft het wettelijk vruchtgebruik op deze goederen, uitgenomen als de overledene dit uitdrukkelijk uitgesloten heeft.

Toch verdient dit erfrecht enige aandacht. Dit is slecht gekend, met als gevolg voor de praktijk: verkeerde erfopvolging en teveel betaalde successierechten.  107. 1e geval: schenking door een ascendent (ouder – grootouder).

De goederen die een ouder of een grootouder bij leven geschonken hebben aan een afstammeling, komen bij overlijden van de begiftigde bij voorrang (dit veronderstelt dat de schenker nog in leven is!) aan hen toe, ingeval:

– de overledene geen afstammelingen (kinderen, kleinkinderen) nagelaten heeft,
– de geschonken goederen nog in natura aanwezig zijn in de nalatenschap. Meestal zal het om onroerende goederen gaan bv. schenking van een bouwgrond.

Maar ook roerende goederen komen in aanmerking; het is wel noodzakelijk dat de geschonken goederen zelf nog aanwezig zijn. Dit is omzeggens nooit het geval bij schenking van een geldsom. Herbelegging of ander aanwezig geld op het ogenblik van het overlijden voldoen niet. De wettelijke terugkeer is wel mogelijk bij schenking van effecten bv. aandelen aan toonder in de familie-onderneming.

108. Een bijzonder geval.

De ouders hebben een bouwgrond geschonken aan hun zoon Axel.
Bij zijn huwelijk met Bea heeft Axel deze grond ingebracht in het gemeenschappelijk vermogen. Axel overlijdt zonder kinderen. Kunnen de ouders beroep doen op de wettelijke terugkeer? Neen, de bouwgrond is gemeenschappelijke eigendom.  109. Voorbeeld.
Axel overlijdt en laat als erfgenamen na:
– echtgenote Bea (gehuwd onder het stelsel van de zuivere scheiding van goederen),
– vader Norbert,- broers Cedric en Dieter,
– nichten Griet en Helga, kinderen van vooroverleden zuster Julie.

De erfenis omvat:
– helft huis te Leuven, aangekocht tijdens het huwelijk, ieder voor de onverdeelde helft,
– helft beleggingen voor 10.000.000F, beleggingsportefeuille op naam van beide echtgenoten,
– een perceel grond te Lier, geschonken door de ouders van Axel, voor het huwelijk.

Oplossing:
– Bea: vruchtgebruik op de helft huis te Leuven en op helft beleggingsportefeuille (de andere helft bezit zij in volle eigendom, ingevolge de onverdeelde aankoop en de beleggingsportefeuille op beider naam), en het vruchtgebruik op de grond te Lier;
– vader Norbert: 1/4de van de helft of 1/8ste in blote eigendom van het huis te Leuven en de beleggingsportefeuille, alsook de helft van de blote eigendom van perceel grond te Lier ingevolge wettelijke terugkeer nl. de door hem gedane schenking aan zoon Axel, en 1/4de van de helft of 1/8ste in blote eigendom van het perceel grond te Lier, nl. het gedeelte dat geschonken werd door de moeder. Vader bezit dus uiteindelijk 5/8ste in blote eigendom in grond te Lier;
– broers Cedric en Dieter: 1/3de van 3/4de van de helft of 1/8ste in blote eigendom van het huis te Leuven en de beleggingsportefeuille, alsook 1/3de van 3/4de van de helft perceel grond te Lier (nl. deel geschonken door de moeder) of ieder 1/8ste in blote eigendom;
– nichten Griet en Helga (plaatsvervulling van vooroverleden zuster Julie): samen 1/3de van 3/4de van de helft of ieder 1/8ste in blote eigendom van het huis te Leuven en de beleggingsportefeuille, alsook samen 1/3de van 3/4de van de helft perceel grond te Lier (nl. deel geschonken door de moeder), of ieder 1/16de in blote eigendom.

110. Verschil met een “conventionele terugkeer”.
Ingeval de begiftigde komt te overlijden voor de schenker, zullen de geschonken goederen terug eigendom worden van de schenker. Er kan ook bedongen worden dat dit enkel zal gebeuren ingeval van vooroverlijden van de begiftigde en van zijn afstammelingen.

Dit heeft niets te maken met erfrecht. De schenking wordt verricht onder een ontbindende voorwaarde. Wordt deze voorwaarde vervuld (nl. het vooroverlijden van de begiftigde en eventueel afstammelingen), dan worden de geschonken goederen terug eigendom van de schenker.

Een bedongen terugkeer kan opgenomen worden in gelijk welke schenking, de verwantschapsgraad tussen schenker en begiftigde is zonder belang.Zelfs ingeval van een handgifte van een som geld, of effecten aan toonder kan dit gerealiseerd worden.
Het volstaat een schriftelijk bewijs van een vroeger gedane handgifte op te maken, waarbij de bedongen terugkeer wordt opgenomen.

Voorbeeld.
“Dat aan de voorheen gedane handgifte volgende voorwaarde verbonden was, die beide partijen hierbij uitdrukkelijk herhalen en schriftelijk bevestigen.
Bedongen terugkeer (art. 951 B.W.).

De schenker bedingt hierbij dat de geschonken goederen naar hem/haar zullen terug keren, indien de begiftigde en diens afstammelingen voor de schenker komen te overlijden.”.

111. Het is dikwijls de bedoeling van de schenker om een bepaald iemand te helpen, maar niet verre erfgenamen van de begiftigde. Daarom is dit zeer interessant en praktisch. Vooral als het gaat om schenkingen aan jonge (ongehuwde) kinderen.
Leuk meegenomen is bovendien dat er op deze overgang geen successierechten verschuldigd zijn. Het gaat hier immers niet om erfrecht!

112. Voorbeeld.
Oom Tom (van moederszijde) schenkt een bouwgrond aan Axel.
Enige tijd later overlijdt Axel in een auto ongeval, en laat na als erfgenamen zijn moeder Sofie en zijn halfbroer Luc van vaderszijde.

Oplossing (zie nr. 61):
– moeder Sofie: 1/4de in volle eigendom,
– halfbroer Luc: 3/4de in volle eigendom.

Indien in de akte schenking een bedongen terugkeer als ontbindende voorwaarde was opgenomen, zou de bouwgrond niet in de erfenis vallen. Door de vervulling van de ontbindende voorwaarde nl. het overlijden van Axel, zou de bouwgrond terug eigendom worden van de schenker oom Tom.

113. 2e geval: gewoon geadopteerd kind zonder afstammelingen.

De bedoeling is een evenwicht te zoeken tussen de oorspronkelijke biologische familie en de familie van de adoptant.

Het wordt echter als vanzelfsprekend ervaren dat de goederen die van  de respectievelijke families kwamen door hen terug genomen worden. Dit kan zowel gaan om goederen die tijdens het leven geschonken werden, of om goederen uit de nalatenschap.  Dit is een uitgebreider wettelijke terugkeer, waardoor het eerste geval bij gewone adoptie niet langer toepassing vindt. Het gaat hier dus ook over erfrecht!

114. Maar ook hier veronderstelt dit:
– dat het geadopteerde kind geen afstammelingen heeft,
– dat er geen testament of schenking tussen echtgenoten is,
– dat de goederen van de wettelijke terugkeer nog in natura aanwezig zijn,
– de langstlevende echtgen(o)t(e) de geheelheid vruchtgebruik op de goederen van de nalatenschap krijgt. Merk op dat gemeenschappelijke goederen in volle eigendom toekomen aan de langstlevende echtgeno(o)t(e).

De wettelijke terugkeer komt ten goede aan de biologische ouders, grootouders, de adoptanten en beider erfgenamen in nederdalende lijn (kinderen, kleinkinderen).

115. Voorbeeld.
Stef is het geadopteerde kind van Axel.
Willy en Vera zijn de biologische ouders.
Axel schonk een huis te Leuven, en in de erfenis van zijn biologische vader Willy erfde hij 250.000F, die hij gebruikt heeft om een reis te doen.
Stef overlijdt en laat na: Emma en Fons, kinderen van Axel, en zijn biologische moeder Vera. Hij bezit het huis te Leuven en 1.000.000F spaarcenten.

Oplossing:
Het huis te Leuven zal door de wettelijke terugkeer toevallen aan Emma en Fons, ieder voor de helft in volle eigendom.
De gewone nalatenschap van 1.000.000F wordt verdeeld tussen de adoptieve en de biologische familie in twee gelijke helften:
– Emma en Fons erven samen de helft of 500.000F, hetzij voor ieder 250.000F,
– moeder Vera erft de andere helft of 500.000F.

Hoofdstuk 4. U erft, en er is een testament.

116. Het is best mogelijk dat U niet tevreden bent met de volgorde van erfgenamen, die de wetgever uitgedokterd heeft.

Geen nood! U kunt van deze regeling afwijken door een testament op te maken.

U hebt hierin de keuze: U kunt iemand Uw ganse erfenis nalaten, maar U kunt hem ook een bepaald goed bv. huis of een bepaalde som geld nalaten.

117. In feite geniet U een zeer grote vrijheid. Is er een testament, dan komt dit in de plaats van het wettelijk erfrecht. Het testament gaat voor.

U moet geen enkele reden, noch verantwoording geven waarom U een niet verwante persoon verkiest boven een bloedverwant, of uw echtgenoot. Of waarom U een van uw kinderen meer wil geven dan de andere.

118. Een testament moet niet noodzakelijk de ganse erfenis verdelen. In dat geval zal naast de testamentaire erfenis, de gewone wettelijke regeling gelden voor het overschot.

Bovendien is een testament steeds herroepbaar. Verandert U van mening, dan kunt U steeds een nieuw testament maken. Bijgevolg is een testamentair erfgenaam maar absoluut zeker op het ogenblik van het overlijden, en het vast staat dat er geen ander testament is. U kan zich niet verbinden het testament niet meer te wijzigen. Dit is  absoluut nietig.

119. Toch zijn er enkele beperkingen. Bepaalde erfgenamen als kinderen, ouders en de langstlevende echtgeno(o)t(e) kunnen niet volledig onterfd worden. Zij beschikken over een voorbehouden (reservatair) deel. Dit wordt uiteen gezet in hoofdstuk 6.

120. Ook een testamentair erfgenaam heeft de keuze om de erfenis zuiver te aanvaarden, te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving of te verwerpen.

Opmerkelijk is dat iemand die tezelfdertijd testamentair erfgenaam is, en wettelijk erfgenaam, hij kan verzaken aan de testamentaire roeping, om zijn wettelijk erfrecht op te nemen.

Dit komt soms voor: een ouder wil een bepaald kind bevoordelen, maar dat kind wenst om de vrede onder broers/zusters te bewaren niets meer te krijgen dan de anderen. Het kind verwerpt zijn testamentaire aanspraken, en zal bijgevolg als de broers/zusters een gelijk deel van de erfenis krijgen. Deze wordt dan verdeeld volgens het wettelijk erfrecht.

Wat is “een testament”.

121. Dit is een laatste wilsbeschikking d.w.z. er wordt beslist wie bepaalde of alle goederen zal krijgen na het overlijden. Dus er wordt beschikt over de goederen voor het moment dat hij niet meer in leven zal zijn.

Het is een éénzijdige akte, enkel de wil van de testator (degene die het testament maakt) telt. Zolang hij niet overleden is, kan een legataris geen enkel recht putten uit dat testament. De uitwerking is enkel voor de toekomst nl. na zijn overlijden. Daarom is een essentieel kenmerk de herroepelijkheid!

122. Het is ook een persoonlijke akte. U kan niet iemand in Uw plaats het testament laten opmaken of dicteren (uitzondering voor het internationaal testament).

Het is steeds verboden dat verschillende personen tezamen één testament (conjunctief testament) maken d.w.z. één tekst met verschillende handtekeningen eronder bv. echtgenoten of samenwonende broers/zusters.

Dit verschilt van testamenten die na elkaar geschreven en telkens ondertekend zijn op eenzelfde blad. Toch is het beter verschillende bladen te gebruiken. Het voorkomt moeilijkheden.

123. Er kunnen verschillende testamenten bestaan. U bent vrij zoveel testamenten te maken als U wilt. U kan zoveel veranderen als U wilt.
Alleen het laatste telt, ongeacht de vorm van het testament.

Een eigenhandig testament kan een notarieel testament vervangen, of omgekeerd.

Het is dus de datum van het testament die van belang is, ook als zou bewezen worden dat de datum van een onderhands testament niet juist is bv. iemand heeft een testament opgemaakt op 10 december 1997, maar hij heeft als datum 18 april 2001 vermeld. Dit blijft een geldig testament. De datum van 18 april 2001 telt.

Mocht de testator overleden zijn voor 18 april 2001, dan is dit testament niet geldig, en zal dus ook geen uitwerking krijgen.

124. Een testament kan later aangevuld, of deels herroepen worden. Dit bijvoegsel wordt “een codicil” genoemd.

Voorbeeld: Cedric heeft neven Axel, Dieter en Emma als algemene legatarissen aangesteld bij een notarieel testament van 20 oktober 1995.

Cedric is echter niet tevreden dat Dieter hem nooit komt bezoeken in het rusthuis, en voegt een eigenhandig codicil toe op 27 december 1999, waarbij hij hem uitsluit van zijn erfenis. Bij zijn overlijden op 18 april 2001 verdelen Axel en Emma de erfenis.

Een aanvulling kan een nadere precisering zijn bv. welke meubels U wilt geven, hoe het perceel grond juist uitgemeten moet worden … .

Wie kan een testament maken?

125. Iedereen die “gezond van geest” is, kan een testament maken.

U moet niet noodzakelijk meerderjarig zijn. Ook een minderjarige vanaf de leeftijd van 16 jaar kan een testament maken. Maar er is wel een beperking: deze minderjarige kan slechts over de helft van zijn goederen beschikken.

De datum van overlijden heeft geen enkele invloed. Ook als hij overlijdt tijdens zijn meerderjarigheid, dan nog wordt er beschikt over de helft van de goederen. Het is immers de datum van het opmaken van het testament dat telt.

Een minderjarige die een testament heeft gemaakt, moet aangeraden worden om tijdens zijn meerderjarigheid een nieuw testament te maken.

126. U moet “gezond van geest” zijn bij het opmaken van een testament, ook op het ogenblik dat een testament aangevuld of herroepen wordt.

Een testament wordt niet nietig indien de opsteller achteraf opgenomen wordt in een instelling. Degene die een testament betwist, zal dus moeten bewijzen dat de testator op het tijdstip van het opmaken van het testament niet over al zijn geestesvermogens beschikte.
De rechter kan de onbekwaamheid niet ambtshalve inroepen.

Hij beschikt wel over een ruime appreciatie. De onbekwaamheid moet aangetoond worden door de wettelijke of vroegere testamentaire erfgenamen, zij kunnen dit doen door alle middelen, getuigen en vermoedens inbegrepen.

Indien een notaris twijfelt aan de geestestoestand van iemand die een testament wil maken, dan eist hij soms een medisch getuigschrift.
Zijn verantwoordelijkheid wordt alzo beperkt, maar anderzijds is het toch een teken dat de notaris zelf  twijfelde.

De hoge leeftijd op zichzelf, is geen reden om het testament in vraag te stellen. U hebt het recht om een testament te maken zolang U leeft. Een testament, kort voor het overlijden, tijdens de laatste ziekte blijft dus geldig.

Een testament kort voor een zelfmoord blijft in principe ook geldig.

127. Degene die een testament maakt, moet uit vrije wil gehandeld hebben. Dit geldt voor alle rechtshandelingen. Er bestaat een bijzondere vorm van beïnvloeding van een testamentmaker: de erfenisbejaging.

Dit is wanneer iemand op bedrieglijke wijze bv. door listen, leugens of bedreigingen als legataris aangeduid wordt. Het bedrog sluit in dat in normale omstandigheden de overledene die personen niet zou aangeduid hebben als erfgenaam.

Vanzelfsprekend is dit niet hetzelfde als bevriend zijn met, of hulp bieden aan … ook als men hoopt om later de erfenis te krijgen.

Wie kan bij testament erven?

128. U kan dit volledig vrij bepalen.
U kunt uw echtgeno(o)t(e), één of verscheidene kinderen, een ander familielid, een vriend of vriendin, of zelfs een vereniging zoals een v.z.w. bevoordelen.
Dit kan ongeacht wie Uw wettelijke erfgenamen zijn. Nochtans wanneer het kinderen, echtgeno(o)t(e) of ouders zijn, dan hebben zij een voorbehouden deel d.w.z. een deel dat zij minimum moeten erven. Indien zij dat gedeelte niet krijgen, dan kunnen zij de inkorting vragen. Dit wordt behandeld in hoofdstuk 6.

129. Degene die erft bij testament moet natuurlijk op het ogenblik van het overlijden van de testamentmaker, zelf in leven zijn. Het is niet noodzakelijk dat hij/zij reeds geboren of verwekt was op het ogenblik van het opstellen van het testament.

Daarom is het noodzakelijk dat een testament goed opgesteld wordt.

De plaatsvervulling van de wettelijke erfopvolging kan niet zonder meer toegepast worden bij een testament. U moet deze situatie dus voorzien in het testament.

Bovendien mag niet uit het oog verloren worden dat een testament tientallen jaren voordien wordt opgesteld, en er onvoorziene gebeurtenissen als overlijdens zich kunnen voor doen.

Voorbeeld.
Oom Cedric heeft op 22 september 1992 een testament gemaakt, waarbij hij Emma, Fons en Julie, kinderen van haar broer Axel, aangeduid heeft als algemene legataris.
Op 10 oktober 1997 overlijdt Julie en zij heeft twee kinderen nl. Griet en Helga.
Op 12 maart 2001 overlijdt Cedric: ingevolge het testament krijgen Emma en Fons elk de helft volle eigendom, de kinderen van Julie krijgen niets.

Oplossing.
Indien Cedric wenst dat de kinderen van Julie in de plaats komen van hun vooroverleden moeder, dan kan hij twee dingen doen:
– na het overlijden van Julie een nieuw testament maken, waarbij hij Griet en Helga samen 1/3de van zijn nalatenschap legateert;
– in het testament vermelden, dat ingeval “een legataris voor hem komt te overlijden, de afstammelingen in de plaats komen, volgens de regels van de plaatsvervulling”.

Het is de testator die zelf bepaalt hoe het deel van een vooroverleden legataris zal vervallen. In de praktijk komt dikwijls de echtgenoot, of de kinderen in de plaats. Het is beter afstammelingen, dan kinderen te vermelden. Het kan immers ook gebeuren dat een kind reeds vooroverleden is.

Langs de andere kant is het dikwijls de bedoeling dat enkel die afstammelingen in de plaats komen. Daarom mag niet zonder meer verwezen worden naar de regels van de plaatsvervulling (zie nr. 54).

Wat kan U in een testament zetten.

130. Het belangrijkste in een testament zijn de legaten (zie hierna).
Er wordt bepaald wie en wat de verschillende erfgenamen zullen erven. U kan één bepaald of verschillende personen tezamen alles geven, of een welbepaald goed bv. een huis of een som geld.

Toch even opletten voor een bijzondere situatie.
Echtgenoten zonder kinderen wensen dat hun vermogen verdeeld wordt tussen de respectievelijke families van man en vrouw. Zowel de man, als de vrouw maken een testament.

De eigen goederen van de man, alsook de helft in de gemeenschapsgoederen, worden bij het overlijden van de man door diens familie geërfd. Zij willen wel dat de vrouw zolang ze leeft, het vruchtgebruik op alle goederen behoudt. Dit wordt het best veilig gesteld door in het testament te vermelden dat het vruchtgebruik van alle goederen toekomt aan de vrouw.

Voorbeeld.
“ Ik stel aan als mijn erfgenaam voor het vruchtgebruik, mijn echtgenote … .
Ik stel aan als algemene legatarissen voor de blote eigendom, mijn broers en zusters …”.

Soms wordt dit ook op een andere manier opgelost. Beide echtgenoten maken een testament, waarbij zij in eerste instantie alles aan mekaar geven, en indien de partner vooroverleden is, het vermogen verdeeld wordt in twee gelijke delen, waarvan de ene helft verkregen wordt door de wettelijke erfgenamen van de overledene, en de andere helft door de wettelijke erfgenamen van de vooroverleden partner.
De langstlevende echtgeno(o)t(e) kan echter na het overlijden van de partner het testament naar goeddunken wijzigen. Dus absoluut zeker is dit niet.

Voorbeeld.
“Ik stel aan als algemene legataris, mijn echtgenote … .
Mocht mijn echtgenote voor mij overlijden, dan stel ik aan als algemene legatarissen:
– voor de helft van mijn vermogen: mijn familieleden,
– voor de andere helft: de familieleden van mijn echtgenote,
en dit volgens de regels van de wettelijke erfopvolging.
Zijn er geen erfgenamen in een helft, dan komt de ganse nalatenschap toe aan de erfgenamen van de andere helft.”.

131. In een testament staan soms ook andere zaken als de regeling van de begrafenis, alsook wie de kosten moet betalen, wie bepaalde schulden moet betalen, de aanduiding van een voogd voor de minderjarige kinderen.

Soms wordt in een testament door de overledene een lange huur of pacht, tegen een normale prijs toegestaan. In hoofde van de huurder of pachter is dit geen voordeel, hij moet immers betalen. De erfgenaam is verplicht deze huur of pacht na te leven.

132. Vooral inzake landpacht is dit voor hem nadelig, aangezien de eigendom praktisch onverkoopbaar wordt. Maar voor de berekening van de successierechten mag echter geen rekening gehouden worden met deze pacht. Dit is immers een verbintenis om iets te doen nl. het gedogen van de pacht. Bij de bepaling van de waarde mag hiermede geen rekening gehouden worden (art. 64 W. Succ.).

In dit geval was een pachtovereenkomst door de overledene, zelfs eventueel te beginnen op het ogenblik van diens overlijden, een veel betere oplossing. Toch in ieder geval voor de erfgenaam!

133. Een speciaal geval is een testament waar enkel iemand onterfd wordt, maar waar geen erfgenaam aangesteld wordt. In dat geval zal de erfenis verdeeld worden volgens de wet, maar zonder de onterfde persoon.
Werden alle erfgenamen onterfd, dan valt de nalatenschap toe aan de Staat.

134. Een testamentuitvoerder.

De overledene kan een persoon aanduiden, die de beschikkingen van het testament zal uitvoeren. Dit kan een erfgenaam zijn, maar hoeft niet. Dikwijls krijgt hij hiervoor een vergoeding. Een notaris kan als testamentuitvoerder aangeduid worden. Dit gebeurt meestal, zoniet uitsluitend, in een eigenhandig testament.

Een testamentuitvoerder is praktisch indien er zeer veel erfgenamen zijn.

I. De verschillende vormen van testamenten.

135. Er bestaan drie vormen van testamenten: het notarieel testament, het eigenhandig testament en het internationaal testament.
Er is geen hiërarchie tussen de drie soorten. Een notarieel testament gaat niet voor op een eigenhandig, alhoewel dit een onderhandse akte is. Het is enkel de datum van het testament die van belang is om te weten, welk testament er uitvoering krijgt.
Bijgevolg kan een notarieel testament best herroepen en vervangen worden door een eigenhandig testament.

A/ Het notarieel testament.

136. Het notarieel testament wordt ook openbaar of authentiek testament genoemd.

Het wordt verleden voor twee notarissen, of voor één notaris, bijgestaan door twee getuigen. Ook de notariële herroeping van een notarieel testament (dus niet voor een eigenhandig of internationaal testament) moet op deze manier verleden worden. Notariële akten met getuigen komen nog zelden voor. De getuigen zijn hier een waarborg dat de testamentmaker wel degelijk het testament heeft gedicteerd aan de notaris, en dat hij uit vrije wil, en niet onder dwang handelt.

137. Toch is er een zekere argwaan. De notaris, maar ook de getuigen kennen de inhoud van het testament.

Dit is eerder een gevoelen, dan een realiteit, aangezien de notaris, maar zeker ook de getuigen, dit normaal  met de grootst mogelijke discretie benaderen. De getuigen worden door de notaris aangezocht. Een ganse reeks personen komen niet in aanmerking om als getuige te fungeren bv. de klerken van de notaris, de echtgenoot van de testamentmaker, een begunstigde, de echtgenoot of een naast familielid  van een begunstigde.
Een testament voor twee notarissen komt heel zelden voor.

138. Ongetwijfeld heeft het notarieel testament belangrijke voordelen. De juridische verwoording wordt gedaan door een specialist. Desnoods vraagt hij de nodige uitleg om juist neer te schrijven wat de testator wenst. De notaris kan wijzen op bepaalde leemten of oplossingen aanreiken. Vanzelfsprekend moet hij het testament neer schrijven dat de testamentmaker wenst.

Daarom zal na het dicteren, de inhoud opnieuw voorgelezen worden.

139. Het notarieel testament kan ook nooit verloren gaan. Het is een notariële akte en wordt dus vermeld in het repertorium van de notaris. Dit is een register waar alle notariële akten chronologisch ingeschreven worden.

Dit repertorium wordt ieder kwartaal voorgelegd aan de Ontvanger van de Registratie. Daardoor is het algemeen gekend dat U een testament hebt gemaakt.
De notaris verwittigt ook  het Centraal register voor Testamenten (C.R.T.) van het bestaan van dit testament.

140. De inhoud van het testament blijft echter geheim tot aan Uw overlijden, ook voor de Administratie (art. 181/1 W. Reg.).

Na het overlijden moet het testament binnen de vier maanden geregistreerd worden. De notaris is hiertoe verplicht voor zover de erfgenamen de rechten bij hem voor die datum hebben geconsigneerd.

De erfgenamen zullen voor de afwikkeling van de erfenis meestal beroep doen op de notaris die het testament heeft verleden. Doch dit is geenszins een verplichting. Zij mogen dit ook zelf doen, of een andere notaris of vertrouwenspersoon aanspreken.
De bewijskracht en de uitvoering zijn tenslotte belangrijke troeven.

B/ Het eigenhandig testament.

141. Het eigenhandig testament wordt ook soms een olografisch of een onderhands testament genoemd. Het is inderdaad een onderhandse akte, want het werd door de erflater zelf gemaakt.

De notaris komt niet tussen; er zijn ook geen getuigen aanwezig. Opgelet: indien een getuige een eigenhandig testament zou mee ondertekend hebben, dan is het absoluut nietig!

142. Een eigenhandig testament moet op straffe van nietigheid aan bepaalde vormvoorwaarden voldoen. Is dit niet het geval, dan is het testament ongeldig, en kan op geen enkele manier uitgevoerd worden.

1/ Volledig eigenhandig geschreven door de erflater.

Het mag dus niet getypt worden. Het mag ook niet door iemand anders geschreven zijn. Deze voorwaarde is heel streng: het mag ook niet gedeeltelijk door iemand anders geschreven zijn, zelfs niet op aanwijzing van de erflater.

Er mogen wel verbeteringen, overschrijvingen gebeuren. Deze zal U best paraferen. Indien later nieuwe beschikkingen toegevoegd worden, moet ook opnieuw de datum en de handtekening gezet worden. Indien U een testament drastisch verandert, is het toch aan te raden een nieuw testament te maken.

Degelijk papier en inkt zijn aan te raden. Het testament mag in een vreemde taal (bv. spreektaal) geschreven zijn, het mag in briefvorm of doorlopende tekst.

2/ Eigenhandig gedagtekend.
Dit is de aanduiding van het jaar, de maand en de dag. Het mag zowel in cijfers als letters. Een onjuiste of onvolledige dagtekening schept veel problemen.
Is de dagtekening opzettelijk onjuist bv. U plaats een latere datum (25 januari 2005), dan is het testament niet ongeldig. Tenminste als U op 25 januari 2005 nog in leven bent, en de reden van het post dateren niet ligt in een onbekwaamheid bv. U was nog geen 16 jaar.

3/ Ondertekend door de erflater.
Hiermee wordt bedoeld de “normale handtekening”. Gewoonlijk wordt dit aan het eind van de tekst gezet. De vermelding “liefhebbende tante Ria” is onvoldoende.

143. U kan het testament opmaken zoals U wilt.
Maar de redactie is belangrijk. In de praktijk komt het veel voor dat een eigenhandig testament overgeschreven wordt van een model (dikwijls gekregen van een notaris). Het is toegelaten dat iemand anders het dicteert. Dikwijls worden verschillende “ontwerpen” gemaakt, die na verbetering of aanvulling uiteindelijk het (voorlopig) definitieve testament wordt.

Het is echter niet eenvoudig. Lange testamenten worden het best vermeden. Het is niet de bedoeling dat een testament Uw levensgeschiedenis beschrijft, met ellenlange uitleg, waarom dit familielid wel, en die andere niet zal erven. Desnoods doet U beroep op een vertrouwenspersoon.

144. Enkele vuistregels.
Dit is heel moeilijk, en sterk afhankelijk van de situatie van de opsteller. Toch wordt gepoogd een eenvoudig voorbeeld te geven.

Volledig eigenhandig schrijven.
U begint best met: “ Dit is mijn testament, en ik herroep alle testamenten die ik vroeger heb gemaakt.”.
Daarna: “ Ik stel aan als algemene legataris …” (dit kan de echtgeno(o)te), een of verscheidene personen zijn).
Daarna: “ Ik stel aan als bijzondere legataris … “ (met aanduiding van de persoon, en van de goederen).
Tenslotte beschrijft U de bijzondere bedingen bv. een onterving, de regeling van de begrafenis, wie bepaalde kosten moet betalen … .
Afsluiten met de datum en gewone handtekening.

145. In tegenstelling tot een notarieel testament, kan een eigenhandig testament gemakkelijk verdwijnen. U kunt wel voorzorgen nemen.
U kunt het eigenhandig testament in bewaring geven bij een notaris, of een goede vriend (zelfs degene die volgens het testament erft). De notaris kan het Centraal Register voor Testamenten op de hoogte brengen van het bestaan van het eigenhandig testament. In de praktijk wordt dit niet gedaan.
U kunt het testament in een bankkluis bewaren, zodanig dat bij de opening na Uw overlijden, het testament zeker de openbaarheid haalt. Minder aangenaam is dat dit pas enige tijd na het overlijden gebeurt, zodanig dat andere erfgenamen (de gewone wettelijke?) zich reeds met de afwikkeling van de erfenis (ten onrechte) gemoeid hebben.

Soms worden verschillende versies van eenzelfde eigenhandig testament op verschillende plaatsen verstopt, of aan verscheidene personen gegeven. Deze moeten allemaal eigenhandig geschreven zijn. Fotokopies volstaan niet! Tenminste niet als het enig echte eigenhandig geschreven testament spoorloos zou blijven.

146. Bewijskracht van een eigenhandig testament.

Na het overlijden wordt het eigenhandig testament, samen met een proces verbaal van opening en de staat van het testament, neergelegd onder de minuten van een notaris (art. 976, 1° B.W.). De notaris deponeert een afschrift en een fotokopie van het testament ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement van de woonplaats van de overledene.

Er is hiervoor geen termijn, noch sanctie voorzien. Maar zolang dit niet is gebeurd, kan de uitvoering voor de rechtbank niet worden gevorderd.
Er is ook een probleem van bezitsrecht (zie nr. 156).

De wettelijke erfgenamen moeten het eigenhandig testament respecteren. Zoals voor alle onderhandse geschriften hangt dit af van de erkenning van het geschrift. Dit kan vrijwillig gebeuren of na een schriftvergelijking.

C/ Het internationaal testament.

147. Dit is een bijzondere vorm van een testament die in de praktijk weinig gebruikt wordt.
De erflater of iemand anders mag het testament schrijven of typen. Er komen hier wel getuigen, alsook een bevoegde persoon aan te pas. Opmerkelijk is dat de getuigen, noch de bevoegde persoon de inhoud van het testament kennen.

Het testament wordt neergelegd, en het wordt in bewaring gegeven aan een notaris. Na het overlijden wordt het internationaal testament, samen met het proces verbaal van opening en van de staat van het testament, onder de minuten van die notaris gerangschikt. Ook hier wordt het ter griffie gedeponeerd.

II. De legaten.

148. Dit is het belangrijkste van een testament.
Het testament is de akte met de laatste wilsbeschikking.
Het legaat is de gift gedaan bij testament. Degene die de gift krijgt, wordt legataris genoemd. Door de aanduiding van een legataris wijkt de overledene af van de wettelijke erfopvolging. Het testament komt in de plaats, en gaat in ieder geval voor.

U hebt altijd het recht om een testament te maken, en dus een legataris aan te duiden. Ook als U een echtgeno(o)t(e), kinderen, kleinkinderen, ouders, verre verwanten heeft.

U bent volledig vrij om een legataris aan te duiden, dit kan Uw echtgeno(o)t(e), één of verschillende kinderen, een ander familielid of een niet verwante persoon zijn.

149. Er zijn verschillende soorten legaten. Het onderscheid wordt bepaald door de omvang van het legaat.

Maar het onderscheid is eveneens van belang voor diens verplichtingen. Soms zal hij/zij een deel of alle schulden van de overledene moeten betalen, soms moet hij/zij niets van deze schulden betalen. Maar laat één ding duidelijk zijn: de schulden komen voor de legaten. Is een erfenis verlieslatend, dan zullen de legatarissen niets erven.

A/ Het algemeen legaat.

150. Dit is eenvoudig: alle goederen van de overledene zijn voor de algemene legataris. Dus alle onroerende en roerende goederen, maar ook alle schulden.

Dit wil echter niet zeggen dat hij alle goederen zal krijgen. De overledene kan immers een bepaald goed bv. huis of een som geld legateren aan iemand anders (bijzonder legaat). Maar de algemene legataris heeft wel “de roeping” om het ganse vermogen te erven. Zo de overledene in een testament niet over een bepaald goed heeft beschikt, dan komt dit toe aan de algemene legataris.

151. Een algemene legataris vergemakkelijkt de afwikkeling van een erfenis. Er is geen enkele discussie wie voor de nalatenschap kan optreden. Alle goederen en schulden van de overledene behoren iemand toe. De wettelijke erfgenamen worden buitenspel gezet, al moet hier enig voorbehoud gemaakt worden voor erfgenamen met een reservatair deel (zie hoofdstuk 6).

152. Een algemene legataris kan op verscheidene manieren aangesteld worden. Maar wees duidelijk!

Voorbeelden.
“ Ik stel aan als algemene legataris, mijn echtgenote …”.
“ Ik stel aan als mijn erfgenaam, mijn echtgenote …”.
“ Ik legateer mijn ganse erfenis aan mijn echtgenote …”.
“ Ik geef alles wat ik bezit bij mijn overlijden aan mijn echtgenote …”.

Zijn even goed algemene legaten, iets minder duidelijk, en dus best te vermijden:
“ Ik stel aan als erfgenaam van alle onroerende en roerende goederen, mijn echtgenote …”.
“ Ik stel aan als erfgenaam van het beschikbaar deel van mijn erfenis, mijn echtgenote …”.

153. U kan verscheidene algemene legatarissen in het testament aanduiden. Zij verdelen dan de erfenis in zoveel delen als er algemene legatarissen zijn.
In de praktijk komt dit zeer dikwijls voor. In feite heeft ieder van hen de “roeping” om alles te krijgen. Is een van die algemene legatarissen vooroverleden, of verwerpt deze de nalatenschap, dan komt zijn deel toe aan de andere algemene legatarissen.

Voorbeeld.
“Ik stel aan als algemene legatarissen mijn vriendin Zoë, en mijn neef Julien”, of “Ik stel aan als algemene legatarissen mijn vriendin Zoë, en mijn neef Julien, elk voor een gelijk deel.”.
Bij het overlijden erven zij elk de helft.

Is Zoë vooroverleden, of verwerpt zij de erfenis, dan erft Julien de ganse nalatenschap.

Zijn er verschillende algemene legatarissen, dan is het niet aangewezen om hun delen in het testament aan te duiden. Dit kan problemen geven.

154. U kan ook opeenvolgende algemene legatarissen aanduiden. Indien de eerst geroepene vooroverleden is, dan komt de tweede in rij in aanmerking.
Voorbeeld.
“ Ik stel aan als algemene legataris mijn echtgenote Bea. Ingeval zij voor mij overleden is, stel ik aan algemene legataris mijn broer Cedric en mijn neef Julien.”.

Is echtgenote Bea voor overleden, dan erven Cedric en Julien, elk de helft.
Opgelet: bij testamentaire erfopvolging is geen plaatsvervulling, zoals bij erfenis volgens de wet (zie nr. 129). U moet dit eventueel in het testament vermelden.
Is in ons voorbeeld Cedric ook vooroverleden, dan erft Julien de ganse nalatenschap. Was het de bedoeling dat de afstammelingen van Cedric (of bepaalde) in diens plaats erven, dan moest dit in het testament vermeld zijn.

155. Plichten van de algemene legataris.
De algemene legataris moet alle schulden van de overledene betalen, ook als deze meer bedragen dan het actief van de nalatenschap. Soms moet de legataris ten algemene titel hierin ook voor een gedeelte tussen komen. De bijzondere legataris nooit, uitgenomen indien de overledene hem dit uitdrukkelijk opgelegd heeft.

Hij moet niets betalen indien hij de erfenis verwerpt, en slechts in de mate van het actief, indien hij aanvaardt onder voorrecht van boedelbeschrijving. Dit zijn de gewone principes.

Daarnaast moet hij ook de lasten die de overledene hem opgelegd heeft uitvoeren.
Een voorbeeld hiervan is de betaling van de successierechten van de bijzondere legataris. Tenslotte moet hij de gelegateerde goederen aan de bijzondere legataris en aan de legataris ten algemene titel geven.

Het kan dus zijn dat de algemene legataris in feite “niets” krijgt, als de overledene alle goederen gelegateerd heeft onder vorm van legaten ten algemene titel, of bijzondere legaten. Dit komt heel uitzonderlijk voor. Meestal ziet de testamentmaker in die algemene legataris geen echte erfgenaam, maar een testamentuitvoerder.

156. De goederen worden de eigendom van de algemene legataris vanaf het overlijden.

Toch is er een belangrijk onderscheid:
– een notarieel testament: onmiddellijk het bezitsrecht (saisine), uitgenomen als de wettelijke erfgenamen “reservataire” erfgenamen zijn (dus kinderen, kleinkinderen, ouders en langstlevende echtgeno(o)t(e)), dan moet hij hen afgifte van legaat vragen (art. 1004 B. W.).
– een eigenhandig of internationaal testament: heeft nooit automatisch het bezitsrecht; ook in het geval dat er geen reservataire erfgenamen zijn, dan nog moet hij/zij in bezit gesteld worden door een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerst aanleg, waar de nalatenschap is open gevallen (art. 1008 B.W.).
Toch wel een handicap. U raadpleegt best een notaris in deze situatie.

B/ Het legaat ten algemene titel.

157. Dit komt weinig voor.
Deze legataris erft:
– een gedeelte van de nalatenschap,
– een gedeelte of alle onroerende goederen van de nalatenschap,
– een gedeelte of alle roerende goederen van de nalatenschap.

Deze legataris kan nooit de hele nalatenschap (roerende en onroerende goederen) erven. Verwerpt één van deze legatarissen het legaat, dan zullen de goederen van het legaat geërfd worden hetzij door de wettelijke erfgenamen, hetzij door de algemene legataris, nooit door een andere legataris ten algemene titel.

Voorbeeld.
“Ik stel aan als algemene legataris mijn echtgenote Bea.
Ik stel aan als legataris ten algemene titel van de roerende goederen mijn broer Cedric en mijn neef Julien, elk voor de helft.”.

1e veronderstelling: Cedric is vooroverleden.
Julien erft de helft van de roerende goederen, het overige erft echtgenote Bea.

2e veronderstelling: zowel echtgenote Bea, als broer Cedric zijn vooroverleden.
Julien erft de helft van de roerende goederen, het overige wordt geërfd door de wettelijke erfgenamen.

158. De legataris ten algemene titel heeft nooit bezitsrecht (saisine), ongeacht de vorm van het testament.
Hij moet afgifte van het legaat vragen aan de reservataire erfgenamen, de algemene legatarissen of de gewone wettelijke erfgenamen. In deze situatie raadpleegt U best een notaris.

159. Deze legataris moet ook een evenredige gedeelte van de schulden van de overledene betalen. Hij moet vanzelfsprekend de lasten van het legaat uitvoeren. Tenslotte moet hij eventueel de bijzondere legaten uitkeren.

C/ De bijzondere legaten.

160. Dit komt heel veel voor. Bovendien is het ook eenvoudig. Dikwijls zijn er verschillende bijzondere legaten in een testament.

Een bijzonder legaat is de gift in een testament waarbij iemand bepaalde goederen van de nalatenschap krijgt.

Voorbeeld.
“Ik stel aan als algemene legataris mijn echtgenote Bea.
Ik stel aan als bijzondere legataris:
– mijn broer Cedric voor het appartement te Leuven, Tiensesteenweg, 296,
– mijn neef Julien voor het spaarboekje bij instelling X, alsook de effecten in mijn bankkoffer bij die instelling,
– de echtgenoten André en Zoë, of de langstlevende van hen, of hun afstammelingen volgens de wettelijke plaatsvervulling, voor een bedrag van 1.000.000F.”.

Het is steeds de bedoeling van de overledene die telt. Toch voorkomt een goede omschrijving veel moeilijkheden: legaten als “liggende gelden”, “stofferend meubilair” … worden best vermeden.

161. Enkele bijzondere gevallen in verband met onroerende goederen:
– De overledene heeft U aangesteld als bijzondere legataris van een bouwgrond. Na het opmaken van het testament heeft hij een woning op deze grond gebouwd.
Bij zijn overlijden zal zowel de grond, als de woning deel uit maken van het legaat. Dit zou anders zijn indien de woning er reeds was op het ogenblik van het opmaken van het testament.
– De overledene heeft U aangesteld als bijzondere legataris van een woning. Juist voor zijn overlijden brandt de woning af.
U hebt enkel recht op de woning, de verzekeringspremie maakt geen deel uit van het bijzonder legaat.
– De overledene heeft U aangesteld als bijzondere legataris van een woning; hij heeft deze woning in hypotheek gegeven. Bij zijn overlijden erft U de woning, belast met de hypotheek. Maar de schuld behoort normaal tot de gewone nalatenschap, en moet door de gewone erfgenamen of legatarissen gedragen (uiteindelijk betaald) worden. De erflater kan dit natuurlijk anders bepalen in het testament.

162. De bijzondere legataris kan zijn legaat enkel aanvaarden of verwerpen. Hij heeft nooit bezitsrecht (saisine) Hij moet steeds de afgifte van zijn legaat vragen aan de reservataire erfgenamen, de algemene legatarissen of de wettelijke erfgenamen.
Het is best mogelijk dat al die erfgenamen de erfenis verworpen hebben. In dit geval moet hij afgifte vragen aan een curator, die door de rechtbank aangesteld wordt.
Meestal zal deze procedure niet nodig zijn, omdat de algemene legatarissen of de wettelijke erfgenamen vrijwillig de goederen geven.

163. De bijzondere legataris moet de lasten die de overledene aan hem heeft opgelegd uitvoeren.
Hij moet normaal geen schulden van de overledene betalen. Onrechtstreeks kan dit toch een invloed hebben op het bijzonder legaat. Immers de schulden moeten betaald worden. Hebben de wettelijke erfgenamen of de andere legatarissen de erfenis verworpen, of aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving (zij zijn dus maar verplicht de schulden te betalen, in de mate dat er goederen zijn), dan worden deze schulden eerst vereffend van de erfgoederen, die deel uitmaken van het bijzonder legaat. Zodanig dat slechts het eventuele overschot geërfd wordt.
Zijn er verschillende bijzondere legaten, dan dragen zij ponds ponds gewijze bij in de schulden, uitgenomen als de testamentmaker zelf een volgorde heeft bepaald.

III. Steeds herroepbaar.

164. U hebt het recht om een nieuw testament te maken. Een testament kan ook aangevuld of deels gewijzigd worden. Bij belangrijke wijzigingen kan enkel een volledig nieuw testament aangeraden worden. Enkel het laatst telt.
Uiteraard moet U op het ogenblik van het nieuwe testament “gezond van geest” zijn.
Zoals hoger gezegd kan een notarieel testament door een eigenhandig testament herroepen worden, of omgekeerd. Er is geen rangorde tussen de verschillende vormen van testament.

Om alle interpretatie moeilijkheden te vermijden beginnen de meeste testamenten met “Ik herroep alle testamenten die ik vroeger heb gemaakt.”.

165. Niettegenstaande het testament geldig is, komt het toch vaak voor dat bepaalde legaten niet kunnen uitgevoerd worden:

– De overledene bezit het gelegateerde goed niet meer bij zijn overlijden : bv. U werd aangesteld als bijzondere legataris van de wagen, maar door de hoge ouderdom heeft hij de wagen verkocht.

– De overledene heeft in een codicil (aanvulling testament) dezelfde goederen opnieuw gelegateerd. Het laatste telt: bv. in het oorspronkelijk testament werd de grond te Lier aan U gelegateerd, maar later geeft hij het aan een v.z.w..

166. Een bijzonder geval is als een later testament, het vorige uitdrukkelijk of stilzwijgend herroept, maar zelf geen uitwerking krijgt omdat de legataris bv. voor overleden is, of hij de erfenis verwerpt.
In dit geval herleeft het oude testament niet (art. 1037 B.W.). De herroeping blijft bestaan, en de nalatenschap zal geërfd worden door de wettelijke erfgenamen.
Indien de testamentmaker op het ogenblik van dit later testament niet “gezond van geest” zou zijn, dan blijft het vroegere wel geldig.

Erfrecht. Wie erft wat? – Editie 2017

In onze praktijk worden we dagelijks geconfronteerd met heel wat onwetendheid en misverstanden rond erfrecht. Begrijpelijk want het is een kluwen. Nu er hoe langer hoe meer nieuwe samengestelde gezinnen zijn, wordt het meer dan ooit belangrijk om te weten wie van wie… wat erft.

Gratis Inkijkexemplaar…

2017-05-26T10:27:16+00:00

Erfrecht: wie erft wat? Editie 2017

Alle vragen rond erfenis en testament, kort en begrijpelijk uitgelegd in dit boek van 71 pagina's. Lees nu dit boek voor het te laat is!
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
close-link
Click Me