Keert uw vennootschap reserves uit in de vorm van een dividend, dan moet zij daarop in principe 25% roerende voorheffing inhouden (15% als het dividend betaald wordt aan aandelen op naam die na 1 januari 1994 uitgegeven zijn in ruil voor een inbreng in geld, aandelen ononderbroken op naam, …). Keert uw vennootschap die reserves echter uit ter gelegenheid van een inkoop van (een deel van) haar eigen aandelen, dan worden ze ook beschouwd als een dividend, maar dan is er slechts 10% roerende voorheffing op verschuldigd.

De nota Di Rupo kan hier wel eens op (korte) termijn een wijziging in teweeg brengen waarbij alles 25% wordt.

Voor een ‘gewone' inkoop van eigen aandelen geldt o.a. dat het kapitaal van uw vennootschap volledig gestort moet zijn en dat zij niet méér eigen aandelen kan inkopen dan 20% van haar kapitaal. Ze kan m.a.w. ook slechts 20% van haar reserves via een inkoop uitkeren.

Voorbeeld

Stel een NV (met aandelen aan toonder) heeft 150.000 euro gestort kapitaal en 500.000 euro aan reserves. U wenst 200.000 euro reserves uit de vennootschap te halen. De inkoop van eigen aandelen is echter beperkt tot 20% van het kapitaal. U kunt dus slechts 20% van de reserves (100.000 euro) uitkeren via een inkoop van eigen aandelen. De rest is een gewoon dividend met 25% roerende voorheffing . In totaal kost de uitkering van de reserves dus 35.000 euro roerende voorheffing (= ( 100.000 euro x 10%) + (100.000 euro x 25%)).

De regel echter dat er slechts 20% van het kapitaal ingekocht kan worden, geldt niet als de ingekochte aandelen onmiddellijk vernietigd worden in het kader van een kapitaalvermindering (cfr art. 621 W. Venn.).

Dit is wel enkel mogelijk als het kapitaal van de vennootschap méér bedraagt dan het wettelijke minimumkapitaal (61.500 euro voor een NV), anders kan het kapitaal immers niet verminderd worden.

Over hoeveel er dan ingekocht worden zegt de wet niets. In principe kan er dus zoveel ingekocht worden als uw vennootschap kapitaal ‘te veel' heeft. Zo heeft de fiscus (meer bepaald de zgn. Rulingcommissie) zelfs al een inkoop aanvaard van maar liefst 66,66% van het kapitaal (Beslissing 2010.171 dd 8 juni 2010). Maar hier kaderde de inkoop wel in de volledige uitkoop van twee aandeelhouders, wat volgens de Rulingcommissie een ‘rechtmatig financieel of economisch motief' was dat herkwalificatie in een gewoon dividend uitsloot.

Het is duidelijk dat deze manier van werken niet zonder gevaar is wanneer er gewerkt wordt met een zogenaamde proportionele inkoop. Een disproportionele inkoop biedt meer garanties.