//Het zomerakkoord, reeds enkele reflecties

Het zomerakkoord, reeds enkele reflecties

Het verwachte zomerakkoord van de regering is er dan toch nog gekomen.  De krijtlijnen zijn ondertussen bekend gemaakt, maar op de details is het nog wachten.

Toch sommen we reeds een aantal fiscale zaken van het bereikte akkoord reeds voor u op (dit op basis van de verspreide info van de regering).  Later komen we ongetwijfeld op een aantal zaken terug.  Het wordt duidelijk dat men er baat bij heeft bepaalde zaken hetzij te vervoegen (vb backservice) hetzij te verlaten (vb investeringen doen of meerwaarde realiseren) …

De hervorming van de vennootschapsbelasting

Het koninginnestuk van het bereikte akkoord is ongetwijfeld de hervorming van de langverwachte vennootschapsbelasting.

Huidige + toekomstige tarieven (cfr het ‘zomerakkoord’) 2017

incl 3% crisisbijdrage

2018

incl 2% crisisbijdrage

2020

geen crisisbijdrage meer

Algemeen tarief 33,99% 29,58% 25%
Verlaagd opklimmend tarief € 0 – € 25.000 : 24,98%

€ 25.000 – € 90.000 : 31,93%

€ 90.000 – € 322.500 : 35,54%

 ——————–  ———————
Tarief voor de KMO  ————————— 20,4% op de eerste schijf winst van € 100.000 (29,58% op het resterende bedrag)(*) 20% op de eerste schijf winst van € 100.000 (25% op het resterende bedrag)(*)

(*) incl voldoen aan de voorwaarden van art 215 derde lid, 1°,2°,4° en 6° WIB 1992.

Belangrijk is dat voortaan de invulling van het begrip ‘KMO’ uitgebreid wordt. Ook de KMO’s die voldoen aan de definitie van art 15 §1 tem §6 Wvenn zal ervan kunnen genieten.  Dus niet langer enkel die vennootschappen die voldoen aan de gekende criteria van artikel 215, lid 3 WIB 1992.

Om deze verlaging budgettair te kunnen financieren zijn er aantal maatregelen getroffen, wat betekent dat o.a. een aantal fiscale aftrekken hetzij zullen sneuvelen (vb degressief afschrijven) hetzij zullen hervormd worden.  Hierbij zal de mogelijkheid tot het vooruitbetalen van kosten niet langer mogelijk zijn.  De boekhoudwetgeving zal m.a.w. ook fiscaal zijn impact kennen.

ComIB 49/13 zal dan ook sneuvelen :

Aldus zijn de in een bepaald jaar of boekjaar werkelijk betaalde kosten, die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een toekomstig tijdperk, aftrekbaar als beroepskosten van het jaar of boekjaar van de betaling (b.v. in december voor het volgende jaar betaalde verkeersbelasting, vooruitbetaalde huur of interest, enz.).

Om het vooraf betalen van belastingen verder aan te moedigen zal de basisrentevoet voor voorafbetalingen verhoogd worden van (vandaag) 1% naar 3%.

Ook zal het principe van de fiscale consolidatie worden ingevoerd in 2020.  Dit betekent concreet dat binnen een bepaalde groep van ondernemingen de verschillende winsten en verliezen van de verschillende dochters kunnen geconsolideerd worden waarna bijgevolg enkel op het geconsolideerde resultaat vennootschapsbelasting zal verschuldigd zijn.  Allerhande (al dan niet risicovolle) technieken om winsten te verschuiven worden dan ook overbodig.  Een niet onbelangrijke wijziging …

Voortaan zal er een minimumbelasting ingevoerd worden voor de vennootschappen met een winst hoger dan 1.000.000 euro. Hier worden veelal multinationals mee bedoeld.  Deze vennootschappen zouden op 30% van die winst het nieuwe basistarief aan vennootschapsbelasting moeten betalen. Concreet betekent dit dat er voor deze vennootschappen voortaan een minimumbelasting van 7,5% zal komen  (= 30% x 25% (nieuw tarief venb – zie boven)).

Tijdelijke verhoging van de investeringsaftrek van 8% naar 20%.  En dit zowel voor KMO’s als voor de  éénmanszaken.

De notionele intrestaftrek blijft bestaan doch zal hervormd worden.  In de huidige regelgeving wordt de notionele interestaftrek berekend als een percentage op het eigen vermogen van het voorgaand boekjaar, doch dit eigen vermogen wordt gecorrigeerd met bepaalde activa.   In de nieuwe regeling wordt de notionele intrestaftrek voortaan enkel berekend op de aangroei van dit eigen vermogen van de laatste vijf jaar.

Minimaal uit te keren bezoldiging aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijk persoon) van  45.000 euro.  Alle vennootschappen zullen voortaan minstens 45.000 euro bezoldiging per jaar moeten uitkeren aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijk persoon).  Komt de vennootschap echter deze verplichting niet na dan zal de vennootschap een bijzondere aanslag verschuldigd zijn van 10% op het verschil tussen de effectief uitgekeerde bezoldiging en het bedrag van  45.000 euro.  Wel zullen startende vennootschappen en vennootschappen met een winst lager dan de vooropgestelde 45.000 euro van een uitzondering kunnen genieten.

De bestaande regeling m.b.t. de meerwaarde op aandelen in de vennootschapsbelasting zal wijzigen.

De huidige regeling stelt dat KMO’s, die aandelen verkopen die minimaal één jaar werden aangehouden,  deze meerwaarde volledig kunnen vrijstellen (binnen het jaar is er een vennootschapsbelasting verschuldigd van 25,75%).  De zogenaamde ‘grote ondernemingen’ dienen na één jaar nog een tarief van 0,412% te betalen.   Dit zou wijzigen.  In de toekomst zullen de gerealiseerde meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting enkel nog vrijgesteld worden indien de participatie minstens 10% of 2.500.000 euro bedraagt.  Deze voorwaarde kunnen we reeds bij de zogenaamde DBI-aftrek.   Het vermelde tarief van 0,412% wordt geschrapt.

De intrestaftrek zal voortaan beperkt worden (samengevat : beperking van de interestaftrek tot 30 % van de EBITDA).  Dit zat er sowieso aan te komen omwille van een Europese richtlijn.

Wijziging afschrijvingsregimes.  Vandaag moeten ‘grote ondernemingen’ pro-rata temporis afschrijven.  Dit zullen KMO’s voortaan ook moeten doen.

Het degressief afschrijvingsregime zal dan weer worden afgeschaft.

Personenbelasting

Tot 500 euro per maand extra niet-belaste inkomsten toestaan vanaf  2018. Deze inkomens zijn die uit vrijetijdswerk, de deeleconomie of specifieke functies in de non-profitsector en is evenzeer van toepassing voor diensten van particulieren aan particulieren (vb docent geeft bijles).

Ook zou er een verlaging van de sociale bijdragen komen voor startende zelfstandigen in de eerste twee jaar van hun activiteit.

De hervorming van de fiscaliteit op spaargeld

Ook hier zullen er aantal zaken wijzigen.

Een abonnementstaks  (taks op de effectenrekeningen)

  • Beoogde activa: aandelen, obligaties en fondsen
  • Vrijgestelde activa: pensioensparen en levensverzekering
  • 0,15% voor de gevaloriseerde effectenrekeningen van 500.000 euro en meer per belastingplichtige

De beurstaks wordt (nogmaals) verhoogd.

Het betreft de beurstaks, dewelke aangerekend wordt bij de aan- of verkoop van obligaties en individuele aandelen. De taks op aandelen wordt verhoogd van 0,27% naar 0,35% en voor obligaties verhoogt deze van 0,09% naar 0,12%.

Meerwaardebelasting (zogenaamde Reynderstaks)

De bestaande drempel van 25% die geldt bij het belasten van het obligatieluik van beleggingsfondsen verdwijnt wat betekent dat fondsen die minder dan 25% beleggen in obligaties voortaan onderworpen zullen worden aan een taxatie.

De gereglementeerde spaarrekeningen

  • De vrijstellingsdrempel van de spaarrekeningen wordt verlaagd van 1.880 euro naar 940 euro.

Er wordt (als compensatie) voorzien in een nieuwe fiscale vrijstellingskorf op de aandelendividenden tot 627 euro.

Ook zullen in de toekomst kapitaalverminderingen niet langer altijd belastingvrij kunnen plaats vinden.  De opzet is dat in de toekomst de aanrekening van de kapitaalvermindering pro rata zal moeten gebeuren en dit op het gestort kapitaal en de belaste reserves. M.a.w. de bestaande mogelijkheid om de kapitaalvermindering nog enkel aan te rekenen op het gestort kapitaal zal niet langer mogelijk zijn.  De huidige regeling die we terugvinden in de ComIB (ComIB 18/30) zal dan ook niet langer een optie zijn :

ComIB 18/30

Wanneer het maatschappelijk kapitaal deels door gestort kapitaal wordt gevormd en deels door winst of reserves die niet aan het eigen stelsel van de uitgekeerde dividenden zijn onderworpen (zie 18/29, eerste lid) en wanneer daarenboven de terugbetaling niet uitdrukkelijk op een of ander bestanddeel van dat maatschappelijk kapitaal wordt aangerekend, is de aan de aandeelhouders betaalde of toegekende som een belastbaar dividend in de mate dat die som evenredig overeenstemt met het gedeelte van het maatschappelijk kapitaal dat door de bovenbedoelde winst of reserves is gevormd.

Voorbeeld

Maatschappelijk kapitaal 10.000.000 Euro, bestaande uit:

–  4.000.000 Euro gestort kapitaal;

– 6.000.000 Euro in het kapitaal opgenomen reserves die niet als uitgekeerd dividend werden belast.

Terugbetaling van maatschappelijk kapitaal t.b.v. 2.000.000 Euro, door de vennootschap zonder enig onderscheid op het totale kapitaal aangerekend:

– als dividenden aan te merken terugbetaling:

2.000.000 Euro ×

6.000.000
10.000.000

= 1.200.000 Euro;

– niet als dividenden aan te merken terugbetaling:

2.000.000 Euro ×  4.000.000
10.000.000

= 800.000 Euro.

Wel wordt er aan de zogenaamde ‘vastklikregeling’ (artl 537 WIB 1992) niet geraakt worden.

Het pensioensparen zal ook uitgebreid worden (beperkte impact).

De vermindering in de personenbelasting van 30% blijft van toepassing voor een inleg tot 940 euro. Bijkomend wordt de mogelijkheid geboden om dit bedrag op te trekken tot 1.200 euro, maar dan wel aan een lagere vermindering nl de 30% wordt verlaagd tot 25% (voor het geheel!).

Ook het bestaande stelsel van de winstdeelname van werknemers (loonbonus) zal worden aangepast :

  • Toegankelijk voor alle werknemers binnen een onderneming (uitgezonderd bedrijfsleiders).
  • Eenvoudigere procedure
  • Geen enkele verschuiving zal worden toegestaan ten nadele van de toegekende klassieke bezoldigingen.
  • De toegekende premie mag niet hoger zijn dan 30% van de loonmassa.
  • De kostprijs voor de werkgever zou dalen.

Harmonisering van de forfaitaire beroepskosten (ten voordele van de zelfstandigen)

  • Harmonisering en progressieve uitbreiding van de bedragen van de forfaitaire beroepskosten in de personenbelasting in het voordeel van zelfstandigen.
  • Harmonisering van de bedragen en de methodes voor de berekening van de bestaande forfaits naar het voorbeeld van de methode die momenteel van toepassing is op de werknemers.

De personenwagens worden ook nu weer niet vergeten … Enerzijds zullen voortaan de brandstofkosten ook maar in aftrek kunnen genomen worden  in functie van de CO²-uitstoot en zal de 120% aftrekbaarheid voor elektrische wagens terug gebracht worden tot 100%. Anderzijds zal de aftrek in de personenbelasting aangepast worden in hetgeen reeds van toepassing is in de vennootschapsbelasting.  Dit zal voor sommige een voordeel uitmaken voor andere dan weer een nadeel afhankelijk van het type van wagen …

De bestaande belasting n.a.v. een stopzetting zal in de personenbelasting verlaagd worden (15%).

Een belangrijke wijziging inzake de BTW is de volgende.  Voortaan zou het mogelijk worden dat de betaalde BTW m.b.t. het bouwen of het verwerven van een onroerend goed, bestemd om te worden verhuurd, in aftrek kunnen genomen worden.  Investeerders zouden m.a.w. voortaan de mogelijkheid krijgen te kiezen om BTW aan te rekenen op de verhuur zodat voortaan de BTW ook in aftrek kan genomen worden.   Voor de praktijk een belangrijke wijziging.

 

(bron Ministerraad 27 juli 2017)

2017-08-16T23:09:09+00:00
Donderdag 19 december  2017 - 11:00u

Gratis Seminar: Bulgarije, Ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
JA, IK WIL ME INSCHRIJVEN

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me