/, Successierechten/Het einde van de sterfhuisconstructie in Vlaanderen
  • sterfhuisconstructie

Het einde van de sterfhuisconstructie in Vlaanderen

De sterfhuisconstructie heeft alles te maken met het fictieartikel art 5 W.Succ.  Maar dit fictieartikel is in sommige gevallen niet van toepassing.  Let wel, ondertussen is art 5 W.Succ gewijzigd in art. 2.7.1.0.4. VCF (Vlaamse Codex Fiscaliteit).  Dit artikel vertelt het volgende :

“ De langstlevende echtgenoot die ingevolge een huwelijksovereenkomst die niet aan de regels voor deschenkingen is onderworpen, op voorwaarde van overlevingmeer dan de helft van de gemeenschap toegekend krijgt, wordt voor de heffing van de erfbelasting gelijkgesteld met de langstlevende echtgenoot die, als niet wordt afgeweken van degelijke verdeling van de gemeenschap, het deel van de andere echtgenoot krachtens een schenking onder de levenden of een uiterste wilsbeschikking geheel of gedeeltelijk verkrijgt.”

De truuk. Echtgenoten (gehuwd onder een stelsel van gemeenschap) kunnen ervoor zorgen dat de langstlevende partner het ganse gemeenschappelijk vermogen toebedeeld krijgt door in hun huwelijkscontract een zogenaamd verblijvingsbeding op te nemen (ook wel eens ‘langst leeft, al heeft’-beding genoemd).

Maar zulk een verblijvingsbeding is fiscaal niet goedkoop !  Het vermelde fictieartikel stelt immers dat wat de langstlevende partner ontvangt boven de helft van het gemeenschappelijk vermogen, belastbaar is aan de erfbelasting (successierechten). Bijkomend nadeel is dat er maar één iemand belast wordt m.a.w. de progressiviteit van de successierechten werkt sneller door en bijkomend zal het vermogen later nogmaals belast worden wanneer het naar de kinderen overgaat.  Kortom een financiële bescherming die veel geld kan kosten (zie verder).  Noot vandaag is het daarom vaak opportuun zulk een verblijvingsbeding om te vormen naar een keuzebeding.

Let op!! Het fictieartikel is echter enkel van toepassing wanneer de langstlevende het gemeenschappelijk vermogen verkrijgt op voorwaarde van overleving.  Dit betekent concreet dat wanneer bv. in het huwelijkscontract een beding werd opgenomen dat die echtgenoot het gemeenschappelijk vermogen in elk geval, dus ongeacht de oorzaak van ontbinding van het huwelijk, verkrijgt, het vernoemde artikel niet langer van toepassing is.

Gevaren…

Dit houdt vanzelfsprekend ook een aantal gevaren in, want wanneer het tot een echtscheiding komt dan zal ook die echtgenoot het ganse gemeenschappelijke vermogen verwerven (… in elk geval …).  Ook zal de fiscale druk toenemen wanneer net die vernoemde echtgenoot eerst sterft.  Ook hier is het resultaat dat er niets door de kinderen geërfd wordt waardoor de fiscale druk mogelijk ook toeneemt.

Ook kan de eindfactuur (zoals reeds vermeld) bij het tweede overlijden duurder uitvallen.  Er zijn wel geen successierechten verschuldigd bij het eerste overlijden, maar later mogelijk des te meer.  De kinderen erven dan het ganse vermogen en kunnen daardoor in de hogere tarieven vallen.  Het probleem is vergelijkbaar met het verblijvingsbeding.  Een gepaste successieplanning nadien is dan fiscaal ook aan de orde.  Dit kan vlot geregeld worden wat het roerend vermogen betreft, maar wordt wel moeilijker wanneer het gaat over onroerend vermogen.

Het spreekt voor zich dat de sterfhuisconstructie met de nodige aandacht en voorzichtigheid moest toegepast worden.  Maar het kon zijn diensten (soms jammer genoeg) bewijzen wanneer iemand van de partners op jonge leeftijd terminaal ziek werd en het niet opportuun was dat de zeer jonge kinderen reeds in de nalatenschap worden betrokken.  Vandaar dat zulk een sterfhuisconstructie ook wel eens een ‘noodrem-successieplanning’ genoemd werd.

Voorbeeld

Echtpaar (gehuwd onder wettelijk stelsel) met twee kinderen (8 en 9 jaar)

Samenstelling vermogen (uitsluitend gemeenschappelijk vermogen)

Onroerend vermogen

Gezinswoning            400.000 euro

Tweede verblijf          300.000 euro

Man (40 jaar) heeft een terminale ziekte en heeft niet lang meer te leven.

Hier berekenen we het verschil na de twee overlijdens wanneer er al dan niet met een sterfhuisconstructie wordt gewerkt.

  • Sterfhuisconstructie

Man sterft (echtgenote op dat moment 41 jaar)

Successierechten      vrouw              0 euro

Kinderen         0 euro

Vrouw sterft (op dat moment zijn de twee onroerende goederen verdubbeld in waarde)

Successierechten      kinderen          282.000 euro

TOTAAL        282.000 euro

  • Wettelijke verdeling

Man sterft (echtgenote op dat moment 43 jaar)

Successierechten      vrouw              4.560 euro

Kinderen         7.860 euro

12.420 euro

Vrouw sterft (op dat moment zijn de twee onroerende goederen verdubbeld in waarde)

Successierechten      kinderen          93.000 euro

TOTAAL        105.420 euro

Het verschil bedraagt 176.580 euro ofwel een verschil van 63 %.

Maar wanneer er met een sterfhuisconstructie wordt/werd gewerkt en na het overlijden van de man worden de onroerend goederen verkocht en het geld wordt geschonken aan de kinderen aan 3%, dan bedraagt de eindfactuur 21.000 euro.  Indien er met eenbankgift wordt gewerkt en moeder leeft nog minstens drie jaar dan bedraagt de eindfactuur 0 euro !  Maar dit zal na het eerste overlijden in dit geval zelden gebeuren.

Maar nogmaals voorzichtigheid is geboden.  Men mag zich zeker niet enkel laten leiden door een fiscale besparing !

De fiscus heeft het nooit echt begrepen op deze sterfhuisconstructie.  Aanvankelijk werd het wel aanvaard door de Administratie (S2/04-02 en nummer S5/04-02  en Besl. 22 oktober 2003, nr. E.E./99.731 en Besl. 30 augustus 2005, nr. E.E./100.998).  Maar dit werd later ingetrokken (Besl. 15 juli 2011 , nr. E.E./103.490). De rechtspraak daarentegen oordeelde dat er geen probleem was (Rb Antwerpen 13 november 2013 (weliswaar van voor de nieuwe antimisbruikbepaling)).

Ook werd nadien de sterfhuisconstructie mee onder de noemer van fiscaal misbruik geplaatst door ze op te nemen op de zogenaamde zwarte lijst.

Maar gezien de onduidelijkheid heeft de Vlaamse decreetgever nu het zekere voor het onzekere genomen en het fictieartikel aangepast.  Dit gebeurt enkel door het schrappen van de voorwaarde van overleving.  In het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015 lezen we de volgende korte passage :

“ Afdeling 5. Erfbelasting

Art. 58. In artikel 2.7.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december2013, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden “opvoorwaarde van overleving” opgeheven “.

Dit betekent concreet dat wat de langstlevende partner boven de helft in het gemeenschappelijk vermogen verkrijgt voortaan aan de erfbelasting wordt onderworpen.  Einde van de discussie maar ook einde van de fiscale besparing die een sterfhuisconstructie kon opleveren.

Wat met bestaande huwelijkscontracten ? 

Hou er rekening mee dat deze nieuwe bepaling in werking treedt op 1 juli 2015.  M.a.w. de nieuwe spelregel zal van toepassing zijn op alle nalatenschappen die vanaf die datum openvallen ongeacht tijdstip waarop de sterfhuisclausule werd opgenomen in het huwelijkscontract.

Ebook: De Vlaamse Successierechten

Laat je dit e-book aan jouw voorbijgaan dan is dit een doodzonde. Doe alstublieft aan intelligente en creatieve successieplanning en vermijd dat uw teerbeminde erfgenamen verder de bodemloze staatskas spijzen met uw zuurverdiende centen.

Gratis Inkijkexemplaar
vlaamse successierechten

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Belastingen.

Bekijk ook deze artikels uit de categorie Successierechten.

2017-05-01T13:28:29+00:00

Gratis Ebook: Bulgarije, ster in Europa

In een handomdraai krijgt u een overzicht van de mogelijkheden in Bulgarije en de belangrijkste componenten voor ondernemers:
  • 10% personenbelasting
  • 10% vennootschapsbelasting
  • 10%, de loonkost bedraagt slechts 10% van een gemiddeld Belgisch/Nederlands loon
DOWNLOAD NU

De 112 Meest Begeerde Fiscale Tips - Editie 2017


Voor al wie belastingontwijking een mensenrecht vindt, 112 haalbare en praktische fiscale tips 
GRATIS INKIJKEXEMPLAAR
Click Me