Veronderstel dat u het regime van de gespreide belasting op meerwaarden hebt aangevraagd, maar dat u er uiteindelijk niet toe komt de gepaste wederbeleggingen uit te voeren. Kan u alsnog een zware fiscale factuur vermijden ?
 
Gespreid belasten
Principe Als u een meerwaarde realiseert op een actiefbestanddeel dat u al langer dan vijf jaar in bezit heeft, dan komt die meerwaarde in aanmerking voor een gespreide belastingheffing. Daartoe moet u minimaal de ontvangen schadevergoeding of de verkoopprijs van het actief herbeleggen in een ander afschrijfbaar (immaterieel of materieel) actiefbestanddeel.
Nalatigheidsintresten Als u de gespreide belastingheffing aanvraagt, maar uiteindelijk toch geen herbelegging doet, worden nalatigheidsintresten aangerekend à rato van 7 % per jaar, met ingang van 1 januari van het aanslagjaar waarvoor de vrijstelling werd toegestaan.

Formaliteit. Opdat u zou kunnen genieten van de gespreide belastingheffing moet u het document 276 K bijvoegen bij uw aangifte. Dit document moet u niet alleen toevoegen bij de aangifte van het jaar waarin u de meerwaarde realiseert, maar ook elk daarop volgend jaar, tot zolang de meerwaarde volledig in het belastbaar tijdperk is opgenomen.
276 K vergeten, wat nu ?

Wat gebeurt er als u het document 276 K vergeet toe te voegen bij de aangifte ?
Geen recht om te ontzeggen In ieder geval is het vergeten van ‘de 276 K’ voor de administratie geen grond om u het regime van de gespreide belasting te ontzeggen. Daarover zijn de rechtspraak en de administratie het eens (Antwerpen 21.10.2003 en PV 22.10.2003). het document kan in elk stadium van de procedure nog worden voorgelegd, bijvoorbeeld bij een controle of in de bezwaarfase.

Maak van de vergetelheid uw troef
Geen herbelegging Stel dat u geen gespreide belastingheffing hebt aangevraagd, maar dat het er uiteindelijk niet van komt de gepaste herbelegging te doen. U zal dan worden geconfronteerd met een serieuze factuur aan nalatigheidsintresten.
Geen 276K ? Kijk dan even het volgende na. Het komt veelvuldig voor dat een belastingplichtige wel in het jaar van realisatie van de meerwaarde, maar niet meer in het daaropvolgende jaren, een opgave 276K indient. Als dit bij u ook het geval is, kan u daar uw voordeel mee doen.

Nietige aanslag. Sommigen zijn immers van mening dat, wanneer de opgave niet langer wordt toegevoegd, er van moet worden uitgegaan dat het keuzestelsel niet langer wordt gevraagd, en dat de taxatie van de meerwaarde in dat jaar moet plaatsvinden. Als de taxatie dan plaatsvindt in een later jaar (bv. dat waarin de driejarige termijn verstreken is), dan wordt de aanslag gevestigd in een verkeerd aanslagjaar, en is deze dus nietig.

Termijnen verjaard Niet alleen is de aanslag nietig, ook is het meer dan waarschijnlijk om nog een geldige aanslag te kunnen vestigen. Kijk even mee in het volgend voorbeeld.

Voorbeeld. In 2006 (aj. 2007) verkoopt u een gebouw met meerwaarde. U dient een opgaven 276 K toe bij de aangifte. U heeft tot 31.12.2010 de tijd om te investeren in een onroerend goed.  In aanslagjaar 2011 stelt de controleur vast dat u niet hebt herbelegd. Maar u zegt : al sinds aj. 2008 voegt u geen opgave 276 K meer bij de aangifte. Dat wil zeggen dat u al sinds dat aanslagjaar geen aanspraak meer maak op de gespreide belastingheffing, en dat de meerwaarde bijgevolg in dat aanslagjaar in één keer belast had moeten worden… de meerwaarde is dus belastbaar in aj. 2008 en niet in aj. 2011. En de aanslagtermijn voor aj. 2008 is nu helaas verstreken … De rechtbank van eerste aanleg te Luik is de belastingplichtige in deze originele redenering gevolgd (Rb. Luik 28.03.2002).