Het belang van de patrimoniumvennootschap …Een onroerend goed in handen van een vennootschap kent een aantal nadelen. In het bijzonder wanneer het onroerend goed door de vennootschap later wordt verkocht. We denken hierbij aan de meerwaarde die onderhevig is aan de vennootschapsbelasting. Naast dit en andere nadelen zijn er echter ook een aantal voordelen.  We bekijken er één van.  In dit artikel stellen we ons de vraag of het zinvol kn zijn een onroerend goed onder te brengen in een vennootschap.  Wat zijn de fiscale gevolgen ?

We nemen de volgende casus. 
Een echtpaar, gehuwd met twee kinderen, bezit naast een gezinswoning en een aantal appartementen nog een winkelpand ter waarde van 1.000.000 euro met een bepaald niet-geïndexeerd kadastraal inkomen.  Dit pand wordt verhuurd aan  een vennootschap.  Er zijn echter geen openstaande leningen meer. Het echtpaar stelt zich ondertussen een aantal vragen naar de successierechten toe.  Zij wensen een planning op te maken. Het oprichten van een patrimoniumvennootschap biedt hier een mogelijke oplossing, maar let op niet enkel wat de successierechten betreft is het voordelig. Vandaag wordt de netto huur belast in de personenbelasting. Wanneer het onroerend goed echter wordt ingebracht in de vennootschap (inbreng in natura) dan is de fiscale weerslag anders.  De huur maakt deel uit van het inkomen van de vennootschap, maar er zijn afttekbare kosten waatonder de afschrijvingen.  Gezien het een inbreng in natura betreft zal hier ook de notionele intrestaftrek toenemen.  Maar de belastbare basis in de vennootschap daalt immers door het toepassen van de notionele intrestaftrek (4,973% (Aj 2010) voor KMO’s). 

Dit betekent concreet dat in tegenstelling tot de personenbelasting er geen belasting meer verschuldigd is. Let wel dat het onttrekken van het huurinkomen d.m.v. een dividenduitkering er 25% roerende voorheffing verschuldigd is. De besparing wat de successierechten betreft is ook niet onbelangrijk.  Het inbrengen van het winkelpand bedraagt enkel 25 euro.  Het is immers geen woning, maar een winkelpand. Later kan de vennootschap geschonken worden al dan niet aan 3% schenkingsrechten (Vlaanderen) en al dan niet met voorbehoud van het vruchtgebruik indien gewenst. Zodoende wordt de 27% successierechten ook vermeden. 

Het werken met een patrimoniumvennootschap heeft de laatste tijd zeker terug aan belang gewonnen. Zowel de notionele intrestaftrek als het verschil tussen de verlaagde schenkingsrechten en de successierechten zijn hier van belang. Het spreekt voor zich dat er ook nog andere factoren meespelen zoals de meerwaarde op het onroerend goed wanneer het verkocht wordt.  Ook deze factoren moeten mee opgenomen worden.De patrimoniumvennootschap zomaar ‘afschrijven’ is dan ook niet terecht.