Artikel 32, tweede lid,3° van het WIB bepaalt dat de huurprijs en de huurvoordelen van een gebouwd onroerend goed dat verhuurd wordt door een bedrijfsleider van de eerste categorie aan een vennootschap waarin zij een opdracht of gelijksoortige functies uitoefenen, voor zover ze niet meer bedragen dan vijf derden van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen, als een bezoldiging wordt belast. 

Tot de categorie van bedrijfsleiders van de eerste categorie behoren de bestuurders, zaakvoerder, vereffenaars of eenieder die gelijksoortige functies uitoefent.  In een recente vraag werd de Minister van Financiën wat onder het ruime begrip “gelijksoortige functies” moet worden begrepen (Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 46 van 20 januari 2009, 28-30, Vr.nr. 39 Mevrouw Josée Lejeune van 14 januari 2009) .  Zo rijst in concreto den vraag of een vaste vertegenwoordiger van een bestuurder-vennootschap onder dit begrip sorteert.  Artikel 61, § 2, eerste lid W.Venn. bepaalt sinds september 2002 dat wanneer een rechtspersoon als bestuurder, zaakvoerder, of lid van het directiecomité, van de directieraad of de raad van toezicht, deze ertoe gehouden zijn een onder zijn vennoten, zaakvoerders, bestuurders, leden van de directieraad, of werknemers een vaste vertegenwoordiger te benoemen  die belast wordt met de uitvoering van  die opdracht in naam en voor rekening van die rechtspersoon.

Deze vaste vertegenwoordiger wordt zowel burgerrechtelijk als strafrechtelijk geacht alsof hij in persoonlijke naam de opdracht in eigen naam en voor eigen rekening zou volbrengen, onverminderd de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt.  De Minister bevestigde dat zij inderdaad kunnen beschouwd worden als “soortgelijke functies” , zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid WIB 92, waardoor een  herkwalificatie van huurgelden in beroepsinkomsten mogelijk is.  Hiervoor steunt zij zich op de vennootschapsrechtelijke bepalingen waaruit duidelijk blijkt dat de vaste vertegenwoordiger de opdracht uitoefent.

Een gelijkaardige regeling werd enkele jaren eerder ook reeds ingevoerd voor de vereffenaar-rechtspersoon.  In de parlementaire vraag werd hieromtrent werd met geen woord gerept, maar er mag o.i. mutatis mutandis aangenomen worden dat ook in die hypothese een mogelijke herkwalificatie op grond van artikel 32 WIB 92 kan plaatsvinden.

Bron :Vr. & Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 46 van 20 januari 2009, 28-30, Vr.nr. 39 Mevrouw Josée Lejeune van 14 januari 2009