Menig belastingplichtige heeft zijn beroepsactiviteit ondergebracht in een vennootschap.  Afhankelijk van het type van de vennootschap heeft hij hierdoor zijn privé-vermogen afgeschermd van het beroepsrisico.  Doch dit is niet altijd absoluut en bepaalde beroepen blijven echter aansprakelijk (trouwens we mogen ook de aansprakelijkheid van sommige bedrijfsleiders niet onderschatten). 

Door de Wet van 25 april 2007 kunnen zelfstandigen hun privé-woning beschermen tegen een mogelijke inbeslagname door één of meerdere schuldeisers.

Wat bedoelt men met ‘zelfstandige’ ?

Hiermee bedoelt men iedere natuurlijke persoon die in België een beroepsbezigheid in hoofdberoep uitoefent, uit hoofde waarvan hij niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden is (art 72 Wet houdende diverse bepalingen).

Dit betekent dus dat een zelfstandige in bijberoep geen beroep kan doen op deze nieuwe wet. 

Handelaars, beoefenaars van een vrij beroep, bedrijfsleiders van vennootschappen … komen in aanmerking. 

De zelfstandige die beroep wenst te doen op deze nieuwe wet zal dit in een verklaring voor een notaris moeten laten opnemen.  Deze verklaring zal ingeschreven worden in een register op het kantoor van de hypotheekbewaarder van het arrondissement waar de woning is gelegen.

De verklaring heeft echter uitwerking voor die schuldvorderingen die ontstaan zijn na de inschrijving in  het register.  
De zelfstandige kan echter zijn verklaring op elk moment intrekken.
Een overlijden van de zelfstandige heeft ook tot gevolg dat de verklaring wordt herroepen.

Het betreft echter die schulden die hun oorsprong hebben in de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteit.
Dit betekent dan ook dat de privé woning wel vatbaar blijft voor beslag voor die  schulden die niets te maken hebben met de beroepsactiviteit.  Ook is er een uitzondering voor schuldvorderingen die voortvloeien uit een misdrijf.   Ook voor zogenaamde gemengde schulden nl schulden die verband houden met het privéleven en met de beroepsactiviteit komen niet in aanmerking.

De bescherming slaat op het onroerend goed waar de zelfstandige zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd.  Dit kan ook slaan op enig zakelijk recht, wel een ander dan het gebruiksrecht en het recht van bewoning (eigendomsrecht, vruchtgebruik, erfpacht of opstal).

Wat met een woning (of zakelijke rechten) die ook beroepsmatig wordt aangewend ?
Dit wordt ook in de Wet voorzien.  Als minder dan 30 procent van de oppervlakte van de woning voor  de professionele actviteit wordt gebruikt  dan kan de hele woning onbeslagbaar worden verklaard.  Indien de beroepsmatig gebruikte oppervlakte 30 procent of meer bedraagt dan kunnen alleen de rechten op het gedeelte dat als hoofdverblijfplaats wordt gebruikt niet vatbaar voor beslag worden verklaard.

In geval van overdracht van de zakelijke rechten, vermeld in de verklaring, gaat de niet-vatbaarheid voor beslag echter over op de verkregen geldsom.  Dit weliswaar op voorwaarde dat de verkregen geldsom binnen een termijn van één jaar werbelegd werd om een ander onroerend goed aan te kopen waar hij zijn hoofdverblijfplaats zal vestigen.  
In de akte van verkrijging zal wel een verklaring van wederbelegging moeten opgenomen worden.
Het zal in dit geval de notaris zijn die ontvangen geldsom zolang in bewaring neemt.